Door de Standaard Der Letteren (@destandaardletteren) de hemel in geprezen, heb ik me laten verleiden om deze roman van superstilist Allard Schröder aan te schaffen: "De nieuwe roman van Allard Schröder is waanzinnig in alle betekenissen van het woord : vijf sterren". Ook Ilja Leonard Pfeijffer mag een citaat geven over hoe goed dit alles wel niet is.
De hoofdfiguur, de jonge Robert Selder, komt zijn ouders opzoeken in de voorstad. Hij is student in de rechten, maar heeft zijn studies opgegeven. Hij dobbert wat rond in het leven. Wat de jongeman interesseert, wat hij wil bereiken in het leven, waar hij van houdt of wat hij haat: dat komen we allemaal niet te weten. Hij is een bordkartonnen figuur, een schets van een mens, een holle persoon van bij het begin van het verhaal. Nergens neemt Schröder de tijd om zijn personage neer te zetten, om er een mens van vlees en bloed van te maken met wie we ons kunnen vereenzelvigen. Als hij dan in dialoog treedt met anderen: zijn zus, zijn ouders, vrienden, dan is die interactie altijd artificieel, houterig, en weinig realistisch. Schröder kan dan wel een stilist zijn, maar hij slaagt er niet in zijn karakters tot leven te wekken.
De jonge Selder wordt overhoop gereden door een auto na een feestje bij vrienden, waarna hij in een andere realiteit terechtkomt, zonder middelen of papieren. Van rijkeluiszoontje is hij plots een paria geworden, een outsider die zich dan maar in het leger laat inlijven om ten oorlog te trekken tegen een mogendheid die hij niet kent, om zich dan aan te sluiten bij het verzet. Opnieuw, veel denkwerk, veel vrije wil, veel zin voor initiatief is hier niet echt mee gemoeid, hij laat zich karakterloos meeslepen zonder enige diepgang, maar hij wil toch weer terug naar zijn luizenleventje in de voorstad.
"Misschien werd hij als vermist beschouwd of hadden ze hem voorgoed opgegeven en hem administratief doodverklaard. Als dat zo was, bestond hij zelfs helemaal niet meer en was hij opnieuw degene geworden die hij was geweest op de dag dat hij deze wereld was binnengekomen.
Hulpeloos keek hij door het autoraampje naar de voorbijschietende stad en voelde zich draaierig, alsof hij zijn lichaam kwijt was, tot een kruipende angst een pijnlijk hete gloed in zijn borst verspreidde, oud vuur dat een uitweg zocht. Achteroverleunend sloot hij de ogen. Was er dan nergens een gat in de werkelijkheid waardoor hij kon ontsnappen en eindelijk naar huis kon gaan? Ergens in een grot was misschien zo'n plek of onder een hunebed of in een warenhuis of ergens in zijn hoofd? Stond er dan nergens een kier open, waardoor hij hier zou kunnen wegglippen?" (blz 271)
Maar niet alleen Schröder, ook de andere karakters worstelen met dezelfde existentiële dilemma's. Wat is leven? Hoe moeten we leven?
"'We moeten iets doen,' zei Alberecht gapend tegen Redsel (een naam voor Selder, ook Elders genoemd, nvdr). En daarna, na een pauze: 'Ik stel voor dat we gaan leven. Weet jij hoe je dat doet? Als we jou mogen geloven, kom jij uit een andere wereld, daar we ten ze ongetwijf eld hoe dat moet.'
Nadenkend schudde Redsel het hoof d en legde uit dat ze dat daar ook niet wisten, dat ze daar eigenlijk maar deden wat hun zo inviel, zolang ze maar geen risico liepen. De meeste mensen viel trouwens nooit iets in en ze deden dan ook nooit iets wat anderen niet deden, ze begaven zich nooit buiten de gebaande paden, want als je dat deed liep je wel risico en daar hield niemand van, het leven was al riskant genoeg. Iedereen droeg er buitenshuis een helm, je wist maar nooit. Voor je er erg in had, viel de hemel op je hoofd en daarvoor was je niet verzekerd. Voor de arme mensen was natuurlijk alles anders, maar die telden minder." (blz 281)
Maar het is allemaal zo oppervlakkig, zonder enige nuance, zonder enige diepgang of persoonlijk gevecht tussen emoties en rationaliteit, tussen ambitie en obstakels.
De roman zit ook vol ongerijmdheden: hij komt Katja tegen in het begin van het boek, maar zonder veel passie, een jonge vrouw met wie hij ooit een relatie had, van wie hij zelfs niet weet wat ze doet in het leven, maar wel dat ze moeder is geworden. Zonder enige aanleiding wordt zij later in het verhaal zijn grote liefde, waar hij als een waanzinnige naar op zoek gaat.
Het is allemaal zijn programmatisch en zeer gekunsteld om te eindigen op een heel - opnieuw oppervlakkige - maatschappijkritische toon tegenover mensen die gaan werken om hun brood te verdienen.
