Sunday, September 20, 2015

Mysteriecultussen in het oude Griekeland

De oude Grieken liggen aan de basis van onze houding tegenover rationaliteit, met het belang van abstract denken bij Socrates en Plato, en de logica van Aristoteles als basis. Feiten, observaties lagen bij deze laatste aan de basis van elke analyse en gevolgtrekking. Maar was dat zo bij alle Grieken? Uiteraard niet. Een groot deel van hen bleef geloven in Zeus en de andere goden, of in de nieuw overgewaaide mysterie-cultussen. Deze drie boeken gaan daarover. Die mysterie-cultussen verplichtten de leden tot volledige geheimhouding van wat er gebeurde tijdens hun rituelen en missen, die veel inhoudelijke vergelijkingspunten hebben met wat nadien ook in het christendom aan bod kwam. Het grote verschil was het belang van de "ervaring", een directe ervaring van het goddelijke als gevolg van een goed voorbereide enscenering door de priesters en priesteressen. Dat was vaak een totaalervaring van geur, muziek, incantaties in onbekende talen, opsluiten en weer vrijlaten van de de gelovige. Die cultussen waren eigen aan de Griekse godsdienst en de bacchanalen ter ere van Dionysos waren daar één van, andere werden ingevoerd en vooral de cultussen van Isis en Mithras kenden veel aanhang in de eerste eeuw voor en de eerste na onze tijdrekening. 


R.E. Witt - Isis In The Ancient World (Johns Hopkins, 1971)



E.R. Dodds - The Greeks And The Irrational (University Of California Press, (1951) 1997)



Hugh Bowden - Mystery Cults In The Ancient World (Thames & Hudson, 2010)


Tuesday, April 21, 2015

Jennifer Michael Hecht - Doubt (HarperOne, 2003) ****


Het uitgangspunt zelf is op zich al opmerkelijk : een geschiedenis van de twijfel, in plaats van een overzicht van alle zekerheden die worden geponeerd door de meeste filosofen en godsdiensten. Jennifer Michael Hecht, wetenschapshistoricus, geeft in dit zeer leesbaar boek een overzicht van de twijfel van bij de Oude Grieken tot nu. En die twijfel uiteraard niet alleen tegenover de gevestigde zienswijzen, maar ook de twijfel als basisfundament voor elke visie op de wereld, of, met andere woorden, hoe het huidig wetenschappelijk denken gaandeweg voet aan de grond kreeg.

Het is ook duidelijk dat de evolutie van het atheïsme ook aandacht krijgt, en Hecht verstopt haar eigen visie als atheïst evenmin in haar kommentaar. In haar conclusie wil ze de "twijfelaars" dan ook het comfort geven dat ze niet alleen zijn, en dat haar lijvige turf hen het perspectief biedt van deel uit te maken van een lange geschiedenis. Het feit dat onze filosofieën en ons moreel en wetenschappelijk denken doorheen de eeuwen zijn geëvolueerd is enkel het gevolg van de twijfel die sommigen hadden om de gevestigde orde en manier van denken in vraag te stellen.

Behoud die open geest, is dan ook haar finale aanbeveling, één waarin we ons zeker kunnen vinden.




Colm Toíbín - Nora Webster (Viking, 2014) ****


In de late jaren '60, staat Nora Webster er alleen voor om haar kinderen op te voeden in Enniscorthy, Ierland, na het overlijden van haar man Maurice.

Toíbín is een van mijn favoriete schrijvers van het ogenblik, en ook al bereikt deze roman niet het niveau van "Brooklynof "The Testament Of Mary", de sensuele manier van schrijven, het schetsen van het portret van deze vrouw vol innerlijke conflicten, steekt ver boven de middelmaat uit.

Hij blijft de meester van de vrouwelijke psyche en de manier waarop hij Nora Webster beschrijft, met al haar onzekerheid en strijdlust, haar meegaandheid en onverzettelijkheid, haar gebrek aan empathie en haar liefde voor haar zoons, zijn gewoon schitterend. Een vrouw die haar anker kwijtraakt en die door haar directe omgeving enkel wordt bekeken als de vrouw van de overleden Maurice, een politiek actieve schoolmeester. Haar omgeving is haar goedgezind, maar trekt haar in richtingen die ze niet altijd wil inslaan, alsof ze het allemaal beter weten voor haar, terwijl ze zelf niet meer te bieden hebben dan parochiale dorpspolitiek en roddels.

Gaandeweg komt haar grootste dilemma aan bod, en dat is gebrek aan communicatie met haar zoons, en dan vooral met de jongste, Donal. Maar ergens is het ook de geschiedenis van Ierland, een verscheurd land vol kleinburgelijkheid en diepe idealen. Literatuurstudenten die de betekenis willen kennen van een "rond karakter", moeten Nora Webster lezen, een wereld van verschil met wat we gewend zijn in onze Nederlandse literatuur.

Hanif Kureishi - The Last Word (Faber & Faber, 2014) ****


Van alle romans van de Britse schrijver Hanif Kureishi, zijn "The Buddha Of Suburbia" en "Love In A Blue Time", de meest aanbevelenswaardige, omdat ze de meesterlijke vertelkracht van de schrijver combineren met haarscherpe satire.

In "The Last Word" gaat Harry, een beginnende schrijver een biografie bijeen pennen over Mamoon, een Britse schrijver van Indische origine, die ietwat over zijn hoogtepunt heen is, maar die zich wel gedraagt als een diva met alle capsones die daar bij horen. Ondanks zijn bewondering voor Mamoon wil Harry kritisch blijven om zijn eigen geloofwaardigheid niet op het spel te zetten. Of, om het anders te zeggen : beiden hebben elkaar broodnodig, de een om bekendheid te krijgen, de ander om opnieuw onder de aandacht te komen, maar tegenover deze aantrekkingskracht is er ook een spel van afstoting, gedreven door hun drang om hun eigen ego en waardigheid niet te verliezen in het proces ... wat natuurlijk gebeurt en tot geestige situaties leidt.

Dit is een roman over literatuur, over de kunst van de biografie, over de grens tussen publieke en privé-feiten, tussen relevantie en roddel, en volgens de geruchten zou de figuur van Mamoon zijn geïnspireerd op V.S. Naipaul. Waar of niet waar, Kureishi brengt in zijn eigen vlot leesbare stijl een spannende en geestige satire op het literaire wereldje.

Een luchtige aanrader.

Armand Marie Leroi - The Lagoon (Viking, 2015) ****½


Wat een fantastisch boek! En wij die altijd hadden gedacht dat Aristoteles een wijsgeer was, de basislegger van de logica. Nee, hij was in de eerste plaats een bioloog, een wetenschapper, die in zijn Historia Animalium een inventaris maakte van alle dieren die hij in de lagune aantrof op Lesbos, één van de Griekse eilanden. In tegenstelling tot zijn leermeester Plato, die uitging van de suprematie van het abstracte denken, ging Aristoteles uit van de feiten, van empirische observatie, om dan aan de hand van zijn vaststellingen patronen te herkennen en parallellen te trekken.

In "The Lagoon", vertelt bioloog Armand Marie Leroi hoe Aristoteles zijn zoektocht opzette, en op die manier tot wetenschappelijke vaststellingen kwam. Hij doet dit niet alleen op een uiterst boeiende en vlot leesbare manier, maar ook niet zonder enige kritiek op Aristoteles zelf. Zo kwam hij bijvoorbeeld tot te conclusie dat de informatie over het kind moest voorkomen uit het zaad van de ouders. Hij aarzelde ook niet om foetussen van dieren eruit te halen om hun ontwikkeling te volgen, of om de ogen van pasgeboren vogeltjes uit te steken om vast te stellen dat die opnieuw aangroeiden. In die tijd waren ze blijkbaar minder gevoelig voor dierenleed. Maar Aristoteles sloeg de bal ook vaak mis. Zo geloofde hij dat sommige dieren uit het niets ontstonden, omdat hij hun oorsprong onmogelijk kon vastleggen.

En om die inventaris van de dieren te maken, was hij ook de eerste om dieren te classificeren in grote groepen (viervoetigen, levendbarend, eierenleggend, tweevoeters, enz.), maar wel met de eigen kritische vaststelling dat de natuur zich niet liet vatten in categorieën en dat er altijd uitzonderingen zijn die in tussengroepen liggen. Hij telde hun tanden, hun magen, hun horens en hij legde verbanden tussen al deze vaststellingen.

Leroi toont aan hoe Aristoteles de echte wetenschap zoals we die nu kennen, uit het niets creëerde, vol zelfkritiek, vol vraagtekens, met eindeloos geduld noterend, oplijstend, om dan met hypothesen te komen die gedurende duizenden jaren de bron voor alle biologen en wetenschappers zijn gebleven. Hij geeft ook de kritiek weer die doorheen de eeuwen op Aristoteles werd gegeven, vooral dan in de zeventiende en achttiende eeuw, vaak nogal goedkoop en zonder relativering voor de tijd waarin de Griekse wijsgeer werkzaam was. Hij schreef ook werken over logica, fysica, optica, psychologie, ethiek, politiek, kosmologie, en over rhetorica en poëzie.

Een uiterst leesbaar en boeiend boek.

Emmanuel Carrère - Le Royaume (P.O.L., 2014) ****


Emmanuel Carrère is de scenarist van de Franse televisiereeks "Les Revenants", een sterk aan te raden serie over een aantal mensen die herrijzen uit de dood en na enkele jaren terugkeren naar hun dorp alsof er nooit iets heeft plaatsgevonden.

In "Le Royaume" vertelt hij zijn eigen religieus levensverhaal, zijn periode van sterk geloof in de katholieke godsdienst, gevolgd door ontgoocheling en zijn ommeslag naar volledig atheïsme. Dit is natuurlijk geen nieuw gegeven, en ik denk dat velen van ons die verschillende fasen hebben meegemaakt, dus zo uitzonderlijk is zijn verhaal niet. Toch slaagt Carrère erin om een zeer overtuigend getuigenis te brengen, vooral dan omdat hij op volwassen leeftijd zeer gelovig was, zo zeer zelf dat het zijn relatie in gevaar bracht, en omdat hij respect blijft hebben voor gelovigen en voor de kerk. Hij spreekt met sympathie over hun activiteiten en goede werken en zin voor spiritualiteit, en gaat zelfs nog jaarlijks op een soort bezinning met een zeer godsdienstige vriend, zelfs al gelooft hij zelf niet meer.

Naast zijn eigen getuigenis probeert hij het leven van Paulus te reconstrueren, en te hervertellen in mensentaal. Paulus, de apostel die Jezus nooit heeft ontmoet tenzij in een visioen, en dan in Griekenland en het huidige Turkije het goede woord ging verkondigen in enkele steden. Zijn verhaal over Paulus (en Lucas) is uitermate goed gedocumenteerd, ook al wil hij geen theologisch proefschrift afleveren, maar een persoonlijke reactie op wat er toen mogelijk heeft plaatsgevonden. Paulus is een fanaticus en Lucas, hoog opgeleid en medicus, volgt hem als scribent/verslaggever. Carrère schrijft over deze laatste :

"... je me demande si une fois à bord il n'est pas traversé par le soupçon qu'il fait une énorme connerie. Qu'il voue sa vie entière à quelque chose qui tout simplement n'existe pas et tourne le dos à ce qui existe vraiment : la chaleur des corps, la saveur douce-amère de la vie, l'imperfection merveilleuse du réel".

Een aanrader, en niet alleen voor atheïsten.


Milan Kundera - La Fête De L'Insignifiance (Gallimard, 2013) ****


Veertig jaar geleden verhuisde/vluchtte Tjechisch auteur Milan Kundera naar Frankrijk, waar hij sinds dan verblijft. Sinds enkele jaren schrijft hij ook in het Frans, in 1995 al met "La Lenteur", dan enkele essays, nu ook een tweede roman. En die roman is een soort culminatie van al zijn vroegere werk : deels filosofisch, deels humoristisch, deels maatschappelijk. Kundera bekijkt zijn eigen personages zoals altijd met een zekere verwondering, verbaasd over hun reacties, over hun psyche en hun gedragingen, zich vragen stellend bij hun motivaties, maar zonder daarom antwoorden te geven, want die zijn er niet.

In deze korte roman probeert hij geen enkele ernstige zin te schrijven, op een luchtige manier situaties te beschrijven van enkele vrienden die in het hedendaagse Parijs de catering verzorgen voor een mondain feestje in een parallelverhaal met een bijeenkomst van Stalin en zijn politburo in het Kremlin.

De aanleiding tot veel discussie is de nieuwe mode bij jonge vrouwen om hun navel te ontbloten door het dragen van korte T-shirts, een symbool van de navelstaarderij van de moderne mens, meer bezig met zichzelf en zijn kleine omgeving dan met de wereld.

In La Lenteur liet hij Vera, de vrouw van de auteur zeggen : "Te m'as souvent dit vouloir écrire un jour un roman où aucun mot ne serait sérieux ... je te préviens : fais attention : tes ennemis t'attendent". En nu is het zover. Je kan het geen kolder noemen, of geen satire, hoewel die elementen wel aanwezig zijn.

"Et Ramon continua : 'Ah, la bonne humeur! Tu n'as jamais lu Hegel? Bien sûr que non. Tu ne sais même pas qui c'est. Mais notre maître qui nous a inventés m'a forcé jadis à l'étudier. Dans sa réflexion sur le comique, Hegel dit que le vrai humour est impensable sans l'infinie bonne humeur, écoute bien, c'est ce qu'il dit en toutes lettres : "infinie bonne humeur"; unendliche Wohlgemutheit". Pas de raillerie, pas la satire, pas le sarcasme. C'est seulement depuis les hauteurs de l'infinie bonne humeur que tu peux observer au-dessous de toi l'éternelle bêtise des hommes et en rire"

Om vanuit die optiek "met een goed gemoed" Stalin, Kalinin, Brezjnev, Chroesjtsjov en de rest van het politburo in hun intieme sfeer te beschouwen en horen oordelen over elkaar en de wereld is op zijn minst gezegd bevreemdend. Geen enkele ernstige zin? Niet echt, maar impliciet is de horror van de mensheid verdoezeld in zoveel lichtzinnigheid. 

Kundera is een absolute meester.