Sunday, August 3, 2014

Michael Cunningham - The Snow Queen (4th Estate, 2014) ***


Met "The Hours" en "By Nightfall", heeft Michael Cunningham zijn talent al getoond om de psychologie van zijn personages boeiend te schetsen, op een manier die enkel literatuur vermag, omdat elke beschrijving voorbij de rationaliteit ligt.

Net als in "By Nightfall" is er een koppel veertigers, hier Tyler en Beth, waar een jongere broer, Barrett, rondhangt, en zelfs inwoont. Barrett is de talentvolle en intelligente jongere broer van wie zoveel werd verwacht, maar die uiteindelijk leeft dankzij zijn vijf jaar oudere broer, die zelf leeft van kleine jobs om zijn ware roeping in de muziek te kunnen waarmaken. Beth heeft kanker en Tyler wil haar huwen, en werkt aan een lied om tijdens hun huwelijk als geschenk aan te bieden.

Bij het begin van het verhaal merkt Barrett een sterk licht tijdens de nachtelijke hemel, een soort hemels oog dat hem ziet, en dat hij op geen andere manier dan bovennatuurlijk kan duiden. Hij worstelt ermee, en houdt het geheim, maar als Beth dan plots beter wordt, dan vermoedt hij dat het goddelijk schijnsel er toch ergens verband mee houdt.

Cunningham schildert de broosheid van het bestaan, en het irrationele, of het niet zegbare, dat mensen verbindt, dat hen om elkaar doet geven, ondanks alles, over domme dingen en belangrijke dingen, maar die alle samen het leven uitmaken. Hij schildert met acquarel, zacht en licht en economisch, maar met een krachtige stijl die telkens het perspectief van een ander karakter biedt. Ze worstelen allemaal met zichzelf en hun omgeving, maar ondanks hun geworstel bieden ze houvast aan de anderen.

Mooi, maar niet meer dan dat.


Tuesday, July 29, 2014

Paul Harding - Enon (William Heinemann, 2013) **


Zijn vorige roman, Tinkers, vond ik schitterend, en ik keek dus echt uit naar zijn nieuwe roman, die voorgaat in de familiegeschiedenis die in de eerste roman zijn aanzet vond.

Het verhaal begint bij de dood van Katie, de tienderdochter van de ik-figuur, Charlie Crosby, de kleinzoon van de hoofdfiguur van "Tinkers". Charlie's verdriet is te groot om te verwerken, en hij gaat er helemaal kapot van, stort in elkaar. Zijn vrouw Susan verlaat hem, en hij evolueert van kwaad naar erger : zelfverwaarlozing, pillen, pijnstillers, drank, diefstal ... tot hij op de rand van de dood belandt, en de grens tussen leven en dood beginnen vervagen in zijn visoenen en dromen, als een soort modern Orfeus die de onderwereld intrekt op zoek naar zijn geliefde.

Het grote verschil met Tinkers is de grotere toegankelijkheid van zijn taalgebruik, dat minder gezocht, maar ook minder  lyrisch en aangrijpend is. Het eindresultaat is een heel droevig verhaal, waarbij je je afvraagt wat een auteur ertoe aanzet een dergelijk onderwerp te kiezen, of nog wat de literaire meerwaarde ervan is.

Bart D. Ehrman - How Jesus Became God (Harper One, 2014) ****


Intussen heb ik bijna het hele gepubliceerde oeuvre van bijbeldeskundige en theoloog Bart Ehrman gelezen. Zijn laatste werk is misschien het meest relevante, omdat het de vraag stelt naar de historische figuur van Jezus, en hoe die doorheen de jaren alsmaar meer vergoddelijkt werd, door mondelinge overlevering, door de noodzaak tot het overtreffen van andere populaire goden, maar vooral om macht te krijgen eenmaal het christendom meer en meer aantrekkingskracht kreeg. 

De oudste geschriften die we hebben over Jezus zijn de epistelen van Paulus, een jood die Jezus nooit heeft ontmoet, en die na jaren zelf christenen te hebben vervolgd omdat ze 'claimden' dat de gekruisigde Jezus de messias was, plots de levende Jezus zag in een visioen, en hieruit concludeerde dat God hem uit de dood had doen opstaan. Deze teksten zijn rond het jaar vijftig geschreven, dus ongeveer twee decennia na de dood van Jezus, en vormen de basis van het christendom. 

In het volgende evangelies, dat van Marcus, werd Jezus pas goddelijk wanneer hij werd gedoopt door Johannes de Doper. In de twee volgende evangelies, die van Mattheus en Lucas, was hij goddelijk vanaf zijn geboorte, en Johannes de Evangelist, gaat in het jaar honderd van onze jaartelling nog een stap verder, namelijk dat Jezus al goddelijk was van bij de schepping. Dit laatste concept werd later door de kerkvaders verankerd in de "geloofsbelijdenis van Nicea" als dat van de heilige drievuldigheid. 

Wat Ehrman beschrijft is uiteraard niet nieuw, maar het is het wel zeer leesbaar en overzichtelijk neergeschreven, vlot leesbaar voor niet deskundigen.


Monday, May 5, 2014

Karl Ove Knausgård - A Death In The Family (Vintage, 2013) ****½


Ooit zei een van mijn professoren in de literatuurwetenschappen : "Wat bezielt al die auteurs om autobiografieën te schrijven? Denken ze nu echt dat hun leven zo belangrijk is dat het ons interesseert?" En die rethorische vraag gaat zeker op voor de meerderheid van de schrijvers. Zijn ze nu echt zo belangrijk?

Tot je dan een Karl Ove Knausgård in handen krijgt. Zijn "Min Kamp" - inderdaad, dezelfde titel als Hitlers boek - wordt een levensverslag in zes volumes, waarvan de eerste delen al verschenen zijn. Is zijn leven dan anders dan andere levens? Is zijn leven het vertellen waard? Het antwoord op de eerste vraag is nee. Het antwoord op de tweede vraag is ja. Het is het vertellen waard misschien omdat het zo herkenbaar is, juist omdat Knausgård erin slaagt om zijn eigen leven te vertellen alsof het een roman was, met een boel details en gevoelens en gedachten die je je onmogelijk uit je eigen leven kan herinneren, maar Knausgård zet het wel neer, met precisie, met oog voor het kleinste waar je als kind op let, met oog voor de verhoudingen tussen familieleden, met een verschrikkelijke transparantie over zaken die normaal binnenskamers gehouden worden. Over de dronkenschap en het geweld van zijn vader, over de afwezigheid van zijn moeder, de droevige puinhoop bij zijn vereenzaamde en incontinente grootmoeder, van wie ons ook geen detail bespaard blijft. Dan kan je denken, moet dat nu allemaal zo open en bloot aan de wereld getoond worden?

Het antwoord hierop is dubbel. Nee, niet als je die mensen respecteert. Ja, als je het leven zelf wil weergeven, zonder verbloeming. Het is vaak voorbij de grens van het intieme en welvoeglijke, maar anderzijds zo herkenbaar uit onze eigen dagelijkse wereld. En tot nu toe waren dergelijke intieme ontboezemingen mogelijk, en zelfs wenselijk in romans, in fictie, waar we weten dat er door de afstand van de verbeelding een zekere relativering mogelijk is. Hier, is het geen fictie. De fysieke, psychische en sociale realiteit wordt weergegeven zoals ze beleefd en ervaren werd. Hier is geen veilige bufferzone van de fictie. Elk personage is zichzelf.

Het gegeven is natuurlijk niet helemaal nieuw. Bij ons heeft Dimitri Verhulst het bijvoorbeeld ook gedaan in "De Helaasheid Der Dingen", maar Knausgård is enkele trapjes hoger, beter, kwalitatief en literair in eredivisie.

Elk moment is herkenbaar, de identificatie met de schrijver is heel hoog, misschien omdat je als man van middelbare leeftijd dezelfde dingen hebt meegemaakt in je leven, in ongeveer dezelfde tijdsperiode en in hetzelfde Europa. Misschien, maar zijn schrijven is wel messcherp, en perfect uitgebalanceerd qua structuur en in het door elkaar weven van verteltijd en vertelde tijd.

Het tweede deel ligt hier klaar op het schap, na enkele andere romans. Ik kijk er naar uit.




Anthony Marra - A Constellation Of Vital Phenomena (Random House, 2014) ****


Ik heb geen idee hoe oud de auteur is, maar hij ziet er nog geen dertig uit, en de kwaliteit en de inhoud van deze roman verwacht je van iemand die de hardheid van het leven al heeft ervaren en al een boek of tien achter de rug heeft. "A Constellation Of Vital Phenomena" is knap, zeer knap geschreven, goed gestructureerd, met een prima tempo tussen actie, beschrijving en bespiegeling.

Het verhaal speelt zich af in Tsjetsjenië, de Russische autonome provincie, na de tweede Tsjetsjeense oorlog. Het land is verwoest na de mislukte revolutie tegen de Russen. Marra gebruikt de kleine microcosmos van enkele gewone mensen in een nietig dorp om zijn plot rond te weven. Er is Akhmed, de dorpsarts die meer tekentalent dan genezend talent bezit, Khassan, de oude geschiedkundige die in onmin leeft met zijn collaborerende zoon Ramzan, Sonja de spoedarts die tegen beter weten in het ziekenhuis in de naburige stad draaiende houdt, Natasha, haar verdwenen zus die jaren in de prostitutie gedwongen werd, en Havaa, het achtjarige meisje dat als wees achterblijft en door Akhmed onder de hoede van Sonja wordt gebracht.

Het verhaal is bikkelhard, zowel fysiek als psychisch meedogenloos, wat je kan verwachten van deze vernielde samenleving, waar overlevingsdrang bijna de enige overgebleven menselijke drijfveer is, maar het is ook een mijmering over het leven zelf, over de echte waarden en over de obstakels die in onze weg liggen om die waarden te realiseren. En toch is er onder al die koude afstandelijkheid, vaak ontstaan uit lijfsbehoud, ook wat warmte te vinden, een hunkering naar menselijkheid, die tegelijk een kwetsbaarheid wordt in een maatschappij waarin elk sociaal netwerk verloren is gegaan, en waar mensen vaak tegenover elkaar staan als roofdier tegenover prooi.

Marra vertelt zijn plot vanuit het perspectief van de verschillende personages, en langzaam ontrafelt zich een diepere plot, van hoe die mensen toch ook met elkaar in verband staan via andere, vroegere connecties, die ze soms niet altijd beseffen. Marra schrijft goed, zeer goed zelfs, bij momenten verbluffend. Hij maakt zijn personages driedimensionaal, van vlees en bloed, vol conflicterende gevoelens en handelingen, ook al is hun positionering wat programmatisch (de oude man die voor de waarden uit het verleden staat, het jonge meisje dat voor de toekomst staat, de verschillende versies van het verscheurde heden verdeeld over de andere personages).

Maar dan denk je ook tegelijk : waarom, of ik zou bijna zeggen "met welk recht", schrijft een jonge Amerikaan een boek over een land waar hij geen enkele relatie mee heeft (afgezien van zijn voorbereidend bezoek); waar ligt de authenticiteit van zijn verhaal dat hij het vanuit het comfort van zijn appartement in Oakland, Californië kon schrijven?

Ondanks deze vragen is de roman toch een sterke aanrader. Het enige dat me echt stoorde zijn de "alwetende" interventies van de auteur die ver voorbij de tijdsspanne van de roman de toekomst van nevenfiguren even voorspelt. Maar ook dat bleek uiteindelijk een doel te hebben.

Nu is het echt uitkijken naar zijn volgende roman.


Jeffrey Lewis - The Inquisitor's Diary (Haus Publishing, 2013) ***


Tijdens de inquisitie wordt Fray Alonso vanuit Mexico Stad naar het Noorden gestuurd, diep in het huidig Amerikaans grondgebied om ketters op te sporen. Fray Alonso vroeg echter maar een ding en dat was om terug naar Spanje gestuurd te worden en hij interpreteert zijn missie dan ook als een strategie van zijn concurrenten om hem tijdelijk uit de weg te hebben. Hij kan dan ook niet anders dan succesvol zijn op zijn tocht naar het noorden.

De man die hij uiteindelijk gevangen neemt en naar Mexico brengt, wordt door hem "the Dumb One" genoemd, omdat hij niet spreekt en amper schijnt te begrijpen waar het over gaat, tenzij in de al dan niet ingebeelde telepathische contacten met zijn gijzelaar. Door het feit dat de ander niet reageert en stelselmatig de verkeerde beslissingen lijkt te nemen die indruisen tegen zijn eigen overlevingskansen, begint Fray Alonso zichzelf, de Kerk en zijn geloof in vraag te stellen.

Lewis bouwt dit mooie verhaal op in de vorm van het dagboek van de priester, soms dagelijks, soms met grote tussenpozen. Door die verteltechniek kom je natuurlijk ook alleen zijn eigen perspectief te horen.

Niet echt groots, maar ook niet echt slecht. De betere middelmaat dus.


Sunday, May 4, 2014

Daniel Alarcón - Lost City Radio (Harper, 2008) ***½


Daniel Alarcón is een jonge Amerikaanse schrijver van Peruviaanse origine, die nu in San Fransisco woont en werkt. Zijn Engelstalige roman "Lost City Radio" heeft in de VS heel wat prijzen in de wacht gesleept, en terecht.

In een niet nader genoemd Latijns-Amerikaans land leren we Nora kennen, de presentatrice van een nachtelijke radio talk show waar mensen vermiste familieleden kunnen laten opsporen. Een netelige opdracht in een context van militaire dictatuur en permanente guerillastrijd, hoewel de periode van de revolutie nu officieel al een tijdje achter de rug is.

Nora's eigen man is ook verdwenen tijdens die oorlog en ze heeft geen spoor van hem. Ze weet niet of hij vermoord is, gevangen genomen is, of haar gewoon achtergelaten heeft, want zijn wegen waren ook vroeger niet altijd voorspelbaar. Ze krijgt een Indiaans jongetje toegeschoven die uit de jungle naar de stad werd geloodst door het ganse dorp, en ze neemt er ongewild het voogdijschap over. In dat kleine dorp hebben terreur, onderlinge spanningen en de horror van de oorlog ook hun sporen nagelaten, en zowel de overheid als de revolutionairen hebben bloed aan hun handen.

Alarcón is goed. Hij weeft het verhaal prachtig in elkaar, met flarden heden en verleden door elkaar geplaatst, net zoals het dorp en de stad alternerend aan bod komen.

Voor een debuutroman is dit ongelooflijk sterk. Zijn nieuwe roman "At Night We Walk In Circles" ligt in de boekenwinkel. Lezen maar.