Sunday, March 2, 2014

Hamdy El-Gazzar - Private Pleasures (American University In Cairo Press, 2013) **


Een niet onaardige poging om de complexiteit van de stad Giza weer te geven, vanuit het perspectief van een jonge intellectueel, die meer wil dan hij heeft, verlost wil geraken van de saaiheid van huwelijksleven, op zoek gaat naar vertier, seks met prostitués, een affaire met de vrouw van een politieagent, vrienden met wie hij stoned wordt, bier drinkt en over het leven filosofeert.

Vlot geschreven, interessant om eens een ander en diepgaander menselijk perspectief te hebben over Egypte, zij het dan van iemand die duidelijk tot een goed opgeleide minderheid behoort, maar anderzijds grijpt het verhaal onvoldoende aan om echt een aanrader te zijn.

Howard Bloom - The God Problem (Prometheus, 2012) *****


Populair wetenschappelijke boeken en populair filosofische en populair religieuze boeken vind je tegenwoordig in alle vormen en talen. Als er één boek bovenuitsteekt, is het wel Howard Blooms "The God Problem", dat een overzicht geeft van de geschiedenis van de wetenschap.

Het onderwerp is niet alleen fascinerend, het is tevens briljant geschreven, vlot leesbaar en met een passie die je verplicht om verder te lezen, die je compleet opzuigt en de nodige uren nachtrust doet verliezen.

Bloom gaat op zoek naar de basis van ons wetenschappelijk denken in de Babylonische en summerische samenleving, en hoe ze begonnen met rekenen en statistiek, met het aanschouwen van de sterren en met economie. Hij toont hoe ze met eenvoudige middelen complexe abstracties maakten, en ook voorspellingen. Maar hij toont ook aan wat ze niet vinden. Het concept van de cirkel bijvoorbeeld. Of het maken van delingen. En hij stelt zich de vraag "waarom". En dan voert hij ons langs de oude Egyptenaren en Grieken en Romeinen naar onze Middeleeuwen verder langs Kepler en Newton en Gauss en Einstein en Bohm en Mandelbrot en minder gekende denkers als Claude Shannon.

Bloom geeft details over die wetenschappers hun leven, over de vragen die ze zich stelden, over welke grote stappen hun antwoorden betekenden voor ons begrip van het universum en telkens weer heeft hij het ook over wat ze niet zagen, hoe hun tijdsbeeld of context hen verhinderden om zaken te zien die we vandaag als vanzelfsprekend zien, als een fictie-auteur verduidelijkt hij die abstracties met begrijpelijke metaforen, maar zijn grote drijfveer blijft het zoeken naar die enkele grondbeginselen, die axioma's die aan de basis van alles liggen, van waaruit alles is ontsproten.

Bloom vergelijkt ons univsersum met een termietenheuvel, die ontstaat uit slechts twee basisregels : elke termiet raapt een gevonden keutel op en brengt die naar buiten tot op het hoogste punt van de heuvel. Er is geen plan, geen architect, geen bouwheer, maar het resultaat is verbluffend, met ventilatie, temperatuurbeheersing in koude en warme tijden, complexe interne structuren. Zo zoekt hij naar die paar kleine beginsels die aan de basis liggen van de big bang, van ons zonnestelsel, van onze aarde, die ook zijn gestoeld op enkele basisbeginsels, die zich eindeloos herhalen, in alle mogelijke vormen en stoffen, om gaandeweg uit te groeien tot de waanzinnige complexiteit die we vandaag kennen, en die nog alsmaar complexer wordt.

Zijn tocht is verbluffend. Zijn schrijfstijl is verbluffend. Zijn aanpak is verbluffend.

Mijn kast staat vol van deze populair wetenschappelijke boeken : Gary Zukav, David Bohm, Carl Sagan, Fritsjof Capra, noem maar op. Al die boeken hebben hun verdienste, maar Bloom steekt daar nog een trapje bovenuit.

Een absolute aanrader.

Alain de Botton - Religie voor Atheïsten (Atlas Contact, 2011) *


Dank Walter! Een boek als geschenk gekregen, met een titel die me ook moet aanspreken, die bijna precies voor mij is geschreven, als atheïst gefascineerd door religie.

Het concept is simpel. De Botton vraagt zich af welke gebruiken uit de godsdienst, maar vooral dan uit kerkelijke rituelen best behouden blijven, en aangepast voor atheïsten, een nieuw leven zouden kunnen leiden, of zelfs formeel geïnstitutionaliseerd worden.

Alleen stelde ik me al snel de volgende vragen :

1. Is dit een grap? Meent hij dit nu echt? Of is dit alles spottend bedoeld? Als het spottend bedoeld is, wat beoogt hij hier dan mee? Het lijkt me een zinloze oefening, want echt geestig is het niet.
2. Als dit geen grap is, dan is die De Botton krankzinnig. In de zin dat hij totaal wereldvreemd is, en opgesloten in een erudiete ivoren toren van bergen kennis, maar totaal zonder enig inzicht in de menselijke geest en zijn drijfveren.
3. Stel dan toch dat hij het meent, en dat mijn bewering dat hij krankzinnig is, ook fout is, dan nog is zijn betoog uiterst armtierig, gebaseerd op veralgemeningen, anecdotes en andere faits divers, zonder dat er op een moment een goed onderbouwde of coherente benadering wordt voorgesteld.

Enkele voorbeelden. Wat moet je denken van de zin, losweg gevonden in hoofdstuk 1, en het wemelt van dergelijk zinnen in het boek : "Een deel van ons heimwee naar het verleden wordt ingegeven door de hedendaagse onwil een royaal gebaar te maken naar mensen in nood." Dit wordt geponeerd zonder feitelijke staving, zonder de relatie tussen a en b duidelijk te maken. Ons "heimwee naar het verleden"?

Hij komt met concrete voorstellen van wat we zouden kunnen doen om onze wereld te verbeteren.

Enkele voorbeelden :
- iedereen zou heiligenbeelden moeten in eer stellen, niet langer van de echte heiligen, maar van onze rolmodellen, zoals Gandhi en Mandela, en die een plaats op de schoorsteenmantel bezorgen.
- het oprichten van een electronisch klaagmuur op de plaats van huidige reclameborden, waar iedereen zichtbaar zijn smarten zou kunnen delen, zodat iedereen zou beseffen dat hij of zij niet alleen is in zijn of haar pijn
- een psychotherapeutisch reisbureau dat mensen zou aanraden daar deze of gene plek te reizen in functie van de te genezen kwaal
- het opzetten van "tempels voor bespiegeling" lukraak tussen velden en steden, waar mensen kunnen gaan zitten tijdens een wandeling om even na te denken over het leven.
- het organiseren van museumvloeren in functie van de gevoelens die de tentoongestelde kunst bij de bezoekers moet oproepen
- televisiekanalen met beelden van het universum, "In dat geval zouden al onze frustraties, ons liefdesleed, onze haat jegens degenen die ons niet hebben gebeld en onze spijt over kansen die aan onze neus zijn voorbijgegaan voortdurend kunnen worden afgezet tegen en gesust door beelden van bijvoorbeeld Messier 101, een spiraalvormig sterrenstelsel in de linkerbenedenhoek van het sterrenbeeld Grote Beer, op ongeveer drieëntwintig miljoen lichtjaar van ons vandaan, dat op majestueuze wijze onkundig is van alles wat wij zijn en een troostrijke onverschilligheid toont ten aanzien van alles waardoor wij worden verscheurd". Meent hij dit nu echt?
- het oprichten van seculiere Zorgzaamheidstempels, waarin seculiere kunstenaars werken tentoon stellen waarin de ouderlijke zorg centraal staat, en waar we deze kunstwerken bij schemerlicht kunnen aanschouwen.

Enzovoorts, enzovoorts.

Het erge is dat hij ook de rituelen en praktijken van de besproken godsdiensten (christendom, jodendom, boeddhisme) zo hoog in het vaandel draagt en aan die rituelen ook zeer hoge waarden toekent, die ze vaak nooit hebben gehad.

"Het katholicisme nodigt ons daarom uit heiligenbeelden van hout, steen, hars of plastic te kopen en op de planken en in erkers van onze kamers en gangen te plaatsen. In tijden van huiselijke onrust kunnen we onze blik laten vallen op een plastic beeldje en ons afvragen wat Franciscus van Assisi ons zou aanraden om nu tegen onze woedende echtgenote en hysterische kinderen te zeggen". 

Nee, dit alles moet een grap zijn.



A.S. Byatt - Ragnarök (Grove Press, 2011) ****½


In "Ragnarök, The End Of The Gods", hertelt de Britse schrijfster A.S. Byatt de Noorse sage vanuit het perspectief van een jong Brits meisje tijdens de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog.

Het verhaal is tegelijk een escapistische tocht voor het lezende meisje, een verdwijnen in de vreemde figuren die het Noorse verhaal bevolken, maar tegelijk ook greep krijgen op wat er rond haar gebeurt, door elders verklaringen te krijgen voor het gebeuren, bij gebrek aan een logisch kader.

"They were taught to say prayers. The thin child had an intuition of wickedness as she felt what she spoke sucked into a cotton-wool cloud of nothingness. 
She was a logical child, as children go. She did not understand how such a nice, kind, good God as the one they prayed to, could condemn the whole earth for sinfulness and flood it, or condemn his only son to a disgusting death on behalf of everyone. This death did not seem to have done much good. There was a war on. Possibly there would always be a war on. The fighters on the other side were bad and not saved, or possibly were human and hurt." 

Het is ook een ode van de schrijfster zelf aan de mythische bronnen van het vertellen van verhalen, een ode aan taalgebruik, aan grote gebeurtenissen, aan duivelse plotten en brekende harten, aan heldendaden en onbegrijpelijke wendingen, een ode aan de vertekening van de realiteit in een wereld van schijn en diepgang, die tegelijk waar en vals is.

"An old woman came to see Frigg who was in her palace, Fensalir. Frigg does not appear to have wondered who she was or where she came from. She was just an old woman like any other old woman, indeed an archetypal old woman. If you looked hard at her she was almost too perfect, the web of wrinkles over her face and neck, the intricate folds of her long cloak over her dark dress, a kind of icon of old-womanhood. If she looked at you - even if you were the queen of the Ases - you could not hold her cold grey gaze, but you knew you needed to speak to her, she shimmered with your need to speak to her, almost as though only your need held the shape together. She was Loki the shapeshifter of course, putting out waves of glamour".

Of hierbij nog een heel kort stukje van haar bladzijdenlange beschrijving van Jörgmungandr, de oerslang : "She surged around the world, from icy pole to icy pole, or through the hot oceans under the burning sun. She swam under ice-shelves, in acquamarine tunnels and spyholes, fastening her fangs on the wings of a diving albatross, spitting out the matted fur of a plump seal pup. She swam the mangrove swamps, amongst the maze of roots in the mud, snapping up fiddler-crabs and mudskippers, spitting shell into the inspissated mess of mud, leaf skeletons, seaweed. She lay in the mud, staring up, and watched the shape of humans, pouring poison over the surface so that the fish gasped, stiffened and floated upwards. She made lazy movements and swallowed, fat fish and poison together".

Prachtig. Taal als magie. Vertelkunst als een incantatie.

Een absolute aanrader voor wie niet bevreesd is voor Odin, Thor, Loki of de boom Iggdrasil.



John Williams - Stoner (Vintage, 1965/2012) ****


Twee jaar geleden werd deze roman van John Williams heropgevist uit het vergeten verleden, en nu met veel succes heruitgegeven, en terecht.

Het is het verhaal van een boerenzoon die naar de stad gaat om landbouw te studeren, maar die door zijn intelligentie in een totaal verkeerd kader terechtkomt, niet langer behorend tot de sociale omgeving van zijn ouders, bij wie de dagelijkse sleur om te overleven een generatielange opdracht is geweest, maar ook onwennig in de nieuwe universiteitsomgeving van goed opgeleide hogere klassen. Al snel wordt William Stoner aangegrepen door andere vakken dan wat zijn ouders wensen, namelijk literatuur, en ontwortelt hij zich helemaal. Zijn enge wereld wordt nog benepener als hij er ook een job als docent en professor krijgt aangeboden.

Williams' schrijvende kracht is sterk, en vooral dan als het gaat om de complexiteit van Stoners wereld en gevoelens te vatten, samen met de onmogelijkheid om anderen echt te raken of erdoor geraakt te worden. Stoner is eenzaam, ondanks zijn huwelijk, ondanks zijn dochter, ondanks een buitenechtelijke relatie, ondanks vele collega's. De enigen met wie hij als jongen enige diepe contacten had, die zijn gedood op de slagvelden van de eerste wereldoorlog, of uit zijn gezichtsveld verdwenen. Enkele uitzonderingen daargelaten, zijn de meeste personages uit om zichzelf te verbeteren, voor geld of roem, maar Williams doet dit prachtig buiten alle stereotypen om, het lijken allemaal mensen van vlees en bloed.

Het ganse verhaal drijft op een zee van droefheid, ondanks het feit dat zijn leven heel normaal verloopt, alsook zijn carrière, zijn huwelijk, en hij heeft niet te klagen over materiële middelen, maakt dat net de kracht uit van de roman. Er gebeurt niets wereldschokkends, de plot is lineair en zonder grote verrassingen, en het leven kabbelt voort en toch is het vol eenzaamheid en droefheid.

Sterk!

Saturday, December 28, 2013

Boeken Top-10 2013

Van de 57 boeken die ik dit jaar las, kan ik onderstaand lijstje voorstellen. In ernst kan ik voor de dit jaar gepubliceerde romans er maar acht echt aanraden. Voorts nog enkele recente romans die ik nu pas in handen kreeg of heb kunnen lezen, dus in totaal toch een lijstje van dertien boeken. Ik heb wel de nieuwe Julian Barnes en de nieuwe Jim Crace, en nog een paar andere nog niet gelezen.

Beste romans van 2013 (of voor het eerst in het Engels uitgegeven)
  1. Philip Meyer - The Son  *****
  2. Javier Marías - The Infatuations  *****
  3. David Vann - Goat Mountain  ****½
  4. Colm Tóibín - The Testament Of Mary  ****½
  5. Russell Banks - Lost Memory Of Skin ****
  6. Herta Müller - The Hunger Angel  ****
  7. J.M. Coetzee - The Childhood of Jesus ****
  8. Don DeLillo - The Angel Esmeralda ****

Beste romans gelezen in 2013 die eerder waren uitgegeven. 
  1. Erich Maria Remarque - All Quiet On The Western Front *****
  2. W.G Sebald - Austerlitz (2002) *****
  3. Jonathan Littell - Les Bienveillantes  *****
  4. Peter Crace - Six (2005) ****½
  5. Jean-Marie Blas de Roblès - Là Où Les Tigres Sont Chez Eux (2008) ****½

Voor de rest, ontgoochelende Pynchon, ontgoochelende Handke, ontgoochelende Chabon, ontgoochelende Norfolk ... 

In Nederland en België? Ik weet het niet. Er gebeurt zoveel buiten ons taalgebied dat er al echt sterke romans moeten komen om dat te overtreffen. Me toch aan Wieringa gewaagd. Geprezen overal maar ontgoochelend. 

Javier Marías - The Infatuations (Hamish Hamilton, 2013) *****


Een opmerkelijke roman.

Het verhaal is simpel. De hoofdfiguur, Maria, die bij een uitgeverij werkt, komt dagelijks bij het ontbijt in een café het "perfecte koppel" tegen, tot op een dag de man brutaal wordt neergestoken door een zwerver. Na verloop van tijd neemt ze contact op met de weduwe, en ook met enkele van haar vrienden. Een diepgevoelig verhaal over dood en rouw wordt plots een thriller.

De manier waarop het verhaal verteld wordt is redelijk uniek, want één lange bijna-monoloog van Maria waarin al haar gedachten bij wat ze ziet wordt neergepend. En die gedachten zijn vol mogelijkheden en verwachtingen en veronderstellingen. En vooral de onwetendheid, of eerder het gebrek aan zekerheid die hieruit ontstaat, zet haar aan om verder te gaan.

Marías vertelt met een ongelooflijk gevoel voor ritme en tempo, traag maar onderhoudend en slim, een beetje zoals W.G. Sebald, als een verkenning van gevoelens en drijfveren en de werkelijkheid.

Dit geeft Marías de mogelijkheid om aspecten aan bod te brengen die je enkel in literatuur kan brengen. De "mogelijkheden" zijn vaak te anecdotisch voor filosofie of psychologie, maar daarom niet minder relevant en menselijk, over rouw, liefde, passie, vriendschap, de dood.

Maar het stelt ook diepe vragen over de werkelijkheid rond ons, of wat we zien, of vermoeden te zien, ook effectief is wat het is, of er misschien geen ander perspectief is dat even plausibel is, zonder dat de feiten er daarom anders moeten uitzien.

Marías maakt van literatuur iets wat alleen in literatuur kan. En dan ten volle.

Echt, een opmerkelijke roman.

Ramón Del Valle-Inclán - Tyrant Banderas (New York Review of Books, 2012) ***½

Ramón Del Valle-Inclán leefde van 1866 tot 1936, en kwam uit een verarmde Spaanse artistocratische familie. Zijn "Tirano Banderas" vindt plaats ergens in Latijns-Amerika, in een dictatuur die gesteund wordt door de vroegere Spaanse kolonisator.

De roman is oorspronkelijk gepubliceerd in 1926, maar leest uitermate hedendaags, mede door Del Valle-Incláns specifieke stijl, die hij zelf "esperpento" noemde, een weergave van de komische aspecten van de tragedie van het leven.

In de roman volgen we de laatste drie dagen van de tiran Banderas, die omringd wordt door een bende gatlikkers en wreedaards, die enkel denken aan hun eigenbelang. Daarnaast heb je een aantal andere figuren, de jonge ambitieuze kolonel die overloopt naar de oppositie, de indiaan die oppositie voert, de student die in de gevangenis belandt, de Spaanse edelman die over en weer reist tussen paleis en Spaanse ambassadeur ... al die verhalen cirkelen rond de centrale figuur van Banderas.

Del Valle-Incláns benadering is zeer elliptisch. Je wordt meteen zonder veel uitleg bij de concrete gebeurtenissen en anecdotes van de personages betrokken, die als een soort puzzel de hele roman bijeenleggen. De machthebbers worden zoals zijn "esperpento" het voorschrijft gepresenteerd als komische figuren, omringd door andere komische en laffe figuren bij wie ijdelheid en vormelijkheid en de juiste connecties belangrijker zijn dan wat dan ook, maar dit alles maakt de gruwel van de gewone man nog erger.

Ook de internationale gemeenschap die zich wenst uit te spreken over de zeer ontplofbare situatie in het land brengt al zijn ambassadeurs samen om te komen tot een gemeenschappelijke nota die totaal naast de kwestie is.

De auteur is zonder enige twijfel bij de grote wegbereiders geweest voor auteurs zoals Mario Vargas Llosa en Gabriel Garcia Marquez. De groteske momenten zorgen voor wat afstandelijkheid en de misschien al te elliptische stijl vermindert een diepe karakterontwikkeling van de personages, en dus ook van het inlevingsvermogen bij de lezer, maar ze houden de vaart wel in het verhaal.

John Freely - Before Galileo - The Birth Of Modern Science in Medieval Europe (Overlook Duckworth, 2013) ***½


John Freely is een Amerikaans fysicus die in zijn "Before Galileo" de geschiedenis van de fysica brengt, en dan met name de wereldbeelden die ervoor nodig waren om ook wetenschappelijke vooruitgang te maken.

In zijn eerste hoofdstukken schetst hij de ongelooflijke ontdekkingen en hypotheses die door de Grieken werden geformuleerd, en dan vooral op het vlak van sterrenkunde en wiskunde. Hij gaat lang door op het belang van de Arabische geleerden om de klassieke traditie verder te zetten, om dan dankzij vertalingen uit het Arabisch terug ingang te vinden in het werk van Thomas Aquinas, Roger Bacon, Robert Grosseteste en anderen om dan te culmineren in het werk van Copernicus en Galileo.

Een mooi en overzichtelijk werk.

Charles Freeman - The Closing Of The Western Mind (Vintage, 2005) ****


Een sterke aanrader voor wie interesse heeft in de geschiedenis van de rationaliteit. Freeman loodst ons doorheen de eeuwen van Plato en Aristoteles tot Thomas Aquinas (die Aristoteles terug van onder het stof haalde), met tussendoor de grote verduistering van ons denken dat door het christelijk geloof werd ingeleid, en dan versterkt door de machthebbers in Rome en Constantinopel en andere plekken waar religie de macht van de heersers kon versterken.

Om maar enkele citaten te geven :

Johannes Chrysostomos schrijft : "Restrain your own reasoning, and empty your mind of secular learning, in order to provide a mind swept clear for the reception of divine words".

Of Basilus "Let us Christians prefer the simplicity of our faith to the demonstrations of human reason ... For to spend much time on research about the essence of things would not serve the edification of the church".

Naast een regelrechte aanval op proefondervindelijk onderzoek en rationeel denken, werd ook elke ander geloof of overtuiging gaandeweg als ketterij beschouwd en verboden. Slechts één standpunt gold, dat van de christelijke kerk, en ook dan nog kon dit slechts door enkelen worden bevat en geïnterpreteerd, met name de bisschoppen en pausen.

Niets nieuws dus, maar wel zeer sterk gedocumenteerd en vlot leesbaar.


Peter Høeg - The Quiet Girl (Picador, 2006) **


Peter Høeg is niet vervaard van een mengeling van fantasie, suspense, actie, maatschappijkritiek en een vleugje mystiek.

"Smilla's Sense Of Snow" was een voltreffer van een thriller, geen literair meesterwerk, maar spannend, onderhoudend en slim. "Borderlines" was nog iets beter, maar zijn "History of Danish Dreams", dat was echt genieten.

Met "The Quiet Girl" blijft hij spanning met mystiek vermengen, met als hoofdfiguur een clown, Kasper, die zijn beste tijd heeft gehad, en die tevens beschikt over een uitzonderlijk gehoor, wat hem in staat stelt geluiden over verre afstanden te horen, maar ook om menselijke gevoelens te kunnen waarnemen, want alles brengt geluid voort. Hij raakt verwikkeld in een mysterieuze verdwijning van een aantal kinderen die aardbevingen zouden kunnen voorspellen, wat enkele projectontwikkelaars zeer goed zou uitkomen. Kasper voelt de speciale stilte van één van deze kinderen, inderdaad "the quiet girl" en gaat naar haar op zoek, maar moet tegelijk vechten tegen zijn demonen uit het verleden, zijn relaties, de taksinspectie in Spanje en Denemarken die hem achterstallige belastingen willen doen betalen, en respectievelijk in de nor steken en het land uitzetten.

Er is ook een soort internationale sekte van kloosterzusters bij gemoeid, die - hoe kan het ook anders - wijs zijn, politiek op de hoogte en zelfs bedreven in gevechtssporten.

Wat er allemaal gebeurt in het verhaal, laat ik de lezer zelf ontdekken, maar het is een soort hallucinatie waar je kop noch staart aan krijgt. Høeg vermengt zoveel genres en stijlen door elkaar, maar gebruikt ook flash-backs zonder die als dusdanig te vermelden, zodat ook de tijd door elkaar lijkt te schuiven. Niet is wat het lijkt en alles is in constante verandering, en de fantasie is zo wild als in een stripverhaal, met name alles is mogelijk.

En om het nog wat complexer te maken, blijkt Kasper de clown ook een groot kenner van klassieke muziek te zijn, want Bach composities zijn overal terug te vinden, in mensen en plekken en dingen. En ook als hij bidt, gebruikt hij de woorden van Bach cantates.

Net zoals bij zijn vorige "The Elephant Keeper's Children", is dit geen grote literatuur. Het is een leuk stripverhaal in prozavorm, waarin spiritualiteit, politiek, muziek op een oppervlakkige manier gemengd worden tot een leuke saus die wel een leuke atmosfeer biedt, maar weinig substantie bevat.

Chico Buarque - Budapest (Grove Press, 2003) ***


José Costa is een Braziliaanse ghost-writer die in Rio de Janeiro werkt, deelneemt aan het internationaal congres van ghost-writers, een beklagenswaardige groep van gefrustreerden van wie de literaire talenten per definitie niet erkend kunnen worden, en die enkel onder elkaar hun anonimiteit kunnen afleggen, en als zijn vrouw naar London wil, besluit hij tijdens die periode naar Budapest te gaan, om er de taal van de duivel zelf te leren spreken. Daar leert hij Kriska, een lerares kennen die al snel zijn minnares wordt.

Terwijl zijn boek over en geschreven voor een industrieel en politicus een best-seller wordt in Brazilië, leert Kriska hem op haar heel eigen manier opnieuw te leven en zichzelf te herontdekken. Het is wel een roman die draait om de ik-ik-ik van de schrijver, verpersoonlijkt door de ik-ik-ik van het hoofdpersonage, maar met voldoende zelfspot om het leesbaar te houden.

Een sympatieke roman, maar niet meer dan dat.

Tao Lin - Taipei (Vintage, 2013) *


Hoog geprezen in de Amerikaanse pers als de stilist van de sociale media generatie, maar ik heb Taipei na dertig bladzijden weggelegd. Waarom zou ik dit in godsnaam lezen? Karakters zonder karakter, liefdesperikelen tussen jongvolwassenen, een oninteressante plot en slecht geschreven.

Het kan best zijn dat om redenen van 'political correctness' de Amerikaanse pers een schrijver van buitenlandse oorsprong omarmt die in het Engels schrijft over Amerika, andere redenen voor de goede kritieken zie ik niet.

Jim Crace - Six (Viking, 2003) ****½


Tot nu toe had ik enkel "Arcadia" van Jim Crace gelezen, en vond het maar zo-zo. Van "Six" heb ik echt genoten, en met volle teugen.

Het is het verhaal van een man die bij elke vrouw met wie hij een relatie aangaat, ook een kind verwekt, namelijk zes, vandaar ook de titel. De achtergrond is een stad in politieke rep en roer, die ook onderhevig is aan overstromingen.

Het perspectief is dat van de alwetende verteller, maar die, net zoals in de romans van Kundera, zich vragen stelt bij het gedrag van zijn personages, of er bij momenten zelfs door verrast wordt. Crace geeft commentaar en spaart zijn kritiek niet, hoewel die altijd warm is voor alle karakters in het boek, de man én de vrouwen. Zijn humor is uitermate fijnzinnig en scherp, net zoals zijn stijl. De zinnen zijn kort en hebben het ritme van poëzie, en in alle eerlijkheid kwamen herinneringen aan Ovidius opnieuw naar boven.

"He wants to say he feels besieged. Another child? He only has himself to blame. To be so fertile is a curse".

Lix, de hoofdfiguur, is een succesvol acteur, voor toneel, televisie en film, inclusief de televisie-soap "Don Juan Among The Feminists", maar ondanks de heldenverering die daarmee gepaard gaat, blijft hij onzeker in het echte leven, een anti-held eigenlijk die eerder weet wat hij niet wil dan wat hij wel wil.

"O yes, he was ashamed. How had he let the moment pass those many years ago? He should have said, 'Your pregnancy. Your body, yes. Your private life. But this is not your private kid! I have responsibilities and needs".

Het is lyriek van de beste soort, een mijmering over de liefde, kunstzinnig en verfijnd uitgebalanceerd over verschillende soorten relaties, van de meest vluchtige tot het langdurige huwelijk. Een kleinood om opnieuw te lezen.

Zijn nieuwe roman, "Harvest", genomineerd voor de Man Booker Prize, ligt klaar op het schap.



Friday, December 27, 2013

Grazyna Plebanek - Illegal Liaisons (New Europe Books, 2013) *


De plot is simpel : de thuisblijvende man van een ambitieuze Poolse ambtenaar bij de Europese Commissie gaat vreemd. De hele plot vindt plaats in Brussel, reden waarom ik de roman heb gekocht. Dit is zowat alles wat er te zeggen valt. De karakters zijn oninteressant, het gegeven saai, haar schrijfstijl vervelend, het opdissen van het Europese leventje in Brussel is irritant.

Een afrader!

Thomas Pynchon - Bleeding Edge (Penguin, 2013) ***½


Het is ongelooflijk dat we alweer een nieuwe Pynchon hebben, want de vorige, "Inherent Vice", dateert pas van 2009.

De setting is voor een keer New York, in plaats van de gebruikelijke West Coast. We bevinden ons 2001, vlak voor de val van de Twin Towers, en na de barsten van de dot.com bubble.

De hoofdfiguur is Maxine Tarnow, die haar eigen kantoor voor fraude-onderzoek heeft, en haar diensten verhuurt aan bedrijven of individuen die vrezen opgelicht te zijn. Zoals het Pynchon betaamt, komt Maxine terecht in een web van samenzweerderige individuen, met geheimzinnige transacties die plaatsvinden tussen kleine al dan niet failliete tech-bedrijven, al dan niet met medeweten van de Amerikaanse geheime diensten, Rusland en enkele sultans of organisaties in de Arabische wereld. Zoals het Pynchon betaamt, weet je uiteindelijk niet meer wie maffia is en wie overheid, en wie de goeden en wie de slechten zijn, en eerlijk gezegd, ook Maxine is niet echt behulpzaam om de zaken te helpen oplossen, en uiteindelijk blijkt de enige plek die nog te begrijpen valt, niets minder dan een soort Second Life te zijn, waar ook in realiteit verdwenen  en vermoorde individuen nog rondwandelen, maar of dat echt is of enkel als fake avatar blijft ook een raadsel.

Pynchon maakt er een prachtige cocktail van het hippe New Yorkse leven met karakters die meest trendy plekken van de beau monde frequenteren, maar verrassend tussen dit alles zijn de twee normale kinderen en de redelijk normale man van Maxine, die het hele gebeuren naast zich zien plaatsvinden zonder eigenlijk te beseffen in wat voor een ingewikkeld paranoïde complot hun moeder is verwikkeld, misschien nog wel het meest verrassende in het werk. In wezen is dit complot niet meer dan een aaneenrijging van sketches, die het sociale en financiële en techie leven van de New Yorkers aan de kaak stelt.

Waar je in de vorige romans van de grootmeester nog meegesleept werd in het vaak onbegrijpelijke gebeuren, is die positie hier helemaal verdwenen. Je leest mee van op een nog grotere afstand, met een satire die bij momenten wel geestig is, maar niet uitzonderlijk.

En dat is waar je mee blijft zitten, een detectiveroman met veel sociale satire, met het virtuoze taalspel voor de gelegenheid achterwege gelaten, met een context die niet echt vernieuwend is in zijn eigen oeuvre, enkel het decor is anders.

Tja ...

Knut Hamsun - Hunger (Farrar, Strauss & Giroux, 2008) ***


Knut Hamsun won de Nobelprijs literatuur in 1920. Zijn "Sult" of "Honger", heeft daar zeker toe bijgedragen. De roman brengt het relaas van een aan lager wal geraakte journalist, die zijn laatste centen verkwanselt en gaandeweg dakloos wordt en waanzinnig. Elke rationele gedachte en normaal gedrag verdwijnen en de aftakeling is voelbaar bij elke bladzijde de geschreven wordt. Als lezer wil je de man aanporren om zich te herpakken, om te stoppen die domme dingen te doen, omdat je weet, vermoedt, vreest dat ze hem geen soelaas gaan brengen, en wel integendeel, dat ze zijn situatie nog erger gaan maken.

Hamsuns kracht is dat hij deze aftakeling beschrijft vanuit zijn eigen ervaring als werkloze met twaalf stielen en dertien ongelukken. De roman is in de literatuurgeschiedenis een mijlpaal door zijn uitgebeende psychologische beschrijving van de gedachten en gevoelens van de ik-persoon, en in die zin een wegbereider voor de 20ste eeuwse roman, en vele grote schrijvers, waaronder Hemingway en Thomas Mann, zagen in hem een voorbeeld, vooral dan door het uiterst subjectieve perspectief, maar ook door het nihilisme en fundamentele eenzaamheid.

Voor een lezer vandaag is het uiteraard niet langer zichtbaar hoe vernieuwend de roman wel moet geweest zijn. Toch is hij het lezen waard, al was het maar voor de historische betekenis.

José Manuel Prieto - Rex (Grove Press, 2007) ****


In deze verbluffende roman is het hoofdpersonage, de ik-persoon, een jonge Cubaan die de privé-leraar wordt van een jonge Rus die met zijn ouders overwintert in het Spaanse Marbella. De ouders blijken banden te hebben met, en ook achtervolgd te worden door de Russische maffia. Hij is een wetenschapper, zij een beeldschone jonge vrouw. De ik-figuur geraakt verwikkeld in deze bizarre context. Het boek is geschreven als een relaas, als een verklaring, als een verre herinnering aan de jij-figuur, de jongen aan wie hij les moet geven.

Het meest verbluffende aan de roman is de unieke benadering van de plot door Prieto, en zijn hermetische schrijfstijl die het bijna onmogelijk maakt om echt goed te volgen wat er gaande is. Of anders gezegd, de plot ontvouwt zich mondjesmaat doorheen het mythisch-abstract verhaal dat de ik-persoon aflevert.

Zoals hij het zelf schrijft op de eerste bladzijde :

"Language, and aqueous thing, foundationless, a river of words. Yet how rapidly I sail along it, the mass of that river flowing beneath me: no mere suspension of sediment washed along by chance but the immense briny depths of a living liquid. And we can peer down and scrutinize its surface, see it at work, discover its life, watch its cells move and exchange information and energy without ever ceasing to transmit an idea. ... Not simply piecing together a more or less coherent story - making the sun come up, in the novel, over that red sea - but reducing the incredible life of that prose or song that lies beneath our own to its essence, as if the Writer had used blood where others only water, simple sea water".

De "Writer" is niet hemzelf, maar Marcel Proust, wiens "A La Recherche Du Temps Perdu" doorheen de roman wordt geciteerd, net zoals Shakespeare, Herodotus, Borges, Dostoyesvski, Molière, H.G. Wells, Lewis Carroll en velen meer, uiteraard zonder expliciete verwijzing of citaten.

De aanpak van Prieto is niets minder dan hypnotiserend en fascinerend, maar kan even zo goed bij lezers overkomen als irriterend en pedant. Over die laatste gevoelens heb ik me zelf heen moeten worstelen, tot je geen weerstand meer biedt, en gewoon meegesleurd wordt in Prieto's bizzarre taal-universum.

Eindelijk nog eens een schrijver die zijn taal doet werken, die er iets anders van maakt, die er nieuwe mogelijkheden in vindt en daardoor bij de lezer een andere leeservaring oproept, wel één die aandacht en volledige overgave vereist, maar daarom niet minder bevredigend is.



Raymond Queneau - Un Rude Hiver (Gallimard, 1939) ****


Een lichtjes absurd verhaal waar weinig in gebeurt, maar toch door zijn gewone dagelijksheid en door Queneau's eigen stijl en toon echt de moeite loont.

Het verhaal dateert van 1939 maar gaat over Bernard Lehameau (Hamlet in het Engels!), een soldaat die gekwetst is in de eerste wereldoorlog en terugkeert naar Le Havre in Frankrijk. Hij leert er twee kinderen kennen, Annette en Pol, met wie hij naar de bioscoop gaat. Hij gaat eten bij zijn broer die senator is. Hij ontmoet een Britse vrouwelijke soldaat op wie hij verliefd wordt, en waar hij mee naar bed wil. Ze wil echter maagd blijven tot haar huwelijk. Ze vertrekt met haar boot terug naar Engeland, maar die vergaat onderweg. Hij gaat op bezoek bij de oudste zus van Annette die prostitué is. Hij trouwt met deze laatste. Ze adopteren de kinderen Annette en Pol. Hij geneest en vertrekt opnieuw naar het front.

Queneau vertelt het verhaal in opperste eenvoud, maar diep onderliggend is de onzekerheid van de oorlog, van de relaties, van de familiale strubbelingen, de politieke tegenstellingen, en nog veel dieper, de pijn van de eenzaamheid.

Peter Stamm - Seven Years (Granta, 2012) *


Alex is een architect, net als zijn geliefde en latere vrouw. Hij komt na verloop van tijd de Poolse Ivona opnieuw tegen, een onaantrekkelijke, diep gelovige en passieve vrouw die zich onderdanig aan hem geeft. Om onbegrijpelijke redenen gaat Alex die relatie aan en onderhoudt ze ook. Hun architectenbureau lijdt onder de crisis en alles evolueert van kwaad naar erger.

Kortom, Zwitsers auteur Peter Stamm gebruikt een aantal tegenpolen, bouwt daar karakters rond en spint er een verhaaltje van. De karakters zijn ongeloofwaardig en hun relaties nog meer, precies omdat ze zo eendimensionaal zijn. Dat de hoofdfiguur zelf succes kan hebben in zijn zakenleven wordt compleet tegengesproken door zijn kortzichtige irrationele gedrag, dat bovendien karakter noch energie heeft. En dat deze man, die zogezegd een architecturaal visionair is, zich laat afzakken tot het misbruiken van een bijna achterlijke jonge vrouw, zonder zich daar al teveel vragen bij te stellen, is zo onrealistisch dat het pijnlijk is.

En mocht Stamm dan nog goed schrijven, dan kon het lezen van fraaie zinnen misschien nog bekoren, maar ook dat is middelmatig.

Links laten liggen, dus.