Tuesday, December 30, 2014

De Beste Romans van 2014

Het is altijd moeilijk een lijstje samen te stellen aan de hand van slechts vijfenveertig gelezen boeken dit jaar. Het was niet echt een jaar met sterke uitschieters of verbluffende vernieuwingen. Voor mij was het het jaar van de ontdekking van Karl Ove Knausgaard en zijn "My Struggle", waarvan ik de drie gelezen delen alle drie even hoog inschat. De eer van "beste roman" gaat naar Jim Crace's Harvest, een prachtig geschreven, bijna mythisch verhaal vol dreiging en eenzaamheid.

Beste romans van 2014
  1. Jim Crace - Harvest
  2. Martin Amis - Zone Of Interest
  3. Karl Ove Knausgaard - A Death In The Family, A Man In Love & Boyhood Island
  4. Haruki Murakami - Colorless Tsukuri Tazaki
  5. Julie Otsuka - The Buddha In The Attic
  6. Julia Deck - Viviane Elisabeth Fauville
  7. Laurent Binet - HHhH
  8. Boualem Sansal - Rue Darwin

Oudere aanraders en heruitgaven
  1. Mario Vargas Llosa - The Time Of The Hero
  2. John Steinbeck - Of Mice And Men
  3. Hans Fallada - Alone In Berlin
  4. Irène Némirovsky - Suite Française
  5. John Williams - Stoner 

Non-fictie
  1. Howard Bloom - The God Problem
  2. Arthur Herman - The Cave And The Light
  3. W.G. Sebald - A Place In The Country

Paul Woodruff - The Ajax Dilemma (Oxford University Press, 2011) ****


Tijdens de Trojaanse oorlog schenkt de Griekse leider, Agamemnon, het door de goden gemaakte harnas van de gesneuveld Achilles weg. Hij wil het harnas geven aan de meest verdienstelijke strijder uit zijn leger. Twee kandidaten komen in aanmerking : Ajax, de dapperste aller soldaten, de man die voor vier vecht, die altijd en overal klaarstaat en gevreesd wordt door de vijand. En Odysseus, de strateeg, de man van het woord en de listen.

Filosoof Paul Woodruff beschrijft het hele verhaal zoals we het kennen uit de Ilyas en ook van Sophocles' toneelstukken, en verzint er nog wat bij, over het eerste deel van zijn boek. Alle argumenten over wie het moet krijgen worden naar voor gebracht. En Odysseus krijgt het harnas. Woodruff gaat dan in een subtiele analyse van definities als beloning en erkenning, met bovenal het verschil tussen eerlijkheid en rechtvaardigheid (fairness vs justice). Zijn hele betoog gaat naar het feit is dat het beter is om rechtvaardig te verlonen, in het belang van de hele groep, en zodoende uitschieters als Odysseus beter te verlonen, zelfs al gaat dat in tegen de gevoelens van eerlijkheid en erkenning bij de rest van de groep. Een gewaagde analyse, zeker in deze tijd van toplonen, maar zijn betoog is sterk onderbouwd. We hebben leiders nodig, zo zegt hij, geen processen en principes om voor ons te beslissen.

Zijn uiteenzetting is dermate genuanceerd, dat ik me de bedenking maakte dat een stevig onderbouwd standpunt zoals het zijne nooit door politici of vakbonden zelfs maar besproken zou kunnen worden.

Monday, December 29, 2014

Karl Ove Knausgaard - Boyhood Island (Vintage, 2014) ****


Boek 3 van "My Struggle" brengt de familie Knausgaard tijdens de tienerjaren van beide zoons op het eiland Tromöya, hun vader volgend die leraar is in de plaatselijke school, en de moeder die werkt in een psychiatrische instelling. Chronologisch gezien vindt de handeling plaats voor "A Death In The Family", het eerste boek in de reeks.

Het verhaal begint als Karl Ove, nog in de kinderkoets, samen met zijn broer Yngve en zijn ouders in hun nieuwe huis aankomt. Het eindigt als hij in het zevende jaar zit en afscheid moet nemen van zijn klasmakkers. In de tussentijd maakt hij mee wat elk kind meemaakt : avonturen in de directe omgeving van het huis, stoere jongenspraat, frustraties, onbegrijpende ouders, eerste liefjes. In die zin een voorspelbare levensloop, en het is zoals in de andere boeken die herkenbaarheid die de reeks zo sterk maakt, vooral dan omdat de schrijfstijl en het inlevingsvermogen van Knausgaard die wereld van toen terug tot leven kan wekken. Uiteraard zijn alle details verzonnen, maar die haarscherpe beschrijvingen van jeugdige emoties, de raakheid van zijn pen, de gestage kadans van zijn verhaalontwikkeling maken dit opnieuw een sterk aan te raden roman.

Naast de ontdekking van de wereld door een jongetje, is ook de angst-haatrelatie met zijn vader de thematische rode draag in het verhaal, en vooral dan het conflict van de jongen die zijn grenzen moet verleggen, wetende dat hij door zijn vader zal worden gestraft, maar het toch doet, en dan verbazend genoeg ook af en toe niet wordt gestraft. Die onvoorspelbaarheid maakt het misschien nog erger.

Hebben we het nu nog niet gehad na drie boeken? Nee, eigenlijk niet. Er volgen er nog drie, en als ze even goed zijn als deze, kijk ik er nu al naar uit. Eerste jeugdliefdes en de dwingende macht van biologische lust bij pubers heb ik nergens zo mooi en echt beschreven gezien als hier. Alleen daarom al.

Haruki Murakami - The Strange Library (Alfred A. Knopf, 2014) ***


En dan heeft Murakami ook nog dit prachtige kortverhaal gepubliceerd. Dit is de Murakami uit zijn beginjaren, waarin de gebeurtenissen compleet irrationeel zijn. Zoals een moderne versie van Alice in Wonderland, stapt de ik-figuur, een tiener nog, uit de normale realiteit wanneer hij bij zijn wekelijks bibiliotheekbezoek naar een achterkamertje wordt gebracht, en daar in een andere, dreigende, gevaarlijke wereld terechtkomt.

Uiteraard en ondanks al het vreselijke en wonderlijke dat hem te wachten staat, blijft zijn gedachte bij zijn moeder, die moet worden verwittigd dat hij later thuis zal komen, zoals elk plichtsbewust kind zou zeggen.

Het boekje is bovendien een hebbeding, prachtig geïllustreerd en uitgegeven met grote prenten op elk blad, zoals in een kinderboek.

Het boek richt zich waarschijnlijk ook meer tot tieners dan tot volwassenen, hoewel iedereen er plezier aan zal beleven.

Hakuri Murakami - Colorless Tsukuru Tazaki and His Years of Pilgrimage (Alfred A. Knopf, 2014) ****


'Colorless' Tsukuru Tazaki heeft een probleem. Zijn vroegere boezemvrienden, alle vier met de naam van een kleur, hebben hem ooit verstoten, en zovele jaren later heeft hij nog altijd het raden naar de reden hiervan. Zijn nieuwe vriendin raadt hem aan ze opnieuw op te zoeken en hen te gaan vragen wat er toen gebeurd was.

Tazaki zoekt hen dan een voor een op, en krijgt andere reacties dan vewacht van zijn vroegere vrienden, om op het eind van het boek de ware toedracht te horen.

Dit is weer de betere Murakami, veel beter dan 1Q84, economischer, eenvoudiger, rechtlijniger en misschien ook fijnzinniger. Murakami is de specialist van de zachte hand, van de menselijke eenvoud, van de lichte stijl die de diepere lagen van hardheid, complexiteit en onbegrip verhullen. Tazaki stapt terug in de tijd, op zijn pelgrimstocht naar zijn vrienden om dit onbegrip, dit mogelijk misverstand op te helderen en met zichzelf in het reine te komen.

Zelfs als deze roman in wezen realistisch, ook nu is Murakami de meester van de scheiding tussen droom en realiteit, tussen gedachte en gebeurtenis.

"Haida was standing in a corner of the dark room, staring down at Tsukuru, who lay faceup on the bed. (...) What is Haida doing here? Why is he standing there, staring so intently at me? This isn't a dream, Tsukuru decided. Everything is too distinct to be a dream. But he couldn't possibly say if the person standing there was the real Haida. The real Haida, his actual flesh and blood, was sound asleep on the sofa in the next room. The Haida standing there must be a kind of projection that had slipped free of the real Haida. That's the way it felt. Tsukuru didn't feel that this presence was threatening, or evil. Haida would never hurt him - of this, Tsukuru felt certain. He'd known this, instinctively, from the moment they first met".

Murakami : het ongrijpbare eenvoudig gebracht.

Een aanrader!

Sunday, December 28, 2014

Martin Amis - The Zone of Interest (Jonathan Cape, 2014) ****½


Eindelijk nog eens een Martin Amis roman die goed is. Paul Doll is de baas van het nazi-concentratiekamp van Auschwitz, en ontevreden met de orders en de bureaucratie van zijn leiders, gehuwd met Hannah die niet meer van hem moet hebben (en wiens eerste liefde, een communist, van de aardbodem verdwenen is). Ze wonen in een prachtige villa een eind van het kamp vandaan, samen met hun twee dochters. Hannah wordt het hof gemaakt door Gollo Thompsen, de ariër, nazi en beschermeling van zijn oom Bormann. Tot slot is er Szmul, een joods gevangene die de Duitsers moet helpen om hun klussen te klaren.

Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de vier personages, en Amis slaagt er wonderwel om ze elk hun eigen stem en benadering te geven, en dat is Amis op zijn best, de toon er telkens lichtjes overtillend, om de karakters wat meer te benadrukken, alsook hun visie op het nazisme en de activiteiten in het kamp. Ze zijn alle vier "gewone" mensen, in die zin dat ze in een systeem zitten waar ze eigenlijk niet uit geraken, en dus maar aan mee doen, zonder er echt ook honderd procent achter te staan, zonder het ook heel sterk in vraag te stellen.

Amis is een satiricus, een verbluffend stilist die zijn pen diep in de vitriool doopt om de dwaasheid der mensen aan de kaak te stellen. En dat doet hij hier ook, en dan nog wel uitzonderlijk goed. Het is eenvoudiger om sarcastisch te schrijven over derden. Hier zit het sarcasme ingebakken in de eigen verslagen van de vier vertellers, zonder dat ze zich hier echt van bewust zijn. Ze presenteren hun eigen kleine kantjes op een blaadje. Deze pietluttigheden, en hun kleine verlangens en frustraties worden geplaatst tegenover de grootste horror die de mensheid ooit heeft gekend, en toch belangrijker geacht.

Amis' beeld van de mensheid is er niet zachter op geworden. De "Zone of Interest" is dus niet enkel de plek waar de joden worden vergast. De "zone of interest" is dus wel degelijk het "ik, mij en mezelf" van de kleine burger die enkel aan zichzelf denkt.

Een sterke roman.

Gustavo Faverón Patriau - The Antiquarian (Black Cat, 2010) **


In "The Antiquarian" bezoekt Gustavo een vroegere vriend, Daniel, een moordenaar die nu is geïnterneerd in een psychiatrisch ziekenhuis. Het bezoek leidt tot een verklaring van de moordenaar om de waarheid aan het licht te brengen, en Gustavo, de verteller, gaat op zoektocht. De tocht zelf is er één die realiteit, dromen en fictie door elkaar weeft, dit alles tegen de achtergrond van de dictatuur in het Zuid-Amerika van enkele decennia geleden. Het wordt een duik in de waanzin zelf, in al zijn vormen.

Faverón Patriau's stijl is gezocht en pretentieus, met de ambities van de grote Latijns-Amerikaanse schrijvers maar dan zonder het talent. Zijn personages zijn oninteressant en zo ook de plot.




Halldór Laxness - Independent People (Vintage Books, 2008)


Het enige onuitgelezen boek van het jaar. Ik heb meer dan honderd bladzijden gelezen, maar dit Ijslandse 'meesterwerk' raakte me niet. Misschien dat het harde leven, het harde overleven van de oude boer en zijn bruid, hun dagelijkse worsteling met elkaar, hun schapen, de dorpelingen en de harde natuur te ver van mijn bed zijn. Je kan waardering opbrengen voor Gudbjartur Jonsson's strijd om onafhankelijk te zijn, op zijn eigen stuk land, met zijn eigen lot in handen, te trots om toegevingen te doen, maar honderd bladzijden waren genoeg.

Ik laat anderen met meer geduld en kennis aan hun oordeel.

Richard House - The Kills (Picador, 2013) **


Misschien dat de "Longlisted for the Man Booker Prize" op de cover mij over de brug heeft getrokken om deze klepper van duizend bladzijden te kopen, misschien de omschrijving als een mix van John LeCarré en Roberto Bolaño, feit is dat het allemaal weer zeer misleidend is geweest. Het boek brengt eigenlijk vier romans samen : "Sutler", "The Massive", "The Kill" en "The Hit", die qua plot verwant zijn.

Het verhaal begint in Irak, waar de toeleveranciers van het Amerikaanse leger de opdracht krijgen om hun bases op te doeken, en de baas van één van die bedrijfjes slaagt erin - mede door de bureaucratisch-administratieve mogelijkheid ervan - om miljoenen dollars naar geheime rekeningen over te zetten voor opdrachten die werden goedgekeurd, maar door het stopzetten van de activiteiten nooit uitgevoerd. Sutler, de man die de opdracht krijgt voor de transfer, krijgt zelf een deel van het bedrag op een persoonlijke rekening gestort, waarna de baas aan de buitenwereld laat weten dat Sutler met het volledige bedrag aan de haal is gegaan. De jacht op Sutler kan beginnen. Het lijkt een originele plot voor een meeslepende thriller, en zo start het verhaal ook, maar dan zonder de spanning.

House weeft de plots en de subplots en de personages door elkaar in een zeer beschrijvende, neutrale stijl. Je weet als lezer eigenlijk nooit wat er echt gaande is, en het enige gevoel dat je overhoudt is dat er veel meer aan de hand is dan we aan de oppervlakte merken en weten. Dit lijkt wat Pynchonesk, maar zelfs al zit er wat paranoïa in de romans, dit komt nog niet aan de enkels van Pynchon. En de overdaad aan moorden en de lugubere vorm ervan, zeker naar het einde toe, zou eventueel nog van heel ver kunnen doen denken aan Bolaño's 2666, maar ook dan niet verder reikend dan de andere enkel. John LeCarré misschien eerder, misschien tot kuithoogte. En dan blijf je natuurlijk op je honger zitten. Waarom heeft House dit boek geschreven? Het blijft me een raadsel, en hopelijk voor u ook.

Maar ik had beter mijn eigen blog geraadpleegd, want ik had Richard House zijn "Uninvited" eerder besproken, en ook toen dat was niet veel soeps.

Mario Vargas Llosa - The Cubs And Other Stories (Faber & Faber, 1975) ***½


Met de debuutroman van Mario Vargas Llosa nu ook achter de ogen, kan ik zeggen dat ik zijn hele oeuvre aan fictiewerken heb gelezen. De verhalen uit deze in 1959 gepubliceerde bundel gaan over stoere jongens in het Lima van de jaren '50, jongens uit het volk op zoek naar de pikorde binnen hun groep, of op zoek naar een groep die hen beter past.

Vargas Llosa's talent is duidelijk bij het lezen van deze zeven verhalen, die elk al hun eigen karakter en schrijfstijl hebben, van de vage wij-vorm en eliptische stijl van het titelverhaal, tot de sterk dialogerende vorm van "The Leaders".

Hierbij zijn bibliografie, met aanduiding van mijn waardering : "Conversation In The Cathedral", "The War Of The End Of The World" en "The Feast Of The Goat" zijn meesterwerken. De rest is het lezen meer dan waard.

1959 – Los jefes (The Cubs and Other Stories, 1979) ***½
1963 – La ciudad y los perros (The Time of the Hero, 1966) ****
1966 – La casa verde (The Green House, 1968) ***
1969 – Conversación en la catedral (Conversation in the Cathedral, 1975) *****
1973 – Pantaleón y las visitadoras (Captain Pantoja and the Special Service, 1978) ****
1977 – La tía Julia y el escribidor (Aunt Julia and the Scriptwriter, 1982) ***½
1981 – La guerra del fin del mundo (The War of the End of the World, 1984) *****
1984 – Historia de Mayta (The Real Life of Alejandro Mayta, 1985) ****
1986 – ¿Quién mató a Palomino Molero? (Who Killed Palomino Molero?, 1987) ****
1987 – El hablador (The Storyteller, 1989) ***½
1988 – Elogio de la madrastra (In Praise of the Stepmother, 1990) ***
1993 – Lituma en los Andes (Death in the Andes, 1996) ****
1997 – Los cuadernos de don Rigoberto (Notebooks of Don Rigoberto, 1998) ****
2000 – La fiesta del chivo (The Feast of the Goat, 2001) *****
2003 – El paraíso en la otra esquina (The Way to Paradise, 2003) ***
2006 – Travesuras de la niña mala (The Bad Girl, 2007) ****
2010 – El sueño del celta (The Dream of the Celt, 2010) ***



Mario Vargas Llosa - The Storyteller (Faber & Faber, 1987) ***½


"El Hablador", brengt het verhaal van twee Peruviaanse studenten, de ik-figuur en 'Mascarita', zijn briljante maar in het gelaat verminkte vriend, die elkaar uit het oog verliezen. Als de schrijver op een fototentoonstelling in Firenze zovele jaren later de stam herkent waar zijn vriend zou aan verknocht was, graaft hij terug in de tijd om zijn relaas te doen.

Vargas Llosa doet dit met verve : wie zou uit onze beschaving treden om alles wat we geleerd hebben over rationaliteit en wetenschap overboord te gooien en in een samenleving te gaan wonen die niet beter weet dan bijgelovig te zijn. Kan iemand deze waarheden achter zich laten om zich toch op een authentieke manier in te burgeren in een andere samenleving? En is wat de schrijver zich voorstelt en tot leven wekt, wel echt waar? Is het allemaal zo gelopen? Of is 'Mascarita', van joodse oorsprong, gewoon naar Israel vertrokken?

Het is ook een verhaal over literatuur en de kracht van het woord. Bij de Machiguengas zijn de verhalenvertellers bij de belangrijkste leden van de stam. Ze reizen van het ene dorp naar het andere om nieuws te brengen, maar ze horen zelf nergens bij. Hun komst wordt gevierd en de stam luistert ademloos naar de uren nieuws die de verhalenverteller brengt van andere stamgenoten op dagen afstand in het Amazonewoud, maar ook verhalen over de goden of over dromen en hallucinaties, en wat hij vertelt heeft waarheidsgehalte voor de luisteraars.

De ikfiguur heeft respect en bewondering voor Mascarita, maar schijnt hem ook niet te kunnen volgen, ondanks zijn bezoek aan de stam. Mario Vargas Llosa is een fantastisch sterke schrijver en dat bewijst hij hier opnieuw. Als een realistisch verhaal, met een voor hem weinig gebruikelijke ik-verteller, maar zoals gewoonlijk opgebouwd met precisie en vakmanschap, en de grote vragen van het leven stellend, zelfs in deze extreme context.


Ernest Hemingway - The Garden Of Eden (Grafton, 1988) ***


Dit is Heminway's laatste en onafgewerkte roman, een erotisch kleinood vol traag opgebouwde spanning. De schrijver David Bourne is pas getrouwd en leeft met zijn Catherine in het zuiden van Frankrijk, als een soort huwelijksreis die hem tegelijk de kans geeft verder te schrijven aan zijn oeuvre.

Aan de ydillische en zonovergoten vakantiesfeer komt een duistere kant te staan, als de verveelde Catherine een spel van personagewissels begint door te voeren, met haarzelf als jongetje in de relatie, hem nadien verplichtend om hetzelfde kapsel te krijgen, hun relatie kruidend door er een tweede vrouw bij te brengen, en dit alles overgoten met liters whisky, absynth en andere cocktails. Gaandeweg begint de tekst van de schrijver ook vorm te krijgen, een relaas van zoon tegenover vader in de brutale en genadeloze houding van koloniaal in Afrika. Het is een strijd van jager tegenover prooi, van macht tegen onmacht, van leven tegen dood.

En zoals de titel het aangeeft, vanuit de eerste weken van het samenzijn van een man en een vrouw is de doodzonde als ergens aanwezig, nestelt het kwade zich als een aantrekkelijke, erotiserende en vernietigende kracht in de relatie.

Hemingway heeft vijftien jaar gewerkt aan deze roman, en nooit afgewerkt. Het is duidelijk dat gaandeweg de tekst die de David Bourne schrijft, als een soort parallelverhaal, meer en meer ruimte krijgt, en het is ook niet duidelijk of het einde zoals het er vandaag staat ook het uiteindelijke slot zou zijn geworden. Hoe dan ook, is dit werkje sterk aan te raden. Weinige auteurs konden of kunnen zo economisch schrijven, met zoveel zeggingskracht en suggestiviteit, maar het trage en intense ritme is misschien nog het meest verbluffende aan deze roman.



Laurent Binet - HHhH (Grasset, 2009) ****


De titel van de roman verwijst naar de zin "Himmlers Hirn heisst Heydrich" : de hersenen van Himmler heten Heydrich. Dit boek een roman noemen is eigenlijk fout. Je kan het bijna een anti-roman noemen. Binet probeert een getrouwe weergave te geven, gebaseerd op feiten, documenten en overleveringen, van de moord op Heydrich in Praag in 1942. Reinhard Heydrich was de architect van de holocaust, de Reichsprotektor van Bohemië en Moravië , de stichter van de gevreesde Sicherheitsdients (SD), ook nog de "beul van Praag" of de "beenhouwer van Praag" genoemd.

Het verhaal van de aanslag op Heydrich door Jan Kubis en Jozef Gabcik, een Tsjech en een Slovaak, getraind en gedropt door het Britse leger, is gekend en al uitvoerig beschreven. Beide mannen bereidden zich maanden voor en hielden zich schuil tot het juiste moment gekomen was om hun aanslag op Heydrich te plegen. De beul van Praag werd niet onmiddellijk gedood, maar stierf wel een week later aan zijn verwondingen. De wraak van de SS op de dorpen waar beide vrijheidsstrijders vandaan kwamen was even meedogenloos als Heydrichs houding tijdens zijn leven was geweest. Lidice werd met de grond gelijk gemaakt en elke man in het dorp werd geëxecuteerd en alle vrouwen en kinderen naar concentratiekampen afgevoerd.

Binet, die zelf leraar Frans in Praag is geweest, brengt het allemaal opnieuw bijeen in dit verhaal, in deze zoektocht naar de waarheid achter de mythe, telkens opnieuw de onwaarheden in andere films, romans en verslagen eruit filterend, tot we komen tot wat we eigenlijk weten. Twijfel is zijn ordewoord, gekoppeld aan een weerzin van het individu dat hij beschrijft. Binet defictionaliseert zijn onderwerp, maar zijn bijna persoonlijke afkeer van Heydrich maakt dit een verhaal dat ook geen geschiedschrijving kan worden genoemd, daarvoor is de ik-figuur van Binet te sterk verweven in het boek.

Een antiroman? In elk geval zeker het lezen waard.

Friday, December 26, 2014

John Steinbeck - Of Mice And Men (Penguin, 1937) *****


Een klassieker uit de vorige eeuw, maar ik had hem nooit gelezen. Nu wel, en het is een sterk verhaal. Kort, prachtig opgebouwd, heerlijk verteld, en met ruige karakters die zowel ongecompliceerd als vol zijn, tegenover elkaar geplaatst als pionnen op een schaakbord, maar zonder te vervallen in stereotypes. 

Het verhaal is dat van twee mannen, George en Lennie, een pezige kleine man en een domme brute kracht, die werk krijgen op een ranch ergens in de Midwest. Daar krijgen ze hun intrek bij de andere ranchwerkers, en de laffe zoon van de eigenaar maakt Lennie al snel tot mikpunt van spot. Lennie heeft de geest van een kind, en houdt van tederheid, zoals het strelen van muisjes, die hij jammer genoeg doodknuffelt, een fout die hij nadien herhaalt bij een klein hondje. Het conflict tussen zijn machteloze onschuld en onbeheerste kracht leidt tot de ontknoping van het verhaal, dat aanzet tot denken over goed en kwaad, macht en onmacht, rijkdom en armoede, dromen en realiteit. En bovendien knap geschreven in een zeer direct proza vol kleurrijke dialogen en ditto taalgebruik. 

Wednesday, August 6, 2014

Karl Ove Knausgaard - A Man In Love (Vintage, 2013) ****


In deel twee van "My Struggle" graaft Knausgaard verder in de volgende fase van zijn leven. Hij is gehuwd, met twee dochters, is verhuisd naar Zweden, en hij spendeert zijn tijd aan hen en aan zijn schrijven. Hij analyseert zijn leven en zijn omgeving en zijn vrienden en zijn gezin en zijn familie met meedogenloze precisie, op zoek naar wat hij betekent in dit leven, welk leven hij kan creëren uit de dualiteit van persoonlijk verlangen en morele plicht, tussen zelfopoffering en egoïsme, slalommend tussen relaties en gevoelens.

Zijn pen is vlot, en het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend om met de juiste dosis details een realistisch beeld te schetsen, maar dan tegen een kadans die je doet blijven lezen, en zijn kunst om een evenwicht te vinden tussen heden en verleden is verbluffend, tussen beschouwingen over literatuur en maatschappij en nog andere tussenpauzen met bedenkingen en kortere berichten die schijnbaar uit het geheugen naar boven borrelen, maar die alle samen een sterk geconstrueerd weefsel van tekst vormen, zonder dat de lezer het merkt. Hier is aan gewerkt, hier is zeer hard aan gewerkt.

Knausgaard met evenveel liefde trivialiteiten vertellen over zijn dochters of partners, over eten maken en wandelingen met de kinderwagen en uitstapjes en verjaardagsfeestjes, als met passie over Dostojevski of Hölderlin schrijven als zichzelf zonder enig medelijden verwensen, zijn aarzelingen, zijn schuchterheid in het publiek, zijn rotkarakter, zijn goed hart, alle conflicterende gevoelens en eigenschappen die een mens een mens maken.

Hoewel het recept hetzelfde is als deel 1, blijft het toch sterke literatuur. Nog vier delen te gaan.





W.G. Sebald - A Place In the Country (Penguin, 2013) ****


Het is aan weinigen gegeven om een het werk van andere schrijvers te bespreken in een stijl die even, zo niet meer literair is dan de besproken werken. Sebald is één van die weinigen, die vol enthousiasme en met een groot hart schrijft over kunstenaars die hem boeien. In dit geval bespreekt hij de levens en werken van Johann Peter Hebel, Jean-Jacques Rousseau, Edward Mörike, Gottfried Keller, Robert Walser en Jan Peter Tripp, met uitzondering van Rousseau allen grote onbekenden voor mij.

Sebald maakt geen wetenschap van zijn essays, het zijn eerder zoektochten in de eigenheid van de schrijver, in de context waarin werd geschreven, met als enige bedoeling om zijn bewondering voor de auteurs weer te geven, maar zonder daarom alle kritische zin op te geven. Het gaat Sebald zelfs niet om de hoge literaire waarde van de auteurs, maar eerder om hun passie, hun obsessie, hun waanzin die hen aanzette om van tekst hun leven te maken.

Zo beschrijft hij hoe Hebel, de man die kortverhalen schreef maar ook mee de "huiskalender" opstelde, de verspilling van de oorlog aan te klagen door te berekenen dat om een schip te maken 1000 bomen nodig zijn, 200.000 pond ijzer, 6.500 el canvas voor de zeilen, 164.000 pond touwen en tuig, of in totaal een gewicht per boot van 5 miljoen pond, en dit is zonder de bemanning, de voorraden en de wapens mee te rekenen, met als enig doel om gezonken te worden bij de eerste zeeslag. Wat een verspilling.

Sebald is ook het verbanningsoord van Jean-Jacques Rousseau gaan opzoeken, op het Isle St. Pierre in het meer van Bienne bij Bern in Zwitserland, waar de Franse filosoof enkele jaren verbleef. Sebald is er enkele weken gebleven, heeft er de werken die Rousseau er schreef gelezen, is nadien de originele stukken in verschillende Europese bibliotheken gaan bekijken en is zelfs naar Corsica het kasteel gaan bezoeken waar Rousseau zou hebben gewoond had hij toen aanvaard om gouverneur van het eiland te worden, wat hij afwees omdat hij een gebrek aan comfort vreesde. Het resultaat van al dit onderzoek balt Sebald in een kleine twintig bladzijden. Omdat Rousseau verslaafd was aan schrijven, verplicht hij zichzelf om alle planten op het eilandje te verzamelen en in kaart te brengen, enkel en alleen om niet te hoeven denken en schrijven.

Robert Walser leefde van 1878 tot 1956 in bittere armoede, en dit ondanks literaire erkenning, en eindigde zijn leven in eenzaamheid in verschillende sanatoria waar hij na een zenuwinzinking terecht was gekomen. Sebald beschrijft hoe Walser zelfs de kleinste objecten, zoals assen, een naald, een potlood, een lucifer leven kon inblazen, kleine dingen die hij nog bezat. Hij citeert de volgende zin van Walser over as :

"Indeed, if one goes into this apparently uninteresting subject in any depth, there is quite a lot to be said about it which is not at all uninteresting; if, for example, one blows on ash it displays not the least reluctance to fly off instantly in all directions. Ash is submissiveness, worthlessness, irrelevance itself, and best of all, it is itself pervaded by the belief that it is fit for nothing. Is it possible to be more helpless, more impotent, and more wretched than ash? Not very easily. Could anything be more compliant and more tolerant? Hardly. Ash has no notion of character and is further from any kind of wood than dejection is from exhiliration. Where there is ash there is actually nothing at all. Tread on ash, and you will barely notice that you've stepped on anything".

Sebald gaat dan zelf verder : "The intense pathos of this passage - there is nothing which comes near it in the whole twentieth-century German literature, not even in Kafka - lies in the fact that here, in this apparently casual treatise on ash, needle, pencil and matchstick, the author is in truth writing about his own martyrdom, for these four objects are not randomly strung together but are the writer's own instruments of torture, or at any rate those which he needs in order to stage his own personal auto-da-fé - and what remains once the fire has died down".

Literatuur over literatuur. We love it.

Zelfs voor ignoramussen als uw dienaar die al deze auteurs niet kende, blijft dit boek(je) het lezen waard.




Dan Barker - Godless (Ulysses Press, 2008) ***

 
Het boek wordt aangeprezen met de ondertitel 'hoe een evangelische priester een van Amerika's leidinggevende atheïsten werd', maar gelukkig gaat dit boek over iets anders. Barker begint uiteraard met zijn eigen verhaal, over zijn geloof in god, over zijn werk als dominee, en over hoe hij gaandeweg zijn geloof verloor.

Maar de rest van het boek is beter, en belangrijker. Dat gaat over moraal en religie, over de wreedheden die in de bijbel staan en die geen mens vandaag zijn ergste vijand toewenst, over de tegenstrijdigheden, en over hoe je een goed mens kan zijn zonder gelovig te zijn. Dit laatste aspect is een zeer Amerikaans argument dat bij ons minder nodig is, maar het centrale deel van het boek, de opsomming van de tegenstrijdigheden, of nog het woordelijk overnemen van de tien geboden, waren een revelatie voor mij. Terecht merkt Barker op dat de geboden die wij kennen, eerder in de Exodus aan bod kwamen, op de 'stenen tafelen' die Mozes zelf stuk heeft geslagen. Toen god hem dan de finale versie gaf, luidde die als volgt.


Exodus 34 :
10 De HEER antwoordde: ‘Ik wil een verbond sluiten. Voor de ogen van heel je volk zal ik zulke wonderbaarlijke daden verrichten als er onder geen enkel volk op aarde ooit verricht zijn, en het hele volk dat bij jou is, zal zien welke ontzagwekkende dingen ik, de HEER, voor jou zal doen. Jullie moeten je houden aan de geboden die ik je vandaag geef. Ik zal de Amorieten, de Kanaänieten, Hethieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten voor je verdrijven. 12 Wacht je ervoor een verbond te sluiten met de inwoners van het land waarheen je op weg bent, want dat zou jullie ondergang zijn. 13 Breek hun altaren af, verbrijzel hun gewijde stenen en hak hun Asjerapalen om, 14 want jullie mogen niet voor een andere god neerknielen. De HEER, de Afgunstige, duldt immers geen andere goden naast zich. 15 Sluit geen verbond met de inwoners van dat land, want wanneer die zich met hun goden afgeven en offers aan hen brengen, zouden ze jullie uitnodigen om aan hun offermaaltijden deel te nemen. 16 En als jullie uit hun dochters voor je zonen vrouwen kiezen, en die vrouwen geven zich met hun goden af, zullen ze ook je zonen daartoe verleiden. 17 Maak geen godenbeelden. 18 Vier steeds het feest van het Ongedesemde brood, en wel op de daarvoor vastgestelde dagen van de maand abib, de maand waarin jullie weggetrokken zijn uit Egypte. Eet dan zeven dagen lang ongedesemd brood, zoals ik je heb opgedragen. 19 Alles wat als eerste de moederschoot verlaat behoort mij toe. Ieder eerstgeboren mannelijk dier van je kudde is voor mij, zowel van je runderen als van je schapen en geiten. 20 Elk eerstgeboren veulen van een ezel moet je vrijkopen met een schaap of geit. Koop je het niet vrij, dan moet je het de nek breken. Ook alle oudste zonen moet je vrijkopen. Niemand mag met lege handen voor mij verschijnen. 21 Zes dagen lang mag je werken, maar op de zevende dag moet je rust houden, ook in de ploegtijd en in de oogsttijd. 22 Vier het Wekenfeest wanneer je de eerste opbrengst van de tarweoogst binnenhaalt, en het Inzamelingsfeest wanneer het jaar ten einde loopt. 23 Driemaal per jaar moeten alle mannen voor de Machtige, de HEER, de God van Israël, verschijnen. 24 Ik zal de andere volken voor jullie verdrijven en je een uitgestrekt gebied geven; niemand zal dan je akkers in bezit durven nemen wanneer je driemaal per jaar op reis gaat om voor de HEER, je God, te verschijnen. 25 Als je een offerdier voor mij slacht, mag het bloed van het dier alleen vloeien wanneer er niets aanwezig is dat zuurdesem bevat, en van het offerdier voor het pesachfeest mag niets tot de volgende morgen bewaard worden. 26 De allereerste opbrengst van je akker moet je naar het heiligdom van de HEER, je God, brengen. Een geitenbokje mag je niet koken in de melk van zijn moeder.’ 27 De HEER zei tegen Mozes: ‘Stel deze geboden op schrift, want op grond van deze geboden sluit ik met jou en de Israëlieten een verbond.’ 28 Veertig dagen en veertig nachten bleef Mozes daar bij de HEER, zonder te eten of te drinken. En hij schreef de tekst van het verbond, de tien geboden, op de platen.

Dit is dus de tekst die de finale tien geboden bevat. Slechts 20% komt overeen met de eerste tekst, van Exodus 20. Is god van gedacht veranderd? Waarom? En waar slaan deze geboden op? Is god een kok geworden?

Barker wijst ook op de belangrijkste andere tegenstrijdigheden die te vinden zijn in bijbel, zowel in het oude als het nieuwe testament.

Niemand die ons daar op school of in de kerk ooit iets over heeft gezegd.


Edward O. Wilson - The Social Conquest Of Earth (Liveright, 2013) ****


Tijdens mijn studies antropologie heb ik ooit het boekje "The Use And Abuse of Biology : An Anthropological Critique of Sociobiology", van Marshall Sahlins moeten lezen, een sterke kritiek op de sociobiologie zoals die door Edward O. Wilson werd geponeerd, en die verketterd werd als sociaal determinisme en biologisch kapitalisme, waarschijnlijk deels omdat het hele veld van sociologie en antropologie was ingepalmd door Marxistisch beïnvloede "wetenschappers", en deels omdat het niet kon dat een bioloog zich op het terrein van de socioloog begaf.

In dit boek geeft E.O. Wilson een populair-wetenschappelijk overzicht van al zijn bevindingen, die deels zijn opgebouwd rond zijn veldwerk bij mieren en andere insecten, en die ook analoge processen kennen bij de mens. De basis van zijn stelling is dat evolutie verloopt door "groep-selectie", eerder dan selectie door verwantschap ('kin selection'). Hij noemt dit "eusociale evolutie".

Hij begint met een overzicht van de evolutie van de mensheid, telkens wijzend op het belang van groepsdenken en - gedrag op overlevingskansen, evenals het belang van taakverdeling. Het is duidelijk dat de meest succesrijke soorten op onze aardbol als groep ageren. Hij gaat dan na wat precies de menselijke natuur uitmaakt, en onderzoekt het ontstaan van cultuur, taal en religie, en hun belang bij groepsevolutie.

Nu zijn we op een punt gekomen dat ons succes zich tegen ons riskeert te keren, en we zijn onze wereld grondig om zeep aan het helpen. Ons ingebakken stamdenken moet plaatsmaken voor een ruimer denken van onze soort en de omgeving als groep. Godsdienst en andere ideologieën, van zowel rechts als links, moeten als elementen van een verouderd denken worden gezien.

Een stevig betoog, goed onderbouwd en gedocumenteerd, vol interessante wetenswaardigheden, en vlot geschreven.

Maya Angelou - I Know Why The Caged Birds Sing (Random House, 1970) ***


De Amerikaanse schrijfster Maya Angelou stierf eind mei van dit jaar, en op vakantie in Toronto een week later heb ik haar meest gekende boek in een ramsj-zaak gekocht.

Het is haar eigen verhaal, en dat van haar oudere broer, die opgroeien in de winkel van hun grootmoeder in de zwarte wijk van Stamps, Arkansas. Het verhaal begint als Maya drie jaar is, en het eindigt op haar zeventiende, en ook al is het deels een "coming-of-age" roman, het is ook een verhaal van racisme, van ouder-kind relaties, van onwetendheid, en van brutaliteit.

Angelou schrijft vlot, vol schrijfplezier, vol sympathie voor haar personages, ook al zijn het levensechte personen. Ze schrijft uit het hart, als een verteller, met korte gebeurtenissen en anecdotes die het verhaal veel vaart geven.

Geen grote literatuur, wel het lezen waard als een getuigenis vol plezier en afschuw van een realiteit die gelukkig - hopelijk - lang achter ons ligt.


Julia Deck - Viviane Elisabeth Fauville (Les Editions de Minuit, 2012) ****


"Viviane Elisabeth Fauville" is een prachtig opgebouwde roman, waarin het hoofdpersonage in het eerste hoofdstuk haar psychiater vermoordt omdat die doof blijft voor haar echte noden. Ze is net van haar man gescheiden en leeft met haar pas geboren baby in een nog half bemeubeld appartement. Haar job als communicatieverantwoordelijke van een cementbedrijf heeft ze tijdelijk overgelaten aan een tijdelijke vervangster.

Deck spreekt haar personage toe, in de "vous" vorm, net zoals Maria Vargas Llosa deed in zijn roman over Paul Gauguin, hoewel het hier beter lukt, misschien omdat Deck afwisselt met derde persoon en eerste persoon. Het effect hiervan is duidelijk : Viviane is compleet van slag. Wat is haar realiteit, wat is de objectieve realiteit, en waar komen irrationaliteit en verzinsel samen?

Deck slaagt er bovendien in om spanning in het verhaal te brengen als in een echte detectiveroman, met politie-onderzoeken, en haar eigen onderzoek naar de andere personages die worden verdacht van de moord. Ze gaat ze opzoeken om hun verhaal te horen. Haar verhaal en de realiteit worden door elkaar verstrengeld in deze zoektocht. Ze is op zoek naar zichzelf, in een mist van tegenstrijdige gevoelens en zelfs waarnemingen, terwijl rond haar de politie op zoek is naar de dader.

De kracht van het verhaal ligt in de opbouw, maar ook in de zin voor detail die Deck oproept, met een bijna obsessionele precisie, zoals een George Perec, met opsommingen van de harde realiteit, als een houvast in de onzekere, en bedreigende omgeving.

Knappe roman.