Sunday, June 29, 2008

Philippe Claudel - Le Rapport De Brodeck (Stock, 2008) ****½

De vorige roman van Philippe Claudel, "Les Âmes Grises", was een absoluut meesterwerk van taal, compositie, sfeer en wereldbeeld. "Le Rapport De Brodeck" gaat voort in die trant, maar is een stuk ambitieuzer, veel volumineuzer ook. Het is Claudels beeld van de wereld en de mensheid, samengebald in het verhaal van een dorp, in een niet nader genoemd land, zoiets tussen Frankrijk en Duitsland, met duidelijke verwijzingen naar de situtatie van de tweede wereldoorlog en de vernietigingskampen zonder ze als dusdanig te noemen. Het verhaal schuift in elkaar als een reeks matroesjka's, het verhaal van het individu is dat van het dorp is dat van het land is dat van de mensheid is dat van de cosmos. En waar je denkt dat de ene slecht is en de andere goed, komt daar plots in het dorp een vreemde figuur binnen, met de gegeven naam "Der Anderer", een halve fantasiefiguur, vreemd uitgedost en glimlachend. Deze "Andere" houdt het dorp een soort spiegel voor, zegt niets, maar weerkaatst het goede en het slechte, en brengt naar boven wat niemand verwacht. Zonder dat hij daarom veel hoeft te doen. Omdat hij moeilijk te vatten is, en nogal zwijgzaam is, denkt iedereen dat hij meer weet, dat hij op de hoogte is van hun misstappen, waardoor hij een bedreiging vormt voor al wie dacht iets te verbergen te hebben. En dat loopt natuurlijk slecht af. Het hele dorp maakt hem af, collectief, hierdoor opnieuw creërend wat ze allen wensten te verdoezelen, de wreedheid en hypocrisie aan de oppervlakte brengend, en Brodeck, de ik-figuur, een beetje een buitenbeentje in het dorp, één van de weinigen die kan schrijven, krijgt de opdracht het relaas op papier te zetten, er een rapport van te maken, zodat iedereen zou weten wat er is gebeurd.

Brodeck is zelf van "vreemde" afkomst voor de dorpsbewoners en woont samen met zijn adoptief grootmoeder, zijn vrouw en dochtertje. Hij is tijdens de oorlog en de bezetting opgepakt en naar een concentratiekamp gebracht, overleefde en keerde terug naar zijn dorp. Dit is ook hun verhaal, van hun wederzijdse kennismaking tot de vreselijke waarheid die hen heeft getroffen ook wordt onthuld, en het niet minder onverwachte einde van het boek.

Iedereen in het boek treft schuld, iedereen in het boek heeft zijn moment van lafheid gekend, is getekend voor het leven en dat verleden, die schuld komt op één of ander moment naar boven, vindt een uitlaatklep in verlossende zelfopoffering, in wreedheid of in verhullende fantasie.

Claudel is niet alleen een wonderlijk stylist en verteller, de manier waarop hij zijn plot in elkaar puzzelt en zo vier of vijf verhaallijnen door elkaar vlecht en gaandeweg elk van die lijnen verder ontwikkelt is absoluut magistraal. En toch is die vorm zuiver functioneel aan de emotionele impact van het verhaal : het medelijden en de horror worden bijna tastbaar gemaakt, net als de alles verpletterende schuld.

En alsof dat alles nog niet ingewikkeld genoeg is, gaat de roman natuurlijk ook over de schrijver, als geschiedkundige, als romancier, als journalist, als rapporteur, en zijn rol tegenover de waarheid, het kenbare en over zaken die niet onder woorden kunnen worden gebracht.

De roman is zeker bij de betere die ik de laatste jaren heb gelezen, zonder evenwel de compacte kracht van "Les Âmes Grises" te hebben.

Een absolute aanrader!

Saturday, June 7, 2008

Michael Chabon - Gentlemen Of The Road, A Tale Of Adventure (Sceptre, 2007) ****

Zo wordt een Afrikaanse jood, één van de twee hoofdfiguren van het boek op bladzijde twee geïntroduceerd, zittend in een herberg en aangesproken door een papegaai :

"The precise origin of the African remained a mystery. In his quilted gray bambakion with its frayed hood, worn over a ragged white tunic, there was a hint of former service in the armies of Byzantium, while the brass eyelets on the straps of his buskins suggested a sojourn in the West. No one had hazarded to discover whether the speech of the known empires, khanates, emirates, hordes and kingdoms was intelligible to him. With his skin that was lustrous as the tarnish on a copper kettle, and his eyes womanly as a camel's, and his shining pate with its ruff of wool whose silver hue implied a seniority attained only by the most hardened men, and above all with the air of stillness that trumpeted his murderous nature to all but the greenest travelers on this minor spur of the Silk Road, the African appeared neither to invite nor to promise to tolerate questions. Among the travelers at the caravansary there was a moment of admiration, therefore, for the bird's temerity when it seemed to declare, in its excellent Greek, that the African consumed his food in just the carrion-scarfing way one might expect of the bastard offspring of a bald-pated vulture and a Barbary ape."

Het geeft meteen sfeer, tijdsbeeld, spanning en literair vakmanschap weer. Deze "Gentlemen Of The Road" is Chabons eerbetoon aan de grote verhalenvertellers uit het verleden, Alexandre Dumas op kop. Zijn verhaal vindt plaats in de tiende eeuw, en handelt over twee heren, een joodse Afrikaan en een joodse "Frank", die ronddolen over de wegen van Europa, en zich laten meeslepen in een tocht richting Kazarië, de joods-Turkse staat. Onderweg maken ze uiteraard het één en ander mee, gevechten, ontvoeringen, paardendieven, plunderingen, brandschattingen, vermommingen, en zowat alle volkeren die de gekende wereld toen bevatte : Arabieren, Perzen, Noormannen, Turken, de één al gehaaider dan de ander. Chabon schuwt geen clichés, integendeel, hij zoekt ze op. Maar wat een leesplezier : een jongensboek voor volwassenen, inclusief de prachtige tekeningen van Gary Gianni

(klik op de tekening om te vergroten)
De roman werd oorspronkelijk gepubliceerd in 15 hoofdstukken in de New York Times, en is eigenlijk één grote stijloefening. De titels van de hoofdstukken zelf zijn al prettige lektuur :
  • "On some pecularities in the trading practices of Norsmen"
  • "On the anxieties arising from the permissibility, however unreasonable, of an elephant's rounding out a prayer quorum"
  • "On following the road to one's destiny, with the usual intrusions of violence and grace"
Het is geen literatuur die Chabon op de wereldkaart zal brengen, maar het is prettige lektuur, en vaak ben ik spontaan beginnen lachen bij de onmogelijke situaties waarin de helden terechtkomen, als door de laconieke beschrijvingen van de auteur. Zijn pen is scherp, en uitermate fijn. Elke zin is doorwrocht, elke paragraaf en elk hoofdstuk nauwkeurig afgewerkte gehelen, waar lang, en ik vermoed soms heel lang aan geschaafd en gevijld is om ze goed te krijgen, de lezer meeleidend via de meest vergezochte woorden tot verrassende pointes en verrassend veranderende gezichtspunten.

Om maar enkele voorbeelden te geven :

"Zelikman was alien to feelings of sympathy with young men in tears, having waked one morning, around the time of his fifteenth birthday, to find that by a mysterious process perhaps linked to his studies of human ailments and frailties as much as by the rape and murder of his mother and sister, his heart had turned to stone
"

of nog - de gedachten van een dodelijk gewond man over zijn vrouw Sarah :

"Though only a week earlier the idea would have struck him as heresy, as he lay waiting to become carrion he considered that plump and vivacious Sarah was perhaps unworthy of his suffering and death, when after all, she chewed with her mouth open and her wind, when she had been consuming too much milk, gave off an unsettling odor of brimstone".

En zo zijn er niet een paar zinnen, maar elke zin is zo.

Anderzijds is het boek modern door zijn inhoud, cynisme, en plotwendingen. Ook de elliptische structuur van het boek staat ver van de lineaire verteltrant van de klassiekers. De hoofdstukken vertellen fragmenten uit het hele verhaal die het uiteraard mogelijk maken om het geheel te reconstrueren.

Lezen!

Sunday, May 25, 2008

Jiang Rong - Wolf Totem (Penguin, 2008) **

Deze Aziatische bestseller, de eerste winnaar van de Aziatische Man Prize for Fiction, heeft me ontgoocheld. Dit lange boek brengt het op ware feiten gestoelde verhaal van een jonge Chinees uit Beijing die in de jaren 60 naar Inner-Mongolië vertrekt om er enkele jaren bij de Mongoolse nomaden door te brengen. Dit was overigens niet ongewoon in China en was onderdeel van de toen heersende politiek om jonge intellectuelen vertrouwd te maken met het leven op het land. Het hele verhaal is een ode aan de wolf en een verheerlijking van de traditionele levenswijze van de nomaden, die in harmonie leven met de natuur en die natuur mee helpen in evenwicht houden. De wolf is hun ergste vijand, maar ook hun grote leermeester en bondgenoot. Uiteraard is de wolf belust op de schapen van deze nomaden, maar zonder wolven zouden er ook teveel gazellen, muizen en marmotten zijn, wat zou leiden tot overbegrazing en dus tot onvoldoende gras voor hun schapen. Bovendien is de wolf een sluw, schrander, geduldig en moedig jager wiens technieken gekopieerd werden door de grote Djengis Khan en die dus ook aan de basis lag van het succes van de grootste heerser aller tijden, aldus de schrijver. De Han Chinees, waar ook de studenten toe behoren, maar ook de “vertegenwoordigers” van de partij in Inner-Mongolië, zijn de grote boosdoeners die het hele evenwicht op de steppen ontwrichten. In die zin is de roman ook een onverhulde kritiek op het Chinese regime, toen, maar ook met een zeer kritisch nawoord dat op vandaag slaat. Het is een interessant boek op het vlak van mens en ecologie, je kan er veel leren over de gewoonten van de wolven, maar het is geen hoogstaande literatuur. De hoofdfiguur is ondanks het feit dat hij “student” is, nogal naïef en in permanente verwondering en bewondering voor het inzicht van zowel de wolven als de nomaden, zo erg dat het op de duur een beetje ergerlijk wordt. Ik heb vroeger al een boek gelezen van Farley Mowat, “Never Cry Wolf”, dat ook het relaas gaf van enkele jaren samenleven met wolven, maar dan in Noord-Amerika. Dat was interessantere lektuur. Leuk allemaal, maar geen literatuur. Azië heeft betere schrijvers.

Hanif Kureishi - Something To Tell You (Faber & Faber, 2008) ***

Ook van Kureishi heb ik zowat alles gelezen, en altijd met plezier. Hij schrijft goed, met veel gevoel voor humor en vol maatschappijkritiek, zowel op het Engelse establishment als op de Indische en Pakistaanse inwijkelingen die elk op hun manier hun leven proberen uit te bouwen. Zijn “Buddha of Suburbia” vond ik schitterend. Deze roman is in de ik-persoon geschreven, en die is een psychiater, met nogal wat interesse in Freud, die net een scheiding achter de rug heeft en tegelijk worstelt met zijn demonen uit het verleden : een verloren jeugdliefde en een "moord" die hij heeft gepleegd. De roman draait rond de grote thema’s van schuld en boete, misdaad en straf, en dan zowel letterlijk als filosofisch. Naar typische gewoonte van Kureishi staat ook hier de zelf-kritische zedenschets centraal, inclusief de afdaling naar de morele diepten van moord en sexuele perversiteiten. Maar ergens blijft het allemaal braaf en aan de oppervlakte. Hij beschikt niet over de literaire kracht van een Brett Easton Ellis om de lezer mee te sleuren naar deze diepten. Het geheel biedt een psychologisch-sociologisch-filosofisch interessant uitgewerkt verhaal, maar niet echt beklijvend.

Sunday, April 27, 2008

Louis de Bernières - A Partisan's Daughter (Harvill Secker, 2008) ****

De Bernières schrijft met ups en downs. Zijn eerste romans, de Zuid-Amerikaanse trilogie die een kolderesk-epische strijd van gewone mens tegen macht en natuur beschrijft zijn heerlijke vertelsels die je van begin tot eind vastgekluisterd houden. Dan verhief hij dit alles tot op een hoger literair niveau met "Captain Correlli's Mandolin", een prachtig verhaal geschreven tegen de achtergrond van de Italiaanse bezetting van een Grieks eiland tijdens de tweede wereldoorlog. "Red Dog", is een grappig kortverhaal met een hond als hoofdfiguur. Zijn volgende grote roman, "Birds Without Wings", raakte verstrikt in een teveel aan historische berichtgeving (de opgang van Kemal Atatürk) en een gebrek aan personages waar ik me tenminste mee kon identificeren. Teveel woorden ook. Het bleef me niet boeien tot het eind. Maar met "A Partisan's Daughter" zit hij weer helemaal goed, en overtreft hij dan nog de verwachtingen. Weg zijn de epische elementen, weg is de afstandelijke alleswetende verteller, wel krijgen we de intimistische confrontatie tussen twee ik-figuren : een wat stoffige man die een mid-life crisis doormaakt en een exotische erotiserende Joegoslavische vluchtelinge, dit alles in de jaren tachtig, bij de opkomst van Tatcher en voor de dood van Tito en het uiteenvallen van de balkan. Het verhaal is simpel : de man benadert de jonge vrouw op straat, denkend dat ze een prostituee is, zij nodigt hem uit om naar haar verhaal te luisteren. En het hele boek gaat om haar verhaal. Elke dag of elke week komt hij terug om naar haar te luisteren, ze is als het ware een moderne Sheherazade die vertelt, niet om haar dood eindeloos uit te stellen zoals in de Sprookjes van 1001 Nacht, maar om de geslachtsdaad met hem uit te stellen. Naarmate het verhaal zich verder ontwikkelt, is het duidelijk dat beiden naar elkaar toegroeien. Het is totaal onduidelijk wat nu eigenlijk echt gebeurd is in Roza's verhaal, maar dat doet er weinig toe : haar verhalen zijn pogingen om impact bij Chris op te wekken, om na te gaan wat welk effect op hem heeft, en hem op die manier voor zich te winnen, terwijl zijn luisterbereidheid en interesse zijn gevoelens doen evolueren van zuivere lust naar oprechte belangstelling. In die zin reflecteert De Bernière over het vertellen zelf en de relatie tussen verteller/schrijver en luisteraar/lezer. Haar verhaal is natuurlijk fantastisch, beeldrijk en doorspekt met alle ingrediënten van het menselijk leven : politieke gruweldaden, persoonlijk machtsmisbruik, seksuele verlangens en misbruik, geweld, vooroordelen, maar ook liefde, medeleven, enz. De Bernière is een geboren verteller en vanuit de mond van Roza klinken al deze verhalen nog een stuk sappiger en geestiger. Hij weet ook altijd de perfecte toon te vinden om zowel het koldereske als de lustgevoelens in te tomen. Een knap geschreven, beheerst en sympathiek boek.

Sunday, April 13, 2008

Gabriel Garcia Marquez - The General In His Labyrinth (Vintage, 1990) ***

"The General In His Labyrinth" brengt een gefictionaliseerde biografie van Simon Bolivar. Alle basisingrediënten zijn uiteraard historisch correct, maar de interactie tussen de personages en veel van de context zijn verzonnen, hoewel uiteraard niet onmogelijk. De verteltijd is samengebald in de laatste dagen van het leven van "The General", na zijn vertrek uit Santa Fe De Bogota, op weg naar zijn vrijwillig vertrek naar Europa. Hij zal echter Latijns-Amerika nooit verlaten en sterven op het eind van datzelfde jaar. Het hele boek door is de tweespalt een integraal geheel van Bolivars denken en doen. Hij bevrijdt Latijns-Amerika van de Spaanse macht, maar houdt toch sterk aan alles Spaans om de maatschappij te organiseren, hij wil de macht afstaan, maar probeert zelfs zonder enig mandaat nog de touwtjes in handen te houden, maar ook in zijn persoonlijke relaties blijft hij politieke spelletjes spelen, ook met de vele vrouwen aan wie hij eeuwig trouw zweert maar die hij nadien nooit meer ziet. Bolivar is sterk en zwak tegelijk. Ziek en machtig, machteloos en allesbeheersend. "On his last night in Honda his strength was so diminished that during intermissions he had to inhale the fumes from the handkerchief soaked in cologne in order to revive, but he danced with so much enthusiasm and such youthful skill that without intending to, he confounded the tales of his fatal illness". En voor Garcia Marquez is dit natuurlijk het ideale speelveld om zijn kunnen te etaleren, zoals in volgende zinnen :

"The two memories did not seem to belong to the same life"
"It was not the perfidy of my enemies but the diligence of my friends that destroyed my glory"
"I know I'm ridiculed because in the same letter, on the same day, and to the same person I say first one thing and then the opposite, because I approved the plan for monarchy, or I didn't approve it, or somewhere I agreed with both positions at the same time".

De generaal kan zich wentelen in rijkdom, en cultureel zijn mannetje staan op de hoogste gala's van beschaving, maar hij is even thuis tussen de soldaten, slapend onder de blote hemel en op een harde mat.

Door het realiteitsgehalte is de plot natuurlijk wat ze is, maar Garcia Marquez gebruikt al zijn schrijftalent om er qua compositie en vertelstijl opnieuw een literair hoogtepunt van te maken. Werkelijk sterk, maar niet van het niveau van zijn ander boek in deze stijl "News Of A Kidnapping", ook een relaas van waar gebeurde feiten, maar dan een literair meesterwerk, zoals Truman Capote's "In Cold Blood" er ook één was.

Sunday, April 6, 2008

Bij de dood van Hugo Claus


Claus was ongetwijfeld één van onze betere schrijvers. Op de unief hebben we veel, heel veel gedichten van hem gelezen. Van zijn romans heb ik enkel "De Verwondering" gelezen. Dat boek vond ik zo middelmatig dat ik besliste mijn karige tijd in het vervolg beter te besteden. Na al de mediaheisa van de voorbije weken zal ik dan toch "Het Verdriet Van België" maar eens ter hand nemen.

Wat ik van Claus' gedichten herinner zijn zwaar op de handse teksten, vol mythische verwijzingen, met af en toe erotische inslag, maar zo cerebraal, zo ineen geknutseld, zo weinig zeggend. Poëzie moet voor mij licht zijn, verfrissend, zingend, dansend, droevig, verbazend ... Claus gedichten zijn zo stoffig als de bordeaux overgordijnen in het Louvre. Geef mij maar Lucebert. Ik denk dat Claus mee slachtoffer was van zijn opvoeding : in onze Vlaamse scholen (en uniefs) leren we literatuur op een totaal verkeerde manier, beïnvloed door de klassieken, geanalyseerd door structuralisten, inhoudelijk bepaald door de politiek correcten. Dat romans ook en vooral emotioneel en zelfs irrationeel (moeten) zijn, dat komt te weinig aan bod. In mijn ogen heeft Claus zich nooit kunnen bevrijden van deze traditie.

Ik heb ook enkele van zijn films gezien. Die waren parodieën van zichzelf. Wat dramatisch bedoeld was, kwam lachwekkend over. Arm Vlaanderen.

Dat Claus de Nobelprijs zou verdienen heb ik altijd bizar gevonden. Arme lage landen ... Als we dat al denken, hebben we elk internationaal perspectief verloren (dat is het echte verdriet van België). Maar ja, ook Orhan Pamuk heeft die gewonnen, en zo goed schrijft die ook niet.

Ik heb wel het grootste respect voor de manier waarop hij uit het leven is gestapt.

Ik zal hem lezen.