Sunday, December 28, 2014

Gustavo Faverón Patriau - The Antiquarian (Black Cat, 2010) **


In "The Antiquarian" bezoekt Gustavo een vroegere vriend, Daniel, een moordenaar die nu is geïnterneerd in een psychiatrisch ziekenhuis. Het bezoek leidt tot een verklaring van de moordenaar om de waarheid aan het licht te brengen, en Gustavo, de verteller, gaat op zoektocht. De tocht zelf is er één die realiteit, dromen en fictie door elkaar weeft, dit alles tegen de achtergrond van de dictatuur in het Zuid-Amerika van enkele decennia geleden. Het wordt een duik in de waanzin zelf, in al zijn vormen.

Faverón Patriau's stijl is gezocht en pretentieus, met de ambities van de grote Latijns-Amerikaanse schrijvers maar dan zonder het talent. Zijn personages zijn oninteressant en zo ook de plot.




Halldór Laxness - Independent People (Vintage Books, 2008)


Het enige onuitgelezen boek van het jaar. Ik heb meer dan honderd bladzijden gelezen, maar dit Ijslandse 'meesterwerk' raakte me niet. Misschien dat het harde leven, het harde overleven van de oude boer en zijn bruid, hun dagelijkse worsteling met elkaar, hun schapen, de dorpelingen en de harde natuur te ver van mijn bed zijn. Je kan waardering opbrengen voor Gudbjartur Jonsson's strijd om onafhankelijk te zijn, op zijn eigen stuk land, met zijn eigen lot in handen, te trots om toegevingen te doen, maar honderd bladzijden waren genoeg.

Ik laat anderen met meer geduld en kennis aan hun oordeel.

Richard House - The Kills (Picador, 2013) **


Misschien dat de "Longlisted for the Man Booker Prize" op de cover mij over de brug heeft getrokken om deze klepper van duizend bladzijden te kopen, misschien de omschrijving als een mix van John LeCarré en Roberto Bolaño, feit is dat het allemaal weer zeer misleidend is geweest. Het boek brengt eigenlijk vier romans samen : "Sutler", "The Massive", "The Kill" en "The Hit", die qua plot verwant zijn.

Het verhaal begint in Irak, waar de toeleveranciers van het Amerikaanse leger de opdracht krijgen om hun bases op te doeken, en de baas van één van die bedrijfjes slaagt erin - mede door de bureaucratisch-administratieve mogelijkheid ervan - om miljoenen dollars naar geheime rekeningen over te zetten voor opdrachten die werden goedgekeurd, maar door het stopzetten van de activiteiten nooit uitgevoerd. Sutler, de man die de opdracht krijgt voor de transfer, krijgt zelf een deel van het bedrag op een persoonlijke rekening gestort, waarna de baas aan de buitenwereld laat weten dat Sutler met het volledige bedrag aan de haal is gegaan. De jacht op Sutler kan beginnen. Het lijkt een originele plot voor een meeslepende thriller, en zo start het verhaal ook, maar dan zonder de spanning.

House weeft de plots en de subplots en de personages door elkaar in een zeer beschrijvende, neutrale stijl. Je weet als lezer eigenlijk nooit wat er echt gaande is, en het enige gevoel dat je overhoudt is dat er veel meer aan de hand is dan we aan de oppervlakte merken en weten. Dit lijkt wat Pynchonesk, maar zelfs al zit er wat paranoïa in de romans, dit komt nog niet aan de enkels van Pynchon. En de overdaad aan moorden en de lugubere vorm ervan, zeker naar het einde toe, zou eventueel nog van heel ver kunnen doen denken aan Bolaño's 2666, maar ook dan niet verder reikend dan de andere enkel. John LeCarré misschien eerder, misschien tot kuithoogte. En dan blijf je natuurlijk op je honger zitten. Waarom heeft House dit boek geschreven? Het blijft me een raadsel, en hopelijk voor u ook.

Maar ik had beter mijn eigen blog geraadpleegd, want ik had Richard House zijn "Uninvited" eerder besproken, en ook toen dat was niet veel soeps.

Mario Vargas Llosa - The Cubs And Other Stories (Faber & Faber, 1975) ***½


Met de debuutroman van Mario Vargas Llosa nu ook achter de ogen, kan ik zeggen dat ik zijn hele oeuvre aan fictiewerken heb gelezen. De verhalen uit deze in 1959 gepubliceerde bundel gaan over stoere jongens in het Lima van de jaren '50, jongens uit het volk op zoek naar de pikorde binnen hun groep, of op zoek naar een groep die hen beter past.

Vargas Llosa's talent is duidelijk bij het lezen van deze zeven verhalen, die elk al hun eigen karakter en schrijfstijl hebben, van de vage wij-vorm en eliptische stijl van het titelverhaal, tot de sterk dialogerende vorm van "The Leaders".

Hierbij zijn bibliografie, met aanduiding van mijn waardering : "Conversation In The Cathedral", "The War Of The End Of The World" en "The Feast Of The Goat" zijn meesterwerken. De rest is het lezen meer dan waard.

1959 – Los jefes (The Cubs and Other Stories, 1979) ***½
1963 – La ciudad y los perros (The Time of the Hero, 1966) ****
1966 – La casa verde (The Green House, 1968) ***
1969 – Conversación en la catedral (Conversation in the Cathedral, 1975) *****
1973 – Pantaleón y las visitadoras (Captain Pantoja and the Special Service, 1978) ****
1977 – La tía Julia y el escribidor (Aunt Julia and the Scriptwriter, 1982) ***½
1981 – La guerra del fin del mundo (The War of the End of the World, 1984) *****
1984 – Historia de Mayta (The Real Life of Alejandro Mayta, 1985) ****
1986 – ¿Quién mató a Palomino Molero? (Who Killed Palomino Molero?, 1987) ****
1987 – El hablador (The Storyteller, 1989) ***½
1988 – Elogio de la madrastra (In Praise of the Stepmother, 1990) ***
1993 – Lituma en los Andes (Death in the Andes, 1996) ****
1997 – Los cuadernos de don Rigoberto (Notebooks of Don Rigoberto, 1998) ****
2000 – La fiesta del chivo (The Feast of the Goat, 2001) *****
2003 – El paraíso en la otra esquina (The Way to Paradise, 2003) ***
2006 – Travesuras de la niña mala (The Bad Girl, 2007) ****
2010 – El sueño del celta (The Dream of the Celt, 2010) ***



Mario Vargas Llosa - The Storyteller (Faber & Faber, 1987) ***½


"El Hablador", brengt het verhaal van twee Peruviaanse studenten, de ik-figuur en 'Mascarita', zijn briljante maar in het gelaat verminkte vriend, die elkaar uit het oog verliezen. Als de schrijver op een fototentoonstelling in Firenze zovele jaren later de stam herkent waar zijn vriend zou aan verknocht was, graaft hij terug in de tijd om zijn relaas te doen.

Vargas Llosa doet dit met verve : wie zou uit onze beschaving treden om alles wat we geleerd hebben over rationaliteit en wetenschap overboord te gooien en in een samenleving te gaan wonen die niet beter weet dan bijgelovig te zijn. Kan iemand deze waarheden achter zich laten om zich toch op een authentieke manier in te burgeren in een andere samenleving? En is wat de schrijver zich voorstelt en tot leven wekt, wel echt waar? Is het allemaal zo gelopen? Of is 'Mascarita', van joodse oorsprong, gewoon naar Israel vertrokken?

Het is ook een verhaal over literatuur en de kracht van het woord. Bij de Machiguengas zijn de verhalenvertellers bij de belangrijkste leden van de stam. Ze reizen van het ene dorp naar het andere om nieuws te brengen, maar ze horen zelf nergens bij. Hun komst wordt gevierd en de stam luistert ademloos naar de uren nieuws die de verhalenverteller brengt van andere stamgenoten op dagen afstand in het Amazonewoud, maar ook verhalen over de goden of over dromen en hallucinaties, en wat hij vertelt heeft waarheidsgehalte voor de luisteraars.

De ikfiguur heeft respect en bewondering voor Mascarita, maar schijnt hem ook niet te kunnen volgen, ondanks zijn bezoek aan de stam. Mario Vargas Llosa is een fantastisch sterke schrijver en dat bewijst hij hier opnieuw. Als een realistisch verhaal, met een voor hem weinig gebruikelijke ik-verteller, maar zoals gewoonlijk opgebouwd met precisie en vakmanschap, en de grote vragen van het leven stellend, zelfs in deze extreme context.


Ernest Hemingway - The Garden Of Eden (Grafton, 1988) ***


Dit is Heminway's laatste en onafgewerkte roman, een erotisch kleinood vol traag opgebouwde spanning. De schrijver David Bourne is pas getrouwd en leeft met zijn Catherine in het zuiden van Frankrijk, als een soort huwelijksreis die hem tegelijk de kans geeft verder te schrijven aan zijn oeuvre.

Aan de ydillische en zonovergoten vakantiesfeer komt een duistere kant te staan, als de verveelde Catherine een spel van personagewissels begint door te voeren, met haarzelf als jongetje in de relatie, hem nadien verplichtend om hetzelfde kapsel te krijgen, hun relatie kruidend door er een tweede vrouw bij te brengen, en dit alles overgoten met liters whisky, absynth en andere cocktails. Gaandeweg begint de tekst van de schrijver ook vorm te krijgen, een relaas van zoon tegenover vader in de brutale en genadeloze houding van koloniaal in Afrika. Het is een strijd van jager tegenover prooi, van macht tegen onmacht, van leven tegen dood.

En zoals de titel het aangeeft, vanuit de eerste weken van het samenzijn van een man en een vrouw is de doodzonde als ergens aanwezig, nestelt het kwade zich als een aantrekkelijke, erotiserende en vernietigende kracht in de relatie.

Hemingway heeft vijftien jaar gewerkt aan deze roman, en nooit afgewerkt. Het is duidelijk dat gaandeweg de tekst die de David Bourne schrijft, als een soort parallelverhaal, meer en meer ruimte krijgt, en het is ook niet duidelijk of het einde zoals het er vandaag staat ook het uiteindelijke slot zou zijn geworden. Hoe dan ook, is dit werkje sterk aan te raden. Weinige auteurs konden of kunnen zo economisch schrijven, met zoveel zeggingskracht en suggestiviteit, maar het trage en intense ritme is misschien nog het meest verbluffende aan deze roman.



Laurent Binet - HHhH (Grasset, 2009) ****


De titel van de roman verwijst naar de zin "Himmlers Hirn heisst Heydrich" : de hersenen van Himmler heten Heydrich. Dit boek een roman noemen is eigenlijk fout. Je kan het bijna een anti-roman noemen. Binet probeert een getrouwe weergave te geven, gebaseerd op feiten, documenten en overleveringen, van de moord op Heydrich in Praag in 1942. Reinhard Heydrich was de architect van de holocaust, de Reichsprotektor van Bohemië en Moravië , de stichter van de gevreesde Sicherheitsdients (SD), ook nog de "beul van Praag" of de "beenhouwer van Praag" genoemd.

Het verhaal van de aanslag op Heydrich door Jan Kubis en Jozef Gabcik, een Tsjech en een Slovaak, getraind en gedropt door het Britse leger, is gekend en al uitvoerig beschreven. Beide mannen bereidden zich maanden voor en hielden zich schuil tot het juiste moment gekomen was om hun aanslag op Heydrich te plegen. De beul van Praag werd niet onmiddellijk gedood, maar stierf wel een week later aan zijn verwondingen. De wraak van de SS op de dorpen waar beide vrijheidsstrijders vandaan kwamen was even meedogenloos als Heydrichs houding tijdens zijn leven was geweest. Lidice werd met de grond gelijk gemaakt en elke man in het dorp werd geëxecuteerd en alle vrouwen en kinderen naar concentratiekampen afgevoerd.

Binet, die zelf leraar Frans in Praag is geweest, brengt het allemaal opnieuw bijeen in dit verhaal, in deze zoektocht naar de waarheid achter de mythe, telkens opnieuw de onwaarheden in andere films, romans en verslagen eruit filterend, tot we komen tot wat we eigenlijk weten. Twijfel is zijn ordewoord, gekoppeld aan een weerzin van het individu dat hij beschrijft. Binet defictionaliseert zijn onderwerp, maar zijn bijna persoonlijke afkeer van Heydrich maakt dit een verhaal dat ook geen geschiedschrijving kan worden genoemd, daarvoor is de ik-figuur van Binet te sterk verweven in het boek.

Een antiroman? In elk geval zeker het lezen waard.