Monday, May 5, 2014
Anthony Marra - A Constellation Of Vital Phenomena (Random House, 2014) ****
Ik heb geen idee hoe oud de auteur is, maar hij ziet er nog geen dertig uit, en de kwaliteit en de inhoud van deze roman verwacht je van iemand die de hardheid van het leven al heeft ervaren en al een boek of tien achter de rug heeft. "A Constellation Of Vital Phenomena" is knap, zeer knap geschreven, goed gestructureerd, met een prima tempo tussen actie, beschrijving en bespiegeling.
Het verhaal speelt zich af in Tsjetsjenië, de Russische autonome provincie, na de tweede Tsjetsjeense oorlog. Het land is verwoest na de mislukte revolutie tegen de Russen. Marra gebruikt de kleine microcosmos van enkele gewone mensen in een nietig dorp om zijn plot rond te weven. Er is Akhmed, de dorpsarts die meer tekentalent dan genezend talent bezit, Khassan, de oude geschiedkundige die in onmin leeft met zijn collaborerende zoon Ramzan, Sonja de spoedarts die tegen beter weten in het ziekenhuis in de naburige stad draaiende houdt, Natasha, haar verdwenen zus die jaren in de prostitutie gedwongen werd, en Havaa, het achtjarige meisje dat als wees achterblijft en door Akhmed onder de hoede van Sonja wordt gebracht.
Het verhaal is bikkelhard, zowel fysiek als psychisch meedogenloos, wat je kan verwachten van deze vernielde samenleving, waar overlevingsdrang bijna de enige overgebleven menselijke drijfveer is, maar het is ook een mijmering over het leven zelf, over de echte waarden en over de obstakels die in onze weg liggen om die waarden te realiseren. En toch is er onder al die koude afstandelijkheid, vaak ontstaan uit lijfsbehoud, ook wat warmte te vinden, een hunkering naar menselijkheid, die tegelijk een kwetsbaarheid wordt in een maatschappij waarin elk sociaal netwerk verloren is gegaan, en waar mensen vaak tegenover elkaar staan als roofdier tegenover prooi.
Marra vertelt zijn plot vanuit het perspectief van de verschillende personages, en langzaam ontrafelt zich een diepere plot, van hoe die mensen toch ook met elkaar in verband staan via andere, vroegere connecties, die ze soms niet altijd beseffen. Marra schrijft goed, zeer goed zelfs, bij momenten verbluffend. Hij maakt zijn personages driedimensionaal, van vlees en bloed, vol conflicterende gevoelens en handelingen, ook al is hun positionering wat programmatisch (de oude man die voor de waarden uit het verleden staat, het jonge meisje dat voor de toekomst staat, de verschillende versies van het verscheurde heden verdeeld over de andere personages).
Maar dan denk je ook tegelijk : waarom, of ik zou bijna zeggen "met welk recht", schrijft een jonge Amerikaan een boek over een land waar hij geen enkele relatie mee heeft (afgezien van zijn voorbereidend bezoek); waar ligt de authenticiteit van zijn verhaal dat hij het vanuit het comfort van zijn appartement in Oakland, Californië kon schrijven?
Ondanks deze vragen is de roman toch een sterke aanrader. Het enige dat me echt stoorde zijn de "alwetende" interventies van de auteur die ver voorbij de tijdsspanne van de roman de toekomst van nevenfiguren even voorspelt. Maar ook dat bleek uiteindelijk een doel te hebben.
Nu is het echt uitkijken naar zijn volgende roman.
Jeffrey Lewis - The Inquisitor's Diary (Haus Publishing, 2013) ***
Tijdens de inquisitie wordt Fray Alonso vanuit Mexico Stad naar het Noorden gestuurd, diep in het huidig Amerikaans grondgebied om ketters op te sporen. Fray Alonso vroeg echter maar een ding en dat was om terug naar Spanje gestuurd te worden en hij interpreteert zijn missie dan ook als een strategie van zijn concurrenten om hem tijdelijk uit de weg te hebben. Hij kan dan ook niet anders dan succesvol zijn op zijn tocht naar het noorden.
De man die hij uiteindelijk gevangen neemt en naar Mexico brengt, wordt door hem "the Dumb One" genoemd, omdat hij niet spreekt en amper schijnt te begrijpen waar het over gaat, tenzij in de al dan niet ingebeelde telepathische contacten met zijn gijzelaar. Door het feit dat de ander niet reageert en stelselmatig de verkeerde beslissingen lijkt te nemen die indruisen tegen zijn eigen overlevingskansen, begint Fray Alonso zichzelf, de Kerk en zijn geloof in vraag te stellen.
Lewis bouwt dit mooie verhaal op in de vorm van het dagboek van de priester, soms dagelijks, soms met grote tussenpozen. Door die verteltechniek kom je natuurlijk ook alleen zijn eigen perspectief te horen.
Niet echt groots, maar ook niet echt slecht. De betere middelmaat dus.
Sunday, May 4, 2014
Daniel Alarcón - Lost City Radio (Harper, 2008) ***½
Daniel Alarcón is een jonge Amerikaanse schrijver van Peruviaanse origine, die nu in San Fransisco woont en werkt. Zijn Engelstalige roman "Lost City Radio" heeft in de VS heel wat prijzen in de wacht gesleept, en terecht.
In een niet nader genoemd Latijns-Amerikaans land leren we Nora kennen, de presentatrice van een nachtelijke radio talk show waar mensen vermiste familieleden kunnen laten opsporen. Een netelige opdracht in een context van militaire dictatuur en permanente guerillastrijd, hoewel de periode van de revolutie nu officieel al een tijdje achter de rug is.
Nora's eigen man is ook verdwenen tijdens die oorlog en ze heeft geen spoor van hem. Ze weet niet of hij vermoord is, gevangen genomen is, of haar gewoon achtergelaten heeft, want zijn wegen waren ook vroeger niet altijd voorspelbaar. Ze krijgt een Indiaans jongetje toegeschoven die uit de jungle naar de stad werd geloodst door het ganse dorp, en ze neemt er ongewild het voogdijschap over. In dat kleine dorp hebben terreur, onderlinge spanningen en de horror van de oorlog ook hun sporen nagelaten, en zowel de overheid als de revolutionairen hebben bloed aan hun handen.
Alarcón is goed. Hij weeft het verhaal prachtig in elkaar, met flarden heden en verleden door elkaar geplaatst, net zoals het dorp en de stad alternerend aan bod komen.
Voor een debuutroman is dit ongelooflijk sterk. Zijn nieuwe roman "At Night We Walk In Circles" ligt in de boekenwinkel. Lezen maar.
Jim Crace - Harvest (Picador, 2013) ****½
Jim Crace is ongetwijfeld een van de beste Britse schrijvers van het moment, en zijn "Harvest" behoort dan nog tot het beste van wat hij heeft geschreven. In een niet nader omschreven dorpje dat afgelegen tussen de velden ligt, in een niet nader omschreven tijd, bouwen twee rondtrekkende mannen en een vrouw een tijdelijke hut langs een veld, en verstoort hierdoor het leven in het boerendorp. Dat kleine dorp bleek zelf stijf te staan van spanningen en intriges en vermoedens en onduidelijke lijnen van macht, lust en onderdanigheid.
Ook de ik-figuur is ambigu. Hij hoort niet bij het dorp, maar maakt er wel deel van uit. Zijn bewogen verleden en het overlijden van zijn eigen vrouw komen gaandeweg naar boven, maar blijven ook hangen in een mist van ongezegde vermoedens. Crace brengt de pijn en de gruwel van het leven zelf, op een samengebalde, bijna mythische manier samen in deze van sfeer doordrenkte roman, maar zijn absolute kracht is zijn lyrische, ritmische en some middeleeuws aandoende stijl.
"And it was spring. The longpurples had hardly come to blade. But there were tall-necked cowslips nodding on the banks and king-cups, fenny celandines and irises in the mire. The trees were imping with infant leaves that seemed as attentive and pert as mice ears. So I was struck and 'humbled' by the beauty too, and only later by the carnal stench. I was an innocent. In that first season I tumbled into love with everything I saw. Each dawn was like a genesis; the light ascends and with the light comes life. I wanted to immerse myself in it, to implicate myself in land, to contribute to fields. What greater purpose could there be? How could I better spend my days? Nothing I had seen before had me happier. I felt more like an angel than a beast".
Ondanks alle schoonheid en zuiverheid van het land, van het gemeenschappelijk werken op het veld, is de uiteindelijke catastrofe van in het begin aanwezig, en gaandeweg komt al het slechte in de mens naar boven, in een oogst van vernietiging en geweld.
Een sterke aanrader.
Georges Perec - W ou Le Souvenir D'Enfance (Gallimard, 1975) ***½
Georges Perec was een soort unicum in de literatuur. Hij maakt deel uit van de Franse "Oulipo" groep van experimentele schrijvers, waar ook Raymond Queneau en François Le Lyonnais toe behoorden, maar ook de Italiaanse schrijver Italo Calvino. Oulipo staat voor Ouvroir de Litérature Potentielle, ofte Atelier van Mogelijke Literatuur. De schrijvers legden zichzelf een opgelegde beperking op, of een op voorhand bepaalde structuur die ze moesten volgen. De meest in het oog springende voorbeelden hiervan zijn Quenaud's "Exercices De Style", waarin hij op negenennegentig verschillende manier hetzelfde verhaal vertelt, of ook nog zijn eigen "La Disparition", een roman geschreven in het Frans zonder een enkele "e", een taaltechnisch exploot dat niet alleen de taal ontwricht, maar tegelijk ook een onheimelijke sfeer creëert. Gedurende vele jaren stond het langste Franstalige palindroom op zijn naam.
In "W ou Le Souvenir D'Enfance" weeft hij twee verhalen door elkaar. Het eerste is een herinnering aan zijn jeugdjaren tijdens de eerste wereldoorlog, het tweede een imaginair verhaal over een land dat door de Olympische principes wordt geleid, en waar alle inwoners tot athleten worden gevormd.
De ouders van Perec (Peretz oorspronkelijk) waren Poolse joden. De vader is gesneuveld tijdens de tweede wereldoorlog vechtend tegen de nazi's en zijn moeder werd in '43 weggevoerd naar Auschwitz. Zijn moeder hem in voordien al naar het niet bezette deel van Frankrijk ondergebracht bij familie. Zoals we Perec kennen, somt hij zijn verleden op, door beschrijvingen van foto's, van krantenknipsels uit die tijd, als lijstjes van gebeurtenissen die in hun detail het geheel suggereren maar nooit kunnen bevatten.
De alternatieve maatschappij, waar alles athletisch is en sportief, vormt een soort tegenpool, een spiegel voor wat er gebeurt in de echte samenleving, maar naarmate dat verhaal vordert, verandert ook die utopie in een dystopie, waar abstracte concepten en starre principes leiden tot verontmenselijking van de samenleving. Zoals Perec het zelf schreef, zijn beide verhalen innig met elkaar verbonden.
Perec lezen is altijd een vreemde ervaring, door zijn obsessief oplijsten van dingen, door zijn virtuoze woordspelletjes, maar wel toegankelijk.
Zijn best werk blijft "La Vie Mode d'Emploi", een literaire praline zo groot als een brood.
Mario Vargas Llosa - The Time Of The Hero (Faber & Faber, 1995) ****
In zijn debuutroman uit 1962, "The Time Of The Hero", vertelt Vargas Llosa het verhaal van een groep jongeren op de Leoncio Prado "kadettenschool" in Lima, Peru, ten tijde van de dictatuur. Net zoals in de meeste van zijn romans slaagt hij erin om een hele rits karakters neer te zetten die diepte hebben, volume en menselijkheid, in de zin dat ze onvolmaakt, laf, moedig of dom of slim zijn, en meestal dit alles tegelijk, wisselend van de ene situatie tot de andere.
Hij is genadeloos in zijn kritiek op het militair bestel en op de officieren en onderofficieren die de school leiden, en bij wie lafheid en misdadige verwaarlozing de vaste karaktertrekken zijn. Het gevolg hiervan is dat jongens zich gedragen als jongens, en zelf hun onderlingen macht gaan bepalen, door groepen te vormen, kwetsbare jongens te pesten, drank binnen te smokkelen, hun weinige bezit onder elkaar weg te pokeren met alle hieruit voortvloeiende vetes en verplichtingen, opschepperig bordeelbezoek en ontluikende liefdes. Tot één van de jongens doodgeschoten wordt tijdens een oefening. Net zoals in zijn latere romans is Vargas Llosa een meester in het dooreenrijgen van verschillende vertelperspectieven, en zo worden ook de brutaalste jongeren menselijk, met hun angsten, hun familiale omstandigheden, hun overlevingsdrang.
De publicatie van het boek was door zijn realisme zodanig schokkend in die tijd, dat duizend exemplaren werden gekocht door de Leoncio Prado kadettenschool en publiek verbrand op het binnenplein.
Niet zijn beste roman, maar toch nog altijd een sterke aanrader.
Jim Holt - Why Does The World Exist? (Liveright, 2013) **½
De titel zelf, en de veelbelovende ondertitel "An Existential Detective Story" deden me dit boek uit de rekken plukken, mede aangemoedigd door de sticker van "10 Best Books New York Times Book Review Of The Year". Jim Holt beschrijft de oorsprong van het universum door een bezoekje te brengen aan een aantal deskundigen : filosofen, fysici, wiskundigen en zelfs een schrijver om zo een overzicht te geven van wat de wetenschap vandaag denkt over dé oorsprong en het antwoord op de vraag "waarom is er iets en niet veeleer niets?". De namen zijn wetenschapsfilosoof Adolph Grünbaum, godsdienstfilosoof Richard Swinburne, fysicus David Deutsch, theoretisch fysicus André Linde, fysicus Alex Vilenkin, theoretisch fysicus Steven Weinberg, wiskundige en wetenschapsfilossof Roger Penrose, filosoof John Leslie, filosoof Derek Parfit en schrijver John Updike.
Het boek heeft zijn goede momenten, maar het is niet duidelijk waarom Holt precies deze onderzoekers aanspreekt? Bovendien schrijft Holt zijn zoektocht alsof hij Sherlock Holmes is die de oplossing gaat vinden op de fundamentele vraag, en plaatst zichzelf hierbij de ganse tijd in de kijker, wat na verloop van tijd redelijk irritant is. Hij heeft zelf geen mening of theorie, hij gaat gewoon bij deze specialisten ten rade om hun mening te vragen, in een verhaal doorspekt met zinloze anekdoten over zijn eigen interactie, brieven, telefoontjes en bezoeken aan de geleerde heren.
Ik had ook net "The God Problem" van Howard Bloom gelezen, een boek dat een stuk dieper en verder gaat dan Holts oppervlakkige journalistiek, wat misschien mijn wat negatieve kommentaar verklaart. Maar toch ...
Subscribe to:
Posts (Atom)






