Saturday, May 25, 2013
Ross MacDonald - The Underground Man (Penguin Modern Classics, 1971) **
Een tussendoortje. Politieroman. Begint goed, en wordt dan een ongelooflijke wirwar van relaties tussen alle personages die blijkbaar allemaal andere relaties hebben gehad in het verleden dan ze vandaag met elkaar hadden. Rap uitgelezen. In de categorie van politieromans in de middelmaat, denk ik.
Roberto Bolaño - The Insufferable Gaucho (New Directions, 2010) ****
Het is een beetje droevig. Dit was de enige proza-publicatie van Bolaño die nog ontbrak op mijn lijstje. Nu heb ik al zijn romans gelezen. Het droevige is dat er geen meer komen.
Maar "The Insufferable Gaucho" is het lezen waard, hoewel niet essentieel. Het titelverhaal gaat over een rijke advocaat die na een economische recessie naar het platteland gaat om te leven op zijn boerderij, en waar hij al evenmin past als in Buenos Aires. "Police Rat" wordte een politieverhaal gebracht vanuit het perspectief van een rat die politie-inspecteur is in de riolen, en waar een aantal bizarre moorden op ratten moeten worden opgelost.
Maar het grootste genot zijn Bolaño's essays op het eind van het boek : "Literature + Illness = Illness", of hoe schrijven de ziekte niet oplost, er geen zak aan verandert.
Aangrijpende tekstjes, zelfrelativerend en geestig, maar vooral aangrijpend.
"Needless to say, the consultation had not been reassuring, at all; the news my doctor had for me was unequivocally bad. I felt - I don't know - not exactly dizzy, which would have been understandable after all, but more as if everyone else had been stricken with dizziness, while I was the only one keeping reasonably calm and standing up straight, more or less. I had the impression that they were crawling on all fours, while I was upright or seated with my legs crossed, which to all intents and purposes is as good as standing or waling or maintaining a vertical position. I wouldn't, however, go so far as to say that I felt well, because it's one thing to remain upright while everyone else is on their hands and knees, and another thing entirely to watch, with a feeling I shall, for want of a better word, call tenderness or curiosity or morbid curiosity, while those around you are suddenly reduced, one and all, to crawling".
Of wat verder :
"When people are about to die, all they want to do is fuck. People in jails and hospitals, all they want to do is fuck. The helpless, the impotent, the castrated, all they want to do is fuck. The seriously injured, the suicidal, the impenitent disciples of Heidegger. Even Wittgenstein, the greatest philosopher of the twentieth century, all he wanted to do was fuck. Even the dead, I read somewhere, all they want to do is fuck. Sad to say and hard to admit, but that's the way it is".
Het concept van essay werd duidelijk geherdefinieerd door Bolaño tot een emotionele uitbarsting van woede en tederheid.
Zijn reflecties op Mallarmé en Baudelaire alleen zijn de aanschaf van dit boekje al waard.
Of nog deze over Kafka :
"Illness And Kafka
Elias Canetti, in his book on the twentieth century's greatest writer, says that Kafka understood that the dice had been rolled and that nothing could come between him and writing the day he spat blood for the first time. What do I mean when I say that nothing could come between him and his writing? To be honest, I don't really know. I guess I mean that Kafka understood that travel, sex, and books are paths that lead nowhere except to the loss of the self, and yet they must be followed and the self must be lost, in order to find it again, or to find something, whatever it may be - a book, an expression, a misplaced object - in order to find anything at all, a method, perhaps, and, with a bit of luck, the new, which has been there all along".
Om het cynisch te zeggen : Bolaño's leverziekte heeft hem ertoe aangezet om als een bezetene romans te beginnen schrijven, om zijn kinderen Lautaro en Alexandra iets te kunnen nalaten, niet de woorden van zijn poëzie, maar wel de centen van nog te verschijnen romans. Als iemand kan schrijven over de macht van ziekte, over ziekte en schrijven, dan is hij het wel.
En alles wat hij heeft geschreven, is het lezen meer dan waard, zegt een onvoorwaardelijke fan.
J.M. Coetzee - The Childhood Of Jesus (Harvill Secker, 2013) ****
Coetzee blijft verbazen. Ook met "The Childhood Of Jesus", een roman waarin Jezus niet aan bod komt, laten we dat meteen duidelijk maken, maar waarin een jongetje van vijf (David) samen met een oudere man (Simon) met de boot aankomt in een land waar iedereen welwillend is, openlijk begaan met hun welzijn, maar dat mank loopt van de onduidelijkheden en kafkaiaanse bureaucratie.
De wereld waarin ze terechtkomen is irreëel, een soort beloofde land, waarin alles gratis is, waarin arbeiders filosoferen en studeren in de avondschool, waar iedereen gratis eet in gemeenschappelijke cafetaria's, waar vreemdelingen worden opgevangen, maar waar op het eerste zicht een monotone droefheid heerst, en weinig levensvreugde. Toch is alles ook bevreemdend en irrationeel, zelfs door een teveel aan logica (maar soms ook door een gebrek eraan). De normale zaken van het leven worden in vraag gesteld, en de bijna natuurlijke gang van zaken onmogelijk gemaakt door een overdaad aan rationalisering.
Om enkele voorbeelden te geven over seks :
"Between a man and a woman' he says at last, 'there sometimes springs up a natural attraction, unforeseen, unpremeditated. The two find each other attractive or even, to use the other word, beautiful. The woman more beautiful than the man, usually. Why the one should follow from the other, the attraction and the desire to embrace from the beauty, is a mystery which I cannot explain except to say that being drawn to a woman is the only tribute that I, my physical self, know how to pay to the woman's beauty. I call it a tribute because I feel it to be an offering, not an insult'.
He pauses. 'Go on', she says.
'That's all I want to say'.
'That is all. And as a tribute to me - an offering, not an insult - you want to grip me tight and push part of your body into me. As a tribute, you claim. I am baffled. To me the whole business seems absurd - absurd for you to want to perform, and absurd for me to permit".
Wanneer hij dan uiteindelijk overweegt naar een bordeel te gaan, en hier met één van zijn nieuwe collega havenarbeiders over spreekt, die ook 's avonds filosofie studeert :
'Don't you and your friends use them? What do you do about - what shall I call them? - physical urges?
'Physical urges? Urges of the body? We were disussing those in class. Would you like to hear what conclusion we came to?
'Please'
'We started by noting that the urges in question have no specific object. That is to say, it is not some particular woman towards whom they impel us but towards woman in the abstract, the womanly ideal. Thus when, in order to still the urge, we resort to a so-called recreation centre, we in fact traduce the urge. Why so? Because the manifestations of the ideal on offer at such places are inferior copies; and union with an inferior copy can only leave the searcher disappointed and saddened".
In deze vreemde wereld, wordt het jongetje toevertrouwd aan Inés, één van de eerste vrouwen die ze tegenkomen, en van wie Simon beweert dat ze Davids moeder is, en vreemd genoeg, aanvaard Inés deze gedachtegang, hoewel iedereen weet dat die onwaar is. David ontwikkelt zich als een superintelligent, vriendelijk maar nukkig kind, wiens manier van denken elke interactie met zijn omgeving, te beginnen met zijn leerkrachten, onmogelijk maakt. Om hem te helpen, willen de schoolinstanties hem naar een internaat zenden, waar hij beter begeleid zal worden. Om aan deze dwang te ontsnappen, vluchten Simon, David en Inés naar het noorden.
Er zijn geen andere woorden voor te vinden dan "bizar". De wereld, de mensen, de dialogen, de plot, de ontwikkeling van de plot, het einde. Het geheel is geniaal ineengeknutseld met een perfect evenwicht van filosofie en karakters en vertelling, samen met een schitterend gevoel voor tempo. Een boek dat zeker bijblijft en meteen aanzet tot herlezen, niet enkel om te proberen het verhaal beter te begrijpen, maar ook voor Coetzee's heerlijke stijl.
Russell Banks - Lost Memory Of Skin (Clerkenwell Press, 2013) ****
"The Kid" is verdoordeeld wegens seksuele omgang met een minderjarige en met een enkelband terug in de samenleving gebracht, verplicht op meer dan 2500 meter te wonen van scholen, sportcentra en andere plekken waar kinderen wonen. Hij belandt net als een aantal andere seksveroordeelden op een eiland dat een brug in Florida ondersteunt. Hun wereld is er één van verworpenen, van mannen die gruwelen van zichzelf en zeker van de anderen, met wie ze eigenlijk niets te maken willen hebben, maar veel keuze hebben ze niet. The Kid is een eenzaat, hoewel vergezeld van een volwassen iguana die Iggy heet. The Kid is eigenlijk meer een slachtoffer dan een dader, opgegroeid zonder vader, onder de twijfelachtige zorg van een promiscue moeder. En nu heeft hij geen enkele mogelijke toekomst meer.
"They give themselves or each other names that are not the names they're known by on the National Sex Offenders Registry. There's the Rabbit and Plato the Greek and Paco the biker-bodybuilder and P.C. the coach and Ginger and Froot Loop and probably by now Lawrence Somerset is no longer Lawrence Somerset, the Kid thinks and wonders what the creep is calling himself now that he's had a few days to ditch his old name.(...) There's something tainted about their old names, their real names, something shameful about them or at best embarrassing and controlling so that a new name like Kid or Paco or Ginger or even a weird name like Froot Loop can be liberating in a small way".
De dagelijkse leegheid wordt doorbroken door een professor sociologie, een specialist in daklozen, die nu de kleine gemeenschap wil gebruiken als deel van zijn onderzoek, en vanuit dat perspectief de Kid wil ondervragen.
Ondanks de marginaliteit en de sociale context van het onderwerp, slaagt Banks erin een ongelooflijk sterke en authentieke stem te geven aan zijn hoofdfiguur, wiens gedachten en gevoelens perfect zijn weergegeven in de stijl en toon die Banks gebruikt.
"The Kid tries convincing the Professor that it's a dumb idea to try to get his neighbors to meet together but the professor doesn't listen which the Kid has decided is typical of him and maybe typical of all professors although this is the only real professor he's ever actually met in person. Assuming he is a real professor because you can't be sure that anybody is what he says he is. Or she. He's remembering the night he got busted and the watery feeling he got all over his body when he realized that nothing was what he thought it was and no one was who he and she claimed to be".
Een heel sterk en aangrijpend verhaal, dat in mijn ogen nog sterker was geweest had Banks zich enkel beperkt tot het perspectief van de Kid, in plaats van halverwege het boek ook te beginnen vertellen vanuit het perspectief van de Professor. Maar goed, je kan niet alles hebben.
Monday, April 15, 2013
Amos Oz - Scenes From Village Life (Vintage, 2012) ****
Amos Oz is één van Israels betere schrijvers, en deze bundel kortverhalen doet zijn reputatie alle eer aan. Zoals de titel het zegt, vindt elk verhaal plaats in Tel Illan, een waarschijnlijk fictief dorp, en raken de levens van de opeenvolgende hoofdpersonages elkaar zijdelings.
Oz schrijft met een verrassende eenvoud over de soms diepe angsten en verlangens van de inwoners van dit dorpje, die aan de oppervlakte een redelijk normaal leven leiden, zoals dorpsarts, lerares, immobiliënhandelaar. Enkel de ouderen spreken expliciete taal, alle anderen bewegen zich als evenwichtskunstenaars tussen heden en verleden, tussen raciale en religieuze en politieke meningsverschillen, en diep onder al deze kwetsbare relaties is een duistere diepte die niemand durft te benoemen.
"Singing", het voorlaatste verhaal eindigt met de zin "I had no further reason to turn my back to despair. So I got down on my hands and knees at the foot of the double bed and, rolling back the bedspread, I tried to grope with the pale beam of my torch into the dark space underneath".
of in "Lost" : "Once when I was eight or nine my father shut me up in the toolshed in the garden for an hour or two because I broke a thermometer. I can still remember the fingers of cold and darkness groping at me as I huddled like a foetus in a corner of the shed. The curved passageway had three closed doors apart from the one we had come through. Indicating one of them, Yardena said that it led down into the cellar and asked me if I wanted to go down and see it.
'You're not afraid of cellars, are you?'
'No, I'm not, but if you don't mind, maybe we'll skip the cellar this time'.
of in "Digging", wordt een oude man elke nacht wakker van een vreemd geluid onder de vloer. "In the night, at two or two-thirty, woken again by tapping, scraping and digging sounds, the old man got out of bed (he always slept in his long johns), and felt for the torch he had put out specially and the iron bar he had found in one of the sheds, his feet groping in the dark like blind beggars for his slippers".
Ongeacht het verhaal, is er iets fouts, in hun persoonlijke geschiedenissen, met hun geweten, met hun oplossingen.
Subtiel en meesterlijk verteld.
Michael Chabon - Telegraph Avenue (Harper, 2012) ***½
Zonder enige twijfel is Michael Chabon een stilistisch genie. Hij kan zich zowat elke vorm eigen maken en die een boek lang volhouden, zonder te verzwakken. Iedereen die al eens heeft geschreven kan enkel verbluft zijn over de vorm van de zinnen die uit Chabons pen vloeien, en op zelfs één van die zinnen zou ik jaloers zijn en er waarschijnlijk zelf een week op zitten werken, maar bij Chabon zijn het er duizenden, de een na de ander.
Deze roman heeft qua vorm een hoog Pynchon-gehalte. Je wordt als lezer meteen in de actie geworpen en zonder enige voorkennis ontrolt de plot zich rond de personages die verwikkeld zijn in vele verhaallijnen tegelijk, om maar te zwijgen van het rijke taalgebruik en de ellenlange zinnen.
Het verhaal gaat om een bevriend Joods en Afro-Amerikaans koppel, van wie beide vrouwen (Gwen en Aviva) als vroedvrouwen werken en de mannen (Archie en Nat) houden een tweedehands vinyl soul en jazz-platenzaak open. Hun wereld dreigt uit elkaar gerukt te worden door de komst van een nieuwe mall, die gesteund wordt door de zwarte financier en ex-quarterback Gibson Goode, waar uiteraard een veel grotere platenzaak zal komen. Als Afro-Amerikaan wordt Archie gevraagd om de nieuwe moderne winkel open te houden.
Hoewel een realistische setting, gaat Chabon in overdrive door een boel bijkomende subplots en karakters, inclusief een kung-fu filmvedette als grootvader voor het onechte kind dat Archie plots in zijn schoot geworpen krijgt, een orgelspelende souljazz muzikant die verpletterd wordt door zijn instrument en een tocht in een zeppelin.
En natuurlijk de "americana" nodig voor de scene-setting "Along with the backyard coops of heirloom laying hens, the collectively owned pizzerias, the venerable Volvos that had rolled off the line at Torslanda before ABBA first went gold, the racks of Dynaco tube amplifiers, the BPA-free glass baby bottles, and the ramshackle wonderland known as the Adventure Playground, one minor component in the patchwork of levees erected by citizens of Berkeley, California, in their ongoing battle to defend their polder against the captitalist flood tides of consumerist uniformity, was a telephone hanging on the wall of the Jaffe familiy's kitchen, a model 554 with a rotary dial, smiley-face yellow, its handset connected to its plastic shell by a snaking twenty-foot helix of yellow cord, kinked by old and unsolvable knots." en dit enkel als intro voor een telefoongesprek. Vrijgevig met woorden. Zeer vrijgevig met woorden om het plezier van de taal zelf.
Of bij aankomst van Gwen bij haar huis na haar werk : "The BMW pulled up to the house and then sat, lights lit, engine heat troubling the atmosphere above its hood, windshield glossy gray-blue blank of reflected sky. Daylight was taking its sweet time fading into dusk, and the street at suppertime seemed to be holding its breath, torn in to patches of deep shadow and sunshine, motionless but for the little white moths stitching their loopy crewelwork in the honeysuckle. In the sandpit of the tiny playground, dozens of toy vehicles and appliances lay bleached and upended, primary-colored plastic ruins as of some toddler cataclysm".
Beide zoons van het bevriende koppel blijken dan ook nog gek op film en op elkaar.
Ondanks alle verbale krachtpatserij, en echte krachtpatserij tussen de verschillende karakters, is het in se een vriendelijk boek, over menselijke relaties en diepere waarden dan die van geld en eigen ras of godsdienst, over de mogelijkheden en onmogelijkheden van het doorbreken van verwachtingen. En misschien denkend aan de filmversie van het boek, eindigt het allemaal op een positieve en verzoenende toon. De humoristische toon maakt het geheel nogal emotioneel afstandelijk, hoewel sommige passages wel diep raken, zoals het gevecht van de vroedvrouwen op een baby ter wereld te brengen, of de onmogelijke communicatiestoornissen tussen Titus en zijn vader Archie, als die tussen Archie en zijn vader Luther.
Wat me altijd schokt in Amerikaanse boekhandels is de scheiding tussen zwarte en blanke literatuur, alsof die in aparte vakken thuishoren. Chabons roman vond ik uiteraard bij de "blanke" literatuur, maar hij had evenzogoed bij de zwarte literatuur kunnen staan.
Sunday, April 14, 2013
Joël Dicker - La Vérité Sur L'Affaire Harry Quebert (Editions de Falloy, 2012) **
Net zoals bij vorige literaire prijzen, heb ik me nu ook laten vangen voor de aankoop van "La Vérité Sur L'Affaire Harry Quebert". Grand Prix de L'Académie Française, Prix Goncourt des Lycéens, derde plaats voor de echte Prix Goncourt en als je dan het boek leest, dan vraag je je af of de Franse literatuur soms een dieptepunt heeft bereikt en er echt niets beters gepubliceerd werd.
De roman speelt zich af in de Verenigde Staten, waar de jonge schrijver Marcus Goldman het verhaal vertelt van zijn vriendschap en wedervaren met de geslaagde schrijver Harry Quebert. Goldman worstelt met writer's block na zijn succesvolle debuutroman, maar heeft wel contractuele verplichtingen jegens zijn uitgever. Quebert is een gevierd auteur die wordt gearresteerd als in zijn tuin het stoffelijk overschot wordt gevonden van Nola Kellergan, een jonge vrouw die dertig jaar eerder verdween. Goldman goes to the rescue.
Het is een politieroman, maar dan één in literaire vorm. Quebert blijkt een soort Nabokov en Humbert Humbert tegelijk te zijn, en beide verhaallijnen van Marcus vandaag en van Quebert in het verleden schuiven als twee tegensgestelde driehoeken netjes in elkaar. Het boek zit vol structurele en organisationele spitsvondigheden, maar het boeit absoluut niet. De ik-persoon is een totaal oninteressante pocher van wie je hoopt dat hij snel ook vermoord wordt, wat jammerlijk genoeg niet gebeurt, en Quebert zelf is een watje dat niet durft opkomen voor zijn rechten. Ook de andere figuren zijn vlak en saai en stereotiep en voorspelbaar.
Het is bovendien stilistisch zwak, met eindeloze dialogen die weinig realistisch zijn, maar het filmisch gehalte van het boek verhogen.
Ik kan het alleen maar eens zijn met de recensie in Le Monde "un honnête polar, dont la présence sur les listes automnales est un mystère plus épais que celui qui nourrit son intrigue". Je kan hem dus inderdaad als een politieroman lezen, maar dan een van het middelmatige soort.
Subscribe to:
Posts (Atom)






