Monday, May 25, 2009

Enkele non-fictie boeken van fictieschrijvers

Van sommige auteurs wil ik elke nieuwe publicatie lezen, dus ook hun niet-literaire schrijfsels. Toevallig zijn ze ook alle drie uitgegeven door Vintage Books, merk ik nu pas.

Martin Amis - The Second Plane (Vintage, 2008) **

Martin Amis is zonder twijfel een groot stilist en literair componist, onderhoudend én met een meedogenloze blik op de menselijke natuur. In de voorbije jaren is hij geëvolueerd naar ernstiger onderwerpen, voorbij de satire die hem in het begin van zijn carrière kenmerkte, naar een meer cynisch perspectief, voorbij elke hoop in de goedheid van de mens. In "The Second Plane" bundelt hij een reeks artikelen die hij schreef voor The New Yorker, The Guardian, The Times, en andere, en waarin hij het Islamisme hekelt in al zijn facetten, en tegelijk in enkele kortverhalen ook een literaire evocatie geeft rond hetzelfde thema, zoals in "The Last Days of Muhammad Atta". Naast het Islamisme worden ook de Bush administratie en de onmondigheid van het Westen tegen het opdringend Islamisme aan de kaak gesteld. Zijn pen is scherp, zijn aanvallen hard en goed gedocumenteerd. En zoals meestal bij Amis, vlot te lezen. Veel nieuwe inzichten krijg je er wel niet door en zijn tekst is door en door pamflettair. Maar dan in de goede traditie.


Julian Barnes - Nothing To Be Frightened Of (Vintage, 2009) ***

Julian Barnes, een andere grote Britse stilist, schrijft in "Nothing To Be Frightened Of" zijn angst voor de dood van zich af, of toch in elk geval een poging hiertoe. Zijn invalshoek is dus persoonlijk, en daarom een stuk geloofwaardiger dan die van Amis, en in zijn boek zoekt hij antwoorden in de filosofie, bij vrienden, bij familie, in de literatuur. Zijn gebruikelijke "literaire voorouders" passeren de revue, zoals Flaubert, Montaigne, en vooral de mij onbekende Jules Renard, een Frans auteur uit de 19e eeuw, maar ook een hele rist filosofen (van Aristoteles tot Wittgenstein en Russell), wetenschappers (Dawkins), kunstenaars (Sibelius, Stravinsky, ...) en anderen die over de dood een mening hebben gehad. Angst voor de dood leidt natuurlijk ook tot de grote levensvragen zoals "is er leven na de dood", "bestaat God", "is het beter te geloven of eerder niet te geloven". Naast de enorme eruditie van Barnes, zijn vooral zijn persoonlijk relaas en de eerlijkheid, humor en zelfrelativering van zijn betoog best te genieten. Na verloop van tijd wordt het wel wat teveel van hetzelfde, want langs hoeveel kanten en persoonlijk invalshoeken kan je dit onderwerp belichten? Nu ja, geestig is het wel, en interessant bij momenten, hoewel het onderwerp niet echt opbeurend is.


Haruki Murakami - What I Talk About When I Talk About Running (Vintage, 2008) ****

Iets lichtvoetiger dan is Murakami's beschrijving van zijn passie : marathon-lopen. Hij beschrijft de inspanningen, het gevecht met jezelf en je lichaam om prestaties te leveren, de dagelijkse discipline, die hij ook vergelijkt met schrijven. Maar ook: dit is een typisch Murakami boek. Het anders belichten van kleine zaken, de realiteit die anders is dan gedacht, en waar je doorheen kan breken, een thema dat in zijn romans ook aan bod komt.

"While I was enduring all this, around the fourty-seventh mile I felt like I passed through something. That's what it felt like. Passed through is the only way I can express it. Like my body passed clean through a stone wall. At what point I felt like I'd made it through, I can't recall, but suddenly I noticed I was already on the other side. I was convinced I'made it through. I don't know about the logic or the process of the method involved - I was simply convinced of the reality that I'd passed through". Een typische Murakami paragraaf : de herhalingen, de reflectie over het gebeuren, de machteloosheid van het menselijk begrip erover, de irrationaliteit van het zijn.

Hier is nog zo'n stukje. " ... but these days I feel light as I start off. My legs aren't so tired anymore, and I feel like I want to run even more. Still, I feel a bit uneasy. Has the dark shadow really disappeared? Or is it inside me, concealed, waiting for its chance to reappear? Like a clever thief hidden inside a house, breathing quietly, waiting until everyone's asleep. I have looked deep inside myself, trying to detect something that might be there. But just as our consciousness is a maze, so too is our body. Everywhere you turn there's darkness, a blind spot. Everywhere you find silent hints, everywhere a surprise is waiting for you".

Alle drie zijn ze atheïsten, maar in vergelijking met Amis' tirade tegen Islamisme, en in vergelijking met Barnes' erudiete poging om de dood te omarmen, is er Murakami's a-rationele aanpak : "That's all I can think of. But as I drew near the end of the ultramarathon, I wasn't really thinking about this. The end of the race is just a temporary marker without much significance. It's the same with our lives. Just because there's an end doesn't mean existence has meaning. And end point is simply set up as a temporary marker, or perhaps as an indirect metaphor for the fleeting nature of existence. It's very philosophical - not that at this point I'm thinking how philosophical it is. I just vaguely experience this idea, not with words, but as a physical sensation". (ter vergelijking, Barnes maakt zich kwaad op een "jeugdfout" in één van zijn eerste romans, waarin hij tweemaal het woord "end" gebruikte in dezelfde zin, Murakami maakt er een feest van).

Van onze drie auteurs, blijkt de meest magische, ook het meest voeling te hebben met de realiteit. En een plezier om lezen, ook voor niet-athleten.

Saturday, January 31, 2009

Aravind Adiga - The White Tiger (Atlantic Books, 2008) ****

Winnaar van de Man Booker Prize 2008. Dat is een goede referentie. Daar staan namen bij als Coetzee, Gordimer, Ondaatje, McEwan, Banville, Golding, Murdoch, Rushdie, ... voorwaar goed gezelschap (dat er enkele miskleunen tussenzitten, moet je er maar bij nemen, Anita Brookner bijvoorbeeld). Vergeleken met deze illustere voorgangers, schiet Adiga toch wel iets te kort. Het is meer van het niveau van een Yann Martell's "Life Of Pi", literair gesproken dan, of Ben Okri's "The Famished Road". "The White Tiger" heeft dezelfde originaliteit van vertelperspectief als "Life Of Pi", and dezelfde ontluisterende maatschappelijke diepgang als "The Famished Road".

De ik-figuur van het boek heeft zijn eigen 'start-up' in Bangalore, het koninkrijk van de outsourcing, waar de mensen 's nachts werken om in dezelfde tijdzone als hun klanten in de VS te kunnen leven. Vanuit deze comfortabele nachtelijke positie, schrijft hij een reeks brieven aan de Chinese premier, die binnenkort op bezoek komt, met als doel die een achtergrondschets te bieden van het land, maar dan een schets die toont wat er achter de schermen plaatsvindt. Hij vertelt het vanuit zijn eigen perspectief. Hij heeft letterlijk een moord moeten begaan om zijn comfortabele positie te bereiken.

Dan volgt het verhaal zelf, van zijn jeugd als beloftevolle maar koppige leerling op het platteland, zijn werk als chauffeur in de stad, het leven in Delhi, de corruptie, de vernederingen, de prostitutie, de misdaad, de centen, de mensonwaardige levensomstandigheden van de meeste Indiërs. Maar het wordt gelukkig geen tweede Rohinton Mistry, daarvoor is Adiga te fijngevoelig en een te handig verteller. De ik-figuur is immers geen held, maar een verschrikkelijke opportunist, maar dan één die op alle sympathie van de lezer kan rekenen (of toch die van mij), door zijn groot gevoel van medeleven en menselijkheid, en die sympathie blijft zelfs tot en met de moord die hij pleegt. Hij is geen machteloos slachtoffer wiens situatie van kwaad naar erger evolueert, zoals in zovele fatalistische maatschappijkritische boeken.

En dat is het wonderlijke van dit boek : Adiga's toon, zijn humor en relativering, de permanent vriendelijke toon waarmee het hoofdpersonage de ontrollende gebeurtenissen vertelt, geven het boek een zekere lichtheid, maar tegelijk een grotere scherpte dan wanneer het een eindeloos geweeklaag of een direct aanklacht zou zijn geweest. In zijn visie zijn er niet direct goeden en slechten, het is een kluwen van individuen en fracties die er allemaal op uit zijn er alles uit te halen. Hij vergelijkt India met een kippenren. Alle kippen wachten naast elkaar rustig af tot ze één voor één worden geslacht. De wachtenden komen niet in opstand, hoewel ze eigenlijk niets te verliezen hebben.

Dit alles wordt gebracht tegen de achtergrond van de verkiezingen, een niet te begrijpen charade van politieke partijen, van wie de communicatie vaak het tegengestelde is van de realiteit. Een mooie illustratie :

"And below the slogan the policeman wrote
ALL INDIA SOCIAL PROGRESSIVE FRONT
(Leninist Faction)
Which was the name of the landlords' party."

Of nog, in zijn rechstreekse aanspreking van Weng Jibao :

"I gather you yellow-skinned men, despite your triumphs in sewage, drinking water, and Olympic gold medals, don't have democracy. Some politician on the radio was saying that that's why we Indians are going to beat you: we may not have sewage, drinking water and Olympic gold medals, but we do have democracy. If I were making a country, I'd get the sewage pipes first, then the democracy, then I'd go about giving pamphlets and statues of Gandhi to other people, but what do I know? I'm just a murderer".

Hij is een fantastisch verteller. Ik heb de andere kandidaten voor de Man Booker Prize nog niet gelezen, maar deze roman heeft zijn plaats zeker verdiend.

Russell Hoban - My Tango With Barbara Strozzi (Bloomsbury Books, 2007) *

Enkele citaten op de achterkant van het boek :
"The author is certainly a true original" (Daily Mail)
" ... fast, fun, full of big ideas lightly represented..." (Scotsman)
" ... a haunting, exasperating, funny, sad and elegiac. Catch it before it disappears" (Guardian)
" A deceptively complex novel of ideas, about reality, identity and ontology, that is only masquerading as a sweetly simple boy meets girl story" (Independent On Sunday).

Wel, ik heb me weer laten vangen. Dit is één van de slechtere en saaiste boeken die ik de laatste jaren heb gelezen (en uitgelezen!). Ik vraag me soms echt af waar de kritische zin is van die zogenaamde literaire critici. Boring stuff. Inspiratieloze drukdoenerij. Maar wel een prachtvoorbeeld van slechte literatuur. De personages zijn zo onrealistisch als maar kan zijn. De "girl" uit het verhaal gaat zowat om de haverklap met een ander naar bed. Het karakterzwakke hoofdpersonage doodt zowaar nog één van haar belagers, en dan nog op de meest debiele wijze. Tussendoor duwt Hoban zijn roman vol met wetenswaardigheden die niets met het verhaal te maken hebben. Op geen enkel moment heb je zelfs maar de indruk dat er gevoelens zijn tussen de personages.

Maar het boek is een prachtvoorbeeld van een totaal gebrek aan "pace". Noem het tempo of ritme, of het opbouwen van spanning, climax. De belangrijkste momenten uit het boek krijgen amper aandacht, noch in voorbereiding, noch in hun beschrijving, noch in hun mentale impact achteraf. Maar alle niets ter zake doende uitwijdingen worden over vele bladzijden uitgesmeerd. De ik-figuur doodt iemand, en dat wordt verteld als een fait divers dat hem niet schijnt te raken. Ja, de politie komt, en het lijk wordt opgeruimd, maar dan gaat het leven gewoon verder.

Het is ook een prachtvoorbeeld van een boek waar je om de haverklap om de oren wordt geslagen met citaten, de beschrijving van kunstwerken, ... die niet alleen de ik-figuur schijnt te kennen, maar die ook moeiteloos door de andere personages gekend zijn en probleemloos geduid worden.

Dus : veel doen alsof, maar weinig authenticiteit. Veel pretentie en weinig substantie.

Omdat het zo slecht is, en tegelijk relatief dun (160 bladzijden), is het interessant om lezen. Een prachtvoorbeeld van wat literatuur niet hoort te zijn.

Alexander Poeshkin - Eugene Onegin (Wordsworth Classics, 2005) ****

Nog eens een klassieker erbij gehaald. Ik had Poeshkin nooit gelezen, en ik moet zeggen, het was meer dan goed. Ik heb dit halve vooroordeel dat er vandaag veel betere literatuur wordt geschreven dan vele van de zogenaamde klassiekers. In die tijd was het al een heel gebeuren als iemand een boek schreef. En wie goed was, kwam wel boven drijven. Vandaag is dat even anders. Maar Poeshkin is het lezen waard. Ik heb zijn roman-op-rijm in een Engelse vertaling gelezen die niet in versvorm was opgesteld, maar wel zeer uitvoerig bekommentarieerd door de vertaler. Zonder die kommentaar zijn de vele verwijzingen naar de politiek, de geschiedenis en de literatuur niet te begrijpen. Maar het verhaal gelukkig wel. Eugene Onegin is een welgesteld dandyesk figuur, die eigenlijk niets doet, buiten slapen en uitgaan, maar wel de zinloosheid van dit bestaan inziet. De plot zelf is relatief mager. Eugene verveelt zich in de stad, verhuist naar het platteland, waar Tatyana, de dochter van de buren, op hem verliefd wordt, een liefde die hij niet beantwoordt. Zijn vriend wordt verliefd en verlooft zich ook met de zus van Tatyana. Omdat Onegin te lang met haar danst op een feest, daagt zijn vriend hem uit tot een duel, en wordt zelf gedood. Onegin vertrekt/vlucht terug naar de stad. Jaren later komt hij Tatyana opnieuw tegen. Nu wordt hij verliefd op haar, maar haar gevoelens zijn veranderd. Dit alles in iets meer dan honderd bladzijden. Het verhaal doet modern aan door de schrijver, de ik-figuur die er te pas en te onpas tussenkomt om zelf kommentaar te geven, ook over zichzelf uitwijdt zonder dat we eigenlijk iets van hem te weten komen. Het is een leuke roman. Maar ik denk niet dat één uitgever dit vandaag zou uitgeven mocht het als manuscript ingediend worden. Niet één. En toch is het een klassieker.

Sunday, January 4, 2009

Xiaolu Guo - A Concise Chinese-English Dictionary For Lovers (Chatto & Windus, 2007) ****

Nederlandse titel : Beknopt Woordenboek voor Geliefden

Enkele jaren geleden was ik gecharmeerd door Village Of Stone, het debuut van Xiaolu Guo, en de belofte die ze toen inhield, maakt ze ook waar met haar tweede roman. Het verhaal is eenvoudig. Een Chinese jonge vrouw van 24 komt naar Groot-Brittannië om Engels te leren, op kosten van haar ouders die een schoenfabriekje hebben. Eenmaal in Londen valt ze in de armen van een oudere man van iets boven de veertig, met wie ze een jaar samenwoont alvorens ze terug moet naar China. Het leuke en het creatieve van Guo's benadering is dat elk hoofdstukje gebouwd is rond een term die dan centraal staat in de korte gebeurtenis die nadien wordt beschreven : "Misunderstanding", "Home", "Colony", "Fart", "Fatalism", enz. gaande van de meest alledaagse begrippen tot meer filosofische. Haar taaltje is ook leerlingen-Engels, met kromme zinnen, verkeerde begrippen, ontbrekende lidwoorden, verkeerd vervoegde werkwoorden. In het begin werkte dat nogal storend, maar gaandeweg raak je eraan gewend, en biedt deze aanpak nog frisse nieuwe perspectieven ook.

Maar haar taal is ook een handicap om als volwaardig mens beschouwd te worden in haar nieuwe omgeving :
"In the West, in this country, I am barbarian, illiterate peasant girl, a face of third world, and irresponsible foreigner. An alien from another planet".

Enkel in het gezelschap van een Japanse en Koreaanse medeleerling ervaart ze haar Engels niet als een handicap :
"Most important thing, they use very simple words. Yoko sits down and say, 'Are we eat?'; Kim Yan Zhen looks at hotpot and asks, 'Cook, you?' I like that. I like people speak that way. So we understand each other easily."

Ook haar beschrijvingen, en de snelle sprongen die ze maakt van eenvoudige zaken naar diepe wijsheden of poëtische omschrijvingen, zijn zowel grappig als kunstig.
"After the soup becomes boiling I put in tofu and lamb. With hotpot, lamb is essential for the soup. It gives the form content. Otherwise hotpot is the interesting form of meaningless".

Ze maakt ook een verplichte reis door Europa, en komt dan ergens in een klein dorp in Portugal terecht.
"In the shade of sun, two old local mans with very dark skin sit on a chair. They are smoking quiet, in the morning. (...) A young girl, looks like a backpacker, a tourist, wanders in the street. She wears a tight lemon T-shirt. Her young lively breasts drag those old local man's eyes. As she disappears into the end of the street, two old mans withdraw back their eyes, and both exhale the smoke from their mouths. It must be a pleasure for them, in the morning street, seeing a young active breast under the lemon T-shirt".

Prachtig, niet?

Haar taalhandicap zorgt ook voor grappige relativeringen van haar filosofische mijmeringen :
"How is 'time' so clear in the West? Is being defined by Science or by Buddha? Reincarnation, it is not past future. Is endless loop. A circus, ending and starting is the same point."

Of nog :
"The snow knows its own power. It understands how to make a city less bleak and more gentle"

Het is een liefdesverhaal, vaak nogal naïef aandoend, maar zeker zeer oprecht gebracht. De ik-figuure is ook heel naïef op seksueel gebied, maar staat er wel meer dan open voor. Het staat symbool voor een andere manier van leven en denken, meer in termen van mogelijkheden dan van verplichtingen, meer in termen van eigen genot in plaats van de plicht jegens de collectiviteit, en zo ontwikkelt het verhaal zich stapsgewijs ook als een interne ontdekkingsreis.

Naast een liefdesverhaal, is het boek ook een clash van culturen. De man die ze heeft ontmoet is een "drifter", iemand die van dag tot dag leeft, eigenlijk kunstenaar is, maar vooral een besteldienst heeft. De ik-persoon daarentegen is zeer ambitieus, ze wil vooruit geraken, elk moment vrije tijd besteedt ze aan haar woordenschat. In China kan ze het zich niet veroorloven om niet aan de toekomst te denken. De Westerse bekommernis om zichzelf, de omgang met tijd, staan in schril contrast met de nood van een ontwikkelingsland om er bovenop te geraken, om zichzelf op te offeren om de komende generaties een toekomst te bieden.

Naast de creatieve vormgeving, zijn de perfecte beheersing van de netjes afgeronde hoofdstukjes, de lichtvoetige diepzinnigheid door de grote vragen die ze durft stellen over liefde en leven, maar dan gedreven vanuit haar dagelijkse beslommeringen, voldoende redenen om dit boek aan te bevelen.

Friday, January 2, 2009

2008 Boeken Top-10

In alle bescheidenheid, hierbij het lijstje van de beste boeken die ik las dit jaar :
  1. Ian McEwan - On Chesil Beach
  2. Markus Zusak - The Book Thief
  3. Ian McEwan - For You
  4. José Eduardo Agualusa - The Book Of Chameleons
  5. J.M. Coetzee - Diary Of A Bad Year
  6. Philippe Claudel - Le Rapport De Brodeck
  7. Michael Chabon - The Gentlemen Of The Road
  8. Louis De Bernières - Partisan's Daughter
  9. Hari Kunzru - My Revolutions
  10. Chuck Palahniuk - Rant
Er zijn natuurlijk veel boeken die ik niet heb gelezen, deels wachtend op de paperback uitgave, maar ook omdat de tijd ontbreekt om al die romans te lezen. Hopelijk helpt dit lijstje voor wie met dezelfde problemen kampt.

J.M.G. Le Clézio - Ritournelle De La Faim (Gallimard, 2008) ****

Ik had nog niets gelezen van de Nobelprijswinnaar literatuur 2008. Dan maar zijn laatste werk ter hand genomen : "Ritournelle De La Faim". Een "ritournelle" is een refrein uit middeleeuwse madrigalen, en later gebruikt als synoniem voor een instrumentaal tussenstukje in een opera. In deze roman beschrijft Le Clézio het leven van een jong meisje in de periode rond de tweede wereldoorlog. Haar ouders komen van Isle Maurice en hun vriendenkring ook voor een deel. In dit verhaal wordt ze heen en weer getrokken tussen een kinderlijk en poëtisch verlangen naar schoonheid, en de noodzaak om zich als een volwassene te gedragen in een materiële context die haar ouders eigenlijk te boven gaat. Haar vader is een dronken fantast, met meer ideeën en plannen dan echte realisaties. Ze weigert ook om te moeten toegeven aan de lelijkheid van het bestaan. De droom van haar grootoom was het herbouwen van het Indisch paviljoen van de universele tentoonstelling in Parijs, maar na zijn dood werd dat een snel een lelijk flatgebouw dat onder de verantwoordelijkheid van Ethel verder ontdaan werd van elke mogelijk aantrekkelijk element. Le Clézio maakt een pakkend verhaal van deze gegevens, en slaagt er vooral heel goed in om de spanning op te roepen tussen zelf je leven bepalen en het moeten aanpassen aan de veranderende omgeving, tussen wens en realiteit, tussen schoonheid en zuiverheid en anderzijds lelijkheid en verderf. Literair gezien een knap boek, maar op zich geen Nobelprijsmateriaal. Misschien moet ik zijn andere romans maar eens opzoeken.