Saturday, December 29, 2007

Boeken Top 10 van 2007

De meeste boeken die ik dit jaar heb gelezen, dateerden van voor 2007. Hier dan het lijstje van wat ik het beste vond, in bijna willekeurige volgorde
  • Martin Amis - The House Of Meetings
  • Haruki Murakami - After Dark
  • Salman Rushdie - Shalimar The Clown
  • Dave Eggers - What Is The What?
  • Jay McInerney - The Good Life
  • Mario Vargas Llosa - The Bad Girl
  • Michael Chabon - The Yiddish Policemen's Union
  • Thomas Pynchon - Against The Day
  • Jeroen Brouwers - Datumloze Dagen
  • Dave Mitchell - Black Swan Green

Mario Vargas Llosa - The Bad Girl (Farrar, Strauss and Giroux, 2007) ****

Mario Vargas Llosa is zonder enige twijfel één van de grootste schrijvers van het moment. De Peruviaan heeft al enkele schitterende romans op zijn naam staan, waarvan "The War Of The End Of The World" en "The Feast Of The Goat" absolute aanraders zijn. Vargas Llosa is een post-modern schrijver die vaak stijlen vermengt, of er zelfs mee experimenteert (zoals zijn volledig in de jij-persoon geschreven homage aan Gauguin). In "The Bad Girl" grijpt hij qua stijl terug naar de roman van de 19e eeuw, met verwijzingen naar zowel Flaubert, Hugo als de grote Russen. Het boek beschrijft lineair-chronologisch het verhaal van een jonge Peruviaan die verliefd wordt op een jonge Chileense. Hij is "the good boy" en zij is "the bad girl", een hedendaagse Madame Bovary. Zijn enige betrachting is om in Parijs te wonen, wat hem ook lukt. Zij is veel ambitieuzer en wil rijk zijn en vrij. Hun relatie jo-joot doorheen hun leven, van even samen naar weer weg van elkaar, omdat zij één van de meest onvoorspelbare figuren is die ooit in een roman zijn opgetreden : ze is sympathiek en aantrekkelijk, maar tegelijk ook weerzinwekkend en verachtelijk. En Vargas Llosa slaagt ook hier om een karakter op papier te zetten zoals alleen zijn 19e eeuwse voorbeelden het konden. De lineaire verteltrant, maar ook het bijna klinisch beschrijven van de gebeurtenissen typeren volledig de ingesteldheid van de wat saaie ik-figuur, die misschien wel goed is, maar een waarschijnlijk even monotoon als voorspelbaar bestaan leidt. "The bad girl" daarentegen leeft met een duidelijk doel voor ogen, en met één methode : de rijke man vinden, maar ze rijdt zichzelf gewoon vast, de keerzijde van de rijkdom is het opgeven van vrijheid en persoonlijke keuzemogelijkheden. En Vargas Llosa brengt dit alles op meesterlijke manier : om het ik-personage nog meer kleurloosheid te geven, geeft hij hem een job als vertaler en tolk - iemand die niets te vertellen heeft, tenzij doorgeven van wat anderen zeggen. Of zoals één van zijn collega's het formuleert "Like our profession as interpreters, another way of always being a foreigner, of being present without being present, of existing but not existing". Het boek gaat over liefde in zijn meest extreme vormen, van onvoorwaardelijke liefde, tot onuitbare liefde, tot onderworpenheid ("I don't know if what I feel for Fukuda is love. But never in my live have I depended so much on anyone the way I depend on him. The truth is he can do whatever he wants with me"). Maar het verhaal gaat nog verder dan dit, het gaat ook om globalisering, het ontvluchten van armoede en het ook willen maken in deze wereld, de keuze tussen rationaliteit en zekerheid tegenover emotionaliteit en irrationaliteit, zoekend naar individuele oplossingen, nippend aan structurele mogelijkheden zoals politiek en internationale organisaties en guerilla en heropbouw. Vargas Llosa is een meester in het verweven van de vele lagen. En ja, het is ook een moderne roman. De seks is onverbloemd weergegeven, in alle details, onbeschroomd, maar niet puberachtig zoals bij Houlebecq.

Een zeer aangrijpend verhaal. Meer dan eens had ik de krop in de keel. Een prachtig personage, die bad girl, de "niña mala", en het geheel steekt meer dan vernuftig in elkaar, ondanks de wat oubollige vertelstijl, maar die is uitermate functioneel in deze roman. Niet zijn beste, maar wel de moeite.

Tuesday, December 18, 2007

Jeroen Brouwers - Datumloze Dagen (Uitgeverij Atlas, 2007) ****

Dat Jeroen Brouwers kan schrijven, dat wisten we al, maar hier overtreft hij zichzelf, in zijn eigen genre dan nog wel. "Datumloze Dagen" is een lange monoloog van de ik-figuur die door het bos rond zijn huis wandelt (dat hebben we nog gelezen bij Brouwers), de relatie met zijn zoon overpeinzend, maar dan in verschillende tijdsmomenten, als een symfonie van vertellagen. Het thema : de geworpenheid in dit leven, het leven dat geen geschenk is, enz. om er samen met de hoofdpersoon depressief van te worden. Het verhaal is dun, maar daar gaat het niet om. De ik-figuur heeft een nogal cynische kijk op het leven, wordt door zijn eerste vrouw tegen zijn wil met een kind opgezadeld, een verraad dat de relatie doet afknappen, ook die met zijn zoon. Mocht Brouwers niet zo goed schrijven, dan had ik dit boek waarschijnlijk na zestig bladzijden al weggegelegd, want wat kan die ik-figuur zeuren en zagen, emmeren en janken. Maar hij kan gelukkig goed schrijven, en het loont de moeite om verder te lezen. Want plots ontstaan er momenten van vreugde, kort, kleine gebeurtenissen, die zich aan de ik-figuur opdringen en die bressen beginnen slaan in zijn eindeloze depressie. Het verhaal kantelt, in de emotie dan toch van de ik-persoon. De absolute zinloosheid van het bestaan, de oppervlakkigheid van de samenleving, ... die krijgt hij er wel niet uit. De teneur is er één van "hoe kan ik verantwoordelijk zijn voor iets wat ik niet heb gewild (het leven, mijn zoon) en waar ik geen controle over heb (het leven, de vrouwen)", erbij denkend dat het al moeilijk genoeg is om zichzelf te zijn. En hij brengt deze rudimentaire levensvragen naar een hoger niveau dan het hier en nu, door vele verwijzingen naar de Griekse mythologie en tragedies (Oedipus, de minotaur, de centaur, de cycloop, Sophokles, ...), en uiteraard door de tijdeloosheid ervan voortdurend te benadrukken, te beginnen met de titel. Wat Brouwers hier brengt is een brok emotioneel geschrijf wat weinigen in het Nederlandse taalgebied hem kunnen nadoen. Verwacht geen verhaal, in de zin dat er een plot is met verrassende wendingen. Zijn kracht ligt in weergave van gevoelens, hun evolutie en de krachtige verwoording ervan, het compositorisch doorheen weven van verhaaldraden die voor contrast en effect zorgen. En dat is op zich al een hele prestatie.

Saturday, December 15, 2007

Michael Chabon - The Yiddish Policeman's Union (Harper Collins, 2007) ****

Dit is zonder enige twijfel een van de betere boeken die ik dit jaar heb gelezen. Wie zijn "Amazing Adventures of Cavalier & Klay" heeft gelezen, zal dit boek zeker kunnen waarderen, want het is meer gefocust, strakker, beter geschreven. Maar het blijft, zoals de titel al laat uitschijnen, een roman met de ingrediënten van een jongensboek, maar dan op een hoger niveau getild, een veel hoger niveau. Het verhaal speelt zich af in Alaska eind van de 20ste eeuw, de Amerikaanse staat waar de joden na de tweede wereldoorlog hun tijdelijk, 60-jarige verblijf hebben gekregen. In de hoofdstad van deze plek wordt een jood lafhartig vermoord in de hotelkamer van hetzelfde hotel waar de hoofdfiguur logeert, de getormenteerde politie-detective Meyer Landsman, die even onorthodox als doordravend en slim is. Een cliché dus uit de betere film noir. Bovendien verwerkt hij een scheiding en is hij meer dan lichtjes aan de drank. Zijn speurtocht leidt hem naar de macht van een maffieuze joodse sekte, met zeer donkere kanten en geheimzinnigheid, half-messiaanse figuren, een mysterieus verbond met de plaatstelijke indianen, en duistere machten die worden beïnvloed door nog diepere machten. Kortom, Chabon speelt met de gebruikelijke motieven alsof het een lieve lust is, maar dan in het kader van de imminente verdrijving van de joden uit Alaska, door de Amerikanen. Dit soort benadering hebben we enkele jaren geleden ook gekend, in Philip Roth's "The Plot Against America", waarin een mogelijk andere historische wending (bij Roth de "nazistische" Lindberg die in Amerika de macht verwerft en een verbond sluit met Hitler), de achtergrond vormt voor het verhaal. Het knappe van dit boek is dat Chabon het ritme erin weet te houden, net zoals in een politieroman, maar dat hij tevens dieperliggende lagen op een schitterend wijze weet aan te boren, zoals de politieke context van het jood zijn op deze wereld, religieus fanatisme, politieke macht, maar ook de emotionele lagen zoals de relatie van de verschillende personages onderling of met hun ouders (lafheid, angst, liefde, verkeerde veronderstellingen, gebrek aan communicatie, enz.). Chabon heeft veel van Pynchon overgenomen : de rake taal, de extravagante karakters, de afwisseling tussen stripverhaalachtige elementen met serieuze stukken, maar zijn stijl is lichter en de gebeurtenissen makkelijker te begrijpen. Maar wat een verhalenverteller! Wat een schrijftalent! Elk hoofdstuk is qua setting, qua invalshoek, qua opbouw zo goed doordacht, zo fijn en evenwichtig, een netjes afgerond stukje, de beschrijvingen van de ruimte zo zinvol, de dialogen raak, ... werkelijk schitterend. En dan zijn vergelijkingen, soms vergezocht, maar altijd uitermate sprekend. Enkele voorbeelden :
  • "Landsman wakes from a dream of feeding his right ear to the propellor blades of a Cessna 206".
  • "An invisible gas clouds his thoughts, exhaust from a bus left parked with its engine running in the middle of his brain".
  • "Surrender unfolds across Landsman's heart like the shadow of a flag".
  • "Hertz is crowding Landsman, exhaling his breath of plum brandy, the undertone of herring so oily and sharp you can feel the little bones in it".
  • "She looks like hell, only hotter".
  • "'Uh-huh', Spade says amiably, a little distracted, maybe, like someone pretending to take an interest in the minutiae of your life while surfing some inner Internet of his mind".
  • "The weariness of her voice seems to flow into her shoulders, her jaw, the lines of her face".
En deze vergelijkingen zijn dan nog vaak zeer functioneel, zoals deze, tijdens een politieverhoor :
  • "The tea bags surrender their color unwillingly to the tepid water".
  • "He used to keep a museum, maybe it's still there, up at the tired end of Ibn Ezra street".
Dit boek zal geen plaats innemen in de wereldliteratuur voor zijn hoog literaire kwaliteiten, maar Michael Chabon is een superieur ambachtsman, die erin slaagt om een hele wereld te creëren, en die nog geloofwaardig te doen overkomen, als een spiegel van onze hedendaagse samenleving.

Om duimen en vingers van af te likken.

Tuesday, December 11, 2007

Richard House - Uninvited (Serpent's Tail, 2001) **

"Uninvited" is de tweede roman van de Brit Richard House. Ian Proctor, hoofdfiguur van het boek, leeft met enkele andere krakers in een pand waar ze worden uitgezet. Er is bovendien een moord gebeurd, zijn vriend is verwikkeld in een oplichtingszaak, hij geeft zelf zijn eigen job op uit algemene onvrede met de gang van zaken, maar vindt vrij snel een nieuwe job als fietskoerier. Naarmate hij probeert om zijn onzekere bestaan wat meer vastheid en zin te geven (nieuwe job, nieuwe relatie, ...) ontsluiert de moord- en oplichtingszaak gaandeweg, zonder dat er echt detectivewerk aan te pas komt. Op die manier wordt de richtingloosheid en de toevalligheid der dingen in het leven mooi aangegeven. Maar spannend is het allemaal niet. House slaagt er wel in om de sfeer van marginaliteit en passiviteit goed weer te geven, maar ook de focus op het "hier en nu". Toekomstperspectieven, verlangens op langere termijn, het is er allemaal niet bij, bij deze jongeren. Dit wordt goed beklemtoond door de eenvoud van stijl : de zinsstructuur is meestal "onderwerp-werkwoord-lijdend voorwerp". Toch is het geheel wat ontgoochelend. Het blijft bij een kleine verhaaloefening, met een aantal leuke momenten, maar ik bleef als lezer toch een beetje met een hongergevoel zitten.

Thursday, November 15, 2007

Martin Amis - The House Of Meetings (Vintage Books, 2007) *****

Ik denk dat ik alle romans van Martin Amis heb gelezen, en deze springt wel enigszins uit de band. De meeste van zijn andere boeken spelen zich af in de huidige rijke en moderne kant van de samenleving, zowel in Groot-Brittannië als in de VS, waar kunstenaars, superrijken, politici, journalisten en criminelen elkaar voor de voeten lopen om toch maar zoveel mogelijk te genieten van dit korte bestaan en hun belangenvermengingen en wederzijdse afhankelijkheid zijn altijd vast van de partij. Zijn proza danst en davert, met alle karakteristieken van de hedendaagse betere verkoopbare roman : eigenzinnige karakters, extreme situaties, drugs, alcohol, sex en geweld. Martin Amis' talent is zeldzaam : een vlotte pen, vindingrijke plots, een magistraal arrangeur - hoe zijn verhaallijnen en gezichtspunten door elkaar vloeien is duizelingwekkend - en een verbluffend sarcast. In al zijn romans is het morele individu centraal, dat ondanks zijn principes, altijd zwak is en toegeeft.

Dat is zijn andere werk. In House Of Meetings gebruikt hij dezelfde ingrediënten, maar duwt ze naar een nog extremer context : de Russische geschiedenis van de 19e eeuw. De jeugdige rock 'n' roll is er uit. De barre hardheid van de geschiedenis neemt over. En ik ben ervan overtuigd dat Amis doelbewust gezocht heeft naar een context om de morele dilemma's die in zijn vorige romans ook aanwezig waren op de spits te kunnen drijven. Kort samengevat komt het hierop neer : twee broers zijn verliefd op dezelfde vrouw, een joodse schone. De twee broers komen in hetzelfde Siberisch kamp terecht ten tijde van Stalin. Beiden overleven, maar op een andere manier, en moeten dan verder. Eén van hen beiden is de verteller, een cynicus op leeftijd, die zonder enige schroom en bikkelhard zowel zichzelf als de maatschappij op de korrel neemt. Het is een verhaal over liefde en overleven, liefde en haat, leven en dood. Er is geen gevoel, geen daad die ook niet tot het omgekeerde leidt, en Amis verwerkt die op een briljante manier doorheen de plot, doorheen de ontwikkeling van de vertelling. Als lezer moet je permanent van de ene tijd naar de andere springen, zonder altijd duidelijke aanduidingen te hebben van waar je je bevindt. Het relaas wordt immers gedaan aan de afwezige Venus, die wel over voorkennis beschikt. De hoofdfiguur is ook slachtoffer van zichzelf, creëert nieuwe persoonlijkheden, krijgt nieuwe gevoelens, verwenst zichzelf, zijn vroegere zelf, zijn huidige zelf. En gaandeweg merk je dat zijn pijnlijke eerlijkheid wel eens zijn goede daden en gevoelens verbergt. Uiteindelijk is de emotionele spankracht in het boek verpletterend, niet alleen in historisch perspectief, maar ook tussen de drie hoofdpersonages, die, als slachtoffer van die geschiedenis, van die samenleving, onder elkaar, ondanks de liefde, of misschien net door de liefde, erin slagen om elkaars leven misschien even gruwelijk te maken, op een meedogenloze manier. Een absoluut schitterende roman, qua toon, qua stijl, qua plot en qua composities. Maar niet echt vrolijk. Hadden we in ons Nederlands taalgebied maar zulke schrijvers!

Thursday, November 1, 2007

John Updike - Terrorist ( Penguin, 2007) ***

Het plots besef van de eigen kwetsbaarheid is de Amerikanen diep gegaan na 11 september, en vele schrijvers hebben er hun roman rond geschreven, en dit is die van Updike. Het verhaal vindt plaats na de aanslag, en brengt het verhaal van een Amerikaanse jongen die het gemis van zijn Egyptische vader (kind verwekt en weer vertrokken) opvangt door zich hals over kop in de Islam te storten, zichzelf een identiteit opbouwend en oprecht zuiverheid zoekend in een Amerika dat uiteenvalt van het consumerisme, de vunzigheid en het geweld. Daar tegenover staat de joodse opvoeder van zijn school, die zelf niet echt gelovig is en de jongen een toekomst wil bieden. Rond deze twee figuren dartelen er nog een paar rond, die elk op hun manier een mogelijke schakering bieden van geloofsovertuiging, welke dan ook, en hoe richtinggevend die is voor hun leven. Het boek is niet slecht, Updike kan schrijven, en hij is het sterkst op de momenten wanneer je door de ogen van de jonge islamist deze wereld bekijkt met al zijn oppervlakkige viezigheid en eigenbelang. beangstigend is. De absolute rechtlijnigheid van zijn denken, maakt elke menselijkheid, inclusief de kleine fouten, onmogelijk. Alleen verlossing door opname in het paradijs is dan nog de wenselijke optie. Updikes impliciete verwerping van elke vorm van geloof zal in Amerika wel als moedig overkomen, maar in het algemeen is het toch een braaf boek. Updike heeft het terrorisme menselijk willen voorstellen, de daders tot menselijke figuren willen maken, maar hij heeft het misschien wel iets té parochiaal voorgesteld, vanuit een te eng perspectief. Ik hoop nu alleen dat alle Amerikaanse schrijvers 9/11 van zich afgeschreven hebben en weer echt gaan schrijven. De verplichte nummertjes schaden hun creativiteit.

Sunday, October 21, 2007

Richard Powers - The Echo Maker (2006) ***

Misschien hangt het van mij af, maar het is me de laatste jaren al meer gebeurd dat ik de eerste 50 bladzijden wild enthousiast ben over een nieuw boek dat ik ter hand neem, om dan vol verbazing vast te stellen dat het initiële schitterende concept en de opmerkelijke schrijfstijl verzanden in richtingloos gezaag. En dat had ik jammer genoeg ook bij dit boek. Het uitgangspunt is schitterend en origineel. Een 27-jarige jongeman wordt het slachtoffer van een verkeersongeval in Nebraska, herstelt wel, maar met een zeldzame hersenaandoening als gevolg : hij herkent zijn zus niet meer (en ook zijn hond, zijn huis, dus eigenlijk alles wat hem vertrouwd is en emotioneel aan de wereld bindt). Tegelijk is er ook een mysterieus aspect verbonden aan het ongeval : hoe is dit kunnen gebeuren, wie heeft hem gered en waarom laat zijn redder een cryptisch bericht achter? Powers brengt dit initieel schitterend, met verschillende invalshoeken en schrijfstijlen, slaagt hij erin om de vervreemding van Mark Schluter knap en indringend weer te geven. Het verhaal vindt plaats tegen de jaarlijkse massale migratie van kraanvogels aan de Platte-rivier, en ook dat gegeven wordt wonderlijk goed in het verhaal verweven, en brengt een tweede verhaallaag aan rond milieubescherming en toeristische exploitatie. Door beide in elkaar te schuiven kan hij wezenlijke vragen stellen rond identiteit, gevoelens, perceptie, waarden, waarheid en valsheid, enz. Alleen maakt Powers dan zijn eigen schitterende roman kapot door te blijven doordrammen over alle mogelijke bizarre aandoeningen die een mens kan hebben, door bijkomende verhaallijnen toe te voegen, die wel functioneel zijn, maar veel te lang uitgesponnen, met veel te veel herhalingen. Vaak had ik de drang om te roepen "Ik begrijp het! Ik begrijp het! Je hebt je punt gemaakt! Stop met al die zinloze ballast! Stop met al die woordenkramerij!". Of, om het anders te zeggen : had Powers hetzelfde verhaal in de helft van het aantal bladzijden geschreven, dan had het meer spankracht, meer zeggingskracht, kortom, meer kracht gehad. Jammer, want de man kan zeker schrijven.

Sunday, September 9, 2007

Rabih Alameddine - I, The Divine (Phoenix, 2001) ***


In "I, The Divine" beschrijft de Libanese schrijver Rabih Alameddine het leven van een jonge vrijgevochten Amerikaans-Libanese vrouw, die wel het nieuwe Amerikaanse leven waardeert, met al zijn individuele vrijheid en artistieke mogelijkheden, maar anderzijds toch aangetrokken blijft tot haar Libanese druzische familie. Het boek is opgebouwd uit hoofdstukken die alle hoofdstuk 1 zijn, wat inderdaad het gevoel geeft dat er ter plaatse wordt getrappeld, en in de eerste hoofdstukken schrijft hij ook in die stijl, met zeer veel herhalingen, maar telkens vanuit een ander perspectief, soms zelfs met identieke stukken van hoodstukken vertaald naar het Frans. Alleen houdt hij dit niet vol over het ganse boek, en wordt het bovendien meer een oefening in het aantal invalshoeken in plaats van functioneel vormgebruik. Hetzelfde geldt voor de inhoud van het boek : omdat elk hoofdstuk een verhaaltje is, loopt de inhoud ervan niet altijd door naar de rest van het verhaal. En dat vind ik wel vreemd, toch zeker voor gebeurtenissen die zeer ingrijpend zijn, zoals een verkrachting, maar die net zo goed eruit had kunnen blijven, want er wordt nergens anders nog naar verwezen, tekstueel noch emotioneel. Zo staan er nog meer vrijblijvende "schrijfoefeningen" in. Maar het boek heeft wel zijn charme, het personage van Sarah Nour el-Din is knap neergezet, net zoals haar familie die uit redelijk echte karakters bestaat in plaats van clichés. En ook bepaalde situaties zijn zeer goed gevonden en beschreven : warm, emotioneel, grappig, hard soms, echt. Dat heb ik graag, die menselijke kant.

Sunday, August 26, 2007

Dave Mitchell - Black Swan Green (Hodder and Stoughton, 2006) ***

Na "Cloud Atlas" brengt Dave Mitchell opnieuw een zeer sterk geschreven roman. Deze keer geen dooreenlopende verhalen, geen mysteries, maar een beschrijving van één jaar in het leven van een dertienjarige jongen, tijdens de overgang van kind naar puber. Op zich de banale ingrediënten van het zoveelste "coming-off-age" verhaal, met alle verhalen over de vriendjes en de leerkrachten die er standaard bijhoren, net zoals de oudere, niets begrijpende zus, of de al even afstandelijke ouders, de pestkoppen in de klas of de absolute nerds. Al die ingrediënten zitten er inderdaad in, maar Mitchell tilt dit alles tot een absoluut schitterend niveau. De naïviteit, gekoppeld aan stoerdoenerij en meedogenloos sarcasme worden door de scherpe pen van Mitchell tot een geestig, ontroerend en leuk boek gegoten. Zijn toon is verbluffend en volgehouden doorheen het boek, en vooral de manier waarop hij de evolutie van het boek vanuit telkens verschillende, even plausibele situaties weet te beschrijven is uitzonderlijk. Interessant aspect, maar met zware culturele fouten, is het optreden van de "Vlaamse" Madame Crommelynck, die in Cloud Atlas een enigszins andere rol vervulde, en hier opnieuw ten berde wordt gebracht. Ik ben in alle eerlijkheid gaan zoeken op Google naar die naam Crommelynck omdat die me, samen met de zijdelingse verwijzingen naar het verhaal, vertrouwd overkwam. Cloud Atlas was het enige eenduidige en correcte antwoord van Google. Deze roman is niet zo verruimend of verrassend als Cloud Atlas, maar een stuk alledaagser, en dus menselijker en herkenbaarder.

Thursday, August 16, 2007

Dave Eggers - What Is The What? (McSweeney's, 2007) ****


Dave Eggers is zonder enige twijfel één van de beste jonge schrijvers van het moment, die met "You Shall Know Our Velocity" één van de beste, meest intense en grappige boeken van de laatste jaren heeft geschreven, maar ook "A Heartbreaking Work Of Staggering Genius" was een plezier om lezen. Beide boeken zijn geschreven in de tegenwoordige tijd door een ik-figuur, alsof je het hele verhaal op het moment zelf meemaakt. De afstand tussen schrijver en lezer is hierdoor minimaal, en je leeft mee met de waanzinnige emotionele en impulsieve jeugdige daden van de hoofdfiguren, wat tot een unieke leeservaring leidt. Met dit boek gooit hij het over een totaal andere boeg. Hoewel technisch gezien een roman, omdat hij er hier en daar wat fictie heeft toegevoegd, is dit boek het echt gebeurde relaas van een Soedanese vluchteling die als jongen uit zijn dorp vluchtte tijdens een plunder- en rooftocht, alleen en zonder ouders, om dan samen met enkele honderden jongens, dan tienduizenden anderen het land ontvluchtte, om eerst drie jaar in Ethopië, dan tien jaar in Kenya in een vluchtelingenkampen te moeten leven, om dan uiteindelijk naar de Verenigde Staten te mogen emigreren. Je zou het boek dus eerder als een getuigenis kunnen omschrijven, waarvan Eggers de ghost writer is, maar wat voor een ghost writer. Eggers schrijftalent, zowel qua stijl als qua compositie, tillen dit natuurlijk tot een literair niveau in vergelijking met andere getuigenverslagen, en het geheel wordt er des te reëler en aangrijpender door. Maar verrassend genoeg breekt Eggers met zijn normale aanpak, en wordt het verhaal verteld vanuit het perspectief van de 28-jarige vluchteling in zijn huidige Amerikaanse omgeving. Dat biedt Eggers de mogelijkheid om ook de Amerikaanse wantoestanden aan de kaak te stellen (criminaliteit, gebrekkige gezondheidszorg, hypocrisie, racisme, ...), maar door het verschil in tijd en ruimte, samen met het permanent onderbreken van het relaas door Amerikaanse gebeurtenissen toe te voegen, wordt een grotere afstand gecreëerd tegenover de meest pijnlijke momenten uit het leven van de jongen, die nu uiteraard in het verleden liggen, en waarvan we bij het begin al weten dat hij het allemaal overleeft. En misschien is het creëren van deze afstand bewust, om de meegemaakte horror iets beschrijfbaarder te maken, iets minder direct, als een bijna klinische oefening om de emoties in bedwang te kunnen houden. Want in alle eerlijkheid, wat hier wordt beschreven tart alle verbeelding van menselijke monsterlijkheden. Dat de internationale gemeenschap hier met handen en voeten gebonden naar stond te kijken zonder te kunnen ingrijpen, is één van de grote schandalen van vorige eeuw, en het probleem is er vandaag nog altijd, in Soedan, in Darfur. De echte kracht van het boek gaat natuurlijk uit van de zeer heldere en eerlijke vertelstijl van de ik-figuur, met al zijn goede en slechte kanten. Het is een boek dat je doet huilen van afgrijzen en machteloosheid, maar ook van plezier door het genot, de vriendschap, de misverstanden, die in kleine plekjes aanwezig blijven onder lotgenoten, en die het leven nog ergens draaglijk maken. Dit is een dijk van een boek. Geen grote literatuur, maar wel verplichte lektuur, en een getuigenis om nooit te vergeten.


De Soedanese vluchteling, Valentino Achak Deng, heeft nu zijn eigen website, die hij gebruikt als communicatiemiddel om het lot van zijn landgenoten te helpen verbeteren : www.valentinoachakdeng.com. De opbrengst van de verkoop van het boek gaat overigens integraal naar de stichting. Een genereus gebaar van de schrijver.

Wednesday, August 8, 2007

Haruki Murakami - After Dark - ****


Net de nieuwe van Murakami, After Dark, uitgelezen. Een typisch Murakami-verhaal, licht van toon, gewoonmenselijk qua verhaal, magisch qua ruimte, literair sterk. Het verhaal speelt zich af in de tijdsspanne van één nacht. In die knoop van tijd en ruimte komen enkele levensdraden samen, mensen die elkaar voordien nooit hebben gezien, ze raken even verstrengeld, en om dan weer elk hun eigen richting uit te gaan en elkaar waarschijnlijk nooit meer te zien : een studente Chinees, een jonge jazz-muzikant, de uitbaatster van een liefdeshotel, een software-ontwikkelaar, en Chinese pooiers. Hun feitelijk raakpunt is een Chinese prostitué die door de software-man in elkaar wordt geslagen. Verhaaldraden komen, en verhaaldraden gaan, maar worden niet opgelost. Een vluchtige momentopname uit verschillende levens, het toeval van de nacht, en 's morgens is alles weer wat het voordien was.

Doorheen het verhaal slaapt een meisje. Ze doet niets. Ze slaapt. En we kijken bij haar in de kamer, als een camera, en zo expliciet wordt het ook gesteld door Murakami. Deze roman leest bijna als het script van een film. Met beschrijving van de kleinste details waar de camera op moet inzoomen, met beschrijving van de camera-bewegingen voor maximale impact en zingeving. En Murakami zou Murakami niet zijn, mocht hij het geheel niet naar een hoger niveau tillen, en met name dat van wat mensen drijft. En het geheugen neemt in deze roman daarom een speciale plek in. De feitelijkheden zijn misschien wel anders als de nacht voorbij is, maar in elk van de personages zal in het geheugen iets zijn blijven hangen. Ook het geheugen als gekleurde plek vol angst of verlangens, die ons blijven beïnvloeden : de zwempartij bij Eri Asai, de donkere lift voor Mari Asai. Maar ook ons collectief geheugen komt naar voor in de vorm van de sprookjes : assepoester, sneeuwwitje, de schone slaapster, met de thematieken van het lelijke en het mooie zusje, de stiefmoeder, ze zijn er allemaal.

Maar in het absolute donker gebeuren er natuurlijk ook rare dingen : televisieschermen die een inkijk geven in de kamer, spiegelbeelden die hun eigen leven gaan leiden, kortom, het territorium van de angst, waar we achteraf eigenlijk niet meer goed van weten of ze nu reëel waren of ingebeeld. Dat moeten we zelf interpreteren.

Tot drie maal toe klinkt de boodschap van de slechte in de telefoon "You'll never get away... You might forget what you did, but we will never forget". Of elders zegt een jonge schoonmaakster "Memory is so crazy. It's like we've got these drawers crammed with tons of useless stuff (...) People's memories are maybe the fuel they burn to stay alive. Whether those memories have any actual importance or not, it doesn't matter as far as the maintenance of life is concerned. The're all just fuel".

En als de dag begint " ... but in the light of the newly revealed sun, the meaning of words are shifting rapidly and are being renewed. Even supposing that most of the new meanings are temporary things that will persist only through sundown that day, we will be spending time and moving forward with them".

En uiteraard zijn er de vaste Murakami ingrediënten, jazz, drinken of eten in snacks, katten, studerende jongeren.

En ja, het liefdeshotel heet Alphaville, zoals de film van Jean-Luc Godard, een science-fiction film die gedraaid werd zonder speciale effecten en de dagelijkse stedelijke ruimte van die tijd. Ook bij Murakami is dat vervreemdend effect natuurlijk gewenst. Wat ons normaal lijkt, is het eigenlijk niet.

Maar ondanks alle vreemdheid, is het toch vooral een verhaal over menselijke onzekerheid, tederheid, vriendschap, en emotionele banden. Nooit melig, nooit hoogdravend, luchtig maar diepgaand voorgesteld. Het boek mist het epische van The Wind-Up Bird Chronicle, of het absoluut inventief bizarre van Hard-Boiled Wonderland, maar is zeker de moeite waard.

Sunday, August 5, 2007

Toni Davidson - Scar Culture (Rebel Inc., 1999) ****


Een boek als een mokerslag, hard, onontkoombaar en ongenadig. Gedurfd, krachtig en sterk geschreven, emotioneel vernietigend. Door een weefsel van verschillende in elkaar verstrengelde verhalen te brengen, elk met hun eigen stijl en schriftuur, slaagt Davidson erin om de breekbaarheid van de menselijke psyche weer te geven, door diep in het trauma van zijn personages door te dringen, en hun leven als een gapende open wonde volledig bloot te leggen, met hun angsten, perversies, hun angsten, hun sexuele perversies, hun angsten en hun angsten. Vorig jaar heb ik "Haunted" van Chuck Palahniuk gelezen, dat al even afgrijselijk was, maar omdat het bij momenten irreëel was miste het een deel van zijn impact. Deze roman heeft gelijkaardige ingrediënten en een even sterke stijl, maar is door zijn geloofwaardigheid des te pakkender, des te aangrijpender. Waanzin, sociale marginaliteit, seksueel misbruik, de totale miskenning van individuele gevoelens, wreedheid, kinderverkrachting, worden zonder omwegen vanuit de leefwereld van de slachtoffers zelf beschreven, als onderdeel van een psychotherapeutisch experiment dat zijns gelijke niet heeft. En ondanks het feit dat heel veel expliciet wordt beschreven, zijn er nog de getuigenissen die als onsamenhangende flarden aan elkaar hangen, en waar je als lezer zelf de gaten mag invullen, moet invullen, maar het amper aandurft omdat het zo vergaand is. Waarheid en suggestie vloeien door elkaar en na lektuur van het boek blijf je als lezer verbouwereerd achter, denkend : "wat was dat?" en, "hoe zit het nu echt ineen?", "wat is echt?" en "wat is de fantasie van wie?". Vergeet die mokerslag : dit is een roman die hetzelfde effect heeft als een houten plank die hard en zonder enig verweer in je gezicht wordt geslagen. Niet voor de gevoeligen.

Sunday, July 22, 2007

Michael Cunningham - A Home At The End Of The World - ****


Michael Cunningham is vooral gekend als de auteur van "The Hours", over Virginia Woolf, en twee andere vrouwen met enkele generaties verschil, een prachtige compositie van doorheengeschoven perspectieven rond eenzelfde thema. Wat hij in "A Home At The End Of The World" doet, ligt in dezelfde lijn, en op een even schitterend niveau. Vier personages cirkelen om elkaar heen, pogend greep te krijgen op hun leven, hun emoties, hun verlangens, hun angsten. Nieuw of vernieuwend is dat natuurlijk niet in de literatuur, maar de manier waarop Cunningham ermee omspringt is zeer sterk. De personages zijn alle vier van een eerlijke echtheid zoals je ze zelden in boeken tot leven ziet komen, en dan nog wel van de jaren '60 tot begin jaren '90, een periode die deze jongen natuurlijk ook niet vreemd is, wat tenminste voor mij de identificatie nogal direct maakt. De vier personages zijn Jonathan, een intelligente homoseksuele jongen die moeite heeft met volwassen worden en richting geven aan zijn leven, Bobby, die het leven neemt zoals het komt, met een voor buitenstaanders wat moeilijk te vatten persoonlijkheid (en terecht : zijn karakter alleen is het lezen van het boek waard), Clare, de veertigjarige vrijgevochten gescheiden vrouw bij wie zowel Bobby als Jonathan aanspoelen in New York, en Alice, de moeder van Jonathan, die kritisch, eigenzinnig en vol zelfopoffering alles geeft voor haar gezin en er maar niet in slaagt om te communiceren.

Elk van de vier personages heeft een soort duale vorm : Clare is zowel moeder van Jonathan en Bobby in New York, als hun geliefde. Jonathan valt voor Clare op het vlak van de emotionele liefde, maar houdt op erotisch vlak van Erich. Alice is wel de moeder van Jonathan, maar ze voelt zowel moederlijke als andere gevoelens voor Bobby. En Bobby heeft erotische relaties met zowel Jonathan als Clare, en hij zou alles doen om ook Alice gelukkig te maken. Verschillen tussen generaties, tussen geslachten, tussen families : het loopt hier allemaal door elkaar in een prachtige ode aan het leven zoals het is : moeilijk, ondankbaar, maar bij momenten intens en bevredigend.

Enkele illustratieve passages :

Clare : "I'd based my early self-inventions on the concepts of deprivation and pride. I'd worn the shortest skirts, teased my hair into a brittle storm. I'd fucked my first skinny bass-player at fourteen, in the back of a van. The local forces of order made it easy for me by wearing lumpy bras and girlish hairdos, by slathering their jowls with Aqua Velva. They said "Join us in our wolrd", and I found a drug dealer for a boyfriend. I watched myself shrink in the eyes of the counselors and the pastors - perhaps, in fact, Mrs. Rollins, this one is beyond our help. I went to school with a pint of tequila in my purse. I shot through the frozen Rode Island nights sizzling on speed. I left a vapor trail behind. People who've been well cared for can't imagine the freedom there is in being bad".

Jonathan : " The lights of the condominium complex shone. They were not far away. Still, they looked almost too real and too close to touch. They were like holes punched in the night, leaking light from another, more animated world. For a moment I could imagine what it would be like to be a ghost - to walk forever through a silence deeper than silence, to apprehend but never quite reach the lights of home".

Alice : "As I drove I tried to phrase some bit of parental advice, but I couldn't think of how to get it said. I'd have liked to tell him something I'd taken almost sixty years to learn : that we owe the dead even less than we owe the living, that our only chance of happiness - a small enough chance - lay in welcoming change. But I couldn't manage it."

Leven en dood zweven doorheen het verhaal, sterfgevallen in de familie, ziekte, ongevallen, maar ook nieuw leven, eerst als een abstracte hoop, dan als een realiteit. Het beste bewijs van de schrijfkunst van Cunningham is dat zijn roman amper een plot bevat, en toch dragen de relaties tussen de personages en de manier waarop het geheel is opgebouwd voldoende spanning dat ze de aandacht van de lezer voldoende gaande houden. Dit verhaal brengt een emotionele diepgang over de breekbaarheid van het leven, de onzekerheid van individuen ondanks hun wederzijdse liefde. Het klinkt wat banaal als ik het zo neerpen, Cunningham doet dit duidelijk een stuk boeiender.

Saturday, June 23, 2007

Jay McInerney - The Good Life ****


Jay McInerney is de auteur van het New Yorks hedendaags society-leven, gekend van Bright Lights, Big City, dat nadien werd verfilmd, en dat met een in vitriool gedoopte pen het leven beschrijft van de zeer rijke coke-snuivende jonge professionals. Dit boek beschrijft dezelfde setting, maar dan zovele jaren later, net na de schok van 9/11 . Het ineenstorten van de Twin Towers en de niet vermoede kwetsbaarheid van de Amerikaanse droom laat niemand onberoerd, en voor de meeste personages betekent dit een scharniermoment in hun leven, niet alleen omdat ze er rechtstreeks door getroffen werden door het verlies van geliefden, maar vooral omdat het hen verplicht na te denken over hun leven, hun concept van geluk, de diepgang van de waarden die hun leven zin geeft. Het hoofdpersonage is een vrouw van in de veertig, met twee jonge kinderen en een man die in de uitgeverswereld zit, en die het niet al te breed hebben (alles is relatief, natuurlijk ...). Ze werkt als vrijwilligster in een dranktent die brandweerlui bevoorraadt in de buurt van Ground Zero. Op een dag verschijnt uit de assen en het stof van de werken van de eerste dagen een vrijwilliger die bij haar zijn dorst komt lessen. Ook deze vroegere Wall Street tycoon heeft zijn job opgegeven en is op zoek naar zin in zijn leven. Van het een komt het ander en ze beginnen een relatie. Als ik ergens een hekel aan heb, dan zijn het wel relatieromans, maar de manier waarop McInerney deze roman ineenschuift, de manier waarop het boek is geschreven, de manier waarop hij erin slaagt om elk personage reëel te maken, de manier waarop hij die personages respecteert, de manier waarop hij de al te gemakkelijke valkuilen omzeilt, is absoluut schitterend. Er zijn geen clichés in dit boek, geen vlakke karakters, en als je denkt, dat is weer zo'n trut die alleen met haar uiterlijk of haar carrière bezig is, net dan brengt hij weer iets dat die mening doorbreekt. Wat uiteindelijk overblijft zijn zoekende individuen die zich allen met hun angst, hun hoop proberen vast te klampen aan de weinige houvasten die ze hebben, vast werk, een gezin, vrienden, hopend daardoor dat beetje geluk en zin te vinden, of die denken dat ze net door die houvasten los te laten dat geluk kunnen vinden, maar het niet durven. Van de verschillende romans die over 9/11 zijn verschenen is dit zeker de beste. Sterke aanrader.

Ismail Kadare - The File on H - 1981 ****


En dit is nog een goede koop bij De Slegte, The File On H, van Ismail Kadare. De Albanese schrijver is één van de betere balkanauteurs, en dat bevestigt hij met dit boek ook. Het verhaal is eenvoudig. Twee Amerikaanse geleerden van Ierse oorsprong vragen de toestemming om in het pre-communistische Albanië van Koning Zog geluidsopnames te mogen maken van de laatste volkszangers uit het noorden van het land, in de hoop uit hun teksten dezelfde motieven te kunnen vinden die in de Ilias en de Oddysee al te vinden waren, maar vooral om na te gaan hoe verhalen worden vervormd door de eigen accenten die de zangers erin leggen bij elke voorstelling én wat de rol is van het geheugen (en vooral het verlies eraan) bij het hervoordragen van de lange epische verzen. De "H" in de titel slaat natuurlijk op Homerus. Dat deze Amerikanen met hun hypermoderne bandopnemer zoiets bizars willen doen is natuurlijk voldoende verdacht om permanent geschaduwd te worden door de geheime dienst van het land. Alle personages zijn kleinburgerlijk, met enge gezichtspunten waar vooral hun eigenbelang centraal in staat : de minister, de gouverneur, de spion, de kruier, de vrouw van de gouverneur, ... allen vertellen ze het verhaal vanuit hun gezichtspunt. Het boek gaat over literatuur, over de vluchtigheid van ons geheugen, ook over nationalisme, dictatoriaal gezag, maar vooral over de kleinmenselijkheid van ons bestaan tegenover deze grote thema's. Het boek werd in 1981 voor het eerst gepubliceerd, dus relatief recent, maar de schrijfstijl van Kadare schrijft doet denken aan de slavische literatuur uit het begin van vorige eeuw : een zware stijl, maar die zo ironisch en lichtvoetig is, dat het een echt plezier om lezen is.

Julian Barnes - The Porcupine - 1999 ****


Dan toch een paar goede boeken op de kop getikt bij De Slegte. Julian Barnes’ The Porcupine is er één van. Het boek beschrijft het proces tegen de laatste president van Bulgarije. De twee protagonisten zijn de president en de openbare aanklager, een professor strafrecht die deze tijdelijk job heeft gekregen en hoopt hierdoor een carrièresprong te kunnen maken. Beiden weten dat het geen normaal, en zelfs geen eerlijk proces wordt, omdat hij wordt beticht van enkele bewijsbare kleinere misdrijven, terwijl in feite de wanpraktijken van tientallen jaren communistisch regime op de beklaagdenbank zitten. Het geheel is een interessante politieke satire, die niet alleen het communisme door de mangel haalt, maar ook de hypocrisie van de Westerse be- en veroordelers. De president, die weet dat hij zal veroordeeld worden, maakt er eigenlijk een leuke farce van en vooral zijn eindpleidooi – hij verdedigt zichzelf – is de moeite waard. Het leuke van dit verhaal is dat Barnes het geheel knap opbouwt, maar vooral dat hij voor beide personages hun standpunten en handelingen aannemelijk maakt, zonder daarom zelf een standpunt in te nemen.

Achterflapwierook? Achterflaplulkoek!

Het goede van winkels als De Slegte is dat je er goedkope boeken kan kopen, het slechte is dat je nogal snel verleid wordt om boeken te kopen die niet op je lijstjes staan, aangetrokken door de goedkope prijs en de achterflapwierook. Zo heb ik er pas enkele gekocht en, bij Toetatis, ook deels gelezen, maar zelfs die deelse doorworsteling heeft bloed, zweet en tranen gekost, en vooral veel zenuwen.





Het eerste is “An Ocean In Iowa” (1997), van Peter Hedges. Sophie Hunter van Mail On Sunday noemt het boek “An elegantly vivid masterpiece: unpretentious, unsentimental, unforgettable”, en Judy Cooke van The Independent zegt “The Dialogue is fresh and natural, the comedy perfectly pitched : a beautiful book”. Vertrouw nooit recensenten. Dit boek is even saai als de treinreis die ik nu maak, en gaat over een jongetje dat zeven wordt in een doordeweeks Amerikaans gezin. En je maakt alles mee wat dat jongetje meemaakt. De nieuwe buren, het verjaardagsfeestje, de eerste schooldag, de verkleedpartij. Saai, saai, saai. Het enige boeiende element is de alcholverslaafde moeder (je zou voor minder), die het huis verlaat (gelukkig), en het jongetje voelt zich daar schuldig over (terecht, zou ik denken). Peter Hedges had voordien als “What’s Eating Gilbert Grape?” geschreven, waarvan ik de film met Johnny Depp, Leonardo di Caprio en Juliet Lewis heb gezien. Best een leuke film. Maar dit boek niet. Te mijden.



Het andere boek is North Gladiola van James Wilcox. Hier werd ik verleid door de achterflapwierook van de Times Literary Supplement die schrijft "A master of contemporary comedy and manners", of Anne Tuler die het zelfs durft hebben over "a comic genius”. Het boek gaat over een strijkkwartet van vier mensen die buiten hun muziek geen gemeenschappelijke kenmerken hebben en elkaar dus ook niets te vertellen hebben. De auteur spot vanaf blad één met de gebreken waarmee hij zijn personages overlaadt. En dat gespot stopt dus niet. Verschrikkelijk. Waarom creëer je personages die saai zijn, zich ergeren aan elkaars kleinburgerlijkheid zonder zelf anders te zijn, om die dan permanent en onophoudelijk door het slijk te halen en te voorzien van flauwe kommentaren? Comic genius, my ass. Dit is nog saaier dan het vorige. En waar in het vorige boek de auteur nog geniet van het jongetje dat hij beschrijft, is dit permanent gespot werkelijk niet te harden.

Thursday, June 21, 2007

J.M. Coetzee - Foe - ***


Coetzee herschrijft het verhaal van Robinson Crusoe in dit dunne boekje vanuit het perspectief van Susan Barton, die samen met hem verstekeling was op hetzelfde eiland en uiteindelijk in het verhaal geen plaats kreeg van de auteur, die "Foe" heet. Crusoe is een onaangenaam, weinig communicatief en ook niet bijster intelligent individu. Vrijdag is een onpeilbare, stomme (tong uitgerukt), droevige figuur die niet kan communiceren, maar wel samen met Susan van het eiland kant ontsnappen, terwijl eerder al gestorven was. Het hele verhaal gaat over persoonlijke identiteit, waarheid en communicatie, of eerder over het gebrek aan de drie. De middelen om de waarheid te achterhalen zijn beperkt als er niet wordt gecommuniceerd, dus wordt maar een nieuwe waarheid verzonnen, waardoor de identiteit van de verschillende personages geweld wordt aangedaan. Is Friday dom omdat hij niet praat? Wie is Foe, en wat zijn zijn ware intenties? En is die Susan Barton wel altijd correct? Wie is het geheimzinnige meisje dat beweert de verloren dochter van Susan Barton te zijn? Wanneer mag je de waarheid geweld aandoen? Coetzee slaagt erin om door deze relatief unieke personages, maar ook door zijn schrijfstijl, een interessante wereld op te bouwen. Een leuk boekje, dat je op verschillende niveaus kan lezen, bvb ook die van uitbuiting (zwarten, vrouwen, ...), intelligent gebracht. Maar het beste boek van Coetzee is nogal "The Life & Times of Michael K", dat je absoluut moet lezen, gevolgd door "Disgrace". Over "Elisabeth Costello" was ik minder enthousiast.

Sunday, May 27, 2007

Uzodinma Iweala - Beasts Of No Nation (John Murray, 2005) ****

Prachtig en ijzingwekkend debuut van de jonge Nigeriaanse Uzodinma Iweala, die in zijn eigen versie van het Engels het relaas doet van een jongetje dat willens-nillens als kindsoldaat opgezogen wordt in het geweld van de burgeroorlog. Zowel qua intensiteit van de eigen stijl en eigen taal, als door het enge perspectief van het kind, heeft het boek een sterke impact die nog lang nablijft nadat je het hebt neergelegd. Door het enge perspectief krijg je als lezer geen enkele greep op tijd, context, land, standpunten, tegenpartijen of wat dan ook - het kan inderdaad overal in Afrika plaatsvinden, maar je begrijpt ook dat het kind zelf slechts één houvast heeft : de groep waar het in is opgenomen, en geen andere keuze heeft om te doen wat er moet worden gedaan, namelijk moorden, verkrachten, plunderen, en zich plooien naar de eisen van de superieuren en hun gedrag imiteren. Het is geen grote literatuur, maar wel sterk gebracht. Een beloftevol debuut.

Abilio Estevez - Distant Palaces (Vintage 2005) ***


Distant Palaces brengt het verhaal van een inkomstenloze homoseksuele intellectueel die verplicht wordt zijn woonst te verlaten en zo zwerver wordt in Havana. Hij ontmoet - en troost - Salma, een prostitué, en een goochelende clown Don Fuoco. Het drietal komt terecht in een half-symbolisch droomverhaal waar de stad als decor en het theater als motief een hoofdrol in spelen. Het moedeloze, dromerige, poëtische van het verhaal is knap geschreven en is bij momenten impactvol, maar dezelfde kunstgrepen worden te vaak herhaald, en zo glijdt het verhaal weg in een wat zeurderig einde, waarin de intellectueel, de genotskunstenares en de kunstzinnige als de goeden regelrecht komen te staan tegen de oppervlakkige op geld en macht beluste rest van de stad ... waar hebben we dit nog gelezen?

Friday, May 18, 2007

Philip Roth - Everyman

Philip Roth is één van mijn favoriete schrijvers, omdat hij de menselijke zwakten en verlangens op een directe en begripvolle weergeeft in een proza dat zonder gekunsteld te zijn, toch rijk is. "Everyman" brengt het levensverhaal van een art director van een reclamebureau, die carrière heeft gemaakt, drie maal is gescheiden, en naarmate zijn leven vordert alles ziet afkalven rond hem, en op zijn zeventigste krampachtig probeert vast te houden aan de paar relaties die hij nog heeft : zijn dochter en zijn broer. Rondom hem vallen de mensen als bosjes, geveld door ziekten, de een na de ander, geveld door de dood uiteindelijk : "Old age isn't a battle; old age is a massacre". Maar naast die uiteindelijke onherroepelijke en finale vernietiging ("(he) knew without a doubt that God is a fiction and this was the only life he'd have") is er ook het leven met al zijn kleine aspecten, maar ook positieve gevoelens, van man en vrouw, ouders en kinderen. Maar de kracht van Roth is dat hij met dit gegeven, leven en dood, een compositie neerzet die literair weer een krachttoer is, zonder dat het opvalt. De opbouw van het verhaal, de doorheen lopende tijdsmomenten, het terugkijken op het leven in a-chronologische volgorde, de beschrijvingen, de dialogen, het vloeit allemaal zo perfect ineen, het is zo gaaf geweven. Ik ken slechts één boek dat hiermee te vergelijken is en dat is "American Pastoral", ook van Roth. Het boek begint bij de begrafenis van de hoofdfiguur, op de begraafplaats waar zijn ouders zijn begraven, en het boek eindigt als de hoofdfiguur de graven van zijn ouders bezoekt op dezelfde plek. En dan zijn er nog de kleine symbooltjes, maar zo uit het leven gegrepen, zijn vader is juwelier, gespecialiseerd in klokken én diamanten juwelen, symbool voor vergankelijkheid én duurzaamheid. Het zwemmen in zee, zijn favoriete hobby, staat voor de gulzigheid om volledig op te gaan in het leven : "... for the best of boyhood, for the tubular sprout that was then his body and that rode the waves from way out where they began to build, rode them with his arms pointed like an arrowhead and the skinny rest of him following behind like the arrow's shaft, rode them all the way in to where his rib cage scraped against the tiny sharp pebbles and jagged clamshells and pulverized seashells at the edge of the shore and he hustled to his feet and hurriedly turned and went lurching through the low surf until it was knee high and deep enough for him to plunge in and begin swimming madly out to the rising breakers - into the advancing, green Atlantic, rolling unstoppably toward him like the obstinate fact of the future- and, if he was lucky, make it there in time to catch the next big wave and then the next and the next and the next until from the low slant of inland sunlight glittering across the water he knew it was time to go". Zo wil hij zelf na zijn pensioen eindelijk zijn creativiteit kunstzinnig aanwenden door eindelijk te beginnen schilderen, om dan te beseffen dat ook dat niet meer lukt. Je hebt geen tweede leven. Je hebt er maar één. Deze korte roman verwijst uiteraard naar het middeleeuwse moraliteitsverhaal dat wij kennen onder de naam "Elkerlyck", en dat ook aan de grondslag ligt van het Engelse "Everyman". In dit verhaal wordt Everyman ook door iedereen verlaten, en hij blijft hij alleen over. Zijn begrafenis in het begin van het boek eindigt met volgende zin : "In a matter of minutes, everybody had walked away -- wearily and tearfully walked away from our species' least favorite activity -- and he was left behind. Of course, as when anyone dies, though many were grief-stricken, others remained unperturbed, or found themselves relieved, or, for reasons good or bad, were genuinely pleased."

Het boek is niet lang. Dus herlezen loont.

Het boek heeft meer warmte dan het cynische Ravelstein van Saul Bellow, het laatste boek van die andere grote joodse Noordamerikaanse schrijver, maar ze zijn wel vergelijkbaar in het moeten verwerken, het afstand nemen, het onder ogen durven zien van het ouder worden, het aftakelen, het dood gaan.

Sunday, May 6, 2007

Thomas Pynchon - Against The Day



Het is uit. Het is eindelijk uit. Na vier maanden mocht het wel. Naar goede gewoonte maakt Pynchon het de lezer niet gemakkelijk, maar dat is natuurlijk ook een groot deel van het plezier om hem te lezen. Elke zin is een kunstwerkje dat je verscheidene malen moet herlezen, herkauwen, herplaatsten, herbekijken. Alleen daarvoor is het boek al de moeite waard.

Het is beter dan Mason & Dixon, maar het mist de dreiging van Gravity's Rainbow, de paranoia van The Crying Of Lot 49, de waanzin van "V". Dit boek beschrijft het leven van een familie uit het eind van de 19e, begin van de 20e eeuw, over een periode van een dertigtal jaren, tegen de achtergrond van niet alleen de politieke geschiedenis, maar ook de economische en wetenschappelijke. En omdat het Pynchon is, moet natuurlijk ook de geschiedenis van het denken erbij, gaande van mystiek, tarot, over mediums en andere paranormale zaken. Het einde van de 19e eeuw was er één van de opkomst van de technologie, elektriciteit, fotografie, film, luchtvaart, enz. En die nieuwe technologische mogelijkheden waren de voedingsbodem tot waanzinnige gedachten over tijd, ruimte, de aarde, het universum. En het zijn die waanzinnige gedachten die sommigen uit die tijd hadden, die in dit boek worden gerealiseerd alsof ze effectief mogelijk waren. Foto's komen tot leven, mensen kunnen op verschillende plaatsen bestaan, de tijd kan worden omgedraaid, de doden kunnen weer leven, ... Maar tegen die toekomstdroom staat de harde sociale realiteit van uitbuiting, politieke en economische macht : de strijd van anarchisten tegen bazen, de strijd van ingehuurd tuig dat stakingen breekt, van moord en doodslag, van oorlog en miserie. De personages zijn iets reëlers dan in zijn vorige boeken, soms zelfs emotioneel, hoewel het stripverhaalgehalte nog altijd zeer hoog is, met lezende honden, zeppelins die tot steden uitgroeien, torpedo's die als vaartuig dienst kunnen doen, bizarre wapens, ondergrondse terranef-achtige voertuigen, ... Anderzijds is de politieke achtergrond van die tijd minutieus uitgewerkt en gedocumenteerd : de invloed van het Ottomaanse rijk in de Balkan, het Oostenrijks-Hongaarse Keizerrijk, de spanning tussen Groot-Brittannië en Duitsland, de spanning tussen de Verenigde Staten en Mexico, de strijd om het aanleggen van spoorlijnen en de concessies voor het bouwen van tunnels in de Alpen, zo ongeveer de hele geschiedenis komt in dit boek aan bod, inclusief details over de cultuur van het moment, de klederdracht, de toneelvoorstellingen, de gebruikte wapens, het beeldje op de motorkap van de Rolls Royce.

Maar waar gaat dit boek in godsnaam over? Dat weet ik niet. Dit is Pynchon. Je leest het, je ondergaat. De personages weten het ook niet altijd, die lopen niet de halve maar de hele wereldbol af, en niet één maar verschillende keren, soms met een opdracht, soms doelloos, ze komen elkaar vaak en zelfs meestal toevallig opnieuw tegen op de meest afgelegen plekken : Mongolië, Mexico, Oostende, Venetië, Genève, Göttingen, Graz, Belgrado, Samarkand, ... en dan denk je, nu wordt alles duidelijk, maar dan wordt het nog mistiger dan voordien : "We tell ourselves that Lemberg, Léopol, Lvov, Lviv and Lwow are all different names for the same city", said E. Percy Movay one night, "but in fact each is a distinct city of its own, with very precise rules of transition from one to the other".

Een andere constante zijn de wiskunde en de fysica, ook dan rond de eeuwwissel in een cruciale overgang, en vooral de wiskunde met zijn bijzondere berekeningen riep in die tijd voordien ondenkbare mogelijkheden op en die creëren in dit verhaal een heel eigen mystiek, met geheime genootschappen en andere sekten (Quaternionisten versus Vectoristen), die door wiskunde alleen pogen toegang te krijgen tot andere universa, en het intussen weerlegde concept van de "ether" een verzonnen substantie die anders niet kon verklaren dat elektriciteit en radiogolven door de lucht konden evolueren, en die uiteraard ongebrensde imaginatieve mogelijkheden biedt voor wie in de ruimte rondzweeft, tot zelfs het terechtkomen in een "counter-earth", of nog beter in het binnenste van de aarde, die zoals sommigen in die tijd beweerden (waaronder Edgar Allan Poe), hol was, toegankelijk via de polen en een ander soort aardbewoners huisvestte.

En dan zijn er uiteraard de personages, met de meest uitzonderlijke namen, die plots en zonder introductie opduiken in het verhaal alsof je hen al lang moest kennen, en die dan weer verdwijnen, om enkele honderden bladzijden later weer zijdelings te voorschijn te komen of plots wel relevant worden in het verhaal en je kan niet anders doen dan je hersenen pijnigen en terugbladeren om uit vinden wie dit nu weer was en wat die al had gedaan. Om Gravity's Rainbow ooit te kunnen begrijpen (in een ijverige poging tot ...),heb ik alle personages opgelijst, inclusief met schuilnamen en alter ego's, en dan het boek nogmaals gelezen (en nogmaals en nogmaals), en het zijn er driehonderdvijftig en nog wat, en dat is hier niet anders. Alleen, ik denk niet dat ik dit boek opnieuw lees. Daarvoor is het net te lang, net niet aangrijpend, net niet uitzonderlijk genoeg (in vergelijking met de andere Pynhons wel te verstaan). Maar je weet nooit met Pynchon, de verleiding is vaak groot om puur voor het genot van het lezen van enkele zinnen het boek weer ter hand te nemen, enkele bladzijden te lezen en dan terug in het verhaal te willen, en niet lukraak op bladzijde 978 te genieten van een aantal paragrafen, maar bewust of niet, bladzijde 1 open te slaan en terug van voor af aan te beginnen, maar dan met voorbedachten rade, eerst alle personages inventariserend, met een wereldkaart bij de hand, want je weet nooit, misschien onthult het iets om de bewegingen van al die personages over de aardbol in lijnen te vatten, misschien ontstaat er dan een patroon, iets dat je nu niet zag, maar dat onmisbaar is om het geheel te begrijpen, iets wat nu voor altijd verborgen blijft in dat boek dat je al vier maanden aan het lezen was, maar dat je, nu je ervoor gewapend bent, gewaarschuwd voor de perversiteiten, voor het moorden, met al deels de nodige inside informatie om bepaalde personages te kunnen duiden, waardoor ze niet langer mysterieus of onbegrijpelijk zullen overkomen, plots de zaken in een ander licht helpt plaatsen waardoor alles duidelijk zou kunnen worden, en dan wordt dat je motivatie om met alle nodige boorddocumenten de tocht opnieuw aan te vangen, voor de volgende vier maanden ...

Wednesday, April 11, 2007

De mooiste slotzin

Gabriel Garcia Marquez heeft met Honderd Jaar Eenzaamheid de "prijs" van de mooiste openingszin gekregen. Die van de beste slotzin moet naar Thomas Pynchon voor Gravity's Rainbow :

"The rest of us, not chosen for enlightenment, left on the outside of Earth, at the mercy of Gravity we have only begun to detect and measure, must go on blundering inside our front brain faith in Kute Korrespondences ... kicking endlessly amongst the plastic trivia, finding in each Deeper Significance and trying to string them all together like terms in a powers series hoping to zero in on the tremendous and secret Function whose name, like the permuted names of God, cannot be spoken".

Monday, March 12, 2007

De Ontdekking Van De Hemel- Het Slechtste Boek

Harry Mulisch heeft gisteren voor De Ontdekking Van De Hemel de prijs voor het beste boek aller tijden in de Nederlandse taal gekregen. Arme taal, denk ik dan. Ik vind dit één van de meest overroepen romans van de laatste twintig jaar, net niet even erg als Gewassen Vlees van Thomas Roosenboom, en laat me eerlijk zijn, mijn passie voor literatuur heb ik voor een deel te danken aan Mulisch, wiens Het Stenen Bruidsbed ik als adolescent schitterend vond.

Hier zijn enkele redenen waarom ik dit slechte literatuur vind :

1. Deze roman bestaat uit bordkartonnen figuren. Elk personage vertegenwoordigt één bepaald aspect van de menselijke activiteiten : kunst, politiek, wetenschap, geschiedenis, ... Alleen zijn die personages ondergeschikt aan het schematische patroon van het boek. Er zit geen leven in, geen persoonlijkheid. Mulisch doet wanhopige pogingen om de verschillende personages een eigen stem te geven, en inderdaad, hun taalgebruik is anders, maar hun gedrag en hun houding amper. Bovendien is hun emotionele evolutie doorheen het verhaal quasi onbestaande.

2. Deze roman is emotioneel dood. Wie zijn die mensen? Wat doen die mensen? Op geen enkel moment heb ik maar het minste grijntje sympathie of medelijden of medeleven gehad met die personages. Lees eens iets goeds : Philip Roth, Raymond Carver, Coetzee, Frantzen, Eggers, ... bij hen zijn de personages echt, reëel, met echte noden, in plaats van Mulisch wezenloze abstracties. Alle personages zijn poppetjes in Mulisch' hand, net zoals de creatie in Gods handen, maar het boek zou verdorie sterker zijn geweest indien de personages echte mensen waren geweest in plaats van bordkartonnen schemaatjes.

3. Deze roman heeft geen eigen stem. Goede romans kan je lukraak openen en genieten van de manier waarop de passages zijn geschreven, genieten van de zinstructuur, de dialogen, de manier waarop zelfs op één blad rekening wordt gehouden met frisse invallen en structuur : lees eens Murakami, Martin Amis, Pynchon, Garcia Marquez, of Perec ... je weet ook meteen blind wie het heeft geschreven. Dit werk van Mulisch is stom, inspiratieloos, zonder zeggingskracht.

4. De taal is onnatuurlijk. Lees die dialogen eens opnieuw. Wie spreekt er nu zo? Wie denkt er nu zo? Lees die beschrijvingen eens opnieuw : en toen gebeurde dit, en dan gebeurde dat, ...

5. De schrijfstijl mist elke expressieve kracht. De expressieve kracht van goede literatuur is totaal afwezig. Dit zijn zinnen na elkaar, beschrijvend, maar ze roepen niets op, ze vragen niets van de lezer, geen voorstellingsvermogen, geen gevoelens, ... Het hele boek is een aaneenrijging van woorden die er gewoon zijn om betekenis uit te drukken, niet om een sfeer of emoties op te roepen. Lees eens Eggers, of Capote, of Vargas Llosa, of Philippe Claudel, ...

6. Dit is knutselwerk, geen kunstwerk. Mulisch probeert politiek, wetenschap, religie, kunst en alle andere menselijke activiteiten te verenigen in één werk. Dat is een gewrocht geworden dat qua plot dermate bizarre bochten moet nemen, dat er op geen enkele manier geloofwaardigheid of authenticiteit ontstaat. Bovendien zijn elk van die menselijke betrachtingen dermate schetsmatig belicht, dan ze het niveau van de middelmatige oppervlakkigheid niet kunnen overstijgen. Lees eens Shalimar De Clown van Salman Rushdie, een boek dat ook al die verschillende dimensies (en nog een paar meer) integreert, maar elk van die personages zijn reëel, met hun eigen betrachtingen, tekortkomingen, gekortwiekte ambities, ... maar menselijk, menselijk, met echte emoties en echte relaties, in plaats van pionnen in het cerebrale spel van Mulisch.


Dat deze roman deze prijs krijgt, is echt erg. Het toont enkel aan dat wie op hem gestemd heeft, weinig besef heeft van literatuur, of dat niemand hen ooit goede boeken heeft voorgeschoteld. Indien dat het geval was geweest, dan zouden de betere boeken misschien wel naar voor zijn gekomen. Want ik denk niet dat "de lezer" het onderscheid niet kan maken.

Wednesday, February 21, 2007

Haruki Murakami - Omschrijvingen van "stilte"

Murakami slaagt er altijd goed in om niet te beschrijven zaken toch een gevoel, een indruk mee te geven.

Vooral de manier waarop hij verschillende vormen van "stilte" vat is opvallend.

Enkele voorbeelden uit The Wild Sheep Chase.

"The record ended, the needle lifted, and all was silence. The sort of silence that follows in the wake of the death of all living things."(p.305)

"The movie theater was deathly quiet. Or rather everything around us was deathly quiet. Not a common occurence". (p.190)

"Did you see the photo of the horse in the weekend section?"
"Yes, I saw the horse photo," said the man.
"Don't the horse and the rider seem to be thinking of two totally different things?"
Through the receiver, a silence stole into the room. There wasn't a breath to be heard. It was a silence strong enough to make your ears hurt" (p. 162)

"The house itself was agonizingly quiet. As if spores of death were drifting about in some unpreventable contagion" (p. 144)

"The room itself was utterly silent. Now there is the silence you encounter on entering a grand manor. And there is the silence that comes from too few people in too big a space. But this was a different kind of silence altogether. A ponderous, oppressive silence. A silence reminiscent, though it put me a while to put my finger on it, of the silence that hangs around a terminal patient. A silent pregnant with the presentiment of death. The air faintly musty and ominous." (p124).

Murakami op zijn best. Ook in zijn andere boeken heeft hij prachtige omschrijvingen van stilte. Alleen vond ik die al bladerend niet zo meteen terug. Misschien moet ik al zijn boeken wel herlezen.

Haruki Murakami - A Wild Sheep Chase - *****

Murakami is één van die auteurs van wie ik echt alles wil lezen, en dat loont, want tussen vele van zijn boeken lopen verbanden - dezelfde personages, locaties, motieven komen regelmatig terug. "A Wild Sheep Chase" is een typisch Murakami-verhaal. Een jongeman met een gewoon en zelfs "middelmatig" leven is geconfronteerd met de gewone dingen des levens : zijn werk, zijn hobby, zijn lief, zijn huisdier... En dan komt er onverwacht iets bizars zijn leven binnenwandelen. In dit verhaal heeft het iets met schapen te maken, en geloof me, het is niet te beschrijven wat er juist allemaal gebeurt, maar bizar is het zeker. Zoals in de meeste verhalen van Murakami is er een andere realiteit, die deels gedomineerd of zelfs gecreëerd wordt door de personages zelf, en weten ze op de duur niet meer of ze in een droom zijn gevangen of niet, weten ze niet of ze die vreemde gebeurtenissen zelf oproepen of niet, dan wel of er verschillende universa zijn die met elkaar in verbinding staan. Toch is het niet echt fantasy. Het is alledaags, normaal. En dat is de kracht van Murakami's schrijverschap : door de alledaagsheid brengt hij een verfrissend perspectief op de menselijke geest, de mens in de samenleving, het leven zelf. En als lezer maak je alles mee, samen met de ik-persoon. Van de dialogen wordt elk woord opgenomen alsof je deel uitmaakt van het gesprek, en lijken al die dagdagelijkse woorden irrelevant, maar ze creëren mee de aparte atmosfeer van zijn boeken. Hier is een voorbeeld :

"What a lovely place," she said. "Do you come here often?"
"Only occasionally on business," I answered. "The truth of the matter is, I don't usually go to restaurants when I'm alone. Mostly I go to bars where I eat and drink whatever they've got. Easier that way. No unnecessary decisions".
"And what do you usually eat at a bar?"
"All sorts of things. Omelettes and sandwiches often enough."
"Omelettes and sandwiches," she repeated. "You eat omelette and sandwiches every day at bars?"
"Not every day. I cook for myself every three days or so."
"So you eat omelettes and sandwiches two days out of three."
"I guess so," I said.
"Why omelettes and sandwiches?"
"A halfway decent bar can make a pretty good omelette and sandwich."
"Hmm," she said. "Pretty strange."
"Not at all."
I couldn't figure out how to get out of that, so I sat there quietly admiring the ashes in the ashtray.

Deze doodnormale gesprekken, over doordeweekse onderwerpen, staan in schril contrast met de ruimte in de roman en sommige personages, waar de vreemdheid nooit ver weg is en waar alles, natuur, huizen, dieren, mensen een karakter en gevoelens hebben.

"The place seemed curiously uninhabited. An odd house the more I looked at it. It wasn't particularly inhospitable or cold, nor built in any unusual way, nor even much in disrepair. It was just ... odd. As if a great creature had grown old without being able to express its feelings. Not that it didn't know how to express them, but rather that it didn't know what to express".

Tijd en ruimte worden flexibel, logica vervalt, emoties en intermenselijke relaties vieren hoogtij. Of nog beter, je moet voorbij het rationele gaan om de realiteit in al zijn volheid te kunnen vatten. "Mountains are living things," wrote the author in his preface to the book. "Mountains, according to the angle of view, the season, the time of day, the beholder's frame of mind, or any other thing, can effectively change their appearance. Thus, it is essential to recognize that we can never know more than one side, one small aspect of a mountain." "Just great," I said out loud. An impossible task."

Het kwade komt ook voor in dit boek, maar eerder als een dreiging dan als een manifeste aanwezigheid. En dat is de kracht van Murakami, hij maakt er een thriller van zonder echt een "slechterik" te hebben, zonder er een doordeweekse detective van te maken. De personages zijn vaak eenzaten die op zoek zijn naar de zin van hun leven, en die zoektocht vreemde zaken meemaken, ontgoochelingen oplopen, maar ook kunnen genieten van de aanwezigheid van vrienden of verwante zielen, ... maar telkens een grens bereiken van dat land, die tijd, die ruimte die best vermeden wordt, om dan terug te vallen in hun eigen "middelmatig" bestaan, vaak iets, maar meestal niet veel meer wijzer. Om in één ruk uit te lezen.


"Dance, Dance, Dance", ook één van de betere boeken van Murakami wordt best na dit boek gelezen. Nog één boek te gaan ("The Elephant Vanishes") en ik heb ze allemaal gelezen.

Ryunosuke Akutagawa - Rashomon and other Stories - ****


In de film Ghost Dog van Jim Jarmush raadt de Afro-Amerikaanse samurai (gespeeld door Forest Whitaker) een klein meisje aan om Rashomon te lezen. Zo ken ik dit boek. Het bevat kortverhalen en is zeer uitzonderlijk. Op het eerste zicht eenvoudige verhalen, verteld met een uitzonderlijke economie en precisie, zeer gevoelig met veel aandacht voor detail. Perspectiefverschillen komen er sterk in aan bod : in het eerste verhaal krijgen we zeven getuigenverslagen van één gebeurtenis op een totaal van veertien bladzijden. In Rashomon zelf, zo mogelijk een nog korter verhaal, worstelt de hoofdfiguur met zijn positie in de wereld (verschoppene, zelfmoordenaar, dief, held, ... en hij moet kiezen tussen leven en dood, moreel gedrag of zelfzucht). De kleinheid in de mens, het bedrog, de relativiteit der dingen, ze komen alle aan bod in kleine miniatuurtjes. Een kleine ontdekking.

Tuesday, February 6, 2007

Salman Rushdie - Shalimar The Clown - ****½

Inderdaad, sinds Midnight's Children is dit het beste boek van Salman Rushdie. Een klepper van meer dan 600 blz. over de "condition humaine" in al zijn pracht en gruwel. Meedogenloos en vol sympathie voor dé mens. Een boek met wisselende vertelstijlen, naargelang de setting, ingekapseld in de geschiedenis van de 20ste eeuw. Dit is geen boek over terrorisme, zoals in sommige recensies wordt beweerd. Dit is een boek over menselijke terreur, over macht en machteloosheid, over geopolitiek en persoonlijke gevoelens, over liefde en verraad, over lust en wraak. Het boek verweeft de levens van een klein dorp in Kashmir, met zijn twee godsdiensten, waar de mensen elkaar respecteren omdat ze eerst en vooral de mens in de ander zien, in plaats van een religie. Maar dan loopt het mis. Het boek gaat over de Tweede Wereldoorlog, met de Elzas als ligging, verscheurd tussen Duitsland en Frankrijk, de nazi's en de joden, het verzet en het Vichy regime. Het boek gaat over de wereldhegemonie van de Verenigde Staten, de macht achter de schermen, de oppervlakkigheid van politiek en de onmacht om recht te doen zegevieren. Hier zijn geen goeden en slechten in dit boek, alleen slachtoffers, slachtoffers en nog eens slachtoffers. Van hun geloof, van hun culturele identiteit, van hun opvoeding, van hun psychologie, van ... en het boek kan op al die niveau's worden gelezen. En dit alles door de verstrengelde levens van mensen van vlees en bloed op een geloofwaardige, quasi gedocumenteerde en niet karikaturale manier tot werkelijkheid te brengen. Absoluut meesterlijk.

Monday, January 29, 2007

Thomas Pynchon - Zinnen!

Hier is nog een mooie : "Shortly before he left town, Frank entered a condition a little displaced from what he'd always thought of as his right mind". (p. 316)

Thomas Pynchon - nieuwe stijlfiguur : de omgekeerde metafoor

Wie er een betere naam voor kan vinden, is welkom om suggesties te : een omgekeerde metafoor is een metafoor die overdrachtelijk begint, maar toch reëel blijkt te zijn.

Een prachtige scène van twee vijandige ballonvaarders (US met luchtschip Inconvenience vs. Rusland) die elkaar in het luchtruim tegenkomen.

"Ahoy! Balloon Boys!" Captain Padzhitnoff was flaxen-haired, athletic, and resolutely chirpy - indeed, far more than ordinary sky-business usually demanded. "Getting jump on me once again! What happened? Am I too old for this?" His smile, while perhaps unremarkable down on Earth's surface among, say, a gathering of the insane, here, thousands of feet in the air and far from any outpost of Reason, seemed even more ominous than the phalanx of rifles, apparently late-model Turkish Mausers, as well as weapons less readily identifiable, which is crew were now pointing at the Inconvenience". (p. 142)

Saturday, January 27, 2007

Julian Barnes - The Lemon Table


Het boek samengevat in één zin "I go out by myself to dine alone and reflect upon mortality. Or I go to the Kämp, the Societetshuset, the König to discuss the subject with others. The strange business of Man lebt nur einmal. I join the lemon table at the Kämp. Here it is permissible - indeed, obligatory - to talk about death. It is most companionable".
Julian Barnes heeft niet alleen een meesterlijke pen, hij is een ongelooflijk verteller van verhalen die zo uit het leven zijn gegrepen. In dit boek zijn het er elf , met de dood en de vergankelijkheid als thema, maar vooral de gemiste kansen, 's mens gevangenschap in zijn sociale en zelfs familiale context die gevoelens opsluit in diepe gevangenschap. De hoofdfiguren zijn allen oudere mensen die een emotioneel harde periode meemaken, of ze zich herinneren. Barnes behandelt ze met respect, maar hij legt de gevoelige zenuwen wel helemaal bloot. In één verhaal probeert een al tientallen jaren verliefd koppel eindelijk hun wederzijdse liefde te verklaren, maar het eindigt met een koude douche. Bij een welopgevoed seniel heerschap komt enkel nog schuttingtaal naar boven, een eenentachtigjarige verlaat zijn vrouw voor een zestigjare schone voor de seks en de zoon mijmert of het voor hem erger zou zijn geweest als zijn vader had gezegd dat hij zijn moeder verliet omdat hij elders de liefde had gevonden. Sommige van deze kortverhalen zijn pareltjes, niet alleen door de karaktertekeningen, het schrijven zelf, maar ook door de manier waarop ze zijn opgebouwd, als kleine symfonietjes. Een sterke aanrader.

Nawal El Saadawi - The Fall of the Imam


Dit is een prachtig boek (uit 1988) dat ik vorig jaar bij De Slegte heb gekocht. Het is een hypnotiserend verhaal van een vrouw die werd vermoord (omdat ze vrouw was? omdat ze machteloos was?), en het daaraan gerelateerde verslag van een aanslag op de Imam, die als een tiran wordt afgeschilderd. De twee gebeurtenissen worden doorheen het verhaal telkens opnieuw verteld, hoofdstuk na hoofdstuk, met een kleine nuance, vanuit een ander perspectief. Het boek klaagt de onderdrukking van de vrouw aan in het algemeen, maar in de islam in het bijzonder. Nawal El Saadawi is arts van opleiding, was hoofd van de preventiediensten van het Ministerie van Volksgezondheid in Egypte, maar is door haar militant feminisme in de gevangenis beland. Ze is waarschijnlijk één van de eersten die in het Arabisch een boek heeft geschreven over de vrouwelijke seksualiteit "Women and Sex".


Maar The Fall of the Imam is geen pamflet. Het is een literaire krachttoer, die bezwerend, ritmisch en aangrijpend is. De techniek van de vele herhalingen werkt en verveelt niet, haar schrijfstijl is bijzonder. Een leeservaring. Ik ken weinig van Egyptische literatuur, en heb enkel Ahdaf Soeif (niet slecht) en Nobelprijswinnnar Nagib Mahfouz gelezen, maar dit vind ik de beste auteur van de drie.


Meer info over haar : http://www.nawalsaadawi.net/bio.htm plus een interview in Knack van december 2006.


Saturday, January 20, 2007

Jonathan Franzen - The Discomfort Zone


In "The Discomfort Zone" brengt Franzen zijn eigen jeugd in beeld. Zijn eerste liefdes, zijn schooljaren, zijn relatie tot zijn ouders, zijn studies Duitse literatuur. Op zich niets bijzonders en op het eerste zicht ook zo saai als water, maar Franzen beschikt wel over een zeer goede pen, waardoor het boek best genietbaar is.

Het boek dat je echt moet lezen van hem is "The Corrections", dat niet alleen goed geschreven is, maar ook een complexe plot brengt, met sterk uitgewerkte karakters.

Wednesday, January 10, 2007

De slechtste boeken

Hier is mijn lijstje van slechtste boeken (of grote ontgoochelingen) van de laatste jaren .


  • Carlos Ruiz Zafon - The Shadow of the Wind - Booooring stuff
  • Michael Faber - The Crimson Petal and the White - begint sterk, vervalt dan in een oervervelend 19e eeuwse maniëristisch verhaaltje
  • Dan Brown - The Da Vinci Code - slecht geschreven, saai verhaal
  • DBC Pierre - Ludmilla's Broken English - zijn Vernon God Little was nog te lezen, dit is flauw, lang uitgesponnen en ideeënloos
  • Paul Coelho - The Alchemist - gelezen op aanraden van een kennis - verschrikkelijk en toch verkoopt die...
  • Isabel Allende - City of the Beasts - pijnlijk - fantasy-verhaal zonder fantasie en zonder enig schrijftalent.
Aan Nederlandstalige kant :
  • Hafid Bouazza - Paravion - kinderachtig, prijs gekregen omdat allochtoon? geef mij maar Mohamed Choukri of Tahar Ben Jelloun
  • Harry Mulisch - De Ontdekking van de Hemel - erg dat iemand met zoveel kunde zo'n miskleun bij elkaar kan schrijven
  • Thomas Rosenboom - Gewassen Vlees - niks emotie, niks gedachten, niks spanning, niks uitgewerkte karakters, ... maar wel een prijs (waarom?)
Gedachten hierbij :
1. Waarom lees ik soms nog Nederlandstalige literatuur?
2. Vertrouw nooit wat critici schrijven
3. Lees nooit een boek dat een prijs heeft gekregen.

Friday, January 5, 2007

Het verschil tussen goed en middelmatig

Goede literatuur geeft een stem aan het boek. Een stem die uniek is en die bestaat uit toon, vertelstijl en structuur. Je wil en je kan dat boek ettelijke keren lezen omdat de kracht uitgaat van de manier waarop de woorden zijn neergezet. Middelmatige boeken vertellen een verhaal dat, eenmaal je de ontknoping kent, het herlezen niet meer waard is. Het verhaal, de plot domineert in middelmatige boeken, niet de afzonderlijke stukken die de essentie van het boek tot leven roepen. Perec kan dat. Kundera kan dat. Garcia Marquez kan dat. Capote kan dat. Neem één van hun boeken en begin om het even waar te lezen. Lees twee bladzijden, drie, vier bladzijden. En je zal ervan genieten, zelfs al neem je het boek het volgende jaar niet meer ter hand. Neem een middelmatig boek en neem een willekeurig blad. Het zal je niets zeggen en de bladzijde verder lezen, zelfs één, is al een saaie belevenis. Waarom zou je het boek dan lezen?

Thomas Pynchon - Against The Day

Niet dat ik het al heb uitgelezen, ik ben zo al rond blz. 150, maar toch weer onder de indruk van de meester. Elk van ons zou al blij zijn mochten we één zin schrijven zoals hij er een gans boek van volschrijft, en dan nog één van over de 1000 bladzijden. Zoals bijvoorbeeld de volgende :

"The sun came up a baleful smear in the sky, not quite shapeless, in fact able to assume the appearance of a device immediately recognizable yet unnamable, so widely familiar that the inability to name it passed from simple frustration to a felt dread, whose intricacy deepened almost moment to moment ... its name a word of power, not to be spoken aloud, not even to be remembered in silence".

Vanaf morgen zal de zonsopgang er anders uitzien.

Thursday, January 4, 2007

Waarom ik Murakami zo goed vind

Murakami is de specialist van de dagelijkse menselijke realiteit met een meer dan bizarre twist. De relaties tussen de personages is er altijd één van sympathie, en aantrekkingskracht. Zoals in een stripverhaal komen de hoofdpersonages samen terecht in een bevreemdende situatie. Of wordt een alledaagse realiteit omgevormd tot iets geheimzinnigs vanuit het perspectief van de verteller. Vaak is er iets weemoedigs en intriest aanwezig : het verlies van de jeugd, het verlies van ouders, de ziekte van een vriendin. Zijn verteltrant lijkt eenvoudig : korte beschrijvingen tot in het detail van wat er gebeurt, maar wel gereduceerd tot de essentie van de omgeving én van de dialogen. Zijn zinnen zijn om van te genieten. Je zou ze blijven herlezen alsof je naar snoepjes grijpt. En wat een warmte in die mensen, wat een begrip voor elkaar. En wat een monsterlijkheden ook. The Wind-Up Bird is een absoluut meesterwerk. Ook Dance, Dance, Dance en Kafka On The Shore zullen binnen tientallen jaren nog worden gelezen. Great stuff. And the guy loves jazz!

Waarom krijgt Orhan Pamuk de nobelprijs?

Waarom heeft Orhan Pamuk de nobelprijs literatuur gekregen? Dat is mij een absoluut raadsel. Ik heb twee boeken van hem gelezen "My Name Is Red" en "Snow". Die waren niet slecht, bij momenten onderhoudend, bij momenten interessant, maar niet meer dan dat. Dat hij vragen stelt over het samengaan van radicalisme, modernisme, Oost en West, is natuurlijk prima, en dat hij risico's neemt met zijn geschrijf in een politiek weinig tolerante omgeving, verdient alle respect en bewondering, maar geef hem dan een prijs voor politiek. De plots in zijn boeken zijn goed uitgewerkt en de door elkaar opgebouwde verhaallijnen ook. Maar dat is nog geen grote literatuur. Dat is de basis om een boek te schrijven. Pamuk heeft mij zelden gepakt of geraakt. Ik heb geen zinnen herlezen omdat ze zo knap geschreven waren, ik heb geen bladzijden herlezen omdat een wending zo goed ineen stak. Dus : Pamuk is goede literatuur, maar geen grote literatuur.