Sunday, September 22, 2013
Pedro Páramo - Juan Rulfo (Grove Press, 1955) ****
In de moderne Mexicaanse, of zeg maar Latijns-Amerikaanse literatuur is Juan Rulfo een mijlpaal. Dit werkje, "Pedro Páramo", verscheen in 1955, en het brengt het bevreemdende verhaal van een man die terugkeert naar Comala, zijn geboortedorp op zoek naar zijn vader, de Pedro uit de titel. Hij komt in een wereld terecht die de realiteit overstijgt zonder anders te zijn, een soort limbo tussen deze werkelijkheid en het rijk der geesten. Hij komt er mensen tegen die zijn verhaal kennen en dat van zijn vader, van wie de gedachte alleen nog altijd bij iedereen angst inboezemt.
De mensen fluisteren, vertellen hun dromen, maar ook de kleine dingen des levens, en niets is wat het lijkt te zijn.
"Some villages have the smell of misfortune. You know them after on whiff of stagnant air, stale and thin like everything old. This is one of those villages, Susana".
De doden en de levenden delen hun verhalen.
"Was that you talking, Dorothea?
Who, me? I was asleep for a while. Are you still afraid?
I heard someone talking. A woman's voice. I thought it was you.
A woman's voice? You thought it was me? It must be that woman who talks to herself. The one in the large tomb. Doña Susanita. She's buried close to us. The damp must have got to her, and she's moving around in her sleep.
Who is she?
Pedro Páramo's last wife. Some say she was crazy. Some say not. The truth is she talked to herself even when she was alive".
Wie al die mensen zijn blijft ook een mysterie. Alles en iedereen blijft ongrijpbaar. Rulfo's stijl is elliptisch en alles wordt gesuggereerd, opgeroepen, maar prachtig verwoord en beschreven, zo magisch als de tussenwereld van Comala.
Anton Chekhov - A Russian Affair (Penguin, 2003) ***
Een dun boekje uit de reeks "Great Loves" van Penguin. Het bevat vijf kortverhalen van Anton Chekhov, Russisch arts en auteur die begin vorige eeuw overleed.
De verhalen gaan over liefde, over onmogelijke liefdes. Ze zijn niet slecht op zich, maar ook niet echt boeiend. Vanuit ons ver perspectief in de tijd mist het dynamiek, spankracht en een pakkende stijl. Literatuur is fel verbeterd in de vorige eeuw. Mochten zijn kortverhalen vandaag als manuscript worden ingediend, vrees ik dat ze het echt moeilijk zouden hebben om een uitgever te vinden.
Dat gezegd zijnde, is het ook een goede zaak dat Penguin ze opnieuw uitgeeft. De kans op een ontdekking.
Mario Vargas Llosa - Captain Pantoja And The Special Service (Faber & Faber, 1987) ****
Nog enkele romans te gaan voor ik Mario Vargas Llosa's oeuvre achter de ogen heb. "Captain Pantoja and the Secret Service" is een sterke aanrader. Het is een grotesk verhaal over de gedienstige en plichtsgetrouwe kapitein Pantoja die erin slaagt met militaire organisatie en precisie een legerbordeel op te richten in het Amazonegebied.
Het initiatief komt van de legertop zelf, na veelvuldige klachten dat de soldaten die maanden gelegerd zijn in de uithoeken van het land, ver van hun eigen liefjes en echtgenotes, de lokale vrouwen verkrachten, of op zijn minst lastigvallen. Om de reputatie van het leger veilig te stellen, komt de legertop tot het geniale idee om een bordeel op te richten, maar dan onofficieel natuurlijk. Kapitein Pantoja moet nu als burger door het leven, maar slaagt er binnen de kortste keren in om vrouwen te recruteren, soldatenbehoeften te analyseren, en een grandioos "dispatching"-systeem op te zetten zodat de capaciteit aan prostitués optimaal wordt aangewend.
Wanneer de andere militairen hier lucht van krijgen en ook hun recht opeisen om bediend te worden, valt het hele systeem in duigen in een fantastisch hypocriet spel van leugen, ontkenning, het ontlopen van verantwoordelijkheden en ondergeschikten met de vinger wijzen.
Zoals je van Vargas Llosa kan verwachten is ook deze roman een virtuose symphonie van verschillende stijlen, vertelperspectieven, inclusief de militaire verslaggeving over de gebeurtenissen alsook de kommentaren van de legertop bij de gebeurtenissen vanuit een door sigarenrook bezwangerd hoofdkwartier.
Om alles nog complexer te maken, loopt er ook nog een fanatieke broeder Francisco rond, die het volk van het amazonegebied tot een alternatief geloof brengt, vol van magie, devotie en het kruisigen van dieren - en uiteindelijk zelfs mensen - om tot verlossing te komen.
De rasverteller, satiricus, politicus en literair grootmeester op zijn best.
Colm Tóibín - Brooklyn (Scribner, 2010) ****½
Ik had recent Colm Tóibín al geroemd om zijn "The Testament Of Mary", een poëtische en fijnzinnige beschrijving van Maria na de kruisiging van Christus. "Brooklyn" brengt ons haar het begin van vorige eeuw, bij een Ierse familie bij wie de jongste dochter de kans krijgt om als verkoopster in de New York te gaan werken. Wat ze ook doet.
Op zich is dit wereldschokkend als plot, en er zijn zeker tientallen romans die deze grote oversteek beschrijven, inclusief vanuit het perspectief van de jongeling die familie en elk ander houvast moet achterlaten, maar wat Tóibín ervan maakt is wel absoluut uitzonderlijk. Ten eerste is alles en iedereen in het verhaal doodnormaal, er gebeurt niets schokkends, de personages zijn niet slecht en niet dom of niet uitzonderlijk, integendeel, ze zijn tegemoetkomend en vriendelijk, elk vanuit hun perspectief natuurlijk.
En toch is de beschrijving van de beleving van het hoofdpersonage, Eilis, iets unieks. Tóibín heeft een talent om gevoelens eenvoudig tot leven te brengen, met de kleine twijfels en de kleine zelfoverwinningen die daar bij horen. Tóibín houdt van elk van de personages die hij beschrijft. Bovendien is zijn vertelstijl precies en zijn verteltempo briljant, net snel genoeg om vooruit te gaan en traag genoeg om elke scène tot leven te brengen.
De hele roman is intimistisch en kleinmenselijk, maar het gaat voorbij het burgerlijke, naar de diepte van het menszijn en het leven.
Een verademing in het geweld van elke dag.
Peter Handke - Nacht Op De Rivier (Wereldbibliotheek, 2013)
Van welke schrijvers moet ik echt nog iets lezen? Op mijn lijstje stond Peter Handke, Duits schrijver met een bibliografie en een palmares om "u" tegen te zeggen. Toen ik dan onlangs bij Fnac deze recente vertaling van "Nacht Op De Rivier" zag liggen, oorspronkelijk uit 2008, aarzelde ik niet.
Mijn ontgoocheling is echter groot. Akkoord, Handke experimenteert met de setting van zijn verhaal, en met de bewuste keuze om geen enkel personage bij naam te vermelden, wat uiteraard een grotere afstand creëert, maar deze kunstgreep zou nog kunnen. Nee, zijn schrijfstijl is zo verschrikkelijk pedant en irritant, zo opschepperig en pretentieus, zo betweterig en arrogant dat verder lezen bijna fysiek onmogelijk werd. Ik heb mezelf tot voorbij de symbolische honderd bladzijden gesleept, maar dan heb ik afgehaakt.
In deze roman vindt de schrijver zichzelf vele malen interessanter dan zijn personages, en dat werkt dus niet. Ook al is de schrijver het hoofdpersonage. Een gevoelsmatig oneerlijk boek.
A. C. Grayling - The God Argument (Bloomsbury, 2013)
In dezelfde trant als Dawkins, Dennett, Harris, Hitchens, Stenger en anderen krijgen we nu een atheïstisch of eerder een humanistisch manifest, maar dan vanuit een zuiver filosofisch perspectief. Grayling is professor filosofie in Londen en ook auteur van The Good Book, een soort alternatieve bijbel zonder godheid.
Hier belicht hij de eindeloze logische contradicties in het godsdienstig denken, met god als de ultieme verklaarder voor zaken die door de wetenschap nog niet verklaard zijn, en met een werkterrein dat alsmaar kleiner wordt. In het eerste deel van het boek gaat hij in op de zogenaamde argumenten voor het bestaan van god, zoals die door de grote theologen uit de geschiedenis naar voor worden gebracht, om ze dan haarfijn uit elkaar te halen.
Hij brengt ook een ethisch argument naar voor, namelijk dat humanisten meer zin voor ethiek en moreel gedrag hebben omdat zijn uitgaan vanuit een intrinsiek oordeel over de te nemen keuzen. Bij godsdiensten is die keuze voorgekauwd en extern aan het gebeuren. De keuze wordt bepaald door de hoop op beloning - de hemel - of door de vrees voor straf - de hel. Niet echt ethisch, inderdaad. Als god zegt : dood, of als god zegt : verkracht, dan moet de volgzame gelovige dit doen, zoals we jammer genoeg voldoende hebben meegemaakt in de geschiedenis en ook nu, vandaag nog.
Het tweede deel van het boek is een pleidooi voor humanisme en Grayling beschrijft zijn visie hierop. Op zich best goed onderbouwd en geargumenteerd, maar toch iets saaier om lezen dan het godsdienst-bashen van het eerste deel.
Yoram Kaniuk - Adam Resurrected (Atlantic Books, 1971) **
Aangeprezen als een meesterwerk van de moderne Israëlische literatuur, waren mijn verwachtingen waarschijnlijk te hoog. Kaniuk creëert een moderne nachtmerrie verteld vanuit het perspectief van een geestesgestoorde in een instelling ergens in de Israëlische woestijn bij de Dode Zee. Het verhaal leest ook als een nachtmerrie, als een leven in absolute onzekerheid van identiteit en zonder enige vastheid in de omgeving, en als er dan houvast is, dan blijkt die erg wankel en onzeker.
De hoofdfiguur, Adam Stein, wordt ook verafgood door de andere patiënten, en hij is ook intelligent genoeg om bevriend te zijn met de hoofdpsychiater, of is dit alles slechts verbeelding?
En inderdaad, de lijnen tussen realiteit en verbeelding, tussen droom en nachtmerrie en waanzin zijn compleet vervaagd, tussen liefde en misprijzen en misbruik.
Kaniuk kan dan misschien vernieuwend zijn in de uitdrukking van de waanzin, maar het is harde lektuur, vooral dan omdat Kaniuks fantasie (of is het die van Stein?) echt elke richting uitkan, als een eindeloze stroom woorden en beelden die zinloos en futiel zijn. Het recept werkt bij het begin, maar na verloop van tijd wordt het allemaal zo saai als koude pap, omdat alles zich eindeloos blijft herhalen, zonder enige spankracht, en uiteraard is geen enkel personage aantrekkelijk of zelfs inleefbaar, waardoor je als lezer van op afstand zit toe te kijken, zonder dat je pakt.
Subscribe to:
Posts (Atom)






