Friday, August 12, 2011

Zachary Mason - The Lost Books Of The Odyssey (Picador, 2007) ****

Een zeer originele en poëtische debuutroman van Zachary Mason, computerspecialist in het dagelijkse leven, die voor zijn verhaal de inspiratie haalt bij Oddysseus, zogezegd de "verloren boeken" brengend, maar eigenlijk poëtische bespiegelingen biedt over menselijke zwakte, lafheid en moed. Een echt verhaal is het niet, eerder een aaneenrijging van vierenveertig korte stukjes, sommige maar één bladzijde lang, andere tien bladzijden tellend.

Zijn schrijfstijl is hypnotisch, half filosofisch, half mythisch, plechtig, archaïsch, zelden zeer expliciet en altijd badend in een sfeer van droefnis, weemoed en afstand. Oddisseus hoort er eigenlijk niet bij. De gebeurtenissen ontrollen zich voor hem, en als hij dan toch eens zelf initiatief neemt, zoals met de sirenen, blijft altijd een wrange nasmaak van onvoldaanheid hangen. Maar ook de andere figuren uit de Oddyssee komen aan bod : Penelope, Agamemnon, Hector, Achilles, de cycloop, Medusa, Scylla en Charibdis, soms als vertellers, soms als hoofdpersoon van een kort stukje.

In Masons visie is Oddysseus zelf de enige overlevende van  de decennialange tocht, de man die kon vertellen wat hij wilde, niemand die zijn verhaal kon nagaan. Zo zegt zijn Oddysseus :

"My shameful aptitudes did not end with archery - I was also articulate. I have never been at a loss for a tale, lie or synonym. I could recite the epic of Hercules after hearing it four times. I was ideally suited to be a bard, a profession fit only for villeins, wandering masterless men who live at the pleasure of their landed betters, as my father reminded me when I broached the idea. He and his men would say things like, "We are here to live the stories, not compose them!" Sing, Muses, of the wrath of god-like shit-for-brains, hereditary lord of the mighty Coprophaogoi, who skewered a number of other men with his pig-sticker and valued himself highly for so doing".

Fris en inventief.

Jon McGregor - Even The Dogs (Bloomsbury, 2010) ****


Jon McGregor's "If Nobody Speaks Of Remarkable Things" was al een aanrader, en hij overtreft zichzelf met zijn volgende roman "Even The Dogs", waarin hij het leven beschrijft van een groep jongeren die door drugs en werkloosheid in een uitzichtloos straatje terecht zijn gekomen. Net zoals in zijn vorige roman gebruikt hij taal op een inventieve en meesterlijke manier om zijn wereld op te bouwen. Elke paragraaf geeft een korte situatieschets, maar zonder onmiddellijke relatie met de vorige of de volgende, telkens vertelt vanuit het perspectief van één van de personages. Vaak geschreven vol razernij of woede. De plot wordt duidelijk naarmate de korte situaties elkaar opvolgen. Bovendien maakt hij komaf met volledige zinnen. De vertellers zijn soms ook in het meervoud : geen ik-persoon, maar wij-personen die als geesten door het boek waren, en straattaal spreken. 

Kwaadheid en woede spreken uit elke zin.

"Always waiting for that. Always working and watching and chasing around for a bag of that. Jesus but. The man-hours that go into living like this. Takes some dedication, takes some fucking what, commitment. Getting a bag and then finding somewhere to go cook it up in a spoon and dig it into your arm or your leg or that mighty old femoral vein down in between your thighs. (...) Tightening off the strap and waiting for the vein to come up. This bloke you've only just met passing you the loaded syringe. Smacking at your mottled skin and waiting for the vein to come up. Pinching and pulling and poking around and waiting for the vein to come up and then easing the needle in, drawing back a tiny bloom of blood before gently pushing the gear back home. 

Wait all day for that. 
Do anything for that. Fucking, anything."


 "Always fights and worse going off in there. Saw Ant there one time taking a bloke down with a half-brick in the face. Kept hold of it for about an hour afterwards and kept saying the miserable twat should be happy I couldn't find a whole one but, the kid shouldn't have opened his "

Woede, frustratie, pijn ... in elke zin.

McGregor slaagt er opnieuw in om met rake taal en een knappe structuur een unieke stijl te ontwikkelen die uiterst expressief en hedendaags is.

Sterke aanrader.

Herta Müller - The Appointment (Picador, 2002) ****½

Ik heb vaak mijn twijfels gehad bij de keuze van de Nobelprijs voor literatuur, maar niet bij Herta Müller. De in het Duits schrijvende Roemeense slaagt erin om de hardste emotionele gebeurtenissen te combineren met een eigen poëtische schrijfstijl die tegelijk verhullend als expressief is. Net zoals in "The Land Of Green Plums", is de politieke situatie van het land onder dictator Ceaucescu doorslaggevend.

De ik-figuur wordt herhaaldelijk opgeroepen voor verhoor door de politie omdat ze als arbeidster in een jeans-fabriek kleine briefjes in de achterzak schuift. De jeans zijn bedoeld voor de export naar het Westen, en wie kan trouwen met een Westerling mag het land verlaten. Op het briefje staat amper meer dan "marry me", maar ook dit is al voldoende voor politioneel onderzoek naar subversief gedrag. Rond deze relatief beperkte basisplot weeft Müller een hele wereld, die langzaam zichtbaar wordt doorheen de nevels van haar schrijfstijl : de familiale geschiedenis, haar liefdesverhalen, haar vriendinnen, de meedogenloosheid en absurditeit van het systeem, de lafheid van mannen en vrouwen die het systeem uitbuiten voor eigen gewin, machtsmisbruik, de erotiek van de macht, de pijn van het zijn.

"Before I was born, my parents had had a boy who turned blue in a fit of laughing. He never became a real son, since he died before he was christened. My parents had no qualms about relenting his grave plot after just two years. It wasn't until one day when I was eight years old and a boy with grazed knees was sitting across from us in the tram that Mama whispered in my ear. 
If you brother had lived, we wouldn't have had you. 
The boy was sucking candy molded in the shape of a duck, it swam in and out of his mouth, outside I saw the houses rising through the windows as we passed. I was sitting next to Mama on a hot wooden seat that was painted green - sitting there in place of my brother. 
We had two pictures of me from the maternity home, but not a single one of my brother. One picture shows me on a pillow, next to Mama's ear. In the other I'm in the middle of a table. With their second child my parents wanted one picture for themselves and one for the gravestone."

Twee paragrafen vertellen een leven. Literatuur van het hoogste niveau.

Edmund White - City Boy (Bloomsbury, 2009) ***

Ik kende Edmund White van "Caracole" en "The Farewell Symphony", romans die handelen over seksualiteit en vooral homoseksualiteit, en vooral dat laatste vind ik als hetero soms moeilijk te vatten, of beter gezegd, me te identificeren met de personages. In "City Boy", brengt White, die een uitzonderlijk vlotte pen heeft, het relaas van de emancipatie van de gay community in New York in de jaren zeventig en de opkomst van AIDS.

Maar het is tegelijk ook een prachtige schets van het culturele leven van New York in dezelfde periode : uitgevers, schrijvers, muzikanten en beeldende kunstenaars ontmoeten elkaar. White onthult, geeft kritiek en ook veel zelfkritiek, en zijn sterkste kant is zeker de kwetsbaarheid waarmee hij zijn gevoelens durft bloot te geven, zonder enige schroom, maar ook zonder goedkoop effectbejag. Je krijgt als lezer ook een beter inzicht in zijn eigen schrijfproces en achtergrond bij zijn andere publicaties, zowel romans als non-fictie, waarvan zijn "The Joy Of Gay Sex", de eerste "handleiding" voor homo's de meest bekende is.

Aanrader, ook voor hetero's.

Umberto Eco - The Mysterious Flame Of Queen Loana (Seeker & Warburg, 2005) **

Misschien heb ik me laten verleiden door de veelbelovende titel, de prachtige uitgave vol grafisch werk. Alleen is het geen goed boek. De hoofdfiguur is zijn geheugen kwijt. Hij kent zichzelf, zijn vrouw en zijn kinderen niet langer, maar vreemd genoeg nog wel alle plots van de verhalen die hij ooit heeft gelezen. Die worden dan zijn houvast om zichzelf te reconstrueren.

Het resultaat van dit alles is een interessante technische oefening, maar slechte literatuur. Het is één lange opschepperige aaneenschakeling van Eco's eigen eruditie, maar dan wel één die intellectueel oninteressant is, omdat ze nergens anders toe leidt dan het vertellen van een verhaal. Mocht er nu nog spanning of emotionele diepte of interessante maatschappelijke perspectieven in te vinden zijn, dan kon dit cerebraal geheel nog enigszins te pruimen zijn, maar zelfs dat ontbreekt.

Thursday, August 11, 2011

Raymond Queneau - Zazie Dans Le Métro (Gallimard, 1959) ****

Aangeraden door Walter (dank!) en tweedehands gekocht via amazon.fr voor 1 €  kan ik de paar lezers van deze blog aanraden hetzelfde te doen. Het verhaal is absurd, geestig, grappig, een beetje morbide en knettergek en zeer leesbaar.

Queneau schreef zijn roman ook op een zeer colloquiale manier, met vaak woorden die anders worden gespeld, zoals "bloudjinnzes", de denims die Zazie per se wil kopen, of nog ter illustratie deze absurde dialoog, waarvan het wemelt in de roman.

Charles ontmoet Gabriel die hem eerder al had uitgenodigd om te komen eten. 

"Tiens bonjour toi, dit à Charles Gabriel. Tu restes déjeuner avec nous? 
- C'était pas entendu?
- Jte lrappelle, simplement. 
- Ya pas à me lrappeller. Jlavais pas oublié. 
- Alors disons que te confirme mon invitation. 
- Ya pas à mla confirmer puisque c'était d'accord. 
- Tu restes donc déjeuner avec nous, conclut Gabriel qui voulait avoir le dernier mot."

Niet te missen.

Chris Adrian - The Children's Hospital (McSweeney's, 2006) *

Ik heb niet de gewoonte om boeken ongelezen terug op het schap te zetten, maar ik kon mezelf echt niet overtuigen om hier nog verder tijd aan te besteden, zeker omdat het redelijk dik is, meer dan zeshonderd bladzijden. Het verhaal is simpel : de wereld overstroomt volledig en enkel een ziekenhuis blijft drijven op de minimaal zeven mijlen diepe oceaan. In het begin leek dit nog een leuk gegeven, zeker omdat Adrian zeer veel positieve kritiek kreeg.

Alleen gebeurt er weinig, en is het verschrikkelijk traag en verschrikkelijk saai. Het drijvende kinderziekenhuis wordt volledig uit de doeken gedaan, er gebeuren onverklaarbare gebeurtenissen, de hoofdfiguur krijgt speciale gaven en wordt een soort nieuwe messias. Het ergste is dat de trots van de schrijver over de door hem gecreëerde wereld en personages in elke zin aanwezig is, en dan nog in een schrijfstijl die zeer middelmatig is.

Te mijden.