Saturday, December 28, 2013
Charles Freeman - The Closing Of The Western Mind (Vintage, 2005) ****
Een sterke aanrader voor wie interesse heeft in de geschiedenis van de rationaliteit. Freeman loodst ons doorheen de eeuwen van Plato en Aristoteles tot Thomas Aquinas (die Aristoteles terug van onder het stof haalde), met tussendoor de grote verduistering van ons denken dat door het christelijk geloof werd ingeleid, en dan versterkt door de machthebbers in Rome en Constantinopel en andere plekken waar religie de macht van de heersers kon versterken.
Om maar enkele citaten te geven :
Johannes Chrysostomos schrijft : "Restrain your own reasoning, and empty your mind of secular learning, in order to provide a mind swept clear for the reception of divine words".
Of Basilus "Let us Christians prefer the simplicity of our faith to the demonstrations of human reason ... For to spend much time on research about the essence of things would not serve the edification of the church".
Naast een regelrechte aanval op proefondervindelijk onderzoek en rationeel denken, werd ook elke ander geloof of overtuiging gaandeweg als ketterij beschouwd en verboden. Slechts één standpunt gold, dat van de christelijke kerk, en ook dan nog kon dit slechts door enkelen worden bevat en geïnterpreteerd, met name de bisschoppen en pausen.
Niets nieuws dus, maar wel zeer sterk gedocumenteerd en vlot leesbaar.
Peter Høeg - The Quiet Girl (Picador, 2006) **
Peter Høeg is niet vervaard van een mengeling van fantasie, suspense, actie, maatschappijkritiek en een vleugje mystiek.
"Smilla's Sense Of Snow" was een voltreffer van een thriller, geen literair meesterwerk, maar spannend, onderhoudend en slim. "Borderlines" was nog iets beter, maar zijn "History of Danish Dreams", dat was echt genieten.
Met "The Quiet Girl" blijft hij spanning met mystiek vermengen, met als hoofdfiguur een clown, Kasper, die zijn beste tijd heeft gehad, en die tevens beschikt over een uitzonderlijk gehoor, wat hem in staat stelt geluiden over verre afstanden te horen, maar ook om menselijke gevoelens te kunnen waarnemen, want alles brengt geluid voort. Hij raakt verwikkeld in een mysterieuze verdwijning van een aantal kinderen die aardbevingen zouden kunnen voorspellen, wat enkele projectontwikkelaars zeer goed zou uitkomen. Kasper voelt de speciale stilte van één van deze kinderen, inderdaad "the quiet girl" en gaat naar haar op zoek, maar moet tegelijk vechten tegen zijn demonen uit het verleden, zijn relaties, de taksinspectie in Spanje en Denemarken die hem achterstallige belastingen willen doen betalen, en respectievelijk in de nor steken en het land uitzetten.
Er is ook een soort internationale sekte van kloosterzusters bij gemoeid, die - hoe kan het ook anders - wijs zijn, politiek op de hoogte en zelfs bedreven in gevechtssporten.
Wat er allemaal gebeurt in het verhaal, laat ik de lezer zelf ontdekken, maar het is een soort hallucinatie waar je kop noch staart aan krijgt. Høeg vermengt zoveel genres en stijlen door elkaar, maar gebruikt ook flash-backs zonder die als dusdanig te vermelden, zodat ook de tijd door elkaar lijkt te schuiven. Niet is wat het lijkt en alles is in constante verandering, en de fantasie is zo wild als in een stripverhaal, met name alles is mogelijk.
En om het nog wat complexer te maken, blijkt Kasper de clown ook een groot kenner van klassieke muziek te zijn, want Bach composities zijn overal terug te vinden, in mensen en plekken en dingen. En ook als hij bidt, gebruikt hij de woorden van Bach cantates.
Net zoals bij zijn vorige "The Elephant Keeper's Children", is dit geen grote literatuur. Het is een leuk stripverhaal in prozavorm, waarin spiritualiteit, politiek, muziek op een oppervlakkige manier gemengd worden tot een leuke saus die wel een leuke atmosfeer biedt, maar weinig substantie bevat.
Chico Buarque - Budapest (Grove Press, 2003) ***
José Costa is een Braziliaanse ghost-writer die in Rio de Janeiro werkt, deelneemt aan het internationaal congres van ghost-writers, een beklagenswaardige groep van gefrustreerden van wie de literaire talenten per definitie niet erkend kunnen worden, en die enkel onder elkaar hun anonimiteit kunnen afleggen, en als zijn vrouw naar London wil, besluit hij tijdens die periode naar Budapest te gaan, om er de taal van de duivel zelf te leren spreken. Daar leert hij Kriska, een lerares kennen die al snel zijn minnares wordt.
Terwijl zijn boek over en geschreven voor een industrieel en politicus een best-seller wordt in Brazilië, leert Kriska hem op haar heel eigen manier opnieuw te leven en zichzelf te herontdekken. Het is wel een roman die draait om de ik-ik-ik van de schrijver, verpersoonlijkt door de ik-ik-ik van het hoofdpersonage, maar met voldoende zelfspot om het leesbaar te houden.
Een sympatieke roman, maar niet meer dan dat.
Tao Lin - Taipei (Vintage, 2013) *
Hoog geprezen in de Amerikaanse pers als de stilist van de sociale media generatie, maar ik heb Taipei na dertig bladzijden weggelegd. Waarom zou ik dit in godsnaam lezen? Karakters zonder karakter, liefdesperikelen tussen jongvolwassenen, een oninteressante plot en slecht geschreven.
Het kan best zijn dat om redenen van 'political correctness' de Amerikaanse pers een schrijver van buitenlandse oorsprong omarmt die in het Engels schrijft over Amerika, andere redenen voor de goede kritieken zie ik niet.
Jim Crace - Six (Viking, 2003) ****½
Tot nu toe had ik enkel "Arcadia" van Jim Crace gelezen, en vond het maar zo-zo. Van "Six" heb ik echt genoten, en met volle teugen.
Het is het verhaal van een man die bij elke vrouw met wie hij een relatie aangaat, ook een kind verwekt, namelijk zes, vandaar ook de titel. De achtergrond is een stad in politieke rep en roer, die ook onderhevig is aan overstromingen.
Het perspectief is dat van de alwetende verteller, maar die, net zoals in de romans van Kundera, zich vragen stelt bij het gedrag van zijn personages, of er bij momenten zelfs door verrast wordt. Crace geeft commentaar en spaart zijn kritiek niet, hoewel die altijd warm is voor alle karakters in het boek, de man én de vrouwen. Zijn humor is uitermate fijnzinnig en scherp, net zoals zijn stijl. De zinnen zijn kort en hebben het ritme van poëzie, en in alle eerlijkheid kwamen herinneringen aan Ovidius opnieuw naar boven.
"He wants to say he feels besieged. Another child? He only has himself to blame. To be so fertile is a curse".
Lix, de hoofdfiguur, is een succesvol acteur, voor toneel, televisie en film, inclusief de televisie-soap "Don Juan Among The Feminists", maar ondanks de heldenverering die daarmee gepaard gaat, blijft hij onzeker in het echte leven, een anti-held eigenlijk die eerder weet wat hij niet wil dan wat hij wel wil.
"O yes, he was ashamed. How had he let the moment pass those many years ago? He should have said, 'Your pregnancy. Your body, yes. Your private life. But this is not your private kid! I have responsibilities and needs".
Het is lyriek van de beste soort, een mijmering over de liefde, kunstzinnig en verfijnd uitgebalanceerd over verschillende soorten relaties, van de meest vluchtige tot het langdurige huwelijk. Een kleinood om opnieuw te lezen.
Zijn nieuwe roman, "Harvest", genomineerd voor de Man Booker Prize, ligt klaar op het schap.
Friday, December 27, 2013
Grazyna Plebanek - Illegal Liaisons (New Europe Books, 2013) *
De plot is simpel : de thuisblijvende man van een ambitieuze Poolse ambtenaar bij de Europese Commissie gaat vreemd. De hele plot vindt plaats in Brussel, reden waarom ik de roman heb gekocht. Dit is zowat alles wat er te zeggen valt. De karakters zijn oninteressant, het gegeven saai, haar schrijfstijl vervelend, het opdissen van het Europese leventje in Brussel is irritant.
Een afrader!
Thomas Pynchon - Bleeding Edge (Penguin, 2013) ***½
Het is ongelooflijk dat we alweer een nieuwe Pynchon hebben, want de vorige, "Inherent Vice", dateert pas van 2009.
De setting is voor een keer New York, in plaats van de gebruikelijke West Coast. We bevinden ons 2001, vlak voor de val van de Twin Towers, en na de barsten van de dot.com bubble.
De hoofdfiguur is Maxine Tarnow, die haar eigen kantoor voor fraude-onderzoek heeft, en haar diensten verhuurt aan bedrijven of individuen die vrezen opgelicht te zijn. Zoals het Pynchon betaamt, komt Maxine terecht in een web van samenzweerderige individuen, met geheimzinnige transacties die plaatsvinden tussen kleine al dan niet failliete tech-bedrijven, al dan niet met medeweten van de Amerikaanse geheime diensten, Rusland en enkele sultans of organisaties in de Arabische wereld. Zoals het Pynchon betaamt, weet je uiteindelijk niet meer wie maffia is en wie overheid, en wie de goeden en wie de slechten zijn, en eerlijk gezegd, ook Maxine is niet echt behulpzaam om de zaken te helpen oplossen, en uiteindelijk blijkt de enige plek die nog te begrijpen valt, niets minder dan een soort Second Life te zijn, waar ook in realiteit verdwenen en vermoorde individuen nog rondwandelen, maar of dat echt is of enkel als fake avatar blijft ook een raadsel.
Pynchon maakt er een prachtige cocktail van het hippe New Yorkse leven met karakters die meest trendy plekken van de beau monde frequenteren, maar verrassend tussen dit alles zijn de twee normale kinderen en de redelijk normale man van Maxine, die het hele gebeuren naast zich zien plaatsvinden zonder eigenlijk te beseffen in wat voor een ingewikkeld paranoïde complot hun moeder is verwikkeld, misschien nog wel het meest verrassende in het werk. In wezen is dit complot niet meer dan een aaneenrijging van sketches, die het sociale en financiële en techie leven van de New Yorkers aan de kaak stelt.
Waar je in de vorige romans van de grootmeester nog meegesleept werd in het vaak onbegrijpelijke gebeuren, is die positie hier helemaal verdwenen. Je leest mee van op een nog grotere afstand, met een satire die bij momenten wel geestig is, maar niet uitzonderlijk.
En dat is waar je mee blijft zitten, een detectiveroman met veel sociale satire, met het virtuoze taalspel voor de gelegenheid achterwege gelaten, met een context die niet echt vernieuwend is in zijn eigen oeuvre, enkel het decor is anders.
Tja ...
Subscribe to:
Posts (Atom)





