Friday, December 27, 2013
Knut Hamsun - Hunger (Farrar, Strauss & Giroux, 2008) ***
Knut Hamsun won de Nobelprijs literatuur in 1920. Zijn "Sult" of "Honger", heeft daar zeker toe bijgedragen. De roman brengt het relaas van een aan lager wal geraakte journalist, die zijn laatste centen verkwanselt en gaandeweg dakloos wordt en waanzinnig. Elke rationele gedachte en normaal gedrag verdwijnen en de aftakeling is voelbaar bij elke bladzijde de geschreven wordt. Als lezer wil je de man aanporren om zich te herpakken, om te stoppen die domme dingen te doen, omdat je weet, vermoedt, vreest dat ze hem geen soelaas gaan brengen, en wel integendeel, dat ze zijn situatie nog erger gaan maken.
Hamsuns kracht is dat hij deze aftakeling beschrijft vanuit zijn eigen ervaring als werkloze met twaalf stielen en dertien ongelukken. De roman is in de literatuurgeschiedenis een mijlpaal door zijn uitgebeende psychologische beschrijving van de gedachten en gevoelens van de ik-persoon, en in die zin een wegbereider voor de 20ste eeuwse roman, en vele grote schrijvers, waaronder Hemingway en Thomas Mann, zagen in hem een voorbeeld, vooral dan door het uiterst subjectieve perspectief, maar ook door het nihilisme en fundamentele eenzaamheid.
Voor een lezer vandaag is het uiteraard niet langer zichtbaar hoe vernieuwend de roman wel moet geweest zijn. Toch is hij het lezen waard, al was het maar voor de historische betekenis.
José Manuel Prieto - Rex (Grove Press, 2007) ****
In deze verbluffende roman is het hoofdpersonage, de ik-persoon, een jonge Cubaan die de privé-leraar wordt van een jonge Rus die met zijn ouders overwintert in het Spaanse Marbella. De ouders blijken banden te hebben met, en ook achtervolgd te worden door de Russische maffia. Hij is een wetenschapper, zij een beeldschone jonge vrouw. De ik-figuur geraakt verwikkeld in deze bizarre context. Het boek is geschreven als een relaas, als een verklaring, als een verre herinnering aan de jij-figuur, de jongen aan wie hij les moet geven.
Het meest verbluffende aan de roman is de unieke benadering van de plot door Prieto, en zijn hermetische schrijfstijl die het bijna onmogelijk maakt om echt goed te volgen wat er gaande is. Of anders gezegd, de plot ontvouwt zich mondjesmaat doorheen het mythisch-abstract verhaal dat de ik-persoon aflevert.
Zoals hij het zelf schrijft op de eerste bladzijde :
"Language, and aqueous thing, foundationless, a river of words. Yet how rapidly I sail along it, the mass of that river flowing beneath me: no mere suspension of sediment washed along by chance but the immense briny depths of a living liquid. And we can peer down and scrutinize its surface, see it at work, discover its life, watch its cells move and exchange information and energy without ever ceasing to transmit an idea. ... Not simply piecing together a more or less coherent story - making the sun come up, in the novel, over that red sea - but reducing the incredible life of that prose or song that lies beneath our own to its essence, as if the Writer had used blood where others only water, simple sea water".
De "Writer" is niet hemzelf, maar Marcel Proust, wiens "A La Recherche Du Temps Perdu" doorheen de roman wordt geciteerd, net zoals Shakespeare, Herodotus, Borges, Dostoyesvski, Molière, H.G. Wells, Lewis Carroll en velen meer, uiteraard zonder expliciete verwijzing of citaten.
De aanpak van Prieto is niets minder dan hypnotiserend en fascinerend, maar kan even zo goed bij lezers overkomen als irriterend en pedant. Over die laatste gevoelens heb ik me zelf heen moeten worstelen, tot je geen weerstand meer biedt, en gewoon meegesleurd wordt in Prieto's bizzarre taal-universum.
Eindelijk nog eens een schrijver die zijn taal doet werken, die er iets anders van maakt, die er nieuwe mogelijkheden in vindt en daardoor bij de lezer een andere leeservaring oproept, wel één die aandacht en volledige overgave vereist, maar daarom niet minder bevredigend is.
Raymond Queneau - Un Rude Hiver (Gallimard, 1939) ****
Een lichtjes absurd verhaal waar weinig in gebeurt, maar toch door zijn gewone dagelijksheid en door Queneau's eigen stijl en toon echt de moeite loont.
Het verhaal dateert van 1939 maar gaat over Bernard Lehameau (Hamlet in het Engels!), een soldaat die gekwetst is in de eerste wereldoorlog en terugkeert naar Le Havre in Frankrijk. Hij leert er twee kinderen kennen, Annette en Pol, met wie hij naar de bioscoop gaat. Hij gaat eten bij zijn broer die senator is. Hij ontmoet een Britse vrouwelijke soldaat op wie hij verliefd wordt, en waar hij mee naar bed wil. Ze wil echter maagd blijven tot haar huwelijk. Ze vertrekt met haar boot terug naar Engeland, maar die vergaat onderweg. Hij gaat op bezoek bij de oudste zus van Annette die prostitué is. Hij trouwt met deze laatste. Ze adopteren de kinderen Annette en Pol. Hij geneest en vertrekt opnieuw naar het front.
Queneau vertelt het verhaal in opperste eenvoud, maar diep onderliggend is de onzekerheid van de oorlog, van de relaties, van de familiale strubbelingen, de politieke tegenstellingen, en nog veel dieper, de pijn van de eenzaamheid.
Peter Stamm - Seven Years (Granta, 2012) *
Alex is een architect, net als zijn geliefde en latere vrouw. Hij komt na verloop van tijd de Poolse Ivona opnieuw tegen, een onaantrekkelijke, diep gelovige en passieve vrouw die zich onderdanig aan hem geeft. Om onbegrijpelijke redenen gaat Alex die relatie aan en onderhoudt ze ook. Hun architectenbureau lijdt onder de crisis en alles evolueert van kwaad naar erger.
Kortom, Zwitsers auteur Peter Stamm gebruikt een aantal tegenpolen, bouwt daar karakters rond en spint er een verhaaltje van. De karakters zijn ongeloofwaardig en hun relaties nog meer, precies omdat ze zo eendimensionaal zijn. Dat de hoofdfiguur zelf succes kan hebben in zijn zakenleven wordt compleet tegengesproken door zijn kortzichtige irrationele gedrag, dat bovendien karakter noch energie heeft. En dat deze man, die zogezegd een architecturaal visionair is, zich laat afzakken tot het misbruiken van een bijna achterlijke jonge vrouw, zonder zich daar al teveel vragen bij te stellen, is zo onrealistisch dat het pijnlijk is.
En mocht Stamm dan nog goed schrijven, dan kon het lezen van fraaie zinnen misschien nog bekoren, maar ook dat is middelmatig.
Links laten liggen, dus.
Lawrence Norfolk - John Saturnall's Feast (Bloomsbury, 2013) ***½
Van sommige schrijvers kan je niet wachten tot ze hun volgende roman uitgeven, en Lawrence Norfolk behoort tot die groep. Zijn drie vorige romans, "In The Shape Of A Boar", "Lemprière's Dictionary", en "The Pope's Rhinoceros" zijn sterke aanraders, al was het maar voor de ongekende wereld die ze tot leven wekken, vol verhalen, onverwachte wendingen en dit in een historische context die plausibel lijkt maar toch ook absurd is.
Alleen al de eerste vijf bladzijden van "The Pope's Rhinoceros", een beschrijving van krakend ijs op zee tijdens een ijselijke winter, zijn relatief uniek. Norfolk is een buitengewoon stilist, iemand die oude taal kan oproepen, en dit op een moderne en boeiende manier. Twaalf jaar was het wachten op een nieuwe roman van hem.
Alleen denk ik dat mijn verwachtingen net iets te hoog waren gespannen. In "John Saturnall's Feast" wordt het verhaal verteld van een jongetje die met zijn moeder aan de rand van een dorp wonen, outcasts die gevreesd, gepest, maar heimelijk opgezocht worden om remedies tegen alle kwaaltjes te krijgen, want zijn moeder wordt als heks bestempeld naargelang de tegenspoed het dorp treft. Het jongetje heeft wel een bijzondere neus, en na het overlijden van zijn moeder belandt hij op een naburig kasteel, waar hij de lessen van zijn moeder gestadig omzet in het bereiden van het maal voor het mythische feest dat door de generaties in zijn familie werd doorgegeven.
Norfolk verweeft de historische achtergrond, de mythische elementen en de culinaire geneugten perfect samen in een verhaal dat boeiend en onderhoudend is, maar zijn barokke stijl is nu beperkt tot de oude gerechten die elk nieuw hoofdstuk inleiden.
Maar zijn verhaal leest dan ook bijna als een gerecht, als een mengeling van sterke karakters, met slechteriken en goeden, met keikoppen en volgers, die uiteindelijk aan tafel moet gaan zitten, dus ook iets gemeenschappelijks moeten doen, maar uiteraard kan niet elk ingrediënt uiteindelijk op het feest aanwezig zijn. Het is een verhaal over macht, macht door geweld, door kennis of talent, over liefde en authenticiteit van gevoelens, over gevangen zitten in sociale normen die best doorbroken worden, maar niet te doorbreken zijn in sterk hiërarchische tijden.
Niet zijn best boek, maar toch een aanrader voor wie een onderhoudende roman wil lezen.
David Vann - Goat Mountain (William Heineman, 2013) ****½
Waar Vanns "Legend Of A Suicide" goed geschreven maar nogal onevenwichtig was, heeft hij met "Goat Mountain" wel een heel sterk en goed uitgebalanceerd verhaal gebracht.
Een vader, zoon en grootvader gaan samen met een vriend van de vader op jacht voor een weekend. Het verhaal wordt geschreven vanuit het perspectief van het 11-jarig jongetje, dat op de eerste dag een man doodschiet, een stroper die zich op hun jachtterrein bevindt.
Dat is de aanzet van een spanning tussen de vier mannen die elk anders tegen het gebeuren aankijken. De jongen zelf blijft er verbazend ijzig onder, alsof hij eerst niet tot gevoelens in staat is, maar wel haarscherp kan beschrijven hoe zijn omgeving reageert. En dan gaat Vann nog een stap verder, in een spetterend vertoon van de onderbewuste duistere krachten die in onszelf leven, het spiegelbeeld van goed en kwaad, van schuld en onschuld, en brengt dit incident tot een reflectie over mythes, niet door daar cerebraal over uit te wijden, maar door de mythische elementen zelf op te roepen in het verhaal.
"The moon a stationary thing as it moved. Solid and near. Light soft, indirect, and all revealed, the ferns of the reservoir and wild grape climbing all along that bank, shape-shifting, large leaves in mounds and trelisses, filling every gap and hollow, a kind of blanket to cover deadfall and rut.
I was the demon here, my cargo a form of blasphemy in that peaceful night, scuttling along, hunched and burdened. Rushing now, almost running, and I looked over my shoulder, felt that I was followed, some other part of my own self, feeling too exposed now in the light, needing cover".
Een elfjarig kind dat zoals Adam en Eva uit het paradijs van onschuld wordt verdreven, een kind van de nacht dat zelfs het licht van de maan niet meer verdraagt, en inderdaad een zware last moet torsen.
Een roman die even hard is als donker, geschreven met een uiterst nauwkeurige en economische pen.
Dave Eggers - Hologram For The King (Penguin, 2013) ***
Nadien ging het literair berg af, met meer maatschappelijk en politiek getinte verhalen, met hoofdpersonages die slachtoffers zijn van het systeem ("What Is The What", "Zeitoun"), maar door hun eerlijkheid en moed en oprechtheid toch overleven, dus alles wat boeiende literatuur maakt wordt eruit gehaald. Geen twijfelende, getormenteerde hoofdpersonages die in conflict liggen met zichzelf, maar redelijke zwart-wit prenten van zijn wereldvisie en van mensen die echt bestaan en die zijn bewondering opwekken. Fijn, maar spannend is anders.
In "A Hologram For The King", schrijft Eggers weer over normale personages van vlees en bloed, in dit geval over een Amerikaanse bedrijf dat in Saudi Arabië een hologram moet gaan presenteren aan de koning, ergens in een tent nabij de nieuwe stad, de King Abdullah Economic City, een kunstmatige stad die in 2005 effectief in de steigers werd gezet. Wanneer Alan, een zakenman met beperkte kennis van het land, zich met de rest van het team naar ginder begeeft, is dat zijn laatste financiële strohalm om zijn toekomst en zijn gezin te redden, maar hij komt er terecht in een kafkaïaanse omgeving van onbegrip, gebrekkige coördinatie, onduidelijkheden en geldverslindende vaagheden, die hem geen stap verder brengen bij zijn project, maar hem wel dieper doen graven in zichzelf.
Dit alles wordt dan nog gepresenteerd in een context van globalisering en de onmogelijkheid van de Amerikanen om dit te zien. Economische beslissingen worden nu elders gemaakt, en Saudi Arabië staat hier symbool voor.
Alan's worsteling met zichzelf en zijn omgeving, de lichtheid en de absurditeit van zijn bestaan en onze wereld worden sterk naar voor gebracht, maar het blijft onder het niveau van zijn debuutromans.
Subscribe to:
Posts (Atom)






