Sunday, December 11, 2011

Michael Cunningham - By Nightfall (Fourth Estate, 2010) ****½


Michael Cunningham is zonder twijfel één van de betere schrijvers van het moment, een soort Amerikaanse Ian McEwan, een sterk stilist die in een zeer realistische werkelijkheid menselijke gevoelens en gedachten blootlegt. Zijn "A Home At The End Of The World", en "The Hours" zijn overigens ook sterke aanraders. 

Deze roman vertelt het leven van een koppel op middelbare leeftijd, zij redacteur, hij kunsthandelaar, die een op het eerste zicht welstellend en voldaan leven leiden, progressief, intelligent, gezond, zelfs ook knap en blijkbaar ook gelukkig. Dan komt Rebecca's jongere broer op de proppen, een nakomertje, schertsend "Mizzy" genoemd, als koosnaampje voor "the mistake", het ongewenste kind. De jonge man komt door zijn eigen zoektocht naar wat hij wil of kan zijn in het leven, dat van zijn zus en schoonbroer ontwrichten. 

De hoofdfiguur, Peter Harris, in wiens hoofd Cunningham zich nestelt om het verhaal te vertellen, wordt fysiek aangetrokken door de jonge Mizzy, iets wat hem volledig ondersteboven keert, en hij niet kan duiden en niet wil uiten. Peter wordt verscheurd tussen zijn vrouw en haar jongere broer, tussen de keuzes in zijn eigen leven, tussen heden en toekomst, alsof hij zelf opnieuw in het begin van het leven staat, de vergissingen in zijn leven en de slechte relatie met zijn dochter. Cunningham slaagt er prachtig in om tussen alle clichés en goedkoop sentiment door te laveren, en zijn hoofdfiguur dieper en dieper te graven in zijn eigen gevoelens en leven. 

Het einde van de roman is ongelooflijk sterk, verhaaltechnisch meesterlijk, als Rebecca, zijn echtgenote, hem verwijt geen rekening gehouden te hebben met haar gevoelens. Het echte verhaal was eigenlijk het hare, en om het wat raar te zeggen, Cunningham heeft zich van hoofdpersonage vergist. Peter was zo vol van zijn eigen gevoelens, dat hij blind was voor de hare.

Niet te missen.


Sunday, November 13, 2011

Haruki Murakami - 1Q84 (Knopf, 2011) ****

Zonder enige twijfel is dit de roman waar ik het meest naar uitkeek in het afgelopen jaar. Maar misschien was de hoop te hoog gestemd, en is de ontgoocheling daarom iets groter.

In deze turf van meer dan 900 bladzijden, worden de twee hoofdpersonages opgeslokt in een soort parallelle wereld "1Q84" die gelijkloopt met 1984, een rechtstreekse verwijzing naar Orwells klassieker. Waar bij Orwell de geschiedenis wordt herschreven, zo wordt hier ook duchtig herschreven, maar dan op een manier die de realiteit zelf beïnvloedt. Murakami wil geen maatschappijkritisch boek afleveren, hoewel zijn afkeer voor sekten en religieus fanatisme wel duidelijk aan bod komen.

De ene hoofdfiguur, Tengo, is een leraar wiskunde en schrijver, die betrokken wordt in een complot om "Air Chrysalis", de novelle van zeventienjarige te herschrijven in de hoop dat ze de prijs voor de beste debuutroman in de wacht kan slepen. Alleen wordt hij hierdoor meegesleurd in een bizar verhaal met vreemde krachten, "little people" die onze realiteit zijn binnengedrongen, magische afsplitsingen van persoonlijkheden, een dubbele maan, en een geheimzinnige sekte.

De hoofdfiguur zelf is erin gesleurd tegen wil en dank. "And Tengo felt as he had lost all interest in those people. Nor was it just them: he seemed to have lost interest in anything at all. He didn't care about the sales of Air Chrysalis or what its author, Fuka-Eri, might be doing now, or what was happening with Komatsu's scheme or whether Professor Ebisuno's coolly conceived plan was progressing well, or how close the media had come to sniffing out the truth, or what kind of moves Sakigage might be making. If the boat they were all riding in was plunging over the falls upside down, there was nothing to do but fall with it. Tengo could struggle all he wanted to at this point, and it would do nothing to change the flow of the river". 

De andere hoofdfiguur, Aomame, is een sportinstructeur-fysiotherapeute, die als kind de sekte van haar ouders is ontvlucht en die als een soort wraakengel vrouwenmishandelaars achternazit, in opdracht van een rijke weduwe. Als Tengo in het verhaal zelf geen grote rol speelt als drijver van de actie, dan is Aomame dat wel. Tengo ondergaat - tenzij als schrijver - Aomame stuwt voort.

In elk hoofdstuk staat één van beiden alternerend centraal, en hun parallelle verhaallijnen worden gaandeweg meer en meer verweven.

Het verhaal zelf is typisch Murakami, verteld vanuit de eenvoudige en herkenbare levens van normale mensen die plots in een magische wereld terechtkomen. Alleen heeft hij voor deze roman drie keer meer woorden nodig om zijn verhaal te vertellen, met lange, soms geestige beschrijvingen, met secundaire verhaallijnen en uitweidingen die weinig ter zake doen. Net zoals in zijn andere romans combineert hij stilistische lichtvoetigheid met de donkere kanten van de mens en de realiteit, en gebruikt hij zijn fantasie en magische elementen om de realiteit een ander perspectief te geven. Maar het is allemaal te veel : de fantasie, de verwijzingen naar de grote literaire werken (Chekhov, Dostojevski, Shakespeare, Proust, ...), moderne en klassieke muziek, enz. Hij overspeelt zijn hand. Hij schrijft zichzelf een beetje vast.

En zijn beschrijvingen zijn vaak heerlijk absurd, of ze geven een donkere kant aan een normale werkelijkheid. Enkele voorbeelden. 

Na een vreselijke kater : "That was the most she could get herself to do - stare at the ceiling. Not that the ceiling had anything of interest about it. But she couldn't complain. Ceilings weren't put in rooms to amuse people".

Tijdens een eerste gesprek van Tengo met Fuka-Eri's voogd "Beyond the window, some kind of small, black thing shot across the sky. A bird, possibly. Or it might have been someone's soul being blown to the far side of the world".

Over een telefoongesprek : "No sounds of any kind came from the other end when the man stopped talking. He seemed to be phoning from an incredibly quiet place. Either that or the emotion inside him was acting like a vacuum, absorbing all sound waves in the vicinity".

Kortom, als Murakami iets economischer was omgesprongen met zijn woorden, dan had het resultaat even goed kunnen zijn als "A Wind-Up Bird Chronicle" of "A Wild Sheep Chase". Nu is het zeker aanbevelenswaard en zeer onderhoudend, maar niet groots.

Friday, November 4, 2011

Michael Ondaatje - The Cat's Table (Alfred Knopf, 2011) ****

Nederlandse titel : De Kattentafel

Toen ik jaren gelezen "The English Patient" las, wist ik meteen met een meesterwerk te maken te hebben, geschreven door een auteur die stylistisch, structureel en menselijk superieur is aan vele andere hedendaagse schrijvers, en iemand die eenvoud van onderwerp kan koppelen aan complexiteit. De kwaliteiten van het boek kwamen maar matig tot hun recht in de film.

"The Cat's Table" is een pseudo-autobiografie, die de fictieve reis vertelt van de elfjarige Michael Ondaatje die vanuit Sri Lanka (Ceylon) met de boot richting Groot-Brittannië vertrekt voor een reis van drie weken. Michael vindt twee leeftijdsgenoten, die eveneens zonder ouders de tocht maken, met wie hij goed kan opschieten en beschrijft de "kleine dingen" die de drie jongens meemaken op het enorme schip : een wereld op zich, met interessante figuren : de piano-spelende globetrotter, de gevangene aan boord, de kaartspelende dierenopzichters, het rolschaatsende Australische meisje, de upper-class dief, de meereizende acrobaten-goochelaars, ...

Ondaatje is er opnieuw in geslaagd om door zijn -ditmaal luchtige - schrijfstijl een wereld te creëren die aannemelijk en tegelijk menselijk is. De boot is een verkleining van onze wereld, maar dan één die vanuit de onschuld en avontuurlijkheid van een jongetje als één vol verrassingen, vreemde figuren en ongekende mogelijkheden wordt gezien, los van elke morele overweging.

Tegelijk is het relaas een zeer melancholische en gevoelige beschrijving van zijn vriendschappelijke relaties met andere mensen, over "personal chemistry", over liefde en vriendschap onder jongens, over ziekte, dood en vrijheid. En in dat opzicht is dit typisch Ondaatje : hij slaagt erin een kleine wereld te scheppen die tegelijk almovattend is, pakkend en clever. De tocht is een overgang tussen twee geografische werelden, tussen culturen, tussen jong en oud, tussen de spanning van het jongensavontuur en de gebroken scherven van het volwassen zijn, tussen vluchtige contacten en duurzame relaties.

Toch heeft het boek niets gekunsteld, het lijkt allemaal zo normaal, bijna vanzelfsprekend, maar dat is voornamelijk door de verfijnde beheersing van Ondaatje zowel qua stijl als in het evenwicht van het materiaal, en het relatief beperkt gewicht dat hij aan de verschillende zijplots geeft, zoals contacten in het echte leven, zonder logische aaneenschakeling buiten het toeval. Het is pas als volwassene dat je mensen gaat opzoeken. In je jeugd worden ze aan je voorgeschoteld.

Er zijn momenten en beschrijvingen die zo sterk zijn, dat je echt gelooft dat het een reëel verslag is, zoals bijvoorbeeld de ervaring van de ik-figuur over het zoutgehalte van de reling rond het schip, of de beschrijving van de handelaars die het schip volgen tijdens de doortocht van het Suez-kanaal.

Ondaatje's stijl is onwaarschijnlijk sterk en beheerst, net zoals in al zijn vorige romans. Waar zijn zinnen in "Divisadero" het resultaat lijken van urenlang schaven, zo schijnen ze in "The Cat's Table" het resultaat van eenvoudig vertellen, maar die schijn is vals : hij is economischer geworden, maar scherper, sterker.

O ja, en "The Cat's Table" is de tafel aan boord waar de laagste passagiers samen moeten zitten, ver verwijderd van "the captain's table".

Een sterke aanrader.

Thursday, November 3, 2011

Eric-Emmanuel Schmitt - L'Evangile Selon Pilate (Albin Michel, 2000) ***

Ondanks mijn atheïsme ben ik gefascineerd door religie en de Bijbel, en mis dan ook geen kans om erover te lezen, vandaar mijn belangstelling voor deze roman van Eric-Emmanuel Schmitt van tien jaar geleden. Ik van hem al de plezierige novelle "Monsieur Ibrahim" gelezen.

In "L'Evangile Selon Pilate" beschrijft hij met evenveel mededogen het leven van Christus, eerst met Jezus als ik-persoon, vervolgens met Pontius Pilatus, de prefect van Jeruzalem, die wordt geconfronteerd met het verdwijnen van het lichaam van Jezus na de kruisiging. Het is geen grote literatuur, en zijn stijl is minder fris dan in de hoger vermelde novelle, maar het veranderen van het perspectief is wel interessant.

Jezus is echt betrokken bij wat er gebeurt, vindt zichzelf niet zo uitzonderlijk en zeker niet "hemels", en hij ergert zich mateloos aan de mensen die maar om mirakels komen vragen, alsof hij daartoe wordt gereduceerd door de hebberige menigte.

Het perspectief van Pilatus is even interessant, hoewel Schmitt de kans laat liggen om er een echt politie-onderzoek van te maken. Schmitt zelf is gelovig, zoals hij in het laatste hoofdstuk zelf uitlegt, maar hij heeft wel problemen met de dogma's die door de Kerk zijn opgelegd en met de bewuste vervorming van het Bijbels verhaal. Zijn benadering van het materiaal leidt wel tot interessante nieuwe ideeën, bijvoorbeeld dat Jezus geen andere keuze heeft om aan Judas te vragen hem te verraden, zijn arrestatie moet immers voor Pasen plaatsvinden, en als er geen verraad komt, waarom zouden ze hem dan arresteren? Jezus en Judas bereidden hun PR-stunt goed voor, omdat ze impact en drama wilden creëren.

Aan de positieve kant worden Jezus' visie op inclusie - het echte geloof maakt geen onderscheid tussen mensen, iedereen is welkom - en de boodschap van hoop wel zeer sympathiek en sterk voorgesteld.

Het is altijd goed een ander perspectief te krijgen op een oud verhaal.

Wednesday, November 2, 2011

Attila Bartis - Tranquility (Archipelago, 2008) **

Door De Standaard deze zomer omschreven als een meesterwerk, heb ik me laten verleiden om de Engelse vertaling uit 2008 te kopen via amazon. En de ontgoocheling was groot. De Hongaarse auteur Bartis schrijft niet slecht, maar ook niet uitzonderlijk goed. Het verhaal is ergerlijk : de ik-figuur, een schrijver, woont nog samen met zijn moeder, een ooit gevierde toneelactrice, die nu de deur niet meer uitkomt en wiens karakter onuitstaanbaar is geworden. Door haar zelfgecreëerde hulpeloosheid durft hij haar niet te verlaten uit vrees dat het haar dood wordt, maar echt samenleven met haar lukt ook niet.

Dit alles vindt plaats tegen de historische achtergrond van het communisme in Hongarije.  Het verhaal is traag, mist spankracht, en je ergert je voortdurend aan het gebrek aan karakter van de hoofdfiguur en de ziekelijke relatie met zijn moeder.

Geen aanrader.

Chuck Palahniuk - Tell-All (Vintage Books, 2011) ***


Ondanks mijn voornemen om niets meer van Palahniuk te kopen, heb ik het toch gedaan. De reden van mijn voornemen : Palahniuk publiceerde al twaalf romans sinds "Fight Club" in 1996, en zijn aanpak is vaak dezelfde : meedogenloos en direct in zijn schrijfstijl, maar tegelijk uiterst creatief en inventief. Het is entertainment van het hoogste niveau, maar niet meer dan dat. Je blijft als lezer geboeid tijdens het lezen, maar ik zou er nooit naar teruggrijpen achteraf.

En dat is dan ook de reden waarom ik toch opnieuw één van zijn romans heb gekocht. "Tell-All" brengt het verhaal van een Hollywood diva die haar sociale status hoog moet blijven houden, ondanks een dalende belangstelling voor haar werk. Het verhaal wordt verteld door haar "begeleidster-kamermeid-impressario-poetsvrouw-confidante", die - volgens zichzelf dan toch - achter het succes van haar bazin staat.

Net zoals in zijn andere boeken, creëert Palahniuk voor elk verhaal een eigen schrijfstijl, met vaak repetitieve patronen, zoals hier de overdreven "name-dropping" van alle grote Hollywood-sterren en regisseurs, telkens ook vetjes gedrukt, en structurele vondsten, zoals hier de regie-richtlijnen voor het verfilmen van het verhaal.

Vlijmscherp, zeer onderhoudend, en moreel even walgelijk als zijn andere romans.

 

Monday, August 15, 2011

Roberto Bolaño - 2666 (Picador, 2009) *****


Van de vakantieweken geprofiteerd om eindelijk Roberto Bolaño's "2666" te lezen, een mastodont van een roman, ambitieus, verreikend, vernieuwend, verbazingwekkend, ... woorden schieten tekort om deze moloch van bij de duizend bladzijden te omschrijven.

Ik verwijs graag naar Wikipedia voor meer factuele info over de roman.

"2666" bestaat dus uit vijf delen, die Bolaño zelf kort voor zijn dood nog liever als verschillende boeken had willen uitgeven, maar zijn broer en uitgever beslisten er anders over, en waarschijnlijk terecht. De rode draad doorheen de vijf delen is de Duitse schrijver Benno von Archimboldi, maar elk deel kan ook als een op zich staande roman worden gelezen.

Net zoals in "The Savage Detectives", speelt Bolaño met de grenzen van de roman.

Er zijn ten eerste geen echte hoofdfiguren, wel gebeurtenissen of personen waarrond de personages cirkelen, pogend te begrijpen wat er gebeurt, of pogend dichter bij de verdwenen personen te komen, maar vaak tevergeefs.

Ten tweede is er het vertelperspectief. Dat is redelijk beschrijvend, afstandelijk zelfs, geschreven vanuit een half-alwetend verteller, of half-onwetend zo je wil, want Bolaño gebruikt veel de ongebruikelijke techniek van verschillende alternatieven te bieden voor drijfveren of verklaring van feiten. Zinnen die een structuur hebben als "Hij deed het omdat hij kwaad was, of misschien verveeld, of misschien helemaal zonder reden", zijn vaak voorkomend. Die afstandelijkheid, gekoppeld met de halve onwetendheid creëert of versterkt het gevoel van een realiteit die er wel is, maar die tegelijk toch telkens weer ontsnapt aan ons bevattingsvermogen. Wat overblijft is een voorbijglijdende massa van gebeurtenissen en mensen en gevoelens die zich ontwikkelen, opduiken en weer verdwijnen en in essentie niet rationeel vatbaar zijn. In die zin is hij verwant aan Pynchon, met een stijl die wel glashelder is. Of je krijgt een verschuivend perspectief. In het lange "The Part About The Crimes" verschuift het perspectief van het ene personage naar het andere, die soms uit het niets naar het voorplan komen, gedurende enige tijd de gebeurtenissen volgen of beïnvloeden, om dan weer naar het achterplan of helemaal uit de roman te verdwijnen.

Ten derde is er de schrijfstijl. Die doet me denken aan de grote Russen uit het eind van de 19e eeuw, zeer verhalend en de actie beschrijvend, maar zonder specifieke emotionele expressiviteit na te streven. Zijn stijl is wel glashelder en van een zeer hoge densiteit. Op elke bladzijde worden nieuwe verhalen gebracht, elk idee dat bij hem opkomt, elk personage leidt weer tot een nieuw en bijkomend achtergrondverhaal. Het aantal levensgeschiedenissen in de roman moet in de honderden lopen, die soms als Russische matroesjka poppen in elkaar zijn geschoven. Bolaño is ook uitermate geestig en hij aarzelt niet om overdreven of grappig uit de hoek te komen.

Ten vierde is de plot. Alles draait rond de figuur van de Duitse schrijver Benno von Archimboldi, een schuilnaam voor een auteur die slechts weinigen ooit hebben ontmoet en die elke aandacht mijdt. In deel één zijn vier literatuurdeskundigen naar hem op zoek, en komen dan te weten dat hij ergens in Mexico, in Santa Teresa, een grote industriestad op de grens met de Verenigde Staten is opgemerkt. Ze reizen hier naartoe om hem te vinden. In Santa Teresa zijn op dat moment, en in de voorbije jaren, meer dan tweehonderdvijftig jonge vrouwen verkracht en vermoord teruggevonden. De volgende delen van het boek draaien rond deze moorden, en elk van de vermoorde lichamen wordt beschreven in een eindeloos, bijna hypnotisch massale opeenstapeling van menselijke gruwel. Bolano's beschrijving van dit alles blijft klinisch, met veel technische en forensische details. De pers, de politie, de familieleden, de gevangenisdirecteur, boeven en anderen draaien rond deze gebeurtenissen heen, proberen een stap verder te komen, verliezen hun interesse, krijgen andere opdrachten toegewezen, en het moorden gaat maar door, eindeloos lang.

In het laatste deel wordt dan het geheimzinnige leven van Archimboldi dan zelf uit de doeken gedaan, een verhaal dat een roman, misschien zelfs tien romans waard is, en de relatie met de moordeen in Santa Teresa verduidelijkt, of juist helemaal niet.

Net zoals in "The Savage Detectives", is de realiteit de wereld, ook al is Santa Teresa het middelpunt ervan. De actie vindt plaats in heel Europa, inclusief Rusland, Oekraïne, Italië, Spanje, de Verenigde Staten, Duitsland, .... die Bolaño beschrijft alsof hij er zelf overal is geweest.

Ik zou nog bladzijden kunnen doorgaan met  Bolaño's uniciteit en meesterschap te beschrijven.

Je zou het een literair equivalent kunnen noemen van de films van Robert Rodriguez en David Lynch, maar dan met de omvang en de verduistering en verwarring die we ook kennen van Pynchon : onze realiteit is een vreemde, wrede, irrationele bedoening die ons raakt, waar we beperkt op kunnen ingrijpen en in wezen onmogelijk te vatten is. Bolaño lezen is dit echt ervaren, en tegelijk ongelooflijk genieten van zijn eindeloze vertelkunst, intelligente spitsvondigheden en taalkunstzinnigheid.

Niet te missen.