Monday, August 15, 2011
Roberto Bolaño - 2666 (Picador, 2009) *****
Van de vakantieweken geprofiteerd om eindelijk Roberto Bolaño's "2666" te lezen, een mastodont van een roman, ambitieus, verreikend, vernieuwend, verbazingwekkend, ... woorden schieten tekort om deze moloch van bij de duizend bladzijden te omschrijven.
Ik verwijs graag naar Wikipedia voor meer factuele info over de roman.
"2666" bestaat dus uit vijf delen, die Bolaño zelf kort voor zijn dood nog liever als verschillende boeken had willen uitgeven, maar zijn broer en uitgever beslisten er anders over, en waarschijnlijk terecht. De rode draad doorheen de vijf delen is de Duitse schrijver Benno von Archimboldi, maar elk deel kan ook als een op zich staande roman worden gelezen.
Net zoals in "The Savage Detectives", speelt Bolaño met de grenzen van de roman.
Er zijn ten eerste geen echte hoofdfiguren, wel gebeurtenissen of personen waarrond de personages cirkelen, pogend te begrijpen wat er gebeurt, of pogend dichter bij de verdwenen personen te komen, maar vaak tevergeefs.
Ten tweede is er het vertelperspectief. Dat is redelijk beschrijvend, afstandelijk zelfs, geschreven vanuit een half-alwetend verteller, of half-onwetend zo je wil, want Bolaño gebruikt veel de ongebruikelijke techniek van verschillende alternatieven te bieden voor drijfveren of verklaring van feiten. Zinnen die een structuur hebben als "Hij deed het omdat hij kwaad was, of misschien verveeld, of misschien helemaal zonder reden", zijn vaak voorkomend. Die afstandelijkheid, gekoppeld met de halve onwetendheid creëert of versterkt het gevoel van een realiteit die er wel is, maar die tegelijk toch telkens weer ontsnapt aan ons bevattingsvermogen. Wat overblijft is een voorbijglijdende massa van gebeurtenissen en mensen en gevoelens die zich ontwikkelen, opduiken en weer verdwijnen en in essentie niet rationeel vatbaar zijn. In die zin is hij verwant aan Pynchon, met een stijl die wel glashelder is. Of je krijgt een verschuivend perspectief. In het lange "The Part About The Crimes" verschuift het perspectief van het ene personage naar het andere, die soms uit het niets naar het voorplan komen, gedurende enige tijd de gebeurtenissen volgen of beïnvloeden, om dan weer naar het achterplan of helemaal uit de roman te verdwijnen.
Ten derde is er de schrijfstijl. Die doet me denken aan de grote Russen uit het eind van de 19e eeuw, zeer verhalend en de actie beschrijvend, maar zonder specifieke emotionele expressiviteit na te streven. Zijn stijl is wel glashelder en van een zeer hoge densiteit. Op elke bladzijde worden nieuwe verhalen gebracht, elk idee dat bij hem opkomt, elk personage leidt weer tot een nieuw en bijkomend achtergrondverhaal. Het aantal levensgeschiedenissen in de roman moet in de honderden lopen, die soms als Russische matroesjka poppen in elkaar zijn geschoven. Bolaño is ook uitermate geestig en hij aarzelt niet om overdreven of grappig uit de hoek te komen.
Ten vierde is de plot. Alles draait rond de figuur van de Duitse schrijver Benno von Archimboldi, een schuilnaam voor een auteur die slechts weinigen ooit hebben ontmoet en die elke aandacht mijdt. In deel één zijn vier literatuurdeskundigen naar hem op zoek, en komen dan te weten dat hij ergens in Mexico, in Santa Teresa, een grote industriestad op de grens met de Verenigde Staten is opgemerkt. Ze reizen hier naartoe om hem te vinden. In Santa Teresa zijn op dat moment, en in de voorbije jaren, meer dan tweehonderdvijftig jonge vrouwen verkracht en vermoord teruggevonden. De volgende delen van het boek draaien rond deze moorden, en elk van de vermoorde lichamen wordt beschreven in een eindeloos, bijna hypnotisch massale opeenstapeling van menselijke gruwel. Bolano's beschrijving van dit alles blijft klinisch, met veel technische en forensische details. De pers, de politie, de familieleden, de gevangenisdirecteur, boeven en anderen draaien rond deze gebeurtenissen heen, proberen een stap verder te komen, verliezen hun interesse, krijgen andere opdrachten toegewezen, en het moorden gaat maar door, eindeloos lang.
In het laatste deel wordt dan het geheimzinnige leven van Archimboldi dan zelf uit de doeken gedaan, een verhaal dat een roman, misschien zelfs tien romans waard is, en de relatie met de moordeen in Santa Teresa verduidelijkt, of juist helemaal niet.
Net zoals in "The Savage Detectives", is de realiteit de wereld, ook al is Santa Teresa het middelpunt ervan. De actie vindt plaats in heel Europa, inclusief Rusland, Oekraïne, Italië, Spanje, de Verenigde Staten, Duitsland, .... die Bolaño beschrijft alsof hij er zelf overal is geweest.
Ik zou nog bladzijden kunnen doorgaan met Bolaño's uniciteit en meesterschap te beschrijven.
Je zou het een literair equivalent kunnen noemen van de films van Robert Rodriguez en David Lynch, maar dan met de omvang en de verduistering en verwarring die we ook kennen van Pynchon : onze realiteit is een vreemde, wrede, irrationele bedoening die ons raakt, waar we beperkt op kunnen ingrijpen en in wezen onmogelijk te vatten is. Bolaño lezen is dit echt ervaren, en tegelijk ongelooflijk genieten van zijn eindeloze vertelkunst, intelligente spitsvondigheden en taalkunstzinnigheid.
Niet te missen.
James Frey - The Final Testament Of The Holy Bible (John Murray, 2010) **
Stel dat de Messias zou verschijnen, en stel dat dit in New York was, wat zou er dan gebeuren? Wel voor je het weet wordt hij opgesloten en voor gek verklaard. Dit is zowat de weinig originele plot van deze roman.
Die nieuwe Messias heet Ben Jones, of Ben Zion Avrohom, die tijdens epileptische aanvallen mystieke ervaringen heeft en met God in contact treedt. Zijn leer is eenvoudig : verwerp elke vorm van georganiseerde religie, er bestaat niet zoiets als een persoonlijk god, de Torah, de Koran en de Bijbel en andere zijn slechts boeken door mensen bijeengepend, geloof in de liefde en de verbondenheid van alle mensen en dingen, oordeel niet.
In principe zou je met de ideeën die Ben Jones poneert als atheïst nog kunnen leven, en velen in Europa, ook de wie het "ietsisme" aanhangt eveneens, echt schokkend of nieuw zijn ze niet, maar de grote contradictie van het boek is dat de figuur Ben Jones geboren wordt met alle aangekondigde tekenen van de nieuwe Messias zoals de boeken voorspelden : besneden geboren, op de juiste dag van het jaar, hij kan mirakels verrichten, hij kent alle religieuze boeken en hun commentaren uit het hoofd zonder ze geleerd te hebben, hij spreekt de taal van de mensen met wie hij in contact komt, hij kan zelfs water in wijn veranderen, enz.
Zijn verhaal wordt verteld door : een Puerto-Ricaanse prositituee, een zwaarlijvige en sociaal geïsoleerde blanke vrouw, een zwarte advocaat, zijn joodse zuster, een blanke vrouwelijke chirurg, een fundamentele christen uit het zuiden van de VS, enz. Netjes programmatisch, en ze vallen allen voor de liefde die de nieuwe Messias brengt, ondanks hun oorspronkelijke vooroordelen, ondanks hun achtergrond.
Zo saai en voorspelbaar als iets allemaal. Het enige dat toch de middelmaat overstijgt is Freys veranderende toon en taalgebruik voor elk van de verschillende invalshoeken, maar inhoudelijk zijn elk van de verhalen dezelfde.
Te mijden.
Die nieuwe Messias heet Ben Jones, of Ben Zion Avrohom, die tijdens epileptische aanvallen mystieke ervaringen heeft en met God in contact treedt. Zijn leer is eenvoudig : verwerp elke vorm van georganiseerde religie, er bestaat niet zoiets als een persoonlijk god, de Torah, de Koran en de Bijbel en andere zijn slechts boeken door mensen bijeengepend, geloof in de liefde en de verbondenheid van alle mensen en dingen, oordeel niet.
In principe zou je met de ideeën die Ben Jones poneert als atheïst nog kunnen leven, en velen in Europa, ook de wie het "ietsisme" aanhangt eveneens, echt schokkend of nieuw zijn ze niet, maar de grote contradictie van het boek is dat de figuur Ben Jones geboren wordt met alle aangekondigde tekenen van de nieuwe Messias zoals de boeken voorspelden : besneden geboren, op de juiste dag van het jaar, hij kan mirakels verrichten, hij kent alle religieuze boeken en hun commentaren uit het hoofd zonder ze geleerd te hebben, hij spreekt de taal van de mensen met wie hij in contact komt, hij kan zelfs water in wijn veranderen, enz.
Zijn verhaal wordt verteld door : een Puerto-Ricaanse prositituee, een zwaarlijvige en sociaal geïsoleerde blanke vrouw, een zwarte advocaat, zijn joodse zuster, een blanke vrouwelijke chirurg, een fundamentele christen uit het zuiden van de VS, enz. Netjes programmatisch, en ze vallen allen voor de liefde die de nieuwe Messias brengt, ondanks hun oorspronkelijke vooroordelen, ondanks hun achtergrond.
Zo saai en voorspelbaar als iets allemaal. Het enige dat toch de middelmaat overstijgt is Freys veranderende toon en taalgebruik voor elk van de verschillende invalshoeken, maar inhoudelijk zijn elk van de verhalen dezelfde.
Te mijden.
Sunday, August 14, 2011
David Vann - Legend Of A Suicide (Penguin Fiction, 2008) **
David Vanns roman "Legend Of A Suicide" start echt sterk, met het relaas van een jongetje over de verbroken relatie van zijn ouders, de depressie en zelfmoord van zijn vader, de nieuwe liefjes van de moeder.
Het boek bestaat uit zes stukjes met dezelfde hoofdpersonages, maar niet alle met dezelfde logica en continuïteit. In het langste stuk is de plot zelfs omgekeerd en overleeft de vader zijn zoon. Wat is waarheid en wat is fictie?
De verhalen (het verhaal) is psychologisch bikkelhard, en prima op papier gezet door Vann. De eerste verhalen zijn de sterkste. Het lange centrale verhaal, toch honderzestig van de tweehondertwintig bladzijden, is jammer genoeg het minst goede, ondanks opnieuw een sterk begin, maar de spankracht verdwijnt ten voordele van een nogal lang uitgemolken psychische desintegratie van de vader. Aangrijpend bij momenten, dat wel, maar te breedvoerig en te onwaarschijnlijk om echt krachtig te blijven.
Het boek bestaat uit zes stukjes met dezelfde hoofdpersonages, maar niet alle met dezelfde logica en continuïteit. In het langste stuk is de plot zelfs omgekeerd en overleeft de vader zijn zoon. Wat is waarheid en wat is fictie?
De verhalen (het verhaal) is psychologisch bikkelhard, en prima op papier gezet door Vann. De eerste verhalen zijn de sterkste. Het lange centrale verhaal, toch honderzestig van de tweehondertwintig bladzijden, is jammer genoeg het minst goede, ondanks opnieuw een sterk begin, maar de spankracht verdwijnt ten voordele van een nogal lang uitgemolken psychische desintegratie van de vader. Aangrijpend bij momenten, dat wel, maar te breedvoerig en te onwaarschijnlijk om echt krachtig te blijven.
Kader Abdollah - The House Of The Mosque (Canongate, 2010) **½
In het oorspronkelijk in het Nederlands geschreven roman, "Het Huis Van de Moskee", brengt Kader Abdollah het verhaal van een gezin in Iran vanaf de jaren '50 van vorige eeuw, startend met de eerste televisies en man op de maan, tot de opkomst van het religieus fundamentalisme. Abdollah is een geboren verteller, die al zijn personages rijkelijk typeert en - met enkele uitzonderingen - ook door en door sympathiek maakt.
Zolang het perspectief en de kleine microkosmos van het gezin behouden blijft, is het een leuk verhaal om te lezen, maar naarmate het verhaal pseudo-historisch wordt, met Ayatollah Khomeini, Bani-Sadr en andere echte hoofdrolspelers uit de geschiedenis van Iran er op een fictieve manier bij worden betrokken. Hoewel deze verbreding van het perspectief - een gezin uit een ongekend dorp dat wordt meegesleurd in de wereldpolitiek - op zicht een interessante dynamiek geeft aan het boek, is de errond geweven fictie toch storend, want zeer ongeloofwaardig.
Jammer genoeg moet het boek juist hierdoor aan kracht inboeten. De echte historische figuren waren er beter slechts als context bij betrokken in plaats van als actief deelnemende personages. Een gemiste kans.
Zolang het perspectief en de kleine microkosmos van het gezin behouden blijft, is het een leuk verhaal om te lezen, maar naarmate het verhaal pseudo-historisch wordt, met Ayatollah Khomeini, Bani-Sadr en andere echte hoofdrolspelers uit de geschiedenis van Iran er op een fictieve manier bij worden betrokken. Hoewel deze verbreding van het perspectief - een gezin uit een ongekend dorp dat wordt meegesleurd in de wereldpolitiek - op zicht een interessante dynamiek geeft aan het boek, is de errond geweven fictie toch storend, want zeer ongeloofwaardig.
Jammer genoeg moet het boek juist hierdoor aan kracht inboeten. De echte historische figuren waren er beter slechts als context bij betrokken in plaats van als actief deelnemende personages. Een gemiste kans.
Jonathan Franzen - Freedom (Fourth Estate, 2010) ***
Als er één boek gehypet is in het voorbije jaar, was het wel Jonathan Franzens "Freedom", de opvolger van het zeer goede "The Corrections". In "Freedom" portretteert Franzen een hedendaags gezin, vader, moeder, zoon en dochter, elk met hun sterke persoonlijkheid en eigen visie op persoonlijke ontplooiing, de wereld en hun vrijheid.
Het boek is sterk in het tekenen van de evolutie van de personages, vooral dan Patty Berglund, de moeder van het gezin, die evolueert van een sportief rebellerende dochter naar een burgerlijke huisvrouw met diepe verlangens uit haar jeugd die blijven sluimeren. Haar man Walter, is advocaat, en investeert zich in een milieuproject na een carrière bij 3M, om zo ook maatschappelijk zijn steentje te kunnen bijdragen.
Het knappe aan het boek is de sterk realistische uittekening van de conflicten tussen de persoonlijke ambities, de maatschappelijke waarden en de natuurlijke instincten, tussen rationaliteit en emoties.
De tol die hij betaalt voor dat realisme, is natuurlijk de noodzaak tot zeer uitvoerige beschrijvingen, met vele plotwendingen en nevenplots. En omdat hij een echt middle-of-the-road gezin beschrijft, is het geheel nogal weinig indringend : het zou over uw of mijn leven kunnen gaan. In tegenstelling tot grote auteurs zoals een Philip Roth, slaagt Franzen er nergens in om echt aangrijpend te zijn, je keel dicht te snoeren van medeleven met wat er zich afspeelt, zoals in "American Pastoral" of "I Married A Communist".
Na verloop van tijd krijg je een gevoel van "so what?". Buiten een knap uitgewerkt familieportret in de moderne maatschappij krijg je niet veel. Waar "The Corrections" nog voldoende satire bevatte, en volgens mij meer diepte en spanning, is "Freedom" een beetje een slag in het water.
Het boek is sterk in het tekenen van de evolutie van de personages, vooral dan Patty Berglund, de moeder van het gezin, die evolueert van een sportief rebellerende dochter naar een burgerlijke huisvrouw met diepe verlangens uit haar jeugd die blijven sluimeren. Haar man Walter, is advocaat, en investeert zich in een milieuproject na een carrière bij 3M, om zo ook maatschappelijk zijn steentje te kunnen bijdragen.
Het knappe aan het boek is de sterk realistische uittekening van de conflicten tussen de persoonlijke ambities, de maatschappelijke waarden en de natuurlijke instincten, tussen rationaliteit en emoties.
De tol die hij betaalt voor dat realisme, is natuurlijk de noodzaak tot zeer uitvoerige beschrijvingen, met vele plotwendingen en nevenplots. En omdat hij een echt middle-of-the-road gezin beschrijft, is het geheel nogal weinig indringend : het zou over uw of mijn leven kunnen gaan. In tegenstelling tot grote auteurs zoals een Philip Roth, slaagt Franzen er nergens in om echt aangrijpend te zijn, je keel dicht te snoeren van medeleven met wat er zich afspeelt, zoals in "American Pastoral" of "I Married A Communist".
Na verloop van tijd krijg je een gevoel van "so what?". Buiten een knap uitgewerkt familieportret in de moderne maatschappij krijg je niet veel. Waar "The Corrections" nog voldoende satire bevatte, en volgens mij meer diepte en spanning, is "Freedom" een beetje een slag in het water.
Saturday, August 13, 2011
Penguin Modern Classics 50th Anniversary
Penguin heeft een sympathieke nieuwe reeks van kleine boekjes uitgebracht, te koop voor 4€, en telkens een kortverhaal bevattend van de grootste schrijvers van de 20ste eeuw, en dit naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van de Modern Classics reeks. Je vindt meer informatie op deze website.
De eerste twee boekjes die ik heb gekocht, mogen er zeker zijn, beide stilistische pareltjes zoals je kan verwachten van auteurs als Capote en Calvino.
Italo Calvino - The Queen's Necklace - ****
Intussen heb ik me ook Isaac Bashevis Singer en Ludmilla Petrushevskaya aangeschaft.
Niet te missen. De volledige boxset kost 150 £ en daarvoor heb je dan 50 van deze boekjes.
De eerste twee boekjes die ik heb gekocht, mogen er zeker zijn, beide stilistische pareltjes zoals je kan verwachten van auteurs als Capote en Calvino.
Truman Capote - Children On Their Birthdays - ****
Italo Calvino - The Queen's Necklace - ****
Intussen heb ik me ook Isaac Bashevis Singer en Ludmilla Petrushevskaya aangeschaft.
Niet te missen. De volledige boxset kost 150 £ en daarvoor heb je dan 50 van deze boekjes.
Friday, August 12, 2011
Yves Petry - De Maagd Marino (De Bezige Bij, 2011) *
Ik ken de jury van de Libris Literatuurprijs niet. Philip Freriks is voorzitter en de leden zijn Ton Anbeek, Marijke Arijs, Louise Fresco en Jann Ruyters voor de editie 2011. Ik heb hun jury-rapport gelezen. Ik heb ook dit boek gelezen.
Is het goed? Nee.
Is het echt slecht? Wel, dat is toch mijn bescheiden mening.
Het verhaal is gekend en gebaseerd op een waar gebeurd feit : een man doodt een ander man in diens opdracht en eet nadien stukken van hem op.
Het dode slachtoffer/opdrachtgever is de ik-figuur in de roman. Zijn relaas is zeer beschrijvend, redelijk oubollig qua stijl en bij het begin dacht ik dat Petry door de emotionele afstandelijkheid de indruk wilde wekken dat de ik-figuur autistisch was of toch op zijn minst leed aan een gevoelshandicap, maar dat staat dan wel in schril contrast met de daad zelf en de depressie die het slachtoffer doormaakt.
Het boek stoorde me op dezelfde manier als "A Confederacy Of Dunces" van John Kennedy Toole. Wat heb je eraan als schrijver om een zielenpoot van een hoofdfiguur neer te zetten, iemand met wie niemand zich kan identificeren en waar de ik-figuur (of schrijver) enkel de spot mee drijft, bladzijde na bladzijde na bladzijde.
De echte uitdaging voor de schrijver had moeten zijn om de vreselijke daad ook aannemelijk te maken, begrip te kunnen opwekken bij de lezer voor de standpunten en de drijfveren van de personages. Maar niets van dit alles. Gevoelens worden beschreven, maar komen niet tot leven. Als lezer blijf je er redelijk onbewogen bij. Net als de hoofdfiguur. Zijn depressie lijkt ietwat contradictorisch een soort rationele depressie te zijn, net als zijn georkestreerde zelfmoord. Niet te vatten.
Je zou somberheid, uitzichtloosheid, radeloosheid, angst, totale wanhoop verwachten. Je zou een diep verlangen naar extreme emoties verwachten. Je zou het raakvlak tussen extreem genot en extreme pijn willen voelen, tastbaar gemaakt zien worden. Maar niets van dat alles. Enkel een kleinburgerlijk, bijna klinische beschrijving van eendimensionale personages.
En de geroemde schrijfstijl? Goed voor een opstel bij twaalfjarigen, met ruime woordenschat en soms onverwachte beeldspraak. Maar grote literatuur? Nee.
Arme Nederlandstalige literatuur. Heeft die jury dan geen enkele vergelijkingsbasis? Lezen die enkel Nederlandstalige romans? Reik die prijs dan niet uit als er niets beters is.
Te mijden, dus.
Is het goed? Nee.
Is het echt slecht? Wel, dat is toch mijn bescheiden mening.
Het verhaal is gekend en gebaseerd op een waar gebeurd feit : een man doodt een ander man in diens opdracht en eet nadien stukken van hem op.
Het dode slachtoffer/opdrachtgever is de ik-figuur in de roman. Zijn relaas is zeer beschrijvend, redelijk oubollig qua stijl en bij het begin dacht ik dat Petry door de emotionele afstandelijkheid de indruk wilde wekken dat de ik-figuur autistisch was of toch op zijn minst leed aan een gevoelshandicap, maar dat staat dan wel in schril contrast met de daad zelf en de depressie die het slachtoffer doormaakt.
Het boek stoorde me op dezelfde manier als "A Confederacy Of Dunces" van John Kennedy Toole. Wat heb je eraan als schrijver om een zielenpoot van een hoofdfiguur neer te zetten, iemand met wie niemand zich kan identificeren en waar de ik-figuur (of schrijver) enkel de spot mee drijft, bladzijde na bladzijde na bladzijde.
De echte uitdaging voor de schrijver had moeten zijn om de vreselijke daad ook aannemelijk te maken, begrip te kunnen opwekken bij de lezer voor de standpunten en de drijfveren van de personages. Maar niets van dit alles. Gevoelens worden beschreven, maar komen niet tot leven. Als lezer blijf je er redelijk onbewogen bij. Net als de hoofdfiguur. Zijn depressie lijkt ietwat contradictorisch een soort rationele depressie te zijn, net als zijn georkestreerde zelfmoord. Niet te vatten.
Je zou somberheid, uitzichtloosheid, radeloosheid, angst, totale wanhoop verwachten. Je zou een diep verlangen naar extreme emoties verwachten. Je zou het raakvlak tussen extreem genot en extreme pijn willen voelen, tastbaar gemaakt zien worden. Maar niets van dat alles. Enkel een kleinburgerlijk, bijna klinische beschrijving van eendimensionale personages.
En de geroemde schrijfstijl? Goed voor een opstel bij twaalfjarigen, met ruime woordenschat en soms onverwachte beeldspraak. Maar grote literatuur? Nee.
Arme Nederlandstalige literatuur. Heeft die jury dan geen enkele vergelijkingsbasis? Lezen die enkel Nederlandstalige romans? Reik die prijs dan niet uit als er niets beters is.
Te mijden, dus.
Subscribe to:
Posts (Atom)







