Sunday, December 30, 2012

Boeken van het Jaar

2012 was een zwak jaar op romanvlak. Ik heb ongeveer een 50-tal boeken gelezen, maar toegegeven, ik heb ze ook niet allemaal uitgelezen.

Het beste wat ik las was non-fictie of vertalingen van eerder uitgegeven werk.


De top 10 is dan ongeveer als volgt

  1. Julian Barnes - The Sense Of An Ending 
  2. Simon Sebag Montefiore - Jerusalem
  3. Edmund de Waal - The Hare With The Amber Eyes
  4. Daniel Kahnemann - Thinking, Fast And Slow
  5. Roberto Bolaño - The Secret Of Evil 
  6. Jeffrey Eugenides - The Marriage Plot
  7. Jennifer Egan - A Visit From The Goon Squad
  8. John Banville - Ancient Light
Ik kan uiteraard ook Mario Vargas Llosa's "Conversation In The Cathedral" aanbevelen, net zoals andere werken van Bolaño en de verzamelde kortverhalen van Hanif Kureishi; maar van de nieuwe oogst kan ik niet meer dan deze acht boeken aanraden. De nieuwe Michael Chabon ben ik aan het lezen en de nieuwe David Eggers staat op mijn lijstje.

En Nederlandstalige romans? Ik heb Post Mortem van Peter Terrin niet gelezen, maar ik zal het doen, ondanks mijn leesfrustratie van de voorbije jaren over de middelmatigheid van onze eigen literatuur. Ook Jeroen Brouwers Bittere Bloemen staat op mijn lijstje. De spontane honger om in mijn eigen taal te lezen is wat gestild. Hebben we nog schrijvers? 

Ook de Franse winnaar van de Grand Prix de l'Académie Française, Joël Dicker met "La Vérité Sur L'Affaire Harry Quebert" en - eindelijk - ook Jonathan Littells "Les Bienveillantes" liggen op het nachtkastje. Die had ik gehoopt tijdens deze kerstvakantie nog te lezen, maar dat is dus niet gelukt. 



Wednesday, December 26, 2012

Deborah Levy - Swimming Home (Faber & Faber, 2012) **


Nog een roman die op de Man Booker Prize longlist stond, een lijstje waar ik dus ook al voor moet waarschuwen.

Twee oudere koppels huren een villa in het zuiden van Frankrijk. Een TV-journaliste/oorlogscorrespondente (Isabel) en een gevierd dichter (Joe) pogen hun relatie weer op te bouwen, en de houders van een Londense antiekzaak (Mitchell en Laura) zijn bijna bankroet. De dochter van het eerste koppel (Nina) is mee op vakantie.

Naast hen woont een Britse psychiater op rust (Dr. Sheridan).

Ze vinden een roodharig meisje in hun zwembad (Kitty Finch) die een geheim heeft en er bij momenten nogal eigenzinnige of bizarre gedragingen op na houdt. Haar aanwezigheid ontwricht de plannen van de vakantiegangers, niet enkel letterlijk, maar ook in de manier waarop die zichzelf en hun leven benaderen.

Elk personage is nogal symbolisch en ééndimensioneel, de koele rationele Isabel, de romantische getormenteerde dichter Joe, de zakelijke Mitchell, de misanthrope Dr. Sheridan, de op seks beluste jonge Claude (van wie bij herhaling wordt gezegd dat hij op Mick Jagger lijkt), de vergeetachtige junk Jürgen.

Het thema draait rond geestesziekte en depressie, maar op geen enkel moment komt de auteur zelfs maar in de buurt van wat mentale stoornissen betekenen. Het is een burgerlijke spielerei, een potentieel donker gegeven dat wordt opgediend als doordeweekse lichte kost, en dat met veel pretentie.

Man Booker Prize? Ik hoop het niet.

Ian McEwan

Omdat ik "On Chesil Beach", "Saturday", "The Atonement", en "For You" zo sterk vond, heb ik beslist om alle romans van Ian  McEwan te lezen.

Zijn eerste romans zijn luguber, knap verteld en met personages die psychisch verscheurd zijn door duidelijke of minder duidelijke redenen. De verhaallijnen zijn nogal direct en extreem, en in die zin minder realistisch dan zijn latere romans. Toch zijn beide aan  te bevelen.

Ian McEwan - The Cement Garden (Vintage, 1978/1997) ***½



In "The Cement Garden" groeien vier kinderen op zonder ouders, nadat ze hun moeder in de kelder hebben begraven. Jack, de ik-figuur, is een veertienjarige die hun relaas doet op een soms lakoniek manhaftige, maar ook onschuldige manier van een jongen van die leeftijd. Omdat de kinderen nogal sterk in leeftijd verschillen, en als gezin samen willen blijven, verstoppen ze het overlijden van hun moeder voor de buitenwereld.

Dit basisgegeven zorgt voor een klein onderzoek naar moraliteit, of hoe kinderen zonder begeleiding zelf met goed en kwaad omgaan. Een soort "Lord Of The Rings" maar dan binnen een gezinssituatie, met de oudere zus die de anderen aanzet tot orde en correct gedrag, maar zonder er zich zelf veel aan te storen. Het jongste zoontje kan zelfs gekleed gaan als meisje want dat heeft hij liever.

De relaties tussen de kinderen zijn bits en innig, en echt een plezier om lezen, net zoals de stijl die McEwan hanteert om de leefwereld vanuit het perspectief van een veertienjarige te vertellen. Het is niet moeilijk om je in zijn plaats te stellen, ondanks de wat overdreven context. McEwan zal later sterker vertellen, en met meer spankracht, maar dan startend met meer alledaagse gegevens.


Ian McEwan - The Comfort Of Strangers (Picador, 1982) ***½


De titel van de roman is op zich al sterk. Colin en Mary, een jong Brits koppel, op reis in Venetië,  is op zoek naar wat hen nog verbindt, buiten de seks dan, en komt in een voor hen totaal verwarrende en bizarre omgeving terecht, waar ze de controle verliezen over wat ze doen.

De verhaalsymboliek ligt er bij momenten nogal dik op, met een nachtelijke verdwaling in de stad omdat ze hun adres niet meer kennen, een verplicht diner dat hen genereus wordt aangeboden hoewel beiden geen zin hebben. Anderzijds is de sfeer absoluut unheimlich van bij het begin. Het getrouwde koppel dat ze ontmoeten, Robert en Caroline, kent hen beter dan ze zichzelf kennen, ze wringen zich in het leven van Colin en Mary, die zich maar niet los kunnen maken van dit vreemde, oudere koppel, van wie de gulheid geen enkel duidelijk motief heeft.

Het geheel is verbijsterend en schokkend zelfs, maar is nog te direct en te onwaarschijnlijk, een euvel dat McEwan met zijn latere romans oplost.




Alison Moore - The Lighthouse (Salt Publishing, 2012) ***


Futh, een jonge Brit met Duitse roots beslist om in Duitsland een wandeling aan de Rijn te gaan maken, als remedie tegen een mislukt huwelijk. In parallele hoofdstukken krijgen we het verhaal van Ester, die samen met haar man een hotelletje uitbaat in Hellhaus.

De titel van het boek verwijst naar een flesje parfum, dat zijn enige aandenken is aan zijn moeder, en dat hij bij zich draagt in zijn broekzak. Ook Ester heeft een gelijkaardig flesje op haar nachtkastje staan.

Beide figuren, de enigen die enigszins iets meer dan schetsmatig zijn uitgewerkt, hebben hun problemen en onbeantwoorde verlangens, die ook hier op een zeer elliptische manier worden weergegeven door Moore. Beiden hebben iets met geuren : hij maakt parfums, zij heeft er een meer dan gemiddelde belangstelling voor. Hij worstelt met ongeoorloofde seksuele ervaringen, zij kan slechts de belangstelling van haar man opwekken door hem jaloers te maken.

Uiteraard zal Futh uiteindelijk in het hotel van Ester terechtkomen.

Moore blinkt uit in suggestieve kracht en een mooie verhaalstructuur, met ineenschuivende verhalen die zich met een mooi gevoel voor timing ontwikkelen. Anderzijds blijft het allemaal iets te oppervlakkig om echt emotioneel gepakt te worden.


Henry James - The Beast In The Jungle (Penguin, 1903, 2011)

Een ontgoochelende novelle over een man die wacht op de grote gebeurtenis die zijn leven dramatisch zal veranderen. James slaagt er in om het ongemak van John Marcher, de hoofdfiguur, met zichzelf en zijn leven weer te geven, maar het geheel mist spankracht, en ook een zekere relevantie.

Tuesday, December 18, 2012

Bijbelverhalen

Sinds enkele jaren ben ik in de ban van de bijbel, het meest verkochte boek ter wereld, maar waarschijnlijk niet het meest gelezen boek. Als niet-gelovige fascineert het ontstaan van de bijbel me. Wie had er belang bij het ontwikkelen van het geloof, welke strekkingen bestonden er, waarom staan er zoveel tegenstrijdigheden in, enz.

Ik heb in de voorbije jaren de vele atheïstische werken gelezen van Richard Dawkins, Daniel Dennett, Michel Onfray, Christopher Hitchens, Victor Stenger die allen vanuit hun eigen vakgebied proberen te bewijzen dat god niet bestaat, niet kan bestaan, en dat het geloof, elk geloof, een grote zinsbegoocheling is. Het wordt een genre op zich. Er zijn ook boeken die het geloof in het midden houden, zoals "Why God Won't Go Away" van biologen Newberg en D'Aquila.

Het kan er bij mij niet in dat mensen in deze tijd van zogenaamde ontwikkeling, algemene opvoeding, wetenschap en technologie nog geloven in god, het hiernamaals, mirakels en heiligen.

Het geloof heeft echter nog altijd een grote greep op de samenleving, ze bepaalt de politiek (en uiteraard ook andersom), leidt tot oorlogen, maar ook tot groot medeleven en positieve actie. Dat fantasie op een dergelijke grootschalige manier invloed heeft op de werkelijkheid is amper te vatten. Vandaar mijn lektuur.


Israel Finkelstein & Neil Asher Silberman - The Bible Unearthed (Simon & Schuster, 2002) ****


Laten we beginnen bij het begin, het Oude Testament, de Torah. De Israelische archeologen Finkelstein en Silberman geven weer hoe het huidige Israel en Palestina er in de duizend jaar voor Christus hebben uitgezien aan de hand van opgravingen in de hele streek. Hun slotconclusie is dat de de bijbel een politiek verhaal is dat de verschillende volkeren van de streek moest verenigen en tegelijk legitimiteit geven aan de inwoners van Judea, een kleine gemeenschap. Vele kleine vondsten wijzen op de aanwezigheid van nomaden, herders en kleine boerendorpen, maar van de grote constructies uit de tijden van David en Solomon, zoals in de bijbel beschreven, werd nooit een spoor gevonden, terwijl gelijkaardige structuren, net zoals in Griekenland of Egypte of Irak uiteraard wel grote archeologische sites achterlieten. Zeer goed gedocumenteerd en boeiende lektuur. Beide auteurs worden intussen door sommige van hun landgenoten als "revisionistisch" bestempeld, of hoe een woord plots een omgekeerde betekenis kan krijgen. Eerst stond het voor wie de feiten ontkende, nu plots ook voor wie feiten aanbrengt.


Simon Sebag Montefiore - Jerusalem, The Biography (Vintage, 2012) *****


Hét non-fiction boek van het jaar is ongetwijfeld "Jerusalem, The Biography", waarin Montefiore de geschiedenis van de stad doorheen de millennia verteld. De kracht van het boek schuilt in de rijkdom aan bronnen gekoppeld aan een afgunstwekkend vertellend gemak. De grote krachtlijnen en ontwikkelingen in de geschiedenis van de stad als onderdeel van de wereldgeschiedenis blijven altijd centraal en duidelijk zichtbaar, helder uitgelegd en verstaanbaar voor historische leken zoals uw dienaar, maar tegelijk doorspekt Montefiore het geheel met de kleinere aspecten van keizers, koningen, hogepriesters en presidenten, inclusief de eventuele roddels.

Wie dit boek leest, en geconfronteerd wordt met het eindeloze bloedvergieten dat al duizenden jaren in deze stad aan de gang is, inclusief een aantal volledige verwoestingen en het uitmoorden van alle inwoners, kan zich terecht afvragen of en hoe dit ooit zal eindigen. De hele geschiedenis van het menselijk ras, de waanzin van godsdienst en de meedogenloosheid van machthebbers en would-be machthebbers, het gekonkel en gemoord achter de schermen om persoonlijke macht te verwerven of te behouden, en tegelijk met gemak zowel de eigen clan als de tegenstander opofferend, resulterend in eindeloze rijen onschuldige en nutteloze slachtoffers, worden gekristalliseerd in dit overzicht van duizenden jaren in het leven van één stad, Jeruzalem.

Is er hoop? "Here, more than anywhere else on earth, we crave, we hope and we search for any drop of the elixir of tolerance, sharing and generosity to act as the antidote to the arsenic of prejudice, exclusivity and possessiveness. It is not always easy to find".

Lezen!


Selina O'Grady - And Man Created God (Atlantic Books, 2012) ****


In tegenstelling tot bovenstaande afbeelding, heeft mijn uitgave de ondertitel "Kings, Cults, And Conquests At The Time Of Jesus", wat een betere omschrijving geeft van de inhoud. O'Grady, historica en BBC producer, geeft in dit vlot leesbare boek een overzicht van de grote religies rond de eerste Eeuw van onze jaartelling.

Centraal staan het Christendom en het leven van Jezus, maar ook de grote andere religies zoals het jodendom, het boeddhisme, confucianisme komen aan bod. Minder gekende cultussen, zoals die van de eenogige Afrikaanse koningin Candace Amamirenes, van Isis en Ahura Mazda worden ook belicht.

O'Grady beschrijft vooral, geeft context, en weigert ook keuzen te maken tussen wat historisch is en wat tot het domein van de fictie behoort. Haar overzicht is voor een deel overlappend met Montefiore's Jerusalem, maar omdat hun uitgangspunten verschillend zijn, kan ik beide toch aanraden.

Ze legt ook uit waarom, tussen al die apocalyptische geloofsovertuigingen, het christendom uiteindelijk het pleit heeft gewonnen.


Bart Ehrman - Forged (Harper, 2011) ***


Het Nieuwe Testament dan. Bijbeldeskundige Bart Ehrman heeft al een hele reeks boeken op zijn naam staan die de verschillende aspecten van de bijbel vanuit historisch en literair oogpunt bespreken. Als streng gelovige student, zijn tijdens zijn studies theologie zijn ogen geopend door de echte feiten. De tegenstrijdigheden tussen de verhalen van de vier evangelisten, de verschillende strekkingen in de vroege Kerk en de keuze van waarom de verhalen die we kennen uiteindelijk in de canon werden opgenomen, eerder dan alle andere verhalen die de ronde deden, werden al in eerdere boeken van hem verteld. "Misquoting Jesus" en "Jesus, Interrupted" zijn het lezen waard.

In "Forged", gaat hij dieper in op de bewuste tekstmanipulaties die door de eeuwen heen aan het Nieuw Testament werden toegevoegd, met als enig doel het grote gelijk te halen voor de strekking binnen het christendom waar de bedrieger voor stond.

Onthullend en ontluisterend.


Bart Ehrman - Lost Christianities (Oxford University Press, 2003) ***


Dan heb ik ook maar zijn andere, oudere werk opgezocht. "Lost Christianities" geeft een overzicht van de andere afsplitsingen van het christelijk geloof die uiteindelijk het onderspit hebben moeten delven tegen wat we vandaag Het Nieuw Testament noemen, zoals de gnostici, de ebionieten en de marcionieten om de belangrijkste te noemen.

Net zoals zijn andere publicaties, is ook dit boek zeer goed gedocumenteerd en een oogopener voor wie met de bijbel opgroeide, en ook vlot leesbaar.


John Allen Paulos - Irreligion (Hill & Wang, 2009) ****

Van de wiskundige Johan Allen Paulos had ik jaren geleden al "Een Wiskundige Leest De Krant", gelezen, een geestig boekje over wat hij "ongecijferdheid" noemt, naar analogie met ongeletterdheid, bij journalisten, opiniemakers en andere figuren die onze media bevolken en vaak met de grootste overtuiging domme dingen zeggen. In "Irrelegion", kijkt hij op dezelfde geestige manier naar godsdienst vanuit wiskundig en logisch perspectief, telkens een aantal syllogismen ponerend als religieuze mogelijkheden, die hij dan verder bespreekt en voornamelijk ontkracht.

Zijn eerste stelling is :
     a. Everything has a cause, or perhaps many causes
     b. Nothing has its own cause
     c. Causal chains can't go on forever
     d. So there has to be a first cause
     e. That first cause is God, who therefore exists.

Zo begint elk hoofdstuk met een stelling, en nadien ontkracht hij die op basis van interne tegenstrijdigheden, er telkens ook wetenschappelijke wetenswaardigheden, er wat kansrekenen en filosofie aan toe voegend.

Uiteraard passeren ook Augustinus en Pascal de revue, net zoals Darwin, Diderot, Wittgenstein en Bertrand Russell.

Een pretentieloze kommentaar op godsdienst, en een frisse stem tussen het zwaar geschut van Dawkins en anderen. Paulos wil niet overtuigen, hij wil de overtuigden een ander, speels en subtiel perspectief bieden.


Met de feesten in het verschiet, kan ik elk van bovenstaande boeken aanraden voor onder kerstboom.


Peter Høeg - The Elephant Keepers' Children (Harvill Secker, 2012) **


De Deense auteur Peter Høeg schreef tot nu toe één bestseller, de thriller "Smilla's Sense Of Snow", een aanrader in het lichtere genre. Mijn lievelingsboek van hem blijft zijn debuutroman, "The History Of Danish Dreams", gevolgd door "Borderliners".  "The Woman And The Ape" was een kleine mislukking.

Nu is hij terug met een klepper van 400 bladzijden, "The Elephant Keepers' Children", een soort stripverhaal in romanvorm. Twee kinderen, Peter en Tilte worden verlaten door hun ouders, een dominee en de kerkorganiste. De moeder is ook een high tech specialiste in het ontwikkelen van spraakherkenningstechnologie. Ze wonen op het eiland Finø, ergens in het Kattegat tussen Denemarken en Zweden.

De ouders worden ook gezocht door de politie, de bisschop en nog een paar andere kwaadwillige figuren. De twee kinderen vinden aanwijzingen dat hun ouders een grote diefstal beramen en gaan naar hen op zoek, maar moeten uiteraard zelf de slechteriken (het establishment) zien te ontwijken, en met de hulp van de alle andere godsdienstvertegenwoordigers op hun piepekleine eilandje (hindoeïsten, boeddhisten en moslims) gaan ze op pad. Het hele verhaal eindigt op het vasteland waar een wereldwijd religieus congres plaatsvindt, waar naast de grote godsdiensten ook nog alle alternatieve overtuigingen vertegenwoordigd zijn.  

Naast belachelijke namen (Leonora Ticklepalate, Jakob Aquinas Bordurio Madsen, Bodil Hippopotamus, Thorkild Torlacius Claptrap, ...) is de achtervolgingsroman annex zoektocht vergelijkbaar met de stripverhalen van Jommeke, alleen dan voor volwassenen. Er wordt gezeuld met een lijk, mirakels worden geënsceneerd om gelovigen te winnen, een luxe-prostituee wordt een waardevolle handlanger, enz. Kortom, alles kan en op elke bladzijde kan het verhaal alle kanten op.

Het resultaat is echter redelijk middelmatig. De humor is soms geestig, soms vermoeiend. Omdat de plot echt alle kanten op kan, is er geen enkele spanning. De karakters zijn eerder karikaturaal zoals in stripverhalen, met af en toe onverwachte wendingen, maar uiteraard zonder enige diepgang.

Enkel voor liefhebbers van luchtige kolder.


Monday, December 17, 2012

Roberto Bolaño - The Return (New Directions, 2010) ****


Ik moet zo stilletjes aan toch bijna zijn hele oeuvre achter de ogen hebben, met uitzondering van "The Insufferable Gaucho" en tot voor kort ook deze bundel kortverhalen, net zoals "Last Evenings On Earth" (2006) een samenvoegen van de twee Spaanse publicaties "Putas Asesinas" (2001) en "Llamadas Telefónicas" (1997), maar nu dan met de resterende verhalen.

Bolaño's verhalen zijn even donker als tragisch als vlot leesbaar. En creatief, en geschreven in dezelfde intieme vertelstijl, alsof je het relaas hier en nu onmiddellijk krijgt voorgeschoteld door een vriend die zijn hart blootlegt. Die ik-figuur kan zijn alter ego Arturo Belano zijn, maar ook een prof-voetballer bij Barcelona ("Buba"), een moordende hoer ("Murdering Whores"), een vrouwelijke porno-ster ("Joanna Silvestri"), om er maar een paar te noemen.

De ik-persoon in het titelverhaal, "The Return", is zelfs een lijk. De openingparagraaf  leest als volgt :

"I have good news and bad news. The good news is that there is life (of a kind) after death. The bad news is that Jean-Claude Villeneuve is a necrophiliac".

Er zijn ook verhalen zonder ik-figuur, zoals dat met de dialogerende politie-inspecteurs/folteraars ("Detectives") die hun vroegere klasmaatje Belano moeten ondervragen.

De sfeer is vol van de gruwel en de zwakte van het menselijk bestaan, maar Bolaño's openhartige en vaak tedere stijl maakt het lezen toch draagbaar. Een soort mengeling van het brutale entertainment van Quentin Tarantino en de psychologische gevoeligheid van Ang Lee.

"It was a dreary time in my life. I was going through a rough patch at work. I was supremely bored, though up till then I'd always been immune to boredom. I was going out with two women. That I do remember clearly. One of them was getting on a bit - she must have been about my age - and the other wasn't much more than a girl." (uit : "William Burns")

Een paar penseelstreken en de sfeer is gezet. Een sterke introductie tot Bolaño's oeuvre voor wie hem niet kent. Een must voor fans. Lezen dus.




Sunday, December 16, 2012

Niet uitgelezen

Tim Piceu - Over Vrybuters en Quaetdoeners - Terreur Op Het Vlaamse Platteland (eind 16e eeuw) (Davidsfonds, 2008) *


Gekocht in de shop van het Kasteel van Gaasbeek. Het leek me een interessant onderwerp. Vrijbuiters eind 16e eeuw in de streek van Brugge, in de context van de oorlog in de Nederlanden en de reconquista door Alexander Farnese. Ik heb toch honderd bladzijden doorworsteld van een tekst waar de uitgever best wat meer werk in had mogen steken. Het boek leest als een doctoraatsverhandeling, geschreven met het doel een jury van deskundigen te overtuigen dat hier veel werk aan is besteed, wat waarschijnlijk het geval is, maar voor de modale lezer is dit gewoon niet te verteren. De vele, vaak irrelevante, details, verwijzingen naar andere historici en hun onderzoek, en een ondoorzichtelijke structuur maken het onmogelijk om door de bomen het bos te zien. Bovendien is er ook geen chronologie in de uitleg. Sommige termen of politieke situaties worden pas toegelicht bladzijden nadat ze eerst aan bod kwamen.


Salman Rushdie - Grimus (Vintage, 1975, 1996) *


Dat Salman Rushdie niet te benauwd is om fantasie in zijn verhalen te verwerken, wisten we al, maar zijn debuutroman gaat er ver over. Een indiaan, Flapping Eagle, drinkt een elixir en leeft al meer dan zevenhonderd jaar als hij in onze tijd terechtkomt. Rushdie heeft er een filosofisch-anthropologisch werkje van willen maken, maar die mayonaise "pakt niet". Saai en irrelevant.


D. M. Thomas - The Flute-Player (Picador, 1980) *


Van D.M Thomas heb ik indertijd genoten van "The White Hotel", "Sphinx", en in mindere mate van "Eating Pavlova" en "Pictures At An Exhibition". In "The Flute-Player" vertelt hij het leven van Elena, die in een niet genoemde dictatuur (maar de Sovjet Unie lijk aannemelijk), als centrale figuur een kring van kunstenaars verenigt en ondersteunt. Ze is tegelijk moeder, hoer en vriendin en een soort moreel ankerpunt dat houvast biedt in de context van een permanent veranderende politieke omgeving. Het verhaal zit vol symboliek en morele oordelen, maar er is geen echte plot, het verhaal kabbelt van hoofdstuk naar hoofdstuk zonder duidelijke richting, en als er dan tragische gebeurtenissen plaatsvinden, dan blijken de personages daar emotioneel en psychisch niet echt onder te lijden. Ik had geen enkele reden of interesse of verder te lezen.

Monday, September 3, 2012

John Banville - Ancient Light (Penguin, 2012) ***½


John Banville is de auteur van enkele aanbevelingswaardige romans, zoals "The Sea", de '"Frames" trilogie (Athena, The Book Of Evidence, Ghosts) en "Shroud". Zijn verhaal zijn donker, somber, met pyschisch getormenteerde personages.

Zol ook in "Ancient Light", met een plot die als een dubbele helix twee tijdsmomenten uit het leven van de ik-figuur, een bejaarde toneelacteur die een filmopdracht krijgt. Het eerste verhaal is dat van zijn verborgen liefdesrelatie met de moeder van zijn beste vriend, zijn eerste seksuele ervaring als puber. Het tweede verhaal is dat van zijn dochter, die zelfmoord pleegde in Portovenere, Italië. Het gaat ook om de isolatie van het individu, die af en toe doorbroken wordt bij het vinden van een soulmate, maar ook dan heb je het raden naar wat de anderen drijft, wat ze weten en niet weten, wat ze voelen en niet voelen.

Ondanks de kracht van Banvilles stijl, en de aandacht voor woordkeuze en zorgvuldig opgebouwde zinnen, is de toon van zijn verteller na verloop van tijd irritant - in elk geval in mijn ervaring. Hoe sympathiek en onschuldig naïef de puber ook mag geweest zijn, hoe knorrig en ergerlijk de verteller is, cynisch, kritisch, en vooral zelf voortdurend geïrriteerd door zichzelf en anderen.

Maar dat is natuurlijk ook Banvilles bedoeling : de kracht van erotiek en de macht van de dood tegenover elkaar te plaatsen, telkens met verlies en eenzaamheid en onbegrip als bijna noodzakelijk gevolg. En wat je ook doet, je blijft zitten tussen fragmenten van nooit ontwikkelde mogelijkheden, of nooit ontwikkelde onmogelijkheden, onvoldaan en vol vraagtekens en droefnis. Je zou voor minder cynisch worden.



Amin Maalouf - L'Amour De Loin (Le Livre De Poche, 2001) ***


De Libanese schrijver Amin Maalouf is vooral gekend van zijn "Rovers, christenhonden, vrouwenschenners: de kruistochten in Arabische kronieken", een historisch verslag van de kruistochten gezien door de ogen van de Arabieren, en een sterke aanrader.

Daarnaast schreef hij ook een aantal historische romans,"De omzwervingen van Baldassare", "Samarkand",  "De rots van Tanios" die best te genieten zijn, en waarvan zijn debuut "Leo Africanus", over de omzwervingen van een van de grootste Afrikaanse ontdekkingsreizigers ten sterkste aan te bevelen is.

Maar Maalouf schreef ook enkele libretto's voor opera, en "L'Amour De Loin" is zijn eerste.

De plot brengt het tragische verhaal van de Franse troubadour Jaufré Rudel, die zijn herenleventje vol vermaak en rijkdom beu is, en verlangt naar de ware liefde. Een pelgrim vertelt hem over Clémence, een hertogin die in Tripoli woont, in het oosten, en die beantwoordt aan zijn omschrijvingen. Zij is ook vol verlangen naar haar land van oorsprong. Jaufré waagt de oversteek met de boot, maar wordt ziek en sterft in haar armen.

Maalouf speelt schitterend met de liefde als abstract ideaal dat gevoelens oproept en de realiteit die daar dan moet aan beantwoorden. Hij slaagt er wonderwel in om de toon zowel speels als tragisch te krijgen, tegelijk hoogdravend en luchtig, en misschien zelfs erotisch en religieus, naargelang van de interpretatie van het slot.

Knap en fijn.

Sunday, September 2, 2012

Edmund De Waal - The Hare With Amber Eyes (Vintage, 2011) ****½


Voor een keer eens non-fictie, met deze ongelooflijk sterke biografie van Edmund De Waal, een pottenbakker en afstammeling van de schatrijke joodse Ephrussi familie. Hij volgt het traject van een collectie Japanse netsuke beeldjes, die gekocht worden door Charles Ephrussi, die in de 19de eeuw vanuit Odessa, Oekraïne, door zijn vader die bijna de volledige graanmarkt controleert, naar Parijs gestuurd om er een bijhuis op te zetten.

Vandaag heeft De Waal deze netsuke verzameling in zijn bezit, gekregen van zijn grootoom en zowat het enige wat overbleef van het gigantisch fortuin van de familie. De Waals verhaal is dat van het Europa van de laatste honderdvijftig jaar. Het is tevens het verhaal van het jodendom in die periode.

Charles Ephrussi is een dandy die baadt in weelde, en interesse toont voor het opkomende Franse impressonisme. Hij koopt werken van Monet, Degas en Renoir, maar is tevens ook figurant als mecenas op enkele schilderijen, en hij is ook de persoon die model stond voor Prousts Schwann, maar hij is al evenzeer het slachtoffer van antisemitisme.

Het tweede grote luik omvat de familie die in Wenen woont, in het Ephrussi Paleis, een privewoninkje om u tegen te zeggen, en waar de netsuke collectie terechtkomt. De familie komt terecht in het ineenstorten van het Oostenrijks-Hongaars imperium, de Eerste Wereldoorlog en gaandeweg het opkomend antisemitisme en de Tweede Wereldoorlog.

Het derde, kortere stuk, brengt ons naar Japan, waar zijn grootoom, die er als Amerikaans soldaat na de oorlog blijft, de netsuke verzameling laat evalueren door een echte kenner.

De Waal is een ongelooflijk goed schrijver. Verbluffend goed zelfs. Hij heeft in zijn verhaal zowat het perfecte evenwicht gevonden tussen persoonlijke gebeurtenissen, de grote geopolitieke conflicten, kunstgeschiedenis en gedetailleerde feiten. En hij brengt net genoeg van dat alles om informatief te zijn, en net weinig genoeg om de vaart erin te houden. Maar zijn sterkste kant is nog zijn relativerende houding tegenover zijn voorouders, inclusief de kritiek op de macht van hun fortuin dat zo groot is dat ze zelfs staten op de knieën konden dwingen, maar tegelijk met een inlevingsvermogen en openheid van geest.

En dan is er natuurlijk het thema zelf, de hele geschiedenis van de wereld vanuit het perspectief van één familie gezien, één die zoals vele joodse families, vertakkingen had overal in de wereld, van Oekraïne, Frankrijk, Oostenrijk, Nederland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, met familieleden die soms tegenstanders waren, politiek, religieus en ook patriottisch.

Het is ook het verhaal van de minuscuul kleinood van een netsuke, het resultaat van lang ambachtelijk en fijnzinnig artistiek werk, dat de gigantische waanzinnige molen van de tijd, die mensen, rijkdom en staten verpulvert, kan overleven.

Een absolute aanrader.

Martin Amis - Lionel Asbo (Jonathan Cape, 2012) **½


In Diston, de armste en meest ongure wijk in London, wonen Lionel Asbo en zijn vijftienjarig neefje Des. Des woont bij zijn oom want zijn moeder is overleden en zijn vader heeft hij nooit gekend.

Lionel heeft twee honden, Joe en Jeff, zijn psychopathische pitbulls. Waar zijn oom van leeft is "a mystery to Des. He knew that part of it had to do with the hairiest end of debt collection; and he knew that part of it involved 'selling on'. Des knew this by simple logic, because Extortion With Menaces and Receiving Stolen Property were what Lionel most often went to prison for. Des loved him deeply and more or less unquestioningly. But he always felt slightly ill in his presence. Not ill at ease. Ill."

Des heeft ook zijn eigen probleem. Hij gaat naar bed met zijn grootmoeder, een vrouw van middelbare leeftijd die vroegtijdig dement aan het worden is. Dan wint Lionel de loterij, en wordt hij plots schatrijk.

Dat deze domme bruut plots tot de rijksten van het land behoort, en zich dus ook zo gedraagt, leidt tot vele grappige momenten, vooral dan door het gedrag van zijn omgeving door wie dit stuk uitschot nu plots met alle respect en égards wordt behandeld.

Amis schrijft goed natuurlijk, zijn pen is scherp en het beeld dat hij schetst van de samenleving druipt van de satire. Anderzijds is dit in mijn ogen maar een tussendoortje in zijn oevre, om niet te zeggen het slechtste wat hij ooit heeft geschreven, maar dan nog, in vergelijking met vele andere romans, toch het lezen waard.


Hari Kunzru - Gods Without Men (Penguin, 2011) ***


Ik had van Kunzru tot nu toe alleen "My Revolutions" gelezen, een roman die de psychische ontreddering van een jonge vrouw beschrijft in de harde wereld van krakers en andersglobalisten. Die pakkende en realistische stijl zet hij nu voort in een vreemd verhaal over een plek in de woestijn in het zuiden van California.

Kunzru weeft op een verbluffende manier een zestal verhalen door elkaar, van de Spaanse conquistadores, langs de jaren '20,  '40, '50, '60 en vandaag door elkaar, met hoofdstukjes die telkens worden verteld vanuit het perspectief van één personage en dan niet noodzakelijk hetzelfde per tijdperk. Verschillende van de personages zijn dan nog familiaal gelinkt doorheen die tijdsbreuken.

Om het nog moeilijker te maken, heeft elk vertelperspectief zijn eigen stijl en toon.

Een van de centrale verhalen is dat van een Indiaas-Amerikaans koppel en hun autistisch en onmogelijk zoontje Raj. Hij is wiskundige en werkt bij een investeringsbank aan systemen om risico's te voorspellen. Gaandeweg wordt hij opgeslokt in een nieuw model dat catastrofes niet alleen voorspelt, maar ook veroorzaakt, waardoor de bank winst kan maken. Zij is een niet praktiserende joodse. Wanneer hun zoontje plots verdwijnt in die woestijn stort hun wereld in elkaar, veranderen hun beider prioriteiten en groeien ze langzaam uit elkaar. Dit aangrijpende verhaal wordt doorkruist door dat van een Britse rock-band die in California een opname kwam maken, maar waarvan de zanger nood heeft aan enige creatieve afstand, voorzien van de nodige drank en chemicaliën.

Op dezelfde plek komt later ook een opleidingskamp voor Amerikaanse militairen die zich voorbereiden om in Irak te gaan vechten. Een heel Iraaks dorp wordt nagebouwd en Amerikanen van Iraakse afkomst moeten in het dorp verschillende rollen spelen, gaande van meeheulers tot verzetstrijders, een mooi idee om de scènes vol vooringenomenheid en korzichtigheid te ontwikkelen.

Kunzru vertelt al die verhalen, en hij doet dat meesterlijk, maar een echte ontknoping komt er niet. Het is de waanzin en de pijn van de mensheid in kaart gebracht, mooi gekaderd op één enkele locatie.

Ondanks de zware verhaallijnen en de knappe vertelstijl, blijft het toch entertainment, maar dan van een zeer hoog niveau.






Stefan Themerson - Hobson's Island (Faber & Faber, 1988) ***½


In Stefan Themerson's laatste roman, komen de karakters uit zijn andere boeken samen op Hobson's Island, een rots tussen Cornwall en Ierland, maar geologisch gezien eerder Frans.

De naam van het eiland komt van Thomas Hobson (of niet?), en daar is enige discussie over. De familie Shepherd mag het eiland beheren, en ze leven er gelukkig en vegetarisch tot hun idyllische omgeving wordt verstoord. Een afgezette Afrikaanse dictator wordt er om politieke redenen opgevangen, de kleinzoon van de oorspronkelijke Hobson komt zijn eiland opeisen, de geheime dienst komt er een nieuw wetenschappelijk experiment testen, kortom de arme familie Shepherd wordt ingehaald door de waanzin van onze huidige samenleving.

Zoals in zijn vorige romans mengt Themerson een wat satirische en koldereske benadering met fijnzinnige gevoelige momenten, een soort intern conflict dat niet door velen zal gesmaakt worden. Themerson is ook een filosoof die zowel de grote als de kleine vraagstukken van het leven geestig aan bod weet te brengen.

Geestig en plezierig.


De personages in de roman :

President van Bukumla (zoon van generaal Pięść)
Princess Zuppa (dochter van generaal Pięść)
Dr. Goldfinger
Nemo - de man die geen woord zegt
De familie D'Eath (grootvader, zoon, kleinzoon)
Captain Pain-In-The-Neck
Pierrot en Marie-Claire (Franse geheim agenten)
Jonathan, de kamerknecht van kardinaal Pölätüo
Herr Schmied, Herr Braun en Herr Fischer : Zwisterse bankiers




Sunday, July 8, 2012

Mario Vargas Llosa - The Dream Of The Celt (Faber & Faber, 2012) ***


Mario Vargas Llosa heeft al eerder biografische romans geschreven, zoals zijn hommage aan schilder Paul Gauguin in "The Way To Paradise" of de Dominikaanse dictator Rafael Trujillo in "The Feast Of The Goat". In deze roman beschrijft hij het leven van Roger Casement. Casement was een mensenrechtenactivist die de uitbuiting van de lokale bevolking in Congo aankloeg onder Leopold II en later ook van de Indiaanse stammen in het Amazonegebied. Hij was een Ier die officieel als Brits consul werkte en ook de bevrijding van Ierland voor ogen had.

Om dat te bereiken, maakte hij een akkoord met de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog om het Iers verzet wapens te leveren zodat de opstand kon beginnen op het moment dat de Duitsers Groot-Brittannië aanvielen. Dit verraad kwam Casement duur te staan : hij eindigde aan de galg in 1916.

Vargas Llosa start zijn verhaal terwijl Casement in de cel wacht op zijn executie. Zijn leven wordt dan in drie grote brokken verteld : zijn wedervaren in Congo, in het Peruviaanse Amazonegebied en tenslotte  zijn akkoord met de Duitsers.

Het is het verhaal van een naïeve, mensvriendelijke jongen die samen met Stanley de beschaving naar Afrika denkt te brengen, maar al gauw geconfronteerd wordt met de absolute horror van wat mensen anderen kunnen aandoen. David Reybrouck was één van Vargas Llosa's bronnen over Belgisch Congo. Het relaas is vaak stuitend.

Zo ook het langere Peruviaanse deel, en een bladzijde uit de geschiedenis die al even zwart kleurt als Congo is voor België. Dit deel leest als een encyclopedie van menselijke wreedheid en psychopatische machtswellust annex geldhonger.

Casement is ook homoseksueel die nauwgezet verslag doet van zijn contacten met Afrikaanse en Indiaanse jongens. Die dagboeken werden nadien door de Britse regering publiek gemaakt om hem nog meer te discrediteren bij zijn katholieke Ierse aanhang. Vargas Llosa gaat ervan uit dat het dagboek echt is, maar de vaak zeer expliciete beschrijvingen eerder fantasie dan werkelijkheid, een standpunt dat historisch niet te achterhalen is.

De Casement die Vargas Llosa portretteert ligt ook vaak in de knoei met zichzelf, en ook met zijn geloofsovertuigingen, en hoewel geen katholiek, krijgt hij steeds meer sympathie voor de godsdienst van het volk dat hij wil bevrijden. De katholieke missionarissen waren zowat de enigen die enig medelijden toonden met de uitgebuite volkeren en ook hun stem durfden verheffen.

Ondanks dit breed basismateriaal vol historische, psychologische, morele diepgang en contrast, slaagt Vargas Llosa er amper in om spankracht in zijn verhaal te brengen, en hij blijft ver van de verbluffende manier waarop hij Trujillo en zijn omgeving tot leven riep in "The Feast Of The Goat".

Het verhaal verdrinkt in de eindeloze opsomming van feiten en gebeurtenissen en ontmoetingen die soms interessant zijn, maar uiteindelijk, en zeker in het Ierse deel, door hun irrelevantie voor de totaliteit van het verhaal eindeloos vertragen. De echte interne conflicten van Casement, zijn angsten en gevoelens, maar ook zijn verandering van politieke inzichten, zijn ommedraai van publieke held tot maatschappelijk verworpene worden zelden diepgaand of literair uitgedrukt, maar wel beschreven met de afstandelijkheid van een historisch verslag. Maar dat is het ook niet, daarvoor is het te persoonlijk gebracht, met te veel fictieve elementen, zoals de dialogen en de dagelijkse gebeurtenissen die wel verzonnen moeten zijn om de historische feiten aaneen te rijgen. Uiteindelijk heb je het een noch het ander.

Maar de beschrijvingen van de horror waartoe mensen in staat zijn, zullen wel lang blijven hangen.


Roberto Bolaño - The Third Reich (Farrar, Strauss & Giroux, 2011) ****


Geschreven in 1989, is deze roman van Bolaño ook in het Spaans pas in 2010 verschenen, eenmaal de schrijver postuum succes begon te krijgen. "The Third Reich" is een ongewone roman voor Bolaño, maar tegelijk ook niet.

Het verhaal op zich is al ongewoon. Een jong Duits koppel, Udo en Ingeborg gaan op vakantie naar de Costa Brava in Spanje. Udo is een spelhobbyist voor een soort ingewikkeld "Risk"-bordspel, waarin de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog opnieuw wordt gespeeld, maar dan met alle mogelijke strategische en tactische variaties van elke veldslag en troepenbeweging die mogelijk is. Udo hoopt er zijn beroep van te maken, door ook gespecialiseerde artikels te schrijven over strategie voor de kleine incrowd die wereldwijd betrokken is bij het spel.

Naast deze vreemde duik in de geschiedenis, komt Udo ook terug in de vakantie-omgeving uit zijn jeugd, in het hotelletje waar hij met zijn ouders kwam. Het jonge koppel wordt er op sleeptouw genomen, tegen Udo's zin, door een ander Duits koppel, dat elke avond wil gaan stappen, naar lokale bars, lokale restaurants, ... Udo wil ook contact leggen met El Quemado, een jongeman die waterfietsen verhuurt en onder de littekens staat van een brandincident.

Hij wordt half verliefd op Frau Else, de Duitse uitbaatster van het hotel, wiens man lijdt aan een dodelijke ziekte. Zijn nieuwe Duitse vriend Charly verdwijnt spoorloos. De vertrouwde wereld begint rond hem in te storten. Ingeborg gaat alleen terug naar Duitsland.

De zeer directe vertelstijl, met beschrijvingen van wat er in het moment gebeurt, zijn anders de nogal schetsmatige snelle stijl die Bolaño's andere werken kenmerkt.

Gaandeweg begint Udo de controle over zijn leven te verliezen, nachtmerries nemen toe, slapeloosheid toe, samen met een toenemende afstand tot zijn vriendin. Hier zijn we weer bij de echte Bolaño, een meester van de suggestie, van het oproepen van bevreemdende atmosferen. Horror kruipt het verhaal in, maar is eigenlijk niet te vatten, als iets "unheimlichs" dat de realiteit, of Udo's psyche beter weergeeft. Zoals Houlebequ's "La Carte Et Le Territoire", maar ook Hermann Hesses "Dag Glasperlenspiel", speelt Bolaño met het contrast tussen de echte realiteit en de afspiegeling ervan : de kaart, het spel, die beter te controleren zijn en als intellectualistische oefening meer aandacht krijgen dan de echte werkelijkheid, die door haar irrationaliteit en complexiteit niet te bevatten is, maar slechts te ondergaan.

Maar dan ontsnapt zelfs het spel aan de controle van de hoofdpersoon ...

Anders dan de andere Bolaño's, maar zeker bij de meest memorabele leeservaringen.


Roberto Bolaño - Last Evenings On Earth (Vintage, 2008) ***


"Last Evenings On Earth" is een bundeling kortverhalen die oorspronkelijk in het Spaans verschenen in "Putas Asesinas" en '"Llamadas Telefonicas". Het zijn typische Bolañoverhalen in de zin dat ze kort en schetsmatig zijn, met hoofdfiguren van wie de namen zelfs worden afgekort tot "A" en "B", en deze laatste is meestal het karakter dat de schrijver vertegenwoordigt.

De verhalen zijn alle doorspekt met autobiografische elementen, maar zoals vaak bij de schrijver is dat slechts de springplank voor een ontwikkeling van mogelijkheden. De realiteit zoals ze verlopen had kunnen zijn. Niet veel anders, gekristalliseerd rond één andere piste. Doordrenkt met droefheid, en cynisme. Ook flarden geweld, of eeder de dreiging van mogelijk geweld. Niet groots, klein, maar secuur.

Gabriel Garcia Márquez - Clandestine In Chile (NYRB, 1986) ***

Zoals eerder geschreven, heb ik mezelf voorgenomen om alle boeken van enkele schrijvers, waaronder Gabriel Garcia Márquez, te lezen, en heb die dan ook allemaal besteld. "Clandestine In Chile", uit 1986, is geen fictie, maar beschrijft de terugkeer van regisseur Miguel Littín naar Chili ten tijde van Pinochet. Die was in ballingschap gegaan na de coup van de gevreesde generaal.

Littín keerde terug vermomd als Urugayaanse zakenman, onherkenbaar zelfs voor zijn vrienden, en dit met drie cameraploegen uit verschillende Europese landen die los van elkaar documentaires maakten in Chili. In werkelijkheid was hun bezoek door Littín georkestreerd en maakten ze ook een documentaire over de dictatuur van Pinochet, geregiseerd door de balling.

García Márquez heeft uit bewondering voor Littín zijn hele relaas gedaan, van het prille concept tot zijn terugkeer. Als lezer word je snel gefascineerd door het ongelooflijke risico dat de regisseur nam om zijn film te maken. De gekende donkere bladzijde in de geschiedenis van Chili is genoeg gekend, maar García Márquez geeft die toch een ietwat ander perspectief door zijn persoonlijk verslag. Dit laatste is tegelijk ook de grootste stijlfout. Het verhaal is in de ik-persoon verteld, als gezien door de ogen van Littín, maar de schrijver,García Márquez, heeft een immense bewondering voor de moed van deze ik-persoon. Het gevolg hiervan is een nogal opschepperige toon, en een verhaal dat meer te maken heeft met de regisseur zelf, zijn visie, zijn lef, zijn handigheid ... dan met het leven van de Chilenen die leven onder het juk van Pinochet.

Wie de non-fictie van García Márquez echt wil smaken, leest best "News Of A Kidnapping", dat een absoluut meesterwerk is. "Clandestine In Chile" komt nooit in de buurt.

Kleine Penguins

Twee kleine Penguins gelezen tussendoor. Goede reeks, maar beide kortverhalen waren enigszins tegenvallers.


James Joyce - Two Gallants (Penguin Classics, 2012) **


Dit boekje bevat vier kortverhalen uit "Dubliners", Joyces beschrijving van mensen uit zijn stad. Ook "The Sisters", "The Boarding House" en "A Little Cloud" zijn hier opgenomen.

Ik ben geen Joyce-fan. Ik ben >Ulysses"verschillende keren beginnen lezen, maar nooit heb ik de energie gehad om de roman uit te lezen. Ook hier vind ik zowel de spankracht van de verhalen als de stijl maar matig, en dat is voor sommigen waarschijnlijk als vloeken in de kerk.

Joseph Conrad - Youth (Penguin Classics, 2012) **


Van Conrad heb ik verder "Heart Of Darkness" gelezen en "Lord Jim" gelezen. Dit verhaaltje, "Youth", zou autobiografisch zijn, maar het klinkt zeer ongeloofwaardig. De "Judea", de boot waar één van de wijn drinkende kameraden ooit mee voer als jongeman, moet van Groot-Brittannië naar Bangkok varen met een lading die veel te zwaar is en met een bedenkelijke leiding en bemanning. Ondanks het feit dat de boot aftands, gammel en klein is, vertrekken ze toch, om de ene tegenslag na de andere tegen te komen. Nogal oninteressant en gedateerd. Eén van de mindere verhalen in de Penguin selectie. 

Monday, May 28, 2012

Roberto Bolaño - The Secret Of Evil (New Directions, 2012) ****


Na zijn dood in 2003, werden op Bolaño's computer en in schriftjes nog een aantal onvoltooide teksten gevonden, maar toch voldoende afgewerkt om gepubliceerd te worden. "The Secret Of Evil" brengt deze negentien verhalen samen in een bundel, en we zijn er rijker om.

Bolaño's wereld is er altijd een geweest van zijdelingse benadering, een van mogelijkheden die aangeraakt maar nooit opgelost geraken, van verhaallijnen die beginnen maar in het niets oplossen. Voor elke andere auteur zouden deze tekstbundel niet kunnen, maar bij Bolaño wel. Het past in zijn universum dat de lezer met vragen blijft zitten.

We zouden overigens een paar heel sterke verhalen gemist hebben, zoals het eerste verhaal over hun eerste bovenburen in Mexico, autobiografisch, maar met die typische stijltrekjes die hem de gebeurtenissen in het appartement van de bovenburen doet verbeelden, zonder ze zeker te weten, vol gissingen en vermoedens. In dezelfde tekst leren we dat zijn ouders hem in die periode in een Opus Deï school plaatsten zonder het te weten, waar zijn " ... ethics teacher a self-confessed Nazi (was), which was weird, because he was a little guy from the Chiapas with indigenous features, who'd studied in Italy on a scholarship - a nice, dumb guy, basically, who would have been gassed by the real Nazis without a second thought".

Er zijn ook nog enkele verhalen over Arturo Belano - de auteurs alter ego - en Ulisses Lima, de hoofdfiguren uit The Savage Detectives.

Ook hier zijn literatuur en detectiveromans niet ver weg, maar het veruit grappigste verhaal is "The Colonel's Son", een hilarische beschrijving van een vampierenfilm die hij op de televisie gezien had. "I saw a movie on TV that could have been my biography or my autobiography or a summary of my days on this bitch of a planet. It scared me so fucking shitless I tell you I just about fell off my chair". ... "What I mean, just to be perfectly clear, is a film that cost about four euros or five dollars. I don't know who they conned to raise the money, but I can tell you that all the producer shelled out was just a bit of small change, and they had to make do with that. I can't even remember the title, really I can't, but I'll go to my grave callling it The Colonel's Son, and I swear it was the most democratic, the most revolutionary film I'd seen in ages, and I don't say that because the film in itself revolutionized anything, not at all, it was pathetic really, full of clichés and tired devices, prejudice and stereotypes, and yet at the same time every frame was infused with and gave off a revolutionary atmosphere, or rather an atmosphere in which you could sense the revolution, not in its totality, but in a fragment, in a minuscule, microscopic fragment of the revolution, as if you were watching Jurassic Park, say, except that the dinosaurs never showed, no, I mean as if it was Jurassic Park and no one ever mentioned the fucking reptiles, but their presence was inescapable and unbearable oppressive". Bolaño ten top dus. Het verhaal dat dan volgt is een zombie/vampierverhaal van een goorheid en brutaliteit om zelfs de films van Robert Rodriguez te doen verbleken.

Alle gebruikelijke ingrediënten zijn aanwezig : verschillende vertelperspectieven, spelen met taal, vlot leesbaar, indirecte verslaggeving (verschillende verhalen geven weer wat zich achter muren in andere kamers afspeelt). Met uitzondering van het vampierenverhaal is het allemaal zeer realistisch, maar dan van een werkelijkheid die niet te vatten is, die geen richting heeft, waarin figuren ronddwalen die bestaan zonder impact te hebben, die hun eigen unversum creëren, maar daarin falen, daarin verdwalen als in een labyrint zonder uitgang, zonder uitkomst, en waarin literatuur één mogelijkheid is om die verpletterende tocht op zoek naar schoonheid en geluk en rechtvaardigheid en erkenning en liefde tot een ander einde te brengen, maar die noodgedwongen eindigt in droefheid, of zelfs in droefheid die tot waanzin leidt, een einde dat vol alternatieve mogelijkheden is, maar die even noodgedwongen tot het rijk van de verbeelding behoren.

Absoluut niet te missen voor Bolañofans.


Nog meer van dit ....
Omdat ik dan toch in een Bolaño bui ben, heb ik al zijn romans en verhalenbundels gekocht (Amazon : 0,01£). De nog niet vertaalde zijn : "Woes of the True Policeman" dat later dit jaar verschijnt en "Un Novela Lumpen" dat waarschijnlijk in vertaling is. "The Return" en "The Insufferable Gaucho" heb ik niet tweedehands kunnen vinden.


Roberto Bolaño - Nazi Literature In The Americas (Picador, 1996) ****


Dit boek is een pseudo-beschrijving van de levens en werken van niet minder dan eenendertig schrijvers uit voornamelijk Latijns-Amerika. Alles is verzonnen, inclusief de referenties, de publicatiedata, de uitgeverijen en uitgevers. De levens van verschillende "nazi-auteurs" zijn met elkaar verweven, als familieleden, uitgevers en collega's die elkaar kenden, of verschrikkelijke vetes met elkaar uitvechten.

Zijn overzicht is natuurlijk ook een gigantische charge tegen het literair establishment, en tegen de gevestigde literatuur. "There can be no doubt that as soon as he glimpsed that world (of the rich), he wanted to belong to it. He soon realised that there were only two ways to achieve his aim : through violence, which was out of the question, since he was peaceable and timorous by nature, appalled by the mere sight of blood, or through literature, which is a surreptitious form of violence, a passport to respectability and can, in certain young and sensitive nations, disguise the social climber's origin".

Op het eind van het boek krijg je nog de "Epilogue For Monsters", met een dertig bladzijden overzicht van tweederangsauteurs, uitgeverijen en publicaties.

Geestig, tegendraads en donker.


Roberto Bolaño - Monsieur Pain (Picador, 1999) ***


"Monsieur Pain" is nog bevreemdender dan de andere Bolaño verhalen. Het vindt plaats in 1938 in Parijs en de hoofdfiguur, monsieur Pain, is gespecialiseerd in hypnose en acupunctuur. Hij wordt door een vroegere vriendin gevraagd om een stervende vriend, een Peruviaanse dichter, die leidt aan een niet aflatende hik, te helpen omdat de medische wereld geen oplossing vindt. Pain kan de patiënt één keer ontmoeten, maar dan gebeuren de vreemdste zaken, als in een droom, en wordt Pain tegengewerkt, niet meer bij de patiënt gelaten, en zelfs zijn opdrachtgeefster verdwijnt onverwacht.

De hele sfeer is er een van neerslachtigheid en onmacht, van irrationaliteit en de onmogelijkheid om in te grijpen in de realiteit, om contact te leggen, met de patiënt, de opdrachtgever, zelfs met zijn achtervolgers ...


Roberto Bolaño - Amulet (Picador, 1999) ****


In "Amulet" brengt Bolaño het verhaal van Auxilio Lacouture, die zich tijdens de bezetting van de Mexicaanse universiteit twaalf dagen in de damestoiletten opsluit tot het gevaar is geweken, een personage dat al in "The Savage Detectives" opduikt, maar hier als ik-persoon de kans krijgt haar relaas te doen.

Het boek begint realistisch, met de uitleg van Auxilio hoe ze haar idolen, de grote dichters Leon Felipe en Pedro Garfias als huishoudster gratis bijstaat, net zoals ze cirkelt rond het academische literaire milieu, hand- en spandiensten leverend waar nodig. Auxilio noemt zichzelf "de moeder van de Mexicaanse poëzie", ze kent alle dichters en alle dichters kennen haar.

In de roman komen Arturo Belano en Ernesto San Epifano ook aan bod, in een randplot rond een zakelijke deal met een lokale pooier en drugsdealer.

Naarmate het verhaal evolueert beginnen tijd en ruimte te schuiven, als onvaste gegevens die Auxilio buiten elke normale logica de droomwereld in stuurt, "... a special kind of silence prevailed, a silence that figures neither in musical nor philosophical dictionaries, as if time were coming apart and flying in different directions simultaneously, a pure time, neither verbal nor composed of gestures and actions", en de realiteit wordt alsmaar vager, wellicht door honger en eenzame opsluiting, een afspiegeling van de innerlijke nachtmerrie die Auxilio doormaakt, met vooruitzichten van de toekomstige receptie van literaire grootheden in deze en volgende eeuw, met bedenkingen over Ezra Pound en Ruben Dario, met bedenkingen over de samenleving en Chili onder Allende en Pinochet en over de nood om de poëtische traditie om te gooien.

Enkele hoofdstukken van de roman worden ingenomen door de mythe van Erigone en Orestes, halfzus en halfbroer, van wie de eerste door de tweede vermoord moet worden, maar geen enkel rationeel argument kan haar aanzetten hem te verlaten, want beiden zijn verliefd op elkaar. "And it is from that moment on, that is, after having been moved, that Orestes began to give serious thought to the idea of protecting Erigone from the dangers besetting her in devastated Argos, which consisted, fundamentally, of his own madness, his homicidal fury, his shame and repentance, that is, the components of what he liked to call the destiny of Orestes, a high-sounding name for self-destruction." Maar wanneer Orestes dan nadien met zijn vriend Pylades door het land trekt : "Hippies, with no ties to hold us, turning life into an art".

De waanzin en hallucinaties nemen toe tot het laatste hoofdstuk, een echte droomsequentie, zonder raakvlakken met tijd en ruimte, of toch niet met vaste tijd en vaste ruimte, met een visioen van een kloof in een vallei, waar kinderen zingend naartoe marcheren, hun onvermijdelijke dood tegemoet. En zij, Auxilio, de Moeder van de Poëzie, ziet al haar kinderen hun dood instappen : "And although the song I heard was about war, about the heroic deeds of a whole generation of young Latin Americans led to sacrifice, I knew that above and beyond all, it was about courage and mirrors, desire and pleasure. And that song is our amulet".


Roberto Bolaño - By Night In Chile (Vintage, 2000) ***


"By Night In Chile" brengt het sterfbedverslag van Sebastian Urrutia Lacroix, priester van Opus Dei, maar tegelijk ook literatuurkenner, die nog voor hij zijn laatste adem uitblaast wil uitleggen waarom hij vrede heeft met zichzelf ondanks de aanklacht van een 'wisened youth'.

Deze context leidt onvermijdelijk tot literatuur als verdichting, maar ook, door de doodstrijd, als een lange hallucinatie of droom of nachtmerrie, wie zal het zeggen, waar rationaliteit en lineariteit ver te zoeken zijn, maar angst en haat, verpersoonlijkt door de heren Raef en Etah, alomtegenwoordig, ondanks de gelijkmoedigheid die de ik-persoon beweert te hebben.

Een van die zijverhalen is de taak die de schrijver kreeg van de junta van Pinochet om zijn volledig kabinet opleiding te geven in de communistische teksten, met Marx en Hegel natuurlijk als de basiscursus.

Een vreemd boek, op zijn zachtst gezegd, en wat zwaarder op de hand dan de andere romans hierboven vermeld.


Sunday, May 27, 2012

Mario Vargas Llosa - Conversation In The Cathedral (Faber & Faber, 1974/1995) *****


Dus waarom lees je altijd romans van schrijvers die je al zoveel hebt gelezen? Wel, omdat ze goed zijn. Neem nu Mario Vargas Llosa. Zijn "Conversations In The Cathedral" dateert van 1974, een turf van 600 dichtbedrukte bladzijden, ongelooflijk moeilijk om lezen, maar tegelijk een niet te missen leeservaring.

De hoofdfiguur, Santiago Zavala, ontmoet Ambrosio, de vroegere chauffeur van zijn vader in café La Catedral. Tijdens een zware en dronken nacht brengen beide mannen elkaar op de hoogte van de ongekende aspecten van hun levenslopen die in elkaar verstrengeld zijn op politiek, financieel en menselijk vlak.

De plot verhaalt de opkomst van een militaire junta, na de aanstelling van Cayo Bermúdez als hoofd van de binnenlandse veiligheid, die door corruptie en afpersing het hele systeem naar zijn hand zet. In die wereld van de macht is iedereen, van de president over de generaals, de bedrijfsleiding en tot en met het huispersoneel en de hoertjes en de politie verweven in het net van financiële en andere verplichtingen. Bermúdez symboliseert dit soort macht en is eigenlijk de figuur rond wie alle anderen cirkelen.

Vargas Llosa's aanklacht tegen het systeem komt tot leven in de gewone mensen, die misbruikt en verpletterd worden, rechtstreeks of onrechtstreeks. Santiago Zavala probeert eerst via de ondergrondse communistische partij weerwerk te bieden aan het systeem, maar kiest al snel voor een positie als journalist, buiten het systeem en hij keert zich ook van zijn familie, geleid door zijn rijke vader, bedrijfsleider en verstrengeld in het spel van de macht.

Het geheel is wel geen zwart-wit tekening, maar een spel van schaduwen en onzekere standpunten, met de angsten van de personages die hun echte gevoelens en principes niet kunnen en durven uiten. Ook de mens als psychologisch wezen is onderdrukt, net zoals hij dat ook op democratisch, sociaal, en economisch vlak is.

Bovendien experimenteert Mario Vargas Llosa met vorm. Het eerste deel van de roman is in het begin praktisch onleesbaar, omdat drie dialogen, die plaatsvinden op verschillende tijdstippen, maar deels met dezelfde personages door elkaar geweven zijn zonder dat enige context wordt geschetst. Dit vraagt van de lezer een ongelooflijke inspanning om te ontrafelen wat er echt gaande is, net zoals beide hoofdfiguren, Santiago Zavala en Ambrosio, hun weg moeten vinden in het labyrint dat de werkelijkheid is geworden, en waarin iedereen verstoppertje speelt met iedereen, als een overlevingsstrategie.

Eenmaal je die leeservaring rijker bent, wordt de rest van het verhaal vlotter leesbaar, hoewel ook daar door kunstig spelen met tijd en perspectief, constante concentratie vereist is.

Dit is een echt grote Zuid-Amerikaanse roman, met tientallen personages die tot in het detail zijn uitgewerkt en elk hun eigen karakterontwikkeling hebben, met en plot en vele zijverhalen vol onverwachte wendingen, meesterlijk door elkaar verweven.

Een donker, zwaar boek, verschrikkelijk goed.

Sunday, May 20, 2012

Sara Paretsky - A Taste Of Life (Penguin, 1995) *


Drie kortverhalen van de Amerikaanse Sara Paretsky, samen goed voor 54 bladzijden in dit kleine "Penguin 60 pence" boekje. Meer is het ook niet waard.


Martin Amis - Success (Jonathan Cape, 1978) ****


Wachtend op "The State of England: Lionel Asbo, Lotto Lout", de nieuwste van Amis die later dit jaar uitkomt, heb ik "Success" zijn derde roman gelezen, zodat ik op die nieuwkomer na al zijn romans heb gelezen.

 Het verhaal is dat van Terrence Service, een jongetje uit een arbeidersgezin dat wordt geadopteerd door een welgestelde familie nadat zijn moeder en zusje zijn vermoord door de vader. De echte zoon van de adoptiefamilie, Gregory Riding, heeft hier nogal gemengde gevoelens bij. De roman bestrijkt een jaar van hun leven als jongvolwassenen in London, samen hokkend op een appartement van de Ridings. Zowel Terrence als Gregory vertellen alternerend dezelfde gebeurtenissen, elk vanuit hun perspectief en persoonlijkheid.

Terry werkt als bediende, worstelt met zijn gebreken en afkomst, en kent geen succes bij de vrouwen. Gregory is een soort dandy, met het goede uiterlijk, veel aandacht voor uiterlijk, culturele verfijning en status, en leeft van seksuele avonturen. Ze zijn zo ongeveer elkaars tegenpool. Dat de situatie doorheen de roman verschuift is redelijk voorspelbaar, maar geen domper op de pret. Het keerpunt is de aankomst in Londen van hun zus Ursula, die zowel onschuld als verpletterende morele schuld met zich meebrengt.

 Amis' pen is zoals gebruikelijk gedrenkt in vitriool en de manier waarop hij beide vertelperspectieven even geloofwaardig naast elkaar plaatst is verbluffend, en het elitaire en verwaande taalgebruik van Gregory heeft me meer dan eens in lachen doen uitbarsten.

 Lukraak twee paragrafen

 Een beschrijving van de zomer : "Summer is well and truly on its way, it bores me to report. A span of trite sun heats me awake each morning in my vast bed. The empty afternoons fill the world with beach fatigue as the sun completes its slow lob across the sky. At evening, in the thin final glow, the skyline takes forever to become itself, as if the vapidly grinning day drained it of all life, all secrets. Cities are winter things."

 De beschrijving van het koppel dat de kunstgalerij beheert waar Gregory werkt.

 "As a connoisseur of ennui, as satiety's scholar, I'm always taken aback to see them arrive here each day, still together, still arm in arm, still soliticitously aware of one another as sexual beings. They are in their middle or late thirties. (...) 'Ooh, it's so cold today,' says the thick-hipped woman to the disgustingly fit little unit of a man under whose whippety pummelings she has staked herself out on the rack of bedroom boredom. 'Not much warmer in here', says the pepper-haired man to the faintly moustachioed, pungently menopausal hillock of a woman through whose doomed forestry he has cantered baying for a decade of neuter night-times.(...) My God, no wonder they're swingers, no wonder they play pimp and whore, no wonder they're desperate, absolutely desparate, for a taste of me".

 Zo scherp als we hem kennen, meedogenloos, vreselijk als beschrijving van de condition humaine, maar tegelijk zo meesterlijk amusant en literair interessant.

 Enjoy!

Sunday, April 22, 2012

Jennifer Egan - A Visit From The Goon Squad (Corsair, 2011) ****


De laatste in de rij van de romans die ik dit jaar al las, en zeker bij de beste. Jennifer Egan had al veel kortverhalen gepubliceerd, en dat is te merken in haar debuutroman. Het verhaal wordt opgebouwd door de verschillende personages elk een hoofdstuk te laten vertellen, vanuit hun eigen perspectief, hun eigen karakter en gemoedsgesteldheid, schrijvend over de andere personages, soms zijdelings, soms als kern van het verhaal, waardoor over een periode van enkele decennia een puzzel van levens als verhaallijnen wordt gelegd.

Ondanks enkele excursies naar Afrika en California, vindt het hele verhaal plaats in New York, bij de rockgroepen van de jaren '80, met de groei en het verval van de muziekindustrie als kader. Egan is een absolute meester in het vinden van de juiste toon, benadering en taal voor de personages, zonder daarom te vervallen in het karikaturale.

Elk hoofdstukje kan dan nog als een kortverhaal gelezen worden, geschetst vanuit een situatie, met goede opbouw, sterke dialogen en korte plotwendingen die de spanning erin houden. Uiteindelijk gaat het om de "condition humaine", over willen, kunnen en het dan toch naar de knoppen helpen, over ambitie en macht, over dromen en desillusie, in de samenleving, in de mensen.

Op zich natuurlijk allemaal niet nieuw, maar wel boeidend en knap verpakt.

Su Tong - The Boat To Redemption (Black Swan, 2010) **


Winnaar van de Man Asian Literary Prize, en door de pers de lucht in geprezen.

Het boek vertelt het verhaal van een jongen wiens vader afstamt van een communistische martelaar, en dus over een boel privileges beschikt in het China van enkele decennia geleden, maar als dan plots de politieke macht keert, en zijn verhaal niet langer blijkt te kloppen, moet de man opnieuw zijn leven als bootvaarder opnemen.

Dongliang, zijn zoon, hierdoor nu ook van zijn moeder afgesneden, wordt verliefd op de jonge Huixian, die hij passioneel zoekt gedurende een periode van tien jaar.

De vertelstijl is realistisch, met komische elementen, en een soort coming-of-age verhaal, maar omdat de plot evenveel kronkels telt als de rivier die vader en zoon afvaren, ontbreekt elke spankracht, waardoor je als lezer op je honger blijft zitten. Het is een slap politiek verhaal, een slap psychologisch verhaal, een slappe vertelling en literair niet echt baanbrekend.

Een boek moet toch op één niveau een statement kunnen bieden, of een gewenste impact hebben op een lezer, ergens. Blijkbaar wel op de jury van de Man Asian Literary Prize, maar waarom is een mysterie.


Roberto Bolaño - The Skating Rink (Picador, 2010) ****


"The skating rink" is Bolaño's eerste gepubliceerde roman, en daarom niet toevallig ook een van zijn meest toegankelijke. Zoals in vele van zijn latere verhalen, vertellen de personages elk hun deel van het verhaal, in de typische directe stijl die bijna al zijn romans kenmerken.

Het verhaal speelt zich af in Catalonië, waar de schrijver zelf lange tijd woonde en zoals één van de personages ook werkte als nachtwachter op een camping aan de kust. De ingrediënten van zijn korte tienjarige carrière zijn hier al aanwezig : politieke corruptie, erotiek, poëzie en literatuur, machtsmisbruik, moord, en een aantal karakters die door de wereld zijn uitgespuwd of die er hun plaats niet in vonden.

Kunstzinnig en evenwichtig, leest het verhaal als een trein. Een prima introductie voor wie terugdijnst voor de dikte van zijn echte meesterwerken : "The Savage Detectives" en "2666".

Julian Barnes - The Sense Of An Ending (Vintage, 2012) *****


Zonder enige twijfel is Julian Barnes een van de betere Britse schrijvers van het moment, iemand met een fijne pen, een sterke zin voor opbouw en verhaalstructuur, samen met een diep menselijk inzicht.

De hoofdfiguur, Tony, kijkt terug op zijn jeugdjaren, op zijn vrienden, hun ontluikende seksualiteit en hun intellectuele belangstelling om de wereld te leren begrijpen via geschiedenis en filosofie.

Herinnering - en dan vooral het gebrek aan duidelijkheid - en geschiedenis gaan natuurlijk hand in hand. Wat de verteller zich herinnert, blijkt niet altijd te kloppen, of anders gezegd, de manier waarop de jonge Tony naar de werkelijkheid keek, krijgt een ander perspectief en dus ook een andere realiteit dan vroeger.

Zoals zijn vorige romans is deze ook schitterend uitgebalanceerd, afgewerkt, bijgeschaafd, met waarschijnlijk ook ingekort tot een literair kleinood. Een terechte winnaar van de Man Booker Prize.

Een sterke aanrader!

Raymond Queneau - Exercices De Style (Gallimard, 1947) ****



In "Exercises de Style" schrijft Queneau negenennegentig keer hetzelfde verhaal, of eerder een korte gebeurtenis van een man die zich kwaad maakt op een andere man die tegen hem aanstoot in een volle bus, en die eerste wordt later op de dag door een derde figuur herkend.

Queneau speelt met perspectief, met woorden, met klanken, gebruikt poëzie, drama, dialoog en omfloerste stijl, klassieke beschrijvingen en brutale cynische taal.

Een absolute aanrader, maar het blijft natuurlijk een stijloefening, hoogstaande spielerei.






Niccolo Ammaniti - As God Commands (Black Cat, 2006) ***


De film "Io Non Ho Paura" die uitkwam in 2003 was mijn eerste kennismaking met Niccolo Ammaniti, en toen ik deze roman van de auteur zag liggen, heb ik die ook meteen gekocht.

De setting is ook nu zeer Italiaans, met de belangrijkste personages die aan de zelfkant van de maatschappij leven, en eigenlijk door het lot bij elkaar zijn gespoeld in een stadje vol industrieel verval. Elk van hen heeft zijn verleden, zijn verloren liefdes, verlangen naar geld om uit hun uitzichtloze situatie te geraken. Ook in deze roman is de hoofdfiguur een jongetje, Cristiano, die bij zijn werkloze aan de drank verslaafde vader woont.

Elk hoofdstuk wordt verteld vanuit het perspectief van de verschillende personages, zo ook van de sociale begeleider van vader en zoon, van een ooit zwaar geëlektrocuteerde wat achterlijke zonderling, en een netjes geklede sukkel die zich meer stijl dan inhoud is.

Het verhaal zelf is vreselijk, en de politiek uiterst rechtse personages hebben absoluut geen morele gevoelens, en zelfs hun nogal los hangende vriendschap bestaat eerder bij gebrek aan beter, dit in sterk contrast met de band tussen vader en zoon, die in dit hele spanningsveld van soms extreme gebeurtenissen onbreekbaar is.

Zoals de titel aangeeft zijn geloof, waanbeelden en zelfbegoocheling de drijfveren van de karakters, die zichzelf heel anders zien dan ze in werkelijkheid zijn. Dat uiteindelijk de meer primaire driften en gevoelens die ingaan tegen elke rationaliteit, het halen, heeft in Ammanti's wereld zowel een heel positieve als heel duistere kant.

De personages zijn echter iets te getypeerd, iets te grotesk voorgesteld om het geheel als echt heel sterk te maken.

David Bezmozgis - The Free World (Penguin, 2011) **


In zijn debuutroman schetst Bezmozgis het lot van de familie Krasnanskys, een joodse familie die in het begin van de jaren '70 de Sovjet-Unie ontvlucht en in Rome terechtkomt, als tussenstation voor de Verenigde Staten. Het verhaal vindt volledig in Rome plaats, en beschrijft de spanningen en relaties tussen de ouders en adolescente kinderen die elk met hun persoonlijkheid zich staande proberen te houden in een niet erg verwelkomende omgeving.

Bezmozgis heeft waarschijnlijk goed geput uit zijn eigen familiale achtergrond om anecdotes te vinden om zijn verhaal te spijzen, inclusief de flash-backs over het leven in de Sovjet-Unie van de generatie ervoor. Het is allemaal nogal speels en lichtvoetig ondanks de ernst van het onderwerp. Uiteindelijk krijgt zijn licht spottende toon de overhand, ten nadele van een vlakke plot en redelijk vlakke personages.

Jeffrey Eugenides - The Marriage Plot (FSC, 2011) ****

De titel van "The Marriage Plot" verwijst naar de romantische liefdesromans van het eind van de 19e eeuw, waarin de plot wordt opgebouwd rond de keuze van de vrouwelijke en feministische hoofdfiguur voor één van de mannen in haar omgeving, een keuze tussen rationaliteit en passie, maar ook een tussen verschillende karakters, elk met hun eigenheden, hun demonen en eigen toekomstverwachtingen.

Eugenides' "Middlesex" is een absolute aanrader, en deze roman komt er iets onder, knap geschreven, maar anders van opzet, minder episch, maar met heel wat sympathie opnieuw voor de vaak complexe en niet alledaagse persoonlijkheden van de personages. Dit boek heeft wat Jonathan Frantzens "Freedom" mist : een bijna natuurlijk en organisch verhaal met personages die minder programmatisch zijn. De vergelijking is nodig omdat beide romans tevens een tijdsbeeld willen geven van het Amerika van vandaag, met alle mogelijkheden voor het individu om te kiezen, voor waarden, voor opleiding, voor werk, voor vertier, voor godsdienst, en hier al even gemakkelijk in verloren lopen als hun weg vinden.

Aanrader.

David Grossman - To The End Of The Land (Vintage, 2010) ***


Deze roman heeft een rist prijzen en eindejaarsvermeldingen gekregen in heel wat landen, en je kan dat begrijpen als je Grossmans realistische en verfijnde stijl als uitgangspunt neemt, samen met de politieke context van het Israël van vandaag. Anderzijds is hij een weinig economisch schrijver die verschrikkelijk veel tijd neemt om tot de essentie te komen.

Zijn personages, en deels ook de plot, komen inderdaad scherp uit de verf, mede door de onrechtstreekse detailbeschrijvingen van hun fysieke omgeving en hun psychologie, maar het duurt allemaal zo verschrikkelijk lang. Ik kan het enigszins nog aan dat een roman traag opschiet voor zover je kan genieten van de stijl bij elke zin, zoals het poëtische bij een Herta Müller of het sarcastische bij een Martin Amis, maar Grossman heeft dit door zijn realistische stijl nu net niet.

Dus : goed, maar traag.